Sommigen van mijn lezers denken dat ik iets heb tegen de Frans-Vlaamse streektaal. Wie mijn verleden kent weet dat dit niet klopt niet. Het Frans-Vlaams is de taal van mijn ouders, taal die ze thuis met elkaar en in onze familie spraken. Mijn interesse voor het Frans-Vlaams heeft me geleid tot mijn studies van het Nederlands. En dat heeft mijn verdere carriĂšre en mijn leven bepaald.
De verdwijning van het Frans-Vlaams maakt me droevig. Met vriend Jan Pol Sepieter lanceerden wij samen in de jaren â70 met de slogan âât is schoon Vlaamsch te klappânâ, de eerste naoorlogse reddingsoperatie van onze streektaal. Het was toen al duidelijk dat het Frans-Vlaams gevaar liep en de 21ste eeuw met moeite zou halen.
Onze reddingsoperatie was nooit tegen het Nederlands gericht, integendeel. Jan Pol sprak vloeiend Nederlands en dit had hem geholpen om ât Frans-Vlaams (die hij thuis niet sprak) snel te beheersen en zijn leermethode te schrijven. Ik volgde uiteraard dezelfde lijn. Ik leerde Nederlands met als houvast het Frans-Vlaams gesproken in onze familie. Het was voor ons nogal vanzelfsprekend dat het gesproken Frans-Vlaams een springplank was naar het Nederlands, en omgekeerd.
Van de eminente kenner van het Frans-Vlaams, de taalkundige Cyriel Moeyaert hadden wij geleerd dat het Nederlands geen vreemde taal voor de Westhoek in Frankrijk zoals sommigen beweren. Het was de geschreven taal in enkele van onze scholen nog onderwezen tot in de negentiende eeuw. En het was ook de taal van het geschreven woord, van onze archieven, net als in West-Vlaanderen of in de rest van Vlaanderen.
In al mijn lezingen over Frans-Vlaanderen, wanneer ik spreek over de verdwijning van onze streektaal, gebruik ik steeds het citaat van George Steiner (1925-2020) Frans-Amerikaans literatuurwetenschapper en cultuurfilosoof:
âDe dood van een taal, ook al wordt ze nog maar gefluisterd door een handjevol mensen op een perceel geteisterde aarde, is de dood van een wereld. â
In tegenstelling tot de ANVT vragen wij dat de regio Hauts-de-France het Nederlands erkent als regionale taal NAAST het Frans-Vlaams en als âtaal van de burenâ. Het model bestaat al in de Elzas waar het Duits eindelijk erkend is als een van de streektalen naast het Elzassisch.
30.01.2025

OESCHE, OESCHE, OESCHEâŠ
âOesche, oesche, oescheâ: jâai cru dâabord quâil sâagissait dâun chant de la bande des neuches cĂŽ en prĂ©paration du carnaval de Dunkerque. Mais la rĂ©alitĂ© est moins rigolote: ce sont les acadĂ©miciens autoproclamĂ©s de lâANVT qui viennent Ă nouveau de sĂ©vir. Cette fois, la victime est le charmant village flamand de UXEM.
Si âOeschemâ il y aurait selon la tradition orale locale, celle-ci nâest guĂšre partagĂ©e hors de Uxem, soit 1.500 habitants dont on peut imaginer que les parlants du flamand local se comptent sur les doigts des deux mains. Non pas que je me rĂ©jouisse de ce triste constat, bien au contraire. Mais lâANVT aurait Ă©tĂ©, une fois de plus, mieux inspirĂ©e en prenant Ă©galement en compte la langue Ă©crite qui elle, laisse des traces lisibles et beaucoup moins fugaces que la langue orale. ConsidĂ©rer quela langue parlĂ©e est dĂ©tentrice de la seule vĂ©ritĂ© suffit Ă disqualifier tout raisonnement philologique.
Les sources sont pourtant explicites: lâĂ©tymologie dâUxem provient du germanique âUkkas hammaâ ce qui signifie âun promontoire dans un terrain inondĂ© appartenant Ă Ukkoâ. Avec Ukko nous tenons le pĂšre fondateur franc de ce qui deviendra le futur Uxem.
Jâai consultĂ© la âbibleâ* de Frans Derabandere, linguiste rĂ©putĂ© et spĂ©cialiste du West-Vlaams qui nous donne en cinq lignes mille ans dâĂ©criture du nom de Uxem/ Uksem. Voici la liste :
Ukeshem (981), Uckesham (+/- 1035), Ukesham (XI e siĂšcle), Uxheem (1067), Uggeshem (1075), Uxheem (1107), Uxheem et aussi Uxhem (1218), Uxhem (1219), Uxem (1298), Uxem (1867).
Pourquoi faire compliquĂ© lorsquâon peut faire simple ? Le gĂ©nie du lieu impose un U, le U de Ukko. En plus la lettre U permet de conserver la mĂȘme place dans tout classement alphabĂ©tique.
Ensuite il suffisait de vĂ©rifier quel Ă©tait le choix des spĂ©cialistes de la âTaalunieâ qui ont officialisĂ© depuis longtemps Uksem pour Uxem en Flamand-nĂ©erlandais du 21e siĂšcle. On remarquera que Uksem est un excellent choix parce que contractant le âUk(e)s(h)emâ de lâan 981 dans la logique des appellations qui suivent.
Oesche, oesche, oesche, il en tient une sacrĂ©e CouchâŠe
Wido Bourel
*Frans Debrabandere, Nederlandse plaatsnamen in Frans-Vlaanderen âWest-Vlaanderen extra murosâ, Koninklijke Commissie voor Toponymie en Dialectologie Vlaamse afdeling, 2021
13.02.2023
Lâinterview de Monsieur Jean-Paul CouchĂ© « le flamand occidental revient dans le concert des langues rĂ©gionales » contient plusieurs affirmations incorrectes, voir dĂ©sobligeantes, concernant la Flandre française et la Flandre belge.

18.01.2023