Op 12 augustus 1638 overleed in Emden (Oost-Friesland) Johannes Althusius (1557-1638), een Duitse calvinistische rechtsgeleerde en denker. Althusius was de grondlegger van het subsidiariteitsprincipe en volkssoevereiniteit.
Hij verdedigde deze ideeĂ«n in zijn werk: ‘Politica methodice digesta, atque exemplis sacris et profanis illustrata’ (1603). Als bekwame raadsyndicus van de stad Emden, die vaak het âGenĂšve van het Noordenâ werd genoemd, paste hij zijn theorieĂ«n doortastend toe.
In 1584 was Althusius de eerste rechtswetenschapper die werd benoemd aan de Nassause academie van Herborn, een instelling die mede op aandringen van Willem van Oranje was opgericht.
Het is jammer dat Althusius in Vlaanderen en andere landen met een katholieke traditie relatief weinig bestudeerd wordt. In Frankrijk is er de laatste decennia echter een hernieuwde belangstelling voor zijn werk, mede dankzij publicaties van de filosoof en schrijver Alain de Benoist.
12.08.2025

Lees dit artikel ook op Doorbraak: https://doorbraak.be/vijftig-jaar-nieuw-rechts
In Frankrijk viert ElĂ©ments, het magazine van Nouvelle Droite (Nieuw Rechts), zijn vijftig jarig bestaan. Boegbeeld Alain de Benoist stelt in zijn editoriaal dat het beste wapen tegen de huidige chaos de democratie is: de echte, dan. Hij schrijft: âTegenover de arrogantie van de elites, de minachting van het volk en de antidemocratische neigingen van het staatsapparaat is de echte democratie, en dus het herstel van de volkssoevereiniteit, een toevlucht.â We vroegen Alain de Benoist waar Nieuw Rechts vandaag voor staat.
Alain de Benoist werd in 1943 in Saint-Symphorien, aan de Loire, geboren. Zijn wortels langs vaderskant brengen hem terug naar de Nederlanden, meer bepaald naar Vlaanderen. Zijn indrukwekkende stamboom klimt op tot in de negende eeuw, met de familie Goethals in directe lijn. De Benoist kent Vlaanderen goed. Hij bezocht enkele IJzerbedevaarten en Zangfeesten in de jaren 60 en 70. En hij vertoeft er graag voor een of andere lezing.
Wortels en afkomst spelen een sleutelrol in zijn denken. Zijn passie voor de Europese volkeren en culturen, en zijn visie op identiteit zijn hierdoor beĂŻnvloed. In zijn jeugd ontwikkelde hij een afkeer voor het jakobijns centralisme en een scherpe kritiek op de natiestaat. âEen zindelijke opbouw van de staat loopt van onder naar boven en niet omgekeerdâ, schrijft hij, naar de Duitse Calvinistische rechtsgeleerde Johannes Althusius, vader van het subsidiariteitsprincipe en het federalisme.
Vriend en vijand erkennen in de denker de Benoist een fenomeen. Al van zijn prille jeugd verzamelt hij met encyclopedische honger boeken, illustraties, fotoâs en artefacten allerlei. Hij herkent zich in dit citaat van Erasmus:
âAls ik een beetje geld bezit koop ik boeken, en als er geld overblijft koop ik voeding en kleren.â
Dagelijks overwint hij stapels nieuwe boeken uit alle hoeken van de wereld. Dan volgt de systematische âbesnuffelingâ en de methodische, thematische rangschikking van ideeĂ«n en citaten. Noem het een ritueel. Zijn vriend, de journalist Michel Marmin, beschrijft ergens hoe meesterlijk de Benoist omgaat met het verwerken van deze massa informatie. Zijn persoonlijke bibliotheek bevat meer dan 120.000 boeken, waarschijnlijk de grootste privĂ©-bibliotheek van Frankrijk.
Als jonge militant was Alain de Benoist gepokt en gemazeld in de rechtse kringen van de FEN (Fédération des Etudiants Nationalistes). De nieuw rechtse kaderleden zouden voornamelijk uit deze studentenkringen komen.
De scheiding kwam uit het onvermogen van de rechtse milieus om te evolueren in het post-koloniale tijdperk van toen. âIk voelde me nooit aangetrokken door het franco-Franse chauvinismeâ, voegt Alain de Benoist er nog aan toe.
De tijd vroeg om een omkering van de strategie. Sprekend, de Benoist vond de nieuwe marsrichting bij de Italiaanse communistische leider en denker Antonio Gramsci: âOm de politieke macht te kunnen veroveren moet men eerst de culturele macht veroveren.â
Alain de Benoist is in Vlaanderen bekend door zijn boek Vu de droite (1977). Sindsdien beleven we tijden waar links naar rechts schuift: linkse filosofen als Alain Finkielkraut, de ex-revolutionair RĂ©gis Debray of de girondijn Michel Onfray met zijn Front Populaire. En omgekeerd: de Benoist pleit om niet blind te zijn voor de domme dingen in het rechtse kamp. Ik noteer: âWij moeten de universalisten van het wild liberaal kapitalisme van antwoord dienen,â En ook: âHet klopt dat de geschriften van Karl Marx deels onverteerbaar zijn. Maar ik ken geen betere kritiek van het kapitalisme dan de zijne.â
De grote doorbraak van Nouvelle Droite / Nieuw Rechts kwam door de medewerking van Alain de Benoist en vrienden aan het bekende weekblad Le Figaro Magazine. Met een oplage tot 850.000 exemplaren en twee tot drie miljoen lezers, kregen de nieuw-rechtse standpunten plots nationaal en internationaal zichtbaarheid.
Links liet niet begaan. In â79 startte een goed georkestreerde lastercampagne in de Franse media die, naast een bundel scheldproza, de naam Nouvelle Droite leverde.
Wat zegt een naam? âHet was een poging van onze tegenstanders om een politiek etiket te kleven op een denktank die voornamelijk cultureel en intellectueel actief was. âNieuwe cultuurâ was een betere naam geweestâ, aldus Alain de Benoist.
De medewerking aan Le Figaro Magazine werd na enkele jaren afgebouwd. Daardoor kwam er meer tijd voor de eigen boeken en publicaties. Tot dan werd het Nieuw Rechtse verhaal vooral gedragen door de vereniging G.R.E.C.E., wat staat voor Groupement de Recherches et dâEtudes pour la Civilisation EuropĂ©enne. De vereniging, opgericht in 1971, organiseerde allerlei activiteiten en colloquia en bood regionaal een gemeenschapsleven aan de Nieuw Rechtse militanten. âHet is wel kortzichtig Nieuw Rechts te herleiden tot G.R.E.C.E.â, zegt Alain de Benoist. Vanaf de jaren â80 ging Nieuw Rechts zich meer en meer als een denktank en een bandbreedte profileren.
Het tijdschrift Nouvelle Ecole, let op de naam, werd in 1968 het eerste geesteskind van Alain de Benoist. Het publiceert op universitair niveau uitsluitend theoretische teksten over geschiedenis en ideeĂ«ngeschiedenis, archeologie, sociologie, literatuur filosofie, wetenschappen, economie en recht. Even de hoofdthemaâs overlopen van de laatste drie nummers als voorproefje: filosoof en socioloog Arnold Gehlen, econoom en socioloog Werner Sombart en een prachtige uitgave gewijd aan Tolkien.
In 1973 werd het magazine ElĂ©ments opgestart, bestemd voor een breder publiek. Artikels over de actualiteit, vraaggesprekken, boeken, audio en video-informatie. Alle editorialen van ElĂ©ments en veel thematische dossiers worden door Alain de Benoist geschreven. In zijn laatste editoriaal getiteld âDemocratie, jazekerâ stelt hij: âDe soevereiniteit van het volk is het historisch onderwerp van onze tijd.â
Krisis, de derde publicatie onder regie van de Benoist, zag het licht in 1988. Krisis leunt het dichtst bij zijn ânieuwe cultuurâ-opzet: de traditioneel rechts-linkse tegenstellingen laten voor wat ze zijn en het intellectueel debat met opponenten herstellen. Met de woorden van Nietzsche: een blad âvoor allen en voor niemandâ. Krisis behandelt per nummer één thema uit de politieke en sociale wetenschappen zoals gemeenschap, oorsprong, ecologie, enzovoorts.
We zijn vijftig jaar, 3000 artikels en meer dan honderd boeken verder. Dat voor de geschriften van Alain de Benoist alleen al. De boeken en teksten gepubliceerd door andere namen verbonden aan nieuw rechts in Frankrijk vertegenwoordigen nog een veelvoud daarvan.
De noden van de tijd betekenen niet dat men slordig moet denken. In zijn boek Survivre Ă la pensĂ©e unique (Het eenheidsdenken overleven) citeert hij Hegel: âDe moderne mens overschouwt het nieuws zoals men vroeger het ochtendgebed voorlas.â De methode van Alain de Benoist is in al die jaren niet zozeer veranderd dan wel steeds verfijnd.
Met welke themaâs houdt de denker van Nieuw Rechts zich bezig in deze Orwelliaanse tijden? De laatste editorialen van het feestvierende ElĂ©ments spreken voor zich. Alain de Benoist klaagt de decadentie en het puriteinse woke aan in wat hij de âonheilspellende farandoleâ noemt: âDe kameraden van de aangekondigde catastrofe, de vrouwen met baarden en de mannen in verwachting, de transgenderactivisten en de lesbiennes in transitie, de militanten van de menstruatie voor allen, de vrienden van de obesitas en de fat studies (gewichtsverlies is een genocide), de brandstichtende mannenhaatsters, de exorcisten van het patriarchaat, de woordenpolitie en andere deugdzaamheidbrigades, de zotte pastoors, de brullende woke speakers en de pennenvrienden van de inclusie, de apostelen van het berouw die autokritiek met autodestructie verwarren, de kampioenen van de verklikking, de advocaten van de rechten van de muggen en van de aardappelenâŠâ
In zijn laatste boek Nous et les autres* ontleedt Alain de Benoist alle facetten en fantasmen van de identiteit. âIdentiteit is wat maakt dat we zijn wie we zijn, en niet iemand andersâ, is de klassieke definitie. De Benoist stelt een andere omschrijving voor: âIdentiteit is niet wat in ons nooit verandert maar wel wat ons toelaat te veranderen telkens het nodig is door onszelf te blijvenâ. En hij voegt eraan toe: âIdentiteit zonder levensbeschouwing is inhoudsloos en kan ontsporen.â Voor de identiteiten en de volksculturen van Europa beleven we het uur van de vraag van Hamlet: To be or not tot be. Voor Alain de Benoist is het antwoord een levenstaak.
*Nous et les autres. LâidentitĂ© sans fantasmes. Uitgeverij Editions du Rocher (2023)
29.10.2023