WIDOPEDIA
Een blog over Frans-Vlaanderen, de Nederlanden en Europa
Wido Bourel

Meest recente berichten
Archieven
Kernwoorden

Ierland

William Redmond: een Ier tussen twee vuren

Loker, in de Westhoek. Een eenzaam Iers graf, ver weg van Ierland. En toch vertelt het een verhaal dat Ierland en ‘Flanders Fields’ verbindt.
Op 15 april 1861 werd de Iers-nationalistische politicus en advocaat William Hoey Kearney Redmond geboren.

In 2023 publiceerde ik op Doorbraak deze tekst over deze Ierse voorman, met als titel: ‘Een Ierse majoor tussen twee vuren’. Zie hier:

Loker, een rustige gemeente aan de voet van het Heuvelland. Daar staat, eenzaam in de velden, een Iers kruis. Het is de laatste rustplaats van majoor William Hoey Kearney Redmond. De tekst op het kruis meldt droogjes: 6th Batt., 16th Royal Irish Regt., killed in action 7-6-1917. Vreemd toch, een alleenstaand graf op, pakweg, 30 meter van Locre Hospice Cemetery, een Brits oorlogskerkhof…

DE SLAG OM WIJTSCHATE

William (Willie) Hoey Kearney Redmond stierf aan zijn verwondingen, opgelopen tijdens de Slag om Mesen, ook bekend als de Mijnenslag. Eigenlijk had die zgn. Battle of Messines Ridge – zoals de Engelsen het noemden – de Slag om Wijtschate moeten heten. Iets moeilijker om uit te spreken natuurlijk, maar in de naamkeuze schuilt iets anders. Het punt was dat bij Wijtschate de 16de (Ierse) divisie in actie kwam. Ieren dus. De Britse geschiedenisboeken gingen deze overwinning toch niet toeschrijven aan Ierse katholieke ploeteraars! Of wat dacht u? Hun engagement was nochtans bepalend voor de strijd.
Tijdens de bevrijding van Wijtschate werd majoor Redmond vlak bij de Maedelstede Farm (Oosthoeve) zwaar gewond door vliegende granaatscherven.
Hij werd nog naar een hulppost in Dranouter overgebracht, maar stierf dezelfde dag aan zijn verwondingen. Redmond zal in zijn laatste levensuren nog de ontploffingen hebben gehoord die de Britten veroorzaakten door, in de vroege morgen, negentien mijnen — ongeveer 1.500 ton aan springstof — tot ontploffing te brengen. De zwaarste ontploffing in de Eerste Wereldoorlog en wellicht ook één van de grootste ontploffingen ooit.

EENZAAM GRAF

William H.K. Redmond werd begraven op de plaats waar hij nu nog steeds ligt. In 1917 was dat in de tuinen van het toenmalige Sint-Antoniusgesticht. Na de oorlog beslisten de Britse autoriteiten om alle graven, her en der verspreid, te hergroeperen. Zo werd het plan opgevat om ook Redmond bij te zetten op het militair kerkhof, een boogscheut verder. Maar dat was zonder zijn weduwe, Eleanor Mary Dalton, gerekend, die zich kranig tegen deze plannen verzette. Ook Eleanor stamde uit een familie van vooraanstaande Ierse nationalisten.

ZELFBESTUUR VOOR IERLAND

Major William Redmond werd geboren op 15 april 1861 in Ballytrent (county Wexford), aan de zuidoostkust van Ierland. Na zijn studies aldaar werkte hij op een koopvaardijschip en nam hij dienst als officier in het Royal Irish Regiment.
Zijn oudere broer, John (1856-1918), leidde de Irish Parliamentary Party. John Redmond maakte naam als strateeg van – en pleitbezorger voor – Iers zelfbestuur (Home Rule). De partij had in die jaren de wind in de zeilen. Ook William H.K. Redmond werd verkozen en zou 34 jaar lang voor de gematigde Irish Parliamentary Party zetelen.
In 1914 is het zover: het Britse Lagerhuis keurt de Home Rule goed. Alleen de handtekening van koning George V ontbreekt nog. Maar het begin van de oorlog gooit roet in het eten.

DE 16DE IERSE DIVISIE

De Britse regering heeft in 1914 plots andere zorgen dan het Ierse zelfbestuur. Het is oorlog en men heeft dringend soldaten nodig. Veel soldaten. In tegenstelling tot andere landen kent het Verenigd Koninkrijk geen dienstplicht. Men beschikt wel over een goed getraind beroepsleger, maar dat is in aantal onvoldoende gezien de omvang van het conflict.
Vrijwilligers uit het Britse Rijk worden opgetrommeld. Het zijn Canadezen, Zuid-Afrikanen, Australiërs, Nieuw-Zeelanders, Indiërs, enz., van wie men de vele graven op alle Britse kerkhoven, van de Westhoek tot aan de Somme, terugvindt.
Ook de Ieren komen in het vizier. In Ulster bieden de unionisten onmiddellijk manschappen van hun paramilitaire Ulster Volunteer Force (UVF) aan. Ze moeten niet weten van de Home Rule, wel van een onvoorwaardelijke trouw aan het Verenigd Koninkrijk. Deze unionisten worden in de 36ste divisie van het Britse leger bijeengebracht.
De Ierse nationalisten bedenken een tegenzet en willen op hun beurt een divisie oprichten. John Redmond stelt het aan de Britse regering voor in ruil voor zelfbestuur voor Ierland. Enthousiast over het voorstel zijn de Britten niet, maar ze hebben manschappen nodig. Ze stemmen in met de vorming van een divisie Ierse vrijwilligers, de 16de Ierse Divisie.
William Redmond steunt volmondig de rekruteringscampagne en geeft het voorbeeld door zich als vrijwilliger te melden. Op dat moment is hij 53 jaar oud. In een pathetische toespraak roept hij de Ierse nationalisten op om zich te melden met de woorden: ‘old as I am, and grey as are my hairs, I will say don’t go, but come with me’.
William neemt dienst met de graad van kapitein, later majoor. Met hem volgen meer dan 10.000 vrijwilligers. Ze zijn bereid hun leven aan het front te riskeren zodat hun land zelfbestuur zou krijgen. Meer dan 224 officieren en 4.000 manschappen zullen deze keuze met hun leven bekopen.

DE PAASOPSTAND

Niet iedereen in Ierland loopt warm voor de voorstellen van de Redmonds om een Brits uniform te dragen. Een minderheid radicale nationalisten verzet zich hiertegen met antirekruteringscampagnes. Deze radicale nationalisten proberen in 1916 een gewapende revolutie te ontketenen. Terwijl Ieren aan het front vechten met de Britten, vechten andere Ieren voor hun vrijheden tegen de Britten in de straten van Dublin.
De opstandelingen maken evenwel geen enkele kans. De Paasopstand, begonnen op Paasmaandag 1916, wordt in amper een week tijd neergeslagen. Vijftien leiders van de Paasopstand worden gefusilleerd. Enkele leiders die toen werden geëxecuteerd: Patrick Henry Pearse (1879-1916); James Connolly (1868-1916), die zwaar gewond en zittend op een stoel wordt neergeschoten; en Roger Casement (1864-1916), later in Londen opgehangen. Deze genadeloze en bloedige repressie doet de Ierse publieke opinie definitief kantelen.
Voortaan kiezen de Ieren partij voor de rebellen en voor het radicale Ierse nationalisme.

TUSSEN TWEE VUREN

Door deze tragedie en de politieke gang van zaken aan het thuisfront komen William Redmond en zijn makkers van de 16de divisie in een moeilijke positie te staan. In Ierland worden ze plots niet meer aanzien als helden die hun leven opofferen voor Iers zelfbestuur, maar als dragers van het uniform van de Britse vijand die hun nationalistische kameraden vermoorden. De helden van het Ierse volk zijn voortaan de door de Britten gedode opstandelingen. De Home Rule-politiek van de gebroeders Redmond is failliet en de Ierse vrijwilligers van de 16de divisie worden door hun eigen volk als paria’s bekeken.
Het is moeilijk voor te stellen hoe majoor William Redmond en zijn Ierse makkers zich aan het front moeten hebben gevoeld. Aanschouwd als kanonnenvlees door het Britse leger, hun leven dagelijks in gevaar in Flanders Fields, en aan het thuisfront aangesproken als halve verraders. In Ierland zouden de overlevenden nog jaren na de oorlog het stigma dragen van deze keuze.

Als u eens in de Westhoek passeert, stop even in Loker bij het eenzame graf van majoor William Redmond, de Ierse nationalist die streed voor zijn land in het verkeerde leger. Mensen uit de omgeving zorgden al die tijd voor het graf, dat nu een beschermd monument is. U herkent het wellicht aan de kleine Ierse vlag die anonieme handen telkens opnieuw op het graf planten.

Ierland zal nog tot 1922 moeten wachten om een vrijstaat te worden, en tot 1949 om als onafhankelijk land te worden erkend. 100 jaar na de dood van William H.K. Redmond is de kwestie van de Britse bezetting van Noord-Ierland nog steeds niet opgelost.

Gepubliceerd

15.04.2026

Kernwoorden
Reacties

Leger bewaakt Ierse taal

In Ierland is er nog een toekomst voor de Ierse taal

Lees dit artikel ook op Doorbraak: https://doorbraak.be/leger-bewaakt-ierse-taal/

Alain Walenne woont in Rijsel waar hij zich inzet voor Frans-Vlaanderen en de minderheidsculturen in Frankrijk. Hij is ook een uitstekende kenner van Ierland. Een gesprek met een Frans-Vlaming over Ierland en de Ierse taal.

Hoe kwam je als Rijselnaar in contact met Ierland?
Alain Walenne: ‘Een van onze dochters studeerde in Dublin. Ze leerde daar een Ierse studiegenoot kennen, nu haar echtgenoot. Met hun drie kinderen wonen ze in de streek van het Wicklowgebergte, ten zuiden van Dublin. Een mooie, landelijke streek, met kleine, gezellige maar drukke steden waar het sociaal contact sterk is’.

Taal van de bezetter

In Vlaanderen werd de verfransing ongedaan gemaakt, maar de onafhankelijkheid blijft een droom. Ierland werd wel onafhankelijk, maar bleef de taal van de bezetter spreken. Hoe kan dat?
‘Op het eerste zicht lijkt dit een nederlaag voor Ierland, na bijna een eeuw onafhankelijkheid. De verklaring is simpel: vier eeuwen Engelse bezetting met een economische (in beslagname van de gronden), een religieuze (Engelsen zijn protestant) en een taalkundige kolonisatie. Het Iers is een eeuwenoude taal die haar wortels heeft in het Gaelic, de taal van de Kelten. Maar de Engelse machthebbers hebben de verengelsing veralgemeend. De Ierse taal werd weggeduwd tot in de arme, landelijke graafschappen in het westen’.

Elders wordt het Iers verstaan, maar weinig gesproken

Waar spreekt men nog Iers?
‘In verspreide landelijke gebieden, “gaeltachtai” genoemd. Ze bevinden zich in de streken Donegal, Connemara, Mayo, Munster. Daar is de communicatietaal Iers. Elders wordt het Iers verstaan, maar weinig gesproken. Op “militante” families na waarvan het cultureel activisme als positief wordt ervaren door de gemeenschap.’

‘Volgens een recente enquête van het Iers nationaal dagblad Irish Examiner (13 januari) blijkt dat 1,5 miljoen Ieren verklaren zich vlot in het Iers uit te drukken. Dat is 28% van de Ierse bevolking. Deze cijfers klinken nogal optimistisch, maar een enquête geeft het spontaan antwoord van mensen weer. De situatie in Noord-Ierland is beduidend slechter met amper 12% Ierssprekenden’.

Promotie van het Iers

Is er sprake van een actieve promotie van de Ierse taal door de Ierse regering?
‘Zeer zeker. De Ierse grondwet zegt dat het Iers de eerste officiële taal van de Republiek is. In Noord-Ierland is het enkel een communautaire taal. In Ierland wordt de volledige tweetaligheid Iers/Engels toegepast in de officiële sfeer. Bijna alle ministers in de Ierse regering spreken Iers. En de kennis van de taal is een must voor wie ambtenaar wil worden.’

In alle scholen is het onderwijs van het Iers verplicht

‘In alle scholen is het onderwijs van het Iers verplicht. De meeste Engelstalige Ieren hebben dus een kennis van de Ierse taal. Ze kunnen de taal min of meer spreken, of in elk geval verstaan. Er zijn ook scholen die volledig tweetalig zijn. Dat betekent dat 50% van de lessen in het Iers wordt gegeven.’

‘De Ierse Republiek ondersteunt de zenders die doorlopend in het Iers uitzenden. Het gaat om twee TV-omroepen en vijf radiozenders. Maar ook de andere TV omroepen en bijna alle radiozenders bieden hun luisteraars zendtijd in de Ierse taal’.

Het leger voorop

Je gaf me ook het voorbeeld van het Ierse leger?
‘Jazeker. Na zijn ingenieursstudies volgt mijn kleinzoon een opleiding in de Kadettenschool van Kildare. Hij is vol lof over het gebruik van de Ierse taal in het leger.’

‘Het leger van de Ierse Republiek (Irish Defence Force / Óglaigh na hÉireann) is een klein leger. Het gaat om 10.000 militairen en evenveel reservisten voor een totale bevolking van ongeveer 5,17 miljoen inwoners. Het is voornamelijk een landmacht, die wordt ingezet voor de ordehandhaving, ook in buitenlandse conflicten (Tsjaad, Mali, Libanon). Ze ondersteunt ook de Ierse politie. Op zee en in de lucht is ze symbolisch aanwezig met een duizendtal manschappen. Ze bieden ondersteuning aan de landmacht, en ook om de visserij te controleren’.

Wat is de situatie van de Ierse taal in het leger?
‘Voor wie niet vertrouwd is met het dagelijkse leven in een opleidingscentrum valt het gebruik van de Ierse taal onmiddellijk op. Alle communicatie met en door de officieren gebeurt uitsluitend in het Iers: de orders, de inspecties, de parades, de speeches enz. Kortom, alles wat officieel is. Het Engels wordt enkel gebruikt tijdens de oefeningen en de maneuvers op het terrein. Dus alles wat operationeel en vluchtig is’.

Het Iers in het leger wordt dus verplicht, al is het niet de moedertaal van de grote meerderheid

Wat is daar buitengewoon aan?
‘Je moet je voorstellen dat het Iers tegenwoordig door amper 11% van de bevolking wordt gebruikt. Vergelijk dit percentage met de 28% van de bevolking die, n.a.v. de enquête van de krant Irish Examiner, verklaart het redelijk tot vlot te kunnen spreken. Het Iers in het leger wordt dus verplicht, al is het niet de moedertaal van de grote meerderheid’.

Hoe wordt dit door de aspiranten onthaald?
‘Heel positief blijkbaar. Iedereen vindt dat niet minder dan normaal’.

Bewaker van de Ierse nationale taal

De Ierse Republiek is dus zeer proactief voor de Ierse taal: het leger als voorbeeld?
‘Natuurlijk is de Engelse taal overal aanwezig: in de economie, de cultuur, voor de sociale contacten. Maar het Iers staat op gelijke voet met het Engels in het publiek domein: de bewegwijzeringen op de openbare weg, in de stations, de vlieghavens, de administratie. In Dublin, op de bus, wordt de volgende halte telkens ook in het Iers afgeroepen.’

Na eeuwen taalonderdrukking dient het leger als bewaker van de Ierse nationale taal

‘In het leger gaat men nog verder en heeft de Ierse taal voorrang. Na eeuwen taalonderdrukking dient het leger als bewaker van de Ierse nationale taal. Ze geeft het Iers de status van ‘heilige taal’. Een beetje zoals het Latijn vroeger in Europa, of het Hebreeuws in Israël. De wil van het leger om taal en identiteit te bewaken heeft te maken met haar oprichting in 1922. Ze moest zich toen onderscheiden van de vijand. Het leger wil hiermee ook de Ieren gedenken die gevallen zijn voor de onafhankelijkheid van Ierland.’

Heeft de Irish Examiner gelijk te stellen dat de Ierse taal in de lift zit?
‘De strijd met een wereldtaal als het Engels is ongelijk maar er is zeker nog een plaats voor de Ierse taal!’

Alain Walenne, Ik dank je voor dit gesprek.

Gepubliceerd

06.02.2021

Kernwoorden
Reacties
Koen Declerck
17.03.2024 - 16:33

weer iets bijgeleerd, vooral dat van het leger. positief ! het Iers is toch veel meer dan de Gaeltacht,

Antwoord