WIDOPEDIA
Een blog over Frans-Vlaanderen, de Nederlanden en Europa
Wido Bourel

Meest recente berichten
Archieven
Kernwoorden

Taalmoord

Mijn interview in De Morgen

Gisteren verscheen mijn interview met journalist Bram Van Renterghem in De Morgen, naar aanleiding van mijn nieuwe boek Taalmoord.

Het volledige interview? Dat vindt u hieronder. 😉

Wie Taalmoord nog niet in huis heeft: het boek ligt intussen in de boekhandel op u te wachten.

En voor wie graag een gesigneerd exemplaar wil: daarvoor mag u rechtstreeks bij mij aankloppen.

Veel leesplezier!

HET TOVERKWARTIERTJE DUURDE TE LANG.

In dit interview klaag ik onder meer aan dat Vlaanderen, ondanks zijn politieke macht, niets bijzonders doet voor de uitstraling van de Nederlandstalige cultuur in het buitenland.

Sinds het laatste toverkwartiertje met de budgetten wil ik het hier en nu nog scherper formuleren: alle Vlaamse partijen die aan de macht zijn, zijn de doodgravers van het Vlaams-Nederlandse cultuurleven en zijn collectief verantwoordelijk voor deze totale afgang.

Transfers bestaan niet alleen om de bodemloze putten van het Franstalige faillissement te dempen, maar ook, en daarbovenop, om de gevolgen van het fiasco van de multi-etnische samenleving trachten op te vangen — in naam van de diversiteit, uiteraard.

Ik kom hier binnenkort uitvoerig op terug.

Gepubliceerd

02.10.2026

Kernwoorden
Reacties

Vrijheid, Gelijkheid en… één broederlijke taal

Op 29 september 1793 verklaart de revolutionaire, jakobijnse priester abbé Henri Grégoire voor het Comité van Openbaar Onderwijs:

“De nuttige kennis zal zich, als een zachte dauw, over de gehele massa van de individuen die de natie vormen verspreiden; zo zullen geleidelijk de lokale tongvallen verdwijnen, evenals de dialecten van de zes miljoen Fransen die de nationale taal niet spreken (…). Het is belangrijker dan men denkt om deze verscheidenheid aan grove taalvormen uit te roeien, die de kindertijd van de rede en de ouderdom van de vooroordelen verlengen.”

Frankrijk telde toen niet alleen zes miljoen Fransen die de Franse taal helemaal niet konden spreken, maar ook nog eens zes miljoen die het Frans uitsluitend konden verstaan. Samen waren dat twaalf miljoen Fransen op een bevolking van ongeveer 28 miljoen: 42 procent van de bevolking.

Het doel van de Franse revolutionairen was niet zozeer om iedereen Frans te leren, maar om de andere talen en taalvarianten te verdringen en uiteindelijk uit te schakelen ten voordele van het Frans.

Abbé Grégoire was een van de belangrijkste figuren achter deze politiek. Hij bracht de talen en dialecten van Frankrijk, met uitzondering van het Frans, onder in de categorie van de te bestrijden overblijfselen van het feodalisme. Het Frans werd als het ware gesublimeerd tot de zogenaamde taal van de vrijheid.

Tweehonderd jaar later vond de socialistische Franse president François Mitterrand het nodig de resten van de verantwoordelijke voor deze culturele genocide naar het Panthéon in Parijs over te brengen.

Voor mij is dat een illustratie van de vaststelling dat men van links tot rechts, en binnen vrijwel alle Franse politieke stromingen, aanhangers vindt van de obsessieve Franse centralisatie en van het onderdrukken van de volksculturen.

Dat is mede de reden waarom ik nooit meer een voet zet in deze marmeren catacomben van de zogenaamde één en ondeelbare Republiek, waar de grote pauwen van de Franse staat luguber bijeenhokken.

MIJN BOEK TAALMOORD

Over deze Franse culturele genocide gaat mijn boek TAALMOORD – over taal, identiteit en gemeenschap.

Deze uitgave van Ertsberg is te koop in elke goede boekhandel. Voor een gesigneerd exemplaar kun je uiteraard ook bij mij terecht.

Gepubliceerd

29.09.2026

Kernwoorden
Reacties

Ben je ook een ‘nativist’?

Sommige Vlaamse academici en universiteitsprofessoren gedragen zich weleens als intolerante kwezels. In naam van het vrij onderzoek, uiteraard. Tegelijk treden ze op als verdedigers van het kosmopolitische mercantilisme wanneer het gaat over het gebruik van onze taal aan onze universiteiten.

Ik herinner me nog het betoog van de toenmalige rector van de KU Leuven, Luc Sels, van ongeveer drie jaar geleden, rond deze periode. Om zijn pleidooi voor méér Engels kracht bij te zetten, had hij het plots over het “identitair denken dat de ontwikkeling van Vlaanderen niet mocht hinderen”. In Nederland wordt dat soort kritiek op verengelsing tegenwoordig weggezet als “nativisme”.

Je moedertaal als hinder en als ernstige pathologie. Stel je voor.

Als aanval op het gebruik van onze taal aan de universiteit kan dat tellen. Een cordon sanitaire rond de taal van 25 miljoen Vlamingen en Nederlanders ontbreekt er nog aan.

De achterkleinkinderen van de taalstrijders van weleer lijken er ondertussen in te slagen de Nederlandse taal in versneld tempo van de universitaire campus te vegen. In naam van de diversiteit, uiteraard. En met de zegen van een imam aan de katholieke universiteit.

Vanuit mijn eigen afkomst weet ik wat het betekent om Nederlands te leren. Daarom stel ik me weleens de vraag hoe het komt dat hoogopgeleide, briljante intellectuelen uit het buitenland blijkbaar niet in staat zouden zijn onze taal te leren.

Gediplomeerde en niet-geconventioneerde artsen in onze ziekenhuizen, gastprofessoren en andere knappe koppen die hier komen werken en lesgeven: waarom zou dat voor hen onmogelijk zijn?

In mijn ogen heeft dat in de eerste plaats te maken met een complete onverschilligheid tegenover de gemeenschap die hen omringt. Een onverschilligheid die mede wordt veroorzaakt door een Vlaamse overheid die er onvoldoende in slaagt onze taal en cultuur aantrekkelijk en zelfbewust uit te dragen. Het heet dat nieuwkomers moeten integreren, maar de elite niet.

Deze internationale elite van zelfverklaarde wereldburgers — ik reken daar ook de rijkelijk betaalde Europese verkozenen, ambtenaren en andere expats toe — leeft grotendeels in een ivoren toren.

In afgeschermde villa’s, beveiligd met camera’s en gesloten poorten. De kinderen gaan naar internationale scholen. Men vliegt voortdurend heen en weer: voor een zonnebehandeling naar Saint-Tropez, een bergwandeling in het Himalayagebergte of een middagje shoppen in Parijs, Londen of New York.

Maar ik was begonnen bij de hoogleraren. Uit mijn goedgevulde citatenboek wil ik daarom nog één passend citaat van Gerard Walschap bovenhalen. In het Nieuw Vlaams Tijdschrift (jaargang 25) schreef hij:

“We signaleren met strakke ernst dat al de sensationele slogans, hetzes, drijverijen en gewelddadigheden van onze dagen gepredikt en gepatroneerd worden door hoogleraren. Deze schande moet schuldiger worden geacht naarmate ze met groter talent en reputatie wordt bedekt.”

Walschap schreef dit in 1972. Meer dan een halve eeuw later klinkt het citaat, helaas, nog altijd opvallend actueel.

Meer hierover in mijn boek TAALMOORD. Nu in elke boekhandel. Voor een gesigneerd exemplaar kan je bij mij terecht.

Gepubliceerd

22.09.2026

Kernwoorden
Reacties

Taalmoord: interview in La Voix du Nord

Hieronder vindt u mijn interview dat vandaag verscheen in La Voix du Nord.

Een belangrijke kanttekening bij het artikel: de journaliste vermengt de girondijnen met de jacobijnen. Nochtans is dat onderscheid essentieel. De girondijnen stonden voor decentralisatie en een grotere regionale autonomie, terwijl de jacobijnen juist voor een sterk gecentraliseerde staat stonden en de drijvende politieke kracht vormden achter het Terreur-bewind tijdens de Franse Revolutie. Het waren bovendien de jacobijnen die de aanstokers waren van de taalgenocide op de streektalen in Frankrijk.

Ook in de reactie van de woordvoerder van de AVNT blijft naar mijn mening een essentieel punt onderbelicht: de noodzaak om het Nederlands als regionale taal in Frans-Vlaanderen te erkennen en te versterken, naast het langzaam verdwijnende Frans-Vlaams.

Daarbij is het belangrijk om beide talen niet tegenover elkaar te plaatsen. Integendeel: het Nederlands kan juist een belangrijke hefboom zijn voor het behoud en de herwaardering van het Frans-Vlaams. Het Frans-Vlaams is ons historische lokale taalerfgoed; het Nederlands biedt daarnaast de mogelijkheid om die Vlaamse taalkundige identiteit opnieuw een bredere, hedendaagse toekomst te geven, onder meer via onderwijs, cultuur en publieke erkenning.

Daarbij moet men denken aan de woorden van Antonio Gramsci in Lettere dal carcere (Celbrieven): “Il pessimismo dell’intelligenza, l’ottimismo della volontà.” In het Nederlands: “Pessimisme van het intellect, optimisme van de wil.”

Het intellect dwingt ons de werkelijkheid onder ogen te zien: het Frans-Vlaams verdwijnt langzaam. Maar dat hoeft geen reden te zijn om bij de pakken neer te zitten.

Mijn optimisme voor de toekomst loopt via het Nederlands. Juist door het Nederlands opnieuw een plaats te geven in Frans-Vlaanderen, kunnen we volgens mij betere voorwaarden scheppen om ook het Frans-Vlaams te bewaren, te herwaarderen en door te geven aan toekomstige generaties.

Dat biedt naar mijn overtuiging meer perspectief dan uitsluitend inzetten op beperkte taalinitiatieven.

Gepubliceerd

14.09.2026

Kernwoorden
Reacties

Monologen in de schaduw

Het wordt me dikwijls gevraagd: waarom is de discussie over de Frans-Vlaamse standaard en de Nederlandse standaardtaal in Frans-Vlaanderen tegenwoordig zo op de spits gedreven?

Eerst de taalsituatie: de aantallen Frans-Vlaamssprekenden zijn gesmolten als ijs onder de zon. Rond 1975 sprak men nog van 120.000 mensen die die streektaal nog spraken. Vandaag is er, in het beste geval, sprake van een paar duizend mensen, meestal boven de 80 jaar. En van het dubbele aantal dat nog flarden ervan verstaat. In die tijd kon je nog schrijven – zonder meteen te worden aangevallen – dat het Frans-Vlaams niet op zichzelf stond als dialect, gesproken binnen de Franse staatsgrenzen, en dat de verwantschap en de link met het Nederlands vanzelfsprekend waren.

Wat ook veranderde: er zijn mensen opgedoken, meestal niet aanwezig op het appel van de Vlaamse kringen van mijn jonge jaren, die alleen het sentiment (het dialect van onze ouders) zijn gaan promoten en vinden dat jonge mensen tegelijk geen recht hebben om een taal gericht op de toekomst te leren.

Enkelen van deze lobbyisten van het Frans-Vlaams zijn niet bepaald geholpen door veel kennis van het Frans-Vlaams die ze promoten. Het zijn dikwijls mensen uit het Engelse taalonderwijs geweest die hun gebrek aan kennis van onze taal compenseren door broederlijke netwerking rond de squares aan de Opaalkust. Ze denken in de plaats van hun militanten die het spel niet doorhebben. De netten van deze heren vissen tot in de politiek van de Hauts-de-France, waar andere geïnitieerden de sleutel van de subsidiekas bewaken. De jacobijnse kameraden waken, opdat onze taal tot een Franse streektaal blijft binnen de heilige staatsgrenzen. Alleen Frans erfgoed heeft recht op financiële steun, mits men kleur in de vakjes van het ene en ondeelbare Frankrijk.

Het is door deze heerschappen in de schaduwzone dat elke vorm van dialoog en welwillendheid is verdwenen. Je erkent ze niet zozeer aan hun blauwe speeltje, dan wel aan een methodiek die kenmerkend is voor kringen die in de schaduw handelen: niet ingaan op verzoeken tot debat en dialoog, nooit bevestigen of ontkennen, of subtiel van onderwerp veranderen. Niet-ingewijden zijn geen partij om mee te spreken. Achter de schermen: tegenstanders in kaart brengen en hun activiteiten maximaal verdacht maken. Leuk is om de juiste drones te lanceren: de tegenstander is een fascist, een racist, een nationalist, een separatist of een irredentist, of een beetje van dit alles.

Eens de dialectiek op punt staat, wordt elke vorm van tegensprekelijk debat demonstratief en kwaadwillig geweigerd. Men zegt ons, grof samengevat, dat men niet spreekt met mensen zoals wij. Erger nog: dat we geen recht van spreken hebben, omdat we hun ‘waarden’ niet delen. ‘Waarden’ van ‘dialoog’ en ‘welwillendheid’, welteverstaan. Kortom, de lobby van het Vlaamsch debatteert bijna uitsluitend met zichzelf en voor zichzelf, en met de broeders aan de kassa.

Gepubliceerd

09.09.2026

Kernwoorden
Reacties
LEO TAVEIRNE
09.10.2026 - 11:58

Wido, uitstekend verwoord ! Het is nooit anders geweest. Denk aan De Gaule met zijn Vive le Quebec Libre ! En een latere Franse president in Belgie op bezoek, o.m. in Vlaanderen, op een avond ergens voor een spreekbeurt. Toen hij daar het gebouw binnenkwam en er de uitstalling van de nodige vlaggen zag, kon hij zijn opmerking niet onderdrukken dat hij het waardeerde om er een Franse vlag te zien. HIJ RIEP NIET VIVE LA FLANDRE LIBRE ! De glorie van de franse taal van de tijd dat menig Europeaan Frans wou leren om met de hoogste kringen mee te kunnen praten en erbij te horen, is in de loop van de decennia naar het hoofd van die fransdolle discipels gestegen ,de taalideologie van Abbe Henri Baptiste Gregoire zindert in de Zeshoek nu nog door tot in onze eigenste dagen !Deze Abbe was een katholiek priester,politicus en partizaan van de Franse Revolutie, tegenstander van onderdrukking (o.m. slavernij) en van discriminatie van o.m. van religieuze minderheden . maar hij verzette zich niet tegen de onderdrukking en discriminatie van dialecten en taalminderheden. De Franse taal moest de enige expressie uitmaken van de propaganda van de revolutionaire ideologie. Deze ideologie was deels juist maar die kon best ook in een andere taal, en zeker in het Vlaams dat wonderzoet is voor wie haar geen geweld aandoet (Guido Gezelle) Geen enkele taal is heiliger dan een andere !

Antwoord

Interview met Mark Ingelaere

In  Frans-Vlaanderen werd een taalmoord gepleegd op onze taal

Vorige week bracht ik in Stavele een bezoek aan het nieuwe centrum waar de boeken en documenten van Cyriel Moeyaert worden bewaard.

Initiatiefnemer Mark Ingelaere, de man achter de vele opnames met de laatste sprekers van het Vlaams van Frans-Vlaanderen, had mij uitgenodigd voor een interview en een opname naar aanleiding van mijn nieuwste boek

TAALMOORD, over taal, identiteit en gemeenschap.

Er is nog veel werk om alles verder te sorteren, te ordenen en te archiveren, maar ik was al bijzonder aangenaam verrast door wat ik zag.

De ruimte is hedendaags ingericht en tegelijk sterk verbonden met de leefwereld van Cyriel Moeyaert. Zijn boekenkasten en bureau hebben er een prominente plaats gekregen. De vele lijsten aan de muren bevatten prenten, foto’s, kaarten en schilderijen die vroeger de muren van zijn huis in Sint-Jan-ter-Biezen sierden.

Wie dikwijls bij Cyriel op bezoek is geweest, voelt zich hier dan ook onmiddellijk thuis.

De boeken staan netjes geordend in de kasten, zelfs beter dan vroeger. Daarnaast worden vele thematische dossiers en dozen met engelengeduld samengesteld en aangevuld.

Duizenden paperassen, brieven, nota’s en artikels die Cyriel gedurende zijn leven schreef, uitknipte, verzamelde en deels opstapelde in dozen, worden zorgvuldig gesorteerd en geïnventariseerd.

Deze nochtans unieke documentatie dreigde verloren te gaan. Mark Ingelaere heeft ze, stel je voor,  op het nippertje van het oude papier gered en ervoor gezorgd dat dit waardevolle erfgoed bewaard blijft.

Hoed af voor deze prestatie.

Het centrum is dan ook een ideale plaats om te spreken over de taal en de identiteit van Frans-Vlaanderen en dus ook over mijn boek Taalmoord.

In het interview hebben we het over de teloorgang van het Vlaams in Frans-Vlaanderen, over de betekenis van taal voor de identiteit van een gemeenschap en over de historische ontwikkeling die ertoe heeft geleid dat onze taal daar steeds verder werd teruggedrongen.

De verhalen en getuigenissen van de laatste sprekers vormen daarbij een bijzonder waardevolle bron. Ze laten niet alleen zien hoe een taal kan verdwijnen, maar ook wat die taal betekende voor de mensen die haar generaties lang spraken.

Mijn bezoek aan het centrum in Stavele maakte nogmaals duidelijk hoe belangrijk het is om deze documenten, getuigenissen en herinneringen voor de toekomst te bewaren.

Het documentatiecentrum in Stavele is niet alleen een verzameling oude boeken en papieren. Het vormt een belangrijk stuk van het culturele en taalkundige geheugen van Frans-Vlaanderen op een boogscheut van de schreve.

Het interview kan je integraal beluisteren en bekijken via YouTube:

En mijn boek is te verkrijgen in de boekhandel op via mijn blog widopedia.eu. in Frans-Vlaanderen kan je het kopen in het Huis van de Slag in Noordpene.

Gepubliceerd

07.09.2026

Kernwoorden
Reacties
hildeockier@icloud,com
26.09.2026 - 12:11

Wanneer kan ik het museum van Cyriel Moeyaert in Stavele bezoeken? Moet ik vooraf bellen naar Mark Ingelaere?
Hilde Ockier: tel: 0474507427

Antwoord
Hilde Ockier
26.09.2026 - 12:13

Ik zou graag het museum van Cyriel Moeyaert bezoeken in Stavele! Wanneer kan ik dit??

Antwoord
wido bourel
26.09.2026 - 15:45

Dag Hilde, Best is van dat te bespreken met Mark Ingelaere. ik heb daar geen invloed op.

Met vriendelijke groet,

Wido

Antwoord

Taalmoord gelanceerd in Kortrijk – een boeiend debat over taal, identiteit en gemeenschap

Gisteren zat de zaal goed vol voor het debat naar aanleiding van de lancering van mijn boek TAALMOORD over taal, identiteit en gemeenschap.

Samen met uitgever Karl Drabbe, voormalig minister-president Geert Bourgeois en taalkundige prof. Freek Van de Velde gingen we in gesprek over de taalmoord die in Frans-Vlaanderen op onze taal werd gepleegd. Een boeiend debat, met heel wat stof tot nadenken!

Wie er niet bij kon zijn: TAALMOORD ligt sinds deze week in de boekhandel. 📚

Wie graag een gesigneerd exemplaar wil, kan rechtstreeks bij mij terecht. Meer informatie vind je ook op mijn blog: widopedia.eu.

Als voorproefje alvast mijn definitie van wat ik met taalmoord bedoel:

“Ik gebruik het begrip taalmoord niet als een emotionele vloek of een brutaal scheldwoord, maar om een langdurig proces aan te klagen waarbij een taal opzettelijk of systematisch uit het bestuur, het onderwijs, de kerk, de publieke ruimte en uiteindelijk uit het dagelijkse leven wordt teruggedrongen, verboden of vernietigd door beleid, wetgeving en politieke en sociale druk van de staat. Dat is de beschrijving van de taalmoord die door de Franse staat werd gepleegd.”

Interesse in het boek? Laat het me weten!

En natuurlijk: bedankt aan iedereen die erbij was en van deze lancering een mooie avond maakte, én aan uitgever Ertsberg voor de fijne samenwerking en de uitstekende verzorging van het boek. 🙏

Gepubliceerd

03.09.2026

Kernwoorden
Reacties

De week van de debatten

Een taalmoord is een linguïcide   — En een linguïcide is een taalmoord

Aanstaande woensdag 2 september ga ik in Kortrijk in debat naar aanleiding van de lancering van mijn boek:

TAALMOORD — Over taal, identiteit en gemeenschap

Samen met voormalig minister-president Geert Bourgeois en taalkundige prof. Freek Van de Velde ga ik in gesprek over taal, identiteit en gemeenschap.

📍 Oranjezaal, Centrale Bibliotheek van Kortrijk
🕢 Welkom vanaf 19.30 uur

En drie dagen later, op zaterdag 5 september, volgt een tweede debat — ditmaal in het Frans, in Frans-Vlaanderen.

Daar staat een prangende vraag centraal:

Is Frans-Vlaanderen het slachtoffer van een taalmoord?

In het stadhuis van Kassel ga ik hierover in gesprek met Damien Top, voorzitter van de Andries Stevenkring.

📍 Stadhuis van Kassel – Eresalon
🕔 Aanvang om 17 uur

La Voix du Nord besteedt vandaag aandacht aan het debat in Kassel en aan de problematiek van taal, identiteit en het Nederlands in Frans-Vlaanderen.

Na afloop van beide debatten is er gelegenheid om mijn boek te laten signeren.

Twee debatten, twee talen, één centraal thema: de strijd om taal, identiteit en gemeenschap.

U komt toch ook?

Gepubliceerd

30.08.2026

Kernwoorden
Reacties

Benno Barnard: Onze taal, Ons gedeeld belang

(en français ci-dessous)

Deze tekst publiceerde ik aan het begin van dit jaar. Maar de boodschap is voor herhaling vatbaar.

De Nederlandse dichter, schrijver en vertaler Benno Barnard is een taalvirtuoos. Voor hij naar Sussex verhuisde, woonde hij ook jarenlang in Vlaanderen, in de buurt van de taalgrens. Hij spreekt dus met kennis van zaken over onze gemeenschappelijke taal. Een visie die Vlamingen en Frans-Vlamingen inderdaad best in het oog houden.

Benno Barnard schrijft:

“Nederlands is een huis met vele kamers. Er is niks tegen Vlaamse of Surinaamse woorden en uitdrukkingen die onze gemeenschappelijke taal verrijken, integendeel. Van het sensuele goesting (‘een broek vol’) tot het zinnenprikkelende ‘kuisvrouw’; van het theatrale ‘triestige plant’ tot het bonkige ‘en stoemelings’, dat een geniale improvisatiecultuur onthult – het behoort allemaal tot de weelde van het Nederlands. Maar het is natuurlijk wel nuttig als die taal, met meer dan twintig miljoen sprekers, en mede in Europees verband, inderdaad gemeenschappelijk blijft. Aan nog een Afrikaans hebben we weinig.
U hoeft niet van Hollanders te houden; u mag hun tongval onmelodieus vinden en hun humor als niet-grappig ervaren — ook al zou het heilzaam voor uw taalgevoel en uw algemene ontwikkeling zijn als u de Statenbijbel, de brieven van Gerard Reve en de verhalen van Heer Bommel las. Geheel zoals u verkiest.
Maar u doet er goed aan ons gezamenlijke belang in het oog te houden.”

Precies dat gezamenlijke belang staat ook centraal in mijn boek TAALMOORD: wat gebeurt er met een taal en met een gemeenschap wanneer een gemeenschappelijke taal geleidelijk terrein verliest?

OVER MIJN BOEK TAALMOORD

Benno was zo vriendelijk de épreuves van mijn boek TAALMOORD als eerste te lezen. Zijn reactie:

“Dit is een prachtig boek, een vlammend protest, een diepzinnige liefdesverklaring aan onze taal. En het komt nota bene uit Frankrijk.”

Werd er in Frans-Vlaanderen een ‘taalmoord’ gepleegd, zoals de titel van mijn boek suggereert? En wat betekent het wanneer een taal die eeuwenlang deel uitmaakte van het culturele landschap van een streek, daar vrijwel verdwijnt?

Dat zijn enkele van de vragen die ik op 2 september in Kortrijk ter discussie wil stellen.

Al mijn fb-vrienden zijn van harte welkom op het debat in de Centrale Bibliotheek van Kortrijk. Ik ga er in gesprek met gewezen Vlaams minister-president Geert Bourgeois en taalkundige Freek Van de Velde. Moderator is Flip Feyten, voormalig VRT-journalist.

Meer info op deze fb-pagina. Inschrijving vooraf is noodzakelijk.

U komt toch ook?


Benno Barnard – notre langue , notre intérêt commun

J’ai déjà publié ce texte au début de cette année. Mais son message mérite d’être répété.

Le poète, écrivain et traducteur néerlandais Benno Barnard est un virtuose de la langue néerlandaise. Avant de s’installer dans le Sussex, il a vécu pendant de nombreuses années en Flandre, à proximité de la frontière linguistique. Il parle donc de notre langue commune en connaissance de cause. Une réflexion que les Flamands et les Flamands de France feraient bien de garder à l’esprit.

Benno Barnard écrit :

« Le néerlandais est une maison à plusieurs étages. Il n’y a évidemment rien contre les expressions et mots flamands ou surinamais qui enrichissent notre langue commune, bien au contraire. Du sensuel ‘goesting’ (« plein le pantalon ») à la ‘kuisvrouw’ très suggestive ; et du théâtral ’triestige plant’ au pesant ‘en stoemelings’, voilà qui révèle une culture géniale de l’improvisation — tout cela représentant la richesse du néerlandais.
Mais il est tout de même utile que cette langue, parlée par plus de vingt millions de personnes dans un cadre européen, reste effectivement commune. Une variante supplémentaire ne s’impose pas vraiment : nous avons déjà l’afrikaans.
Vous n’êtes pas obligé d’aimer les Hollandais ; vous pouvez trouver leur accent détestable et leur humour de mauvais goût. Encore serait-il salutaire pour votre maitrise de la langue et aussi, pour votre culture générale, de lire la Bible des États, les lettres de Gerard Reve ou les histoires de Heer Bommel. Sans obligation aucune, cela va de soi.
Mais vous feriez bien de garder à l’esprit notre intérêt commun. »

C’est précisément cette notion d’intérêt commun qui est aussi au cœur de mon livre TAALMOORD : que devient une langue, et que devient une communauté, lorsqu’une langue commune perd progressivement du terrain ?

À PROPOS DE MON LIVRE TAALMOORD

Benno a eu la gentillesse d’être le premier à lire les épreuves de mon livre TAALMOORD. Sa réaction :

« C’est un livre magnifique, une protestation enflammée, une subtile déclaration d’amour envers notre langue. Nota bene il nous vient de France. »

La Flandre française a-t-elle été victime d’un « linguicide », comme le suggère le titre de mon livre ? Et que signifie la disparition presque complète d’une langue qui a fait pendant des siècles partie du paysage culturel d’une région ?

Ce sont quelques-unes des questions que je souhaite mettre en débat le 2 septembre à Courtrai.

Tous mes amis Facebook sont cordialement invités au débat qui aura lieu à la Bibliothèque centrale de Courtrai. J’y dialoguerai avec Geert Bourgeois, ancien ministre-président flamand, et Freek Van de Velde, linguiste. Le débat sera animé par Flip Feyten, ancien journaliste de la VRT.

Pour plus d’informations, consultez cette page Facebook. Inscription préalable obligatoire.

J’espère vous retrouver nombreux à Courtrai !

Gepubliceerd

24.08.2026

Kernwoorden
Reacties

Werd er in Frans-Vlaanderen een taalmoord gepleegd?

Dat woord is misschien zwaar geladen. Ik naam het van mijn mentor Cyriel Moeyaert over die de laatste jaren van zijn leven het woord linguïcide, taalmoord dus gebruikte om de oorzaken van de zwanenzang van onze taal over de schreve te duiden. Hoe dat is kunnen gebeuren is een proces van drie eeuwen die ik als volg heb omschreven:

Om de andere talen dan het Frans in Frankrijk te doen verdwijnen, begon men met wetten en decreten. Die moesten het Frans opleggen.
De Revolutie zette alle andere talen aan de kant. Het Frans werd zogezegd de taal van de vrijheid.
Later kwam de schoolplicht in het Frans.
Onderwijs, religie, pers en publicaties in de andere talen werden verboden.
Waar men zich tegen die taalpolitiek verzette, werden ambtenaren rechters, onderwijzers, politie, militairen, douaniers en postbodes als bewuste en onbewuste verfransingsagenten ingezet
Talen en streektalen anders dan het Frans  werden voorgesteld als patois van eenvoudige mensen. Men beweerde dat ze niet meer konden worden geschreven en dat ze een obstakel waren om Frans te leren
Vanuit Parijs werd het volk geleerd zich ervoor te schamen.


Dit is wat ik noem een TAALMOORD.

Meer hierover? Ik ga op 2 september in Kortrijk in debat met voormalig minister-president Geert Bourgeois en taalkundige Freek Van de Velde. Info en inschrijving op deze pagina of op de webstek van uitgeverij Ertsberg. U komt toch ook?

Gepubliceerd

22.08.2026

Kernwoorden
Reacties

Wie sprak Frans in Frankrijk?

Een vreemde vraag op het eerste gezicht. Je moet bijna een Engelsman zijn om ze te stellen.

Dat deed de Britse schrijver Graham Robb in zijn boek De ontdekking van Frankrijk (2008). Hij schrijft:

“Er was ook een Frankrijk waar, nog maar iets meer dan honderd jaar geleden, het Frans een vreemde taal was voor de overgrote meerderheid van de bevolking (…) Het officiële taaleigen van de Franse Republiek was een minderheidstaal.”

Wie sprak er Frans in Frankrijk? En hoe werd het Frans uiteindelijk de taal van de Fransen?

Daarover, en over nog veel meer, lees je in mijn nieuwe boek:

TAAMOORD. OVER TAAL, IDENTITEIT EN GEMEENSCHAP

📚 Vanaf 25 augustus in de boekhandel.

Wil je een gesigneerd exemplaar? Dan kan je rechtstreeks bij mij terecht.

Gepubliceerd

21.08.2026

Kernwoorden
Reacties

Mijn nieuwste boek is aangekomen! 📚

Met gepaste trots: vandaag is mijn nieuwste boek aangekomen!

Altijd een bijzonder moment. Eentje dat, eerlijk gezegd, nog beter smaakt dan de Beaujolais nouveau. 😉

Een bijzondere dank aan Hanne Akkermans en uitgever Karl Drabbe van Ertsberg voor het puike werk.

No vijf keer slapen en Taalmoord ligt in de boekhandel.

Voor wie niet kan wachten en graag een gesigneerd exemplaar ontvangt: dat kan via mijn blog widopedia.eu, of gewoon met een berichtje via deze pagina of Messenger.

📅 Op 2 september ben ik bovendien te gast in de Bibliotheek van Kortrijk, waar ik over Taalmoord in debat ga met voormalig minister-president Geert Bourgeois en linguïst Freek Van de Velde.

Snel inschrijven is de boodschap!

👉 Inschrijven kan hier

Ik kijk ernaar uit om het boek met jullie te delen!

Gepubliceerd

20.08.2026

Kernwoorden
Reacties

Het verraad van de notabelen?

Over taalmoord in Frans-Vlaanderen

Op 17 augustus 2023 publiceerde ik onderstaande tekst in het debat over de door Frankrijk gepleegde taalmoord in Frans-Vlaanderen. Enkele vaststellingen uit die tekst zijn vandaag nog altijd verrassend actueel.

Over de taal van Frans-Vlaanderen lees je weleens dat het volk de streektaal — het Vlaams — nog lange tijd bleef spreken, terwijl de notabelen “verraad pleegden” en het Frans gingen gebruiken. De burgerij als verfransende factor dus.

Maar klopt dat verhaal wel?

In Kaaster, waar ik vroeger woonde, spraken de plaatselijke notabelen die uit de streek afkomstig waren evengoed Vlaams als de andere inwoners. Wie de streektaal vaak níét kon spreken, waren juist de mensen die van buiten de Westhoek kwamen: juristen, ambtenaren, onderwijzers, douaniers, politiemensen, militairen, postbodes…

Wie ooit de film Bienvenue chez les Ch’tis zag, herkent het mechanisme. Een van de hoofdpersonages is een postbode die vanuit het zuiden van Frankrijk in Sint-Winoksbergen wordt geplaatst. Een komedie, maar achter die komedie zit een werkelijkheid die veel minder vrolijk is.

De verfransing van bovenaf

Denk vooral niet dat dit systeem tot het verleden behoort. De jakobijnse logica van de Franse ambtenarij werkt nog altijd door. Sinds de Franse Revolutie worden ambtenaren in Frankrijk vaak honderden kilometers van hun geboorte- of woonplaats benoemd.

Een terugkeer naar de eigen streek komt soms pas later, na bewezen diensten en met het pensioen in zicht.

De verfransing kwam dus niet noodzakelijk van de plaatselijke burgerij.

Ze kwam vaak van buitenaf, met de benoemingsbrieven van de Franse staat.

Niet zozeer de plaatselijke notabelen, maar het ambtenarenkorps was een belangrijke verfransende factor achter de schermen.

Een bekend voorbeeld is de Elzas. Na de Eerste Wereldoorlog werd het Duits officieel verboden in het openbare leven. Duitstalige publicaties werden stopgezet en tegenstanders van de nieuwe Franse politiek werden vervolgd en gevangen gezet. Ook het onderwijs werd grondig verfranst: Duitstalige leerkrachten verdwenen en werden vervangen door onderwijzers uit andere Franse departementen die uitsluitend Frans spraken.

Wie was daar nu eigenlijk de “verfransende burgerij”?

Het volk tegenover de notabelen?

Nog iets over de tegenstelling tussen de “taal van het volk” en de “taal van de notabelen”.

In Frans-Vlaanderen dook die voorstelling vooral op vanaf het einde van de jaren zeventig. Het was de neomarxistische prietpraat van groepen als Tegaere Toegaan, die het Vlaamse volk graag reduceerden tot Vlaamse proletariërs.

De streektaal als onderdeel van de klassenstrijd.

Hoe zeg je dat eigenlijk in het Frans-Vlaams?

No pasaran? 😉

De titel van dit stuk ontleende ik aan het bekende pamflet en filosofische werk La Trahison des clercs van de Franse schrijver en filosoof Julien Benda, dat in 1927 verscheen.

Gepubliceerd

17.08.2026

Kernwoorden
Reacties

Taalmoord vermomd als taalfolklore

Op 14 augustus 1925 weigert de Franse minister van Onderwijs Anatole de Monzie om de regionale talen van Frankrijk te laten onderwijzen. Ook in Frans-Vlaanderen werd er scherp gereageerd.

We zijn inmiddels 101 jaar verder en het resultaat van deze funeste politiek is wat het is: Frans-Vlaanderen is inmiddels zo goed als volledig verfranst. Ook in de meeste andere regio’s van Frankrijk gaan de regionale talen achteruit. De officiële erkenning van de volkstalen enkele jaren geleden kwam als vijgen na Pasen. Voor Frans-Vlaanderen was het te laat: de taalmoord of linguicide was een feit, vermomd als taalfolklore voor de goedgelovige medemens.

De genomen maatregelen ten gunste van het Vlaams lijken meer op het handhaven van een kunstmatige taalaanwezigheid voor de Vlaamse toeristen van over de schreve. Terwijl het belangrijkste, nl. de erkenning van het Nederlands als geschreven taal van het Frans-Vlaamse dialect, nog steeds wordt geweigerd. Alleen wie geen taalverstand heeft kan hopen dat een gesproken taal een kans maakt buiten de familiale transmissie en zonder de geschreven taal.

Voor de duidelijkheid: dit is uiteraard geen verwijt aan het adres van mensen die zich inspannen om de volkstaal te leren en die ons respect verdienen.

Zoals de Amerikaanse sociolinguïst Joshua Fishman aantoonde, kan een taal alleen duurzaam overleven wanneer ze niet enkel gesproken wordt, maar ook een geschreven en institutioneel ondersteunde standaard heeft. Zonder die geschreven norm verdwijnt een dialect onvermijdelijk buiten de familiale kring. Fishman formuleerde het scherp: “Intergenerationele transmissie is noodzakelijk maar niet voldoende voor taalbehoud.” Precies dat is in Frans-Vlaanderen gebeurd.

De Franse jakobijnen van links en van rechts lachten in hun vuist en subsidiëren maar al te graag een politiek die leidt tot een totaal fiasco. Ze waken over wat voor hen essentieel is: dat de standaardtaal, het Nederlands, een status van ‘vreemde’ taal behoudt met zo weinig mogelijke faciliteiten om het in een Franse school te leren.

Wie meer hierover wil weten: lees mijn nieuwste essay, TAALMOORD, over taal, identiteit en gemeenschap, dat volgende week in de boekhandel beschikbaar is. Wie graag een gesigneerd exemplaar ontvangt, kan bij mij terecht. Zie verder op mijn blog widopedia.eu.

Gepubliceerd

14.08.2026

Kernwoorden
Reacties

📚 Boekvoorstelling

Met veel genoegen nodig ik u uit voor de voorstelling van mijn nieuwste essay:

📖 TAALMOORD. Over taal, identiteit en gemeenschap

📅 Wanneer?
Woensdag 2 september 2026 om 19.30 uur

📍 Waar?
Oranjezaal – Bibliotheek Kortrijk
Leiestraat 30, Kortrijk

🎙️ Tijdens de voorstelling ga ik in gesprek met prof. Freek Van de Velde, hoogleraar historische taalkunde aan de KU Leuven, en Geert Bourgeois, gewezen Vlaams minister-president en voormalig lid van het Europees Parlement.

🎤 Moderator: Flip Feyten, voormalig VRT-journalist.

Mijn Facebook-lezers zijn uiteraard van harte welkom.

Ik hoop u op 2 september in Kortrijk te mogen begroeten voor een boeiende avond over taal, identiteit en gemeenschap.

Graag tot dan!

Gepubliceerd

29.07.2026

Kernwoorden
Reacties

Van spraakverwarring tot taalmoord…

Een journalist van de Noord-Franse krant La Voix du Nord, Pierre-Laurent Flamen – let op de familienaam – schreef op 25 juli een merkwaardig, maar tegelijk onthullend stuk over onze taal over de Schreve.

Hij vertelt over een bezoek aan een apotheek in Rijsel. De winkel zit vol. Het aanschuiven duurt eindeloos. Hij vangt flarden op van een gesprek. Volgens hem gaat het om een bijzonder taaltje: ‘Frans met een Belgisch accent’. Dat zou ook de reden zijn voor de lange wachtrij. ‘Het zijn Vlamingen die hun dialect spreken’, schrijft hij. Hij voegt eraan toe dat zij cosmetica in Rijsel komen kopen omdat in Vlaanderen alle winkels gesloten zijn wegens 21 juli.

Zo’n staaltje van arrogante onkunde lokt terecht verontwaardiging uit bij Frans-Vlamingen. Maar tegelijk moeten zij ook in eigen boezem kijken. Jarenlang hebben sommigen zelf de spraakverwarring gevoed. Als het Vlaams van de Westhoek wordt voorgesteld als een aparte regionale taal, los van het Nederlands, en het Nederlands zelfs als een vreemde taal wordt beschouwd, dan hoeven we niet verbaasd te zijn dat een journalist niet meer weet waarover hij schrijft.

De werkelijkheid is nochtans eenvoudig. Het Nederlands is de taal van 25 miljoen Europeanen. Het Vlaams van de Westhoek is een van de streektalen van dat Nederlands. Niet meer, maar ook niet minder.

Ik val in herhaling, omdat de boodschap blijkbaar nog altijd nodig is. Zolang Frans-Vlamingen de verwarring zelf blijven voeden en zolang de Vlaamse en Nederlandse overheid – met de Taalunie voorop – weigeren het Nederlands in Noord-Frankrijk zichtbaar en bekend te maken, zullen dit soort dwalingen blijven opduiken. Niet alleen in La Voix du Nord, maar ook in kringen die beweren het Vlaams te verdedigen.

De leuze van de vereniging Hekkerschreeuwen, die Jan Pol Sepieter en ik in 1973 bedachten, blijft daarom actueler dan ooit:

“Ons Vlaamsch is een dialect van het Nederlands, de taal van 25 miljoen Europeanen.”

In augustus verschijnt mijn essay TAALMOORD. Over taal, identiteit en gemeenschap. Het vertelt hoe en waarom ik als Frans-Vlaming Nederlands heb geleerd, en waarom taalverlies nooit alleen over woorden gaat, maar ook over identiteit, geschiedenis en gemeenschap.

Gepubliceerd

27.07.2026

Kernwoorden
Reacties

Diplomatie met de fanfare voorop

Volgens een reactie van lezer Marc Leys op deze pagina zou de “cultuurmoord” in Frans-Vlaanderen beginnen met Napoleon. Maar historisch kan die lijn gerust verder worden doorgetrokken: het absolutisme van het Franse koninkrijk speelde al vroeger mee, terwijl de Franse Revolutie zonder twijfel verantwoordelijk is voor het grote platwalsen én de taalmoord in Frans-Vlaanderen en elders.

De vraag of Vlaanderen “weinig of niets te doen heeft” op het vlak van internationaal cultuurbeleid — in het bijzonder ten aanzien van Frans-Vlaanderen — vertrekt eigenlijk van een misvatting. Elk land voert immers een internationaal cultuur- en economisch beleid, in de eerste plaats ten aanzien van zijn directe buren. Vlaanderen beschikt vandaag over culturele bevoegdheden en doet er goed aan die ook in grensoverschrijdende context ernstig te nemen. Een Vlaanderen dat zich daarvan principieel afkeert, kiest voor zelfbeperking en toont een gebrek aan volwassenheid.

Dat heeft niets te maken met agressie, annexatie of enige vorm van irredentisme. Het gaat niet om grenzen te hertekenen — Europa is nu bepalend — maar om culturele aanwezigheid, samenwerking en historische continuïteit. De manier waarop dat gebeurt — zichtbaar of discreet, met of zonder fanfare — is geen ideologisch dogma, maar een kwestie van context en stijl. Niet elk grensoverschrijdend contact hoeft immers met trompetgeschal te worden aangekondigd, maar het omgekeerde is evenmin een deugd.

Internationaal samenwerken is overigens geen eenrichtingsverkeer. Frankrijk is zelf vragende partij in dossiers die gaan van mobiliteit en migratie tot veiligheid en van waterbeheer tot wegeninfrastructuur. Grensoverschrijdende realiteit is dus eerder regel dan uitzondering.

Er bestaan in België Franse scholen (zogenoemde Lycée français), onder meer in Ukkel en Antwerpen. In dat licht is het logisch te stellen dat er ook in het noorden van Frankrijk, en meer bepaald in Frans-Vlaanderen, ruimte zou kunnen zijn voor Nederlandstalige tegenhangers. Niet als provocatie, maar als vorm van culturele reciprociteit. Zonder dramatiek: de taal van zijn voorouders en van de buren leren is geen misdrijf tegen de menselijkheid.

Over taal en volksminderheden moet iets fundamenteler gezegd worden. In Europa groeit het besef dat minderheidstalen geen folkloristische randverschijnselen zijn, maar dragers van identiteit en culturele continuïteit. Het West-Vlaams is daarbij geen curiosum, maar een regionale variant binnen de Nederlandse taalfamilie. Het probleem is niet dat die realiteit bestaat, maar dat ze vaak onvoldoende gekend is. Een ernstig internationaal cultuurbeleid kan net bijdragen tot dat bewustzijn.

Wat werk betreft, is de lijn eenvoudiger. Het is logisch dat wie in Vlaanderen komt werken en zich wil integreren, zich richt op het Standaardnederlands — niet alleen op regionale varianten. Dat is geen waardeoordeel over dialecten, maar een functionele realiteit in administratie, arbeidsreglementen en officiële communicatie op de werkvloer. Organisaties zoals Voka West-Vlaanderen zouden dat gerust duidelijker mogen toelichten in hun grensoverschrijdende contacten.

En dan de klassieke reflex dat Frankrijk zich zou kunnen beroepen op “inmenging”. Het zou bijna grappig kunnen zijn, ware het niet dat het voor onze streken tragisch werd. Dat land heeft in de Zuidelijke Nederlanden en later in België historisch zelf een uitgesproken imperialistische politiek gevoerd en daarbij op taal- en cultuurvlak tabula rasa gemaakt, van Lodewijk XIV over de Revolutie en Napoleon tot ver in de moderne tijd. Franse opmerkingen kunnen we daarom missen als kiespijn.

Mijn punt blijft eenvoudig: Frans-Vlaanderen is geen afgesloten hoofdstuk. Het is een regio met een geschiedenis, een taalverleden en culturele lijnen die nog altijd bestaan, ook al zijn ze verzwakt. Het is ook een regio met een toekomst waarin onze noorderburen uiteraard een bijzondere plaats innemen. Daarom is culturele actie een noodzaak.

En dat verdient het om gezegd te worden, ook als de fanfare daarbij niet altijd voorop hoeft te lopen.

Gepubliceerd

03.07.2026

Kernwoorden
Reacties

Denkend aan Cyriel  Moeyaert…

Op 23 mei 1920 werd taalkundige, Frans-Vlaanderenkenner, pedagoog en goede vriend Cyriel Moeyaert geboren. Hij werd 100 jaar en overleed in 2020.

Cyriel was ook jarenlang voorzitter van het Komitee voor Frans-Vlaanderen. Bij zijn aanstelling als voorzitter in 1993 schreef auteur André Demedts (1906-1992) deze woorden, die Cyriel Moeyaert treffend typeren:

“Onze nieuwe voorzitter heeft zich tal van jaren voor Frans-Vlaanderen ingespannen en kent als weinigen mensen en toestanden. Hij heeft er zowel als bij ons en in Nederland talrijke vrienden van uiteenlopende opinies en strekkingen die even trouw aan hem gehecht zijn. Omdat hij hun genegenheid en waardering afdwingt door zijn velerlei talenten, onbeperkte dienstwilligheid en onweerstaanbare eenvoud.”

Een bekende uitspraak van Cyriel Moeyaert luidt:

“In Frans-Vlaanderen pleegde de Franse staat een ware linguicide. Het juiste woord is taalmoord.”

Die woorden zijn mij altijd bijgebleven. Daarom krijgt dit citaat later dit jaar ook een bijzonder vervolg: Taalmoord is de titel van mijn nieuwste boek, dat in augustus verschijnt bij uitgeverij Ertsberg. Het boek gaat over taal, maar ook over gemeenschap en identiteit.

Dit citaat krijgt nog  dit jaar een staartje:  ‘TAALMOORD’ is  de titel van mijn nieuwste boek dat in augustus verschijnt bij uitgeverij Ertsberg. TAALMOORD gaat over taal maar ook over gemeenschap en identiteit.

Gepubliceerd

23.05.2026

Kernwoorden
Reacties

📚 Eerste drukproef van TAALMOORD is binnen

Van mijn uitgever Karl Drabbe van uitgeverij ERTSBERG ontving ik vandaag de eerste drukproef van mijn nieuwste boek:

Taalmoord
Over taal, gemeenschap en identiteit

In dit essay schrijf ik over de geschiedenis van onze taal in het gebied van de historische Franse Nederlanden, het huidige Frans-Vlaanderen; over de zwanenzang van de streektaal en de confrontatie met de standaardtaal, en hoe ik dit persoonlijk heb beleefd; en ten slotte over het debat rond streektaal en standaardtaal, en over wat de toekomst voor onze taal brengt.

Een (anoniem) citaat uit Taalmoord:

‘Talen zijn bruggen; wie ze niet spreekt blijft aan de overkant.’

👉 Het boek telt 183 pagina’s en verschijnt in september bij uitgeverij Ertsberg.

Volg regelmatig mijn Facebookpagina en op mijn blog widopedia.eu voor meer informatie over TAALMOORD.

Met bijzondere dank aan Karl Drabbe en het team van Ertsberg.

Gepubliceerd

13.05.2026

Kernwoorden
Reacties