WIDOPEDIA
Een blog over Frans-Vlaanderen, de Nederlanden en Europa
Wido Bourel

Meest recente berichten
Archieven
Kernwoorden

Dagklapper – oktober

1oktober1795De Franse revolutionaire Conventie beslist eenzijdig, dat is zonder instemming van de Oostenrijkse Keizer, de Zuidelijke Nederlanden in te lijven. Ook Luxemburg, toen nog niet in twee gedeeld, wordt bij Frankrijk aangehecht. Ons land wordt heringedeeld naar Frans model en aan volledig Frans regime onderworpen.
1oktober1814Koning Willem I herstelt het Nederlands als landstaal in Vlaanderen.
1oktober1937Begin van de zelfstandige Vlaamse radio-uitzendingen.
2oktober1572Om de inwoners te straffen voor het luisterrijke onthaal van prins Willem van Oranje, laat de Spaanse landvoogd Alva gedurende drie dagen Mechelen plunderen door zijn legerbenden. Huizen, kloosters en kerken worden leeggeroofd en de bevolking onmenselijk behandeld, verkracht en gefolterd.
2oktober1852Geboorte in Luxemburg van Curt von François, stichter van de stad Windhoek in Zuid-West-Afrika (nu Namibië). Hij stamde uit een familie van Normandische hugenoten die Frankrijk had moeten verlaten na de herroeping van het Edict van Nantes in 1685.
2oktober1941Overlijden in Mechelen van Jef Denijn, befaamde beiaardier en ontwerper van de hedendaagse beiaard. Hij is ook de vader van de zomeravondconcerten waarmee hij reeds in 1892 als stadsbeiaardier van Mechelen startte.
3oktober1573Dankzij een koene aanval van de Zeeuwse geuzen onder leiding van Lodewijk van Boisot wordt de stad Leiden ontzet, na een maandenlange, uitzichtloze belegering door de Spanjaarden. Als beloning voor haar heldhaftige weerstand en grote offers verleent prins Willem van Oranje de stad Leiden het voorrecht een universiteit op te richten.
3oktober1850Overlijden te Sint-Lambrechts-Woluwe van de Zuid-Nederlandse, conservatieve politicus Pieter Lodewijk van Gobbelschroy. Deze Leuvenaar was onder de Franse bezetting onderprefect in Gent en in Deventer. Net 30 wordt hij in 1814 secretaris-generaal van het voorlopig bewind in de Zuidelijke Nederlanden. Hij bereid actief de hereniging van de Nederlanden voor die een jaar later tot stand komt. Koning Willem I benoemt hem in 1825 tot minister van Binnenlandse Zaken en Onderwijs. Bij het begin van de Belgische rellen reist hij met de prins van Oranje naar het Zuiden om te bemiddelen. Wanneer zijn verzoeningspoging mislukt, dient hij zijn ontslag in. Hij blijft trouw aan Koning Willem I, weigert samen te werken met het Belgische bewind en trekt zich terug uit de politiek. Nog in 1839 publiceert hij anoniem een tekst, waarin bleek dat hij zich als onvoorwaardelijk orangist uit en pleit voor een hereniging met Nederland.
3oktober1871Geboorte in Heule van de Vlaamse schrijver Stijn Streuvels, pseudoniem van Frank Lateur. Zijn moeder was een zuster van Guido Gezelle.
3oktober1896Overlijden in Londen van de Engelse schilder William Morris. Hij maakte deel uit van de Prerafaëlieten  rond Dante Gabriel Rossetti, en legde zich daarna toe op decoratieve kunst en industrieel design (Arts-and-Craftsbeweging). Onder de indruk van de lelijkheid en de ellende die de industriële revolutie had veroorzaakt, werd Morris antikapitalist en voorstander van een organisch socialisme. Hij schreef ook boeken, waaronder The Well at the World’s End (1896). Dit boek wordt gezien als de eerste echte fantasy-roman. Hij speelt zich af in een verzonnen, middeleeuws aandoende wereld en wordt tot op vandaag regelmatig herdrukt. Morris publiceerde ook een vertaling van een Oud-Noordse sage, Sigurd the Volsung and the fall of the Nibelungs(1876).
3oktober1944Overlijden van de Frans-Vlaamse voorman Pieter Blanckaert te Kerk (Marck) bij Kales. Hij volgde zijn vader, Justin Blanckaert, op als directeur van De Torrewachter en Le Lion de Flandre en als voorzitter van het Vlaams Verbond van Frankrijk.
4oktober1441Nadat hij reeds Vlaanderen, Brabant, Limburg, Artesië, Namen, Henegouwen, Holland en Zeeland onder zijn gezag had herenigd, koopt hertog Filips de Goede van Elisabeth van Görlitz de rechten op Luxemburg en doet zich als erfgenaam van al haar bezittingen erkennen. Dit was weer een belangrijke stap naar de eenmaking van de Nederlanden.
4oktober1696Overlijden van de Nederlandse schilder Rembrandt Harmenszoon van Rijn.
4oktober1830De onafhankelijkheid van België wordt uitgeroepen met het Frans als officiële taal en volledige verdrijving van het Nederlands uit de administratie, het leger, het onderwijs en het gerecht. Dezelfde maand nog, op 21 oktober, pleit Georges Clermont tijdens de zittingen van de Patriottische Vereniging voor een aansluiting bij Frankrijk “om economische redenen”.
4oktober1833Geboorte in Vlissingen uit een Deense vader en een Zeeuwse moeder, van Constant Jacob Hansen, oprichter van de Aldietse Beweging, die een eenheidstaal wou tot stand brengen van Duinkerke tot Königsberg.
4oktober1880Overlijden te Eeke van Winok Bourel, ëën van de laatste rederijkers en schoonschrijvers van Frans-Vlaanderen.
4oktober1947André Belmans  houdt zijn bekende toespraak “De Europese zending der Lage Landen” voor het Jeugverbond met dezelfde naam.
5oktober1463Vrede van Conflans: Karel de Stoute breekt de steden aan de Somme uit de handen van de Franse koning Lodewijk XI.
5oktober1914De Duitse troepen komen Kaaster binnen en verblijven er tot 12 oktober.
5oktober1941André Cauvin, lid van het Vlaams Verbond van Frankrijk, richt het regionalistisch weekblad La Vie du Nord op. Het wordt een succes met een oplage van meer dan 50.000 exemplaren.
6oktober1931Joris van Severen kondigt op het gouwbestuur van het KVNV de stichting van het Verdinaso aan.
6oktober1960In Steenvoorde (Frans-Vlaanderen), overlijden van de Frans-Vlaamse schrijver Renaat Despicht, Hij was de eerste hoogleraar Nederlands aan de katholieke universiteit Rijsel.
7oktober1507De boeren van Namen en Luxemburg verdedigen zich hardnekkig tegen de troepen die de Franse koning Lodewijk XII had uitgezonden om onze streken te plunderen. Uiteindelijk slaan ze de Fransen bloedig terug.
7oktober1914Het fort van Breendonk geeft zich over aan de Duitse troepen. Voor de verdediging van Antwerpen bleek het fort geen enkele rol van betekenis te kunnen spelen.
8oktober1573Na een belegering van zes weken van de stad Alkmaar slaan de Spanjaarden op de vlucht. Onder aanvoering van Jacob Cabeliau werd de vijand bestreden met kokend kalkwater en brandende pekrepen. De overwinning was des te spectaculairder, omdat de ingezette Spaanse troepenmacht enorm was: van aanvankelijk 6.500 soldaten tot op het einde niet minder dan 16.000 manschappen. Daartegenover stonden amper 1300 weerbare burgers en 600 toegesnelde geuzen. Deze gebeurtenis leidde tot de bekende uitdrukking “Bij Alkmaar begint de victorie”. Ieder jaar wordt ze nog grootschalig gevierd op 8 oktober tijdens het Alkmaars Ontzet met een kermis en een zuurkoolmaaltijd, optochten, demonstraties van brandweer en marine, een muzikale taptoe op het Waagplein en ten slotte een feestelijk vuurwerk.
8oktober1792De Franse sansculotten veroveren Virton.
8oktober1948De Frans-Vlaamse voorman Jean-Marie Gantois wordt uit de gevangenis ontslagen. Enkele dagen later verkrijgt hij volledige amnestie.
8oktober1985Koningin Beatrix en Prins Claus brengen een staatsbezoek aan Spanje. Dit is het eerst staatsbezoek van een Nederlandse vorstin aan dat land sinds de oorlogen tussen de Nederlanden en Spanje.
9oktober1436Overlijden van Jacoba, hertogin van Beieren, gravin van Holland, Zeeland en Henegouwen. Ze was geboren in het Henegouwse Le Quesnoy op 16 juli 1401 als dochter van Willem II van Beieren en van Margareta van Bourgondië. Haar grootvader langs moederskant was de Bourgondische hertog Filip de Stoute.
9oktober1623Geboorte in het West-Vlaamse Pittem, van Ferdinand Verbiest, Vlaamse missionaris in China en keizerlijk astronoom. Hij bouwde te Bejing een,voor zijn tijd, uniek instrumentarium voor het keizerlijk observatorium. Een monument te zijner ere heeft in Bejing alle regimes overleefd. Hij ontwierp ook kanonnen, een thermometer, tekende een nieuwe wereldkaart en ontwierp het eerste motorvoertuig. In zijn standaardwerk Astronomia Europea (1687) beschrijft Verbiest dat eerste stoomwagentje dat op eigen kracht voortbewoog.
9oktober1978Overlijden in Bobigny bij Parijs van de zanger Jacques Brel, een in Brussel geboren Franstalige Vlaming.
10oktober768Karel de Grote wordt in Herstal tot koning van de Franken uitgeroepen.
10oktober1557Overlijden in Mechelen van Lambert van Briaerde, rechtsgeleerde en President van de Grote Raad in Mechelen, het hoogste rechtscollege van de Verenigde Nederlanden. Van Briaerde stamde uit een zeer oude Frans-Vlaamse familie en was rond 1490 in Duinkerke geboren. Hij publiceerde ook in het Nederlands.
10oktober1634Na een watervloed verdwijnt het Noord-Friese eiland Ald-Nordstrand. Meer dan 9.000 mensen alsook 50.000 dieren vinden er de dood. Verder worden 22 kerken en 30 molens verwoest, dat alles in één uur tijd. Van Ald-Nordstrand blijven vandaag in Schleswig-Hosltein alleen nog de eilanden Nordstrand (in het Fries Noordströöm) en Pellworm alsook de Hallig Nordstrandischmoor over.
10oktober1930Opening van de volledige vernederlandste universiteit van Gent. Ze was de eerste in België, nadat de oorspronkelijk Nederlandstalige universiteit van Gent, gesticht door koning Willem I, in 1830 volledig was verfranst. De eerste rector was August Vermeylen.
11oktober714Overlijden van de heilige Gummarus van Lier. Gommaar, zoals zijn echte naam luidde, was een ridder aan het hof van Pepijn II van Herstal, koning van de Franken. Hij was in Emblehem geboren en volgens de legende de stichter van Lier, waar hij begraven ligt. Hij voerde het bevel over de Frankische troepen in hun strijd tegen de Arabische indringers.
11oktober1573Slag op de Zuiderzee. De Spaansgezinde stadhouder Bossu wordt verslagen en gevangen genomen door een geuzenvloot onder leiding van Cornelis Dircksz van Monnikendam.
11oktober1978In Kemmel, op de zgn. suicidal corner uit de Eerste Wereldoorlog, eerste uitvoering van het volksspel “Nooit brengt een oorlog vrede” geschreven door Marieke Demeester, Jan Hardeman en Stef Dehollander en met volksmuziek uit de Westhoek.
11oktober1978Ontslag van de regering Tindemans. Einde van het Egmontpakt.
12oktober773Slag te Mortara, waarbij Karel de Grote de Longobardenkoning Desiderius overwint. Volgens de legende sneuvelden hier het duo Amico en Amelio. In de Nederlanden bleven ze, door de Spieghel Historiael van Jacob van Maerlant, bekend als Amijs en Amelis.
12oktober1759Geboorte in Duinkerke van de laatste Duinkerkse kaper Pierre-Edouard Plucket.
12oktober1798In Overmere (Oost-Vlaanderen) komen Vlaamse boeren, brigands genaamd, in opstand tegen de Franse bezetter. Deze datum geldt als het begin van de Boerenkrijg, die weldra zal overslaan naar andere gewesten.
12oktober1837Overlijden in Den Haag van prinses Wilhelmina van Pruisen, echtgenote van koning Willem I. Het volk noemde haar liefkozend Mimi en zag in haar de eerste ‘echte’ koningin der Nederlanden.
12oktober1914Prins Maximilaan van Hessen, broer van de Russische keizerin en neef van de Duitse keizer, wordt tijdens gevechten met een Engelse patrouille op de Katsberg gedood. Hij wordt in een anoniem graf in Kaaster (Caestre) begraven. Jaren na de oorlog wordt zijn lichaam terug naar Duitsland gebracht.
13oktober1093Plots overlijden in Wijnendale van Robrecht I de Fries, graaf van Vlaanderen, van Artesië en van Zeeland. Hij trouwt met Geertrui van Saksen, de weduwe van Floris I van Holland. Met Knoet IV, koning van Denemarken, onderhoudt hij goede relaties en steunt diens aanspraken op de Engelse troon. Robrecht was een uitstekend bestuurder en gaf Vlaanderen een nieuwe territoriale indeling op basis van kasselrijen, die bleven bestaan tot 1795, toen de Franse bezetter ze afschafte. Van Brugge maakte hij een Europees handelscentrum. Hij wordt door de bevolking op handen gedragen wegens zijn rechtvaardigheid en zijn intelligentie. Volgens zijn laatste wens wordt Robrecht de Fries in de Sint-Pietersstiftkerk van Kassel begraven.
13oktober1937Verklaring van de Duitse regering over de onschendbaarheid en de integriteit van België.
13oktober1944De eerste Duitse V1 valt op Antwerpen.
14oktober1066Slag bij Hastings (East-Sussex). Willem de Veroveraar, hertog van Normandië en pretendent op de Engelse troon, verslaat koning Harold. Harold, die amper 9 maanden en 9 dagen regeerde over Engeland werd dodelijk gewond door een pijl in het rechteroog. Hij was de laatste Saksische koning van Engeland.Slag bij Hastings (East-Sussex). Willem de Veroveraar, hertog van Normandië en pretendent op de Engelse troon, verslaat koning Harold. Harold, die amper 9 maanden en 9 dagen regeerde over Engeland werd dodelijk gewond door een pijl in het rechteroog. Hij was de laatste Saksische koning van Engeland.
14oktober1468Hertog Karel de Stoute verplicht de Franse koning Lodewijk XI het Verdrag van Péronne te ondertekenen, waardoor alle Bourgondische aanspraken worden erkend en waarbij Vlaanderen onttrokken wordt aan de rechtsmacht van het parlement van Parijs.
14oktober1831De Conferentie van Londen met als deelnemers Frankrijk, Oostenrijk, Pruisen, Rusland en het Verenigd Koninkrijk, waarborgt de neutraliteit van België in het Verdrag der XXIV Artikelen. Ook wordt Limburg verdeeld in een Belgisch en Nederlands deel. Nederland krijgt Maastricht, Roermond en Venlo, alsook 53 dorpen langs de Maas. Luxemburg wordt in twee gedeeld: het Franstalige deel en een Duitstalige strook nabij Aarlen gaan naar België en het overige Duitstalige deel naar Willem I die staatshoofd wordt van het nieuw gecreëerde Groothertogdom Luxemburg. (Dit zal zowel in de Eerste als de Tweede Wereldoorlog dienen als volkenrechtelijke basis voor de aanhechting van het groothertogdom bij Duitsland.) Ten slotte moet België belastingen betalen op de Scheldevaart aan Nederland, alsook 16/31e van de staatsschuld van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden. Pas op 19 april 1839 zal het verdrag door Nederland en België worden ondertekend.
15oktober1834Afschaffing van de Vlaamse Kamer in het hof van Beroep te Luik.
15oktober1899De legers van de Boerenrepublieken Transvaal en Oranje Vrijstaat zetten een algemeen offensief in tegen de Britse bezetters.
15oktober1917Mata Hari, met haar echte naam Margaretha (Margreet) Zelle, geboren in Leeuwarden op 7 augustus 1876, wordt in de slotgracht van het kasteel van Vincennes gefusilleerd. Vals beschuldigd van spionage voor de Duitsers diende ze in werkelijkheid als zondebok voor een falende Franse militaire overheid die de blunders en de nutteloze bloedbaden aan het front cumuleerde.
16oktober1570Overlijden van Floris van Montmorency, baron van Montigny. Deze ridder van het Gulden Vlies was door het Eedverbond der Edelen met een diplomatieke zending belast bij de Spaanse koning. Tegen alle regels in liet Filips II hem gevangen zetten en uiteindelijk, na jaren opsluiting in een gevangeniscel van het kasteel van Simancas, in het geheim door wurging om het leven brengen. Daarna verspreidde Filips II het gerucht dat Floris aan ziekte was bezweken.
16oktober1830Het Voorlopig Bewind roept het Frans uit tot enige officiële taal van België met als motivatie: Overwegende dat het Vlaams, door de inwoners van zekere plaatsen gesproken, verschilt van provincie tot provincie en soms van arrondissement tot arrondissement, zodat het onmogelijk zou zijn de tekst van wetten en besluiten in die taal af te kondigen, zal het Frans in België de enige officiële taal zijn.
16oktober1855In Noordpeene, geboorte van Camille Looten, voorzitter van het Comité Flamand de France en erevoorzitter van het Vlaams Verbond van Frankrijk. Hij speelde een voorname rol in de oprichting van een leerstoel Nederlands aan de Katholieke universiteit te Rijsel.
16oktober1860Jan Coucke en Pieter Goethals worden in Charleroi geguillotineerd. Ze waren door een Nederlandsonkundige rechtbank ter dood veroordeeld wegens de moord op de weduwe Dubois. Ook hun advocaat verstond geen Nederlands. Een jaar na hun onthoofding bekende twee Waalse criminelen de moord te hebben gepleegd.
17oktober1662Lodewijk XIV koopt voor de som van 5 miljoen pond de oude Vlaamse havenstad Duinkerke af van de koning van Engeland, Karel II. Er wordt onmiddellijk een Franse drukkerij geïnstalleerd om in de Franse taal te kunnen publiceren.
17oktober1797Ondertekening van het Verdrag van Campo Formio waarbij keizer Frans II van Oostenrijk de Zuidelijke Nederlanden aan Frankrijk afstaat en de Franse bezetting van onze gewesten erkent.
18oktober1685De Franse “Zonnekoning” herroept het Edict van Nantes (1598) van zijn voorganger Hendrik IV, die de godsdienstoorlogen had kunnen beëindigen door aan de protestanten gewetensvrijheid te geven en verregaande, zij het niet onbeperkte rechten op de uitoefening van hun godsdienst. Door deze herroeping, het Edict van Fontainebleau genoemd, werden de protestanten deze rechten weer ontnomen. Naar schatting 300.000 à 900.000 hugenoten vluchtten naar de Nederlanden, Duitsland, Italië en Engeland. De Pruisische vorst Frederik Willem I van Brandenburg nodigde de hugenoten uit om naar zijn land te komen.
18oktober1830Tijdens gevechten van Belgische en Franse revolutionairen met de Nederlandse troepen, tussen Lier en Boechout, sneuvelt Jenneval. De Fransman Jenneval, met zijn ware naam Hippolyte Dechet, was de auteur van de Brabançonne.
19oktober1863Geboorte in Barlt in Holstein van de Duitse schrijver en dichter Gustav Frenssen. Deze gewezen dominee verliet de kerk en bekeerde zich tot het Noordse heidendom, bekering waarvan zijn boek Der Glaube der Nordmark het belangrijkste getuigenis blijft. Levenslang kreeg hij daarna de vijandschap van de kerken te verduren.
19oktober1914Begin van de eerste slag om Ieper.
20oktoberOp 20 oktober is het gewoonlijk zo warm als de gemiddelde jaartemperatuur.
20oktober1565Na een vruchteloze poging van de graaf van Egmond om de plakkaten tegen de protestanten milder te doen toepassen, geeft de Spaanse koning Filips II opdracht aan Margaretha van Parma, landvoogdes der Nederlanden, de plakkaten streng en ongenadig ten uitvoer te leggen. De rechtszittingen moeten met gesloten deuren worden gehouden om de publieke opinie te ontzien. Dit systeem zal de dood betekenen voor ongeveer 60.000 volksgenoten.
20oktober1576Plundering van Maastricht door Spaanse muiters.
20oktober1836In Leuven, stichting door Emmanuel van Straelen en Konstantijn Bogaerts van het eerste Vlaamse taal- en letterkundig studentengenootschap “Met Tijd en Vlijt”, dat zou blijven bestaan tot in 1945. De eerste voorzitter was professor Jan-Baptist David, naar wie later het Davidsfonds werd genoemd. Al wie naam en faam had in de Vlaamse Beweging en voor de Tweede Wereldoorlog in Leuven studeerde, was lid van Met Tijd en Vlijt, van Albrecht Rodenbach tot Frans van Cauwelaert en van Lodewijk Dosfel tot Ernest Claes.
21oktober1639Admiraal Maarten Tromp overvalt op de rede van Duins de machtige Spaanse vloot die verse troepen naar Vlaanderen voerde. Dit betekent de ondergang van de Spaanse zeemacht, die zich nooit meer zal vertonen in de Noordzee.
21oktober1650Geboorte in Duinkerke van de beroemde kaper Jan Bart.
21oktober1659Christiaan Huygens (1629-1695 Den Haag), de grootste wetenschapper van Nederland, formuleert als eerste de wetten van de centrifugale kracht.
21oktober1914Om de Duitse troepen tegen te houden wordt een uitgerekt gebied tussen Nieuwpoort en Diksmuide volledig overstroomd: daartoe zetten de sluiswachters Karel Cogghe en Henri Geeraert, geholpen door een compagnie geniesoldaten o.l.v. commandant Thys, de sluizen van de IJzer open.
22oktober741Overlijden van Karel Martel, hofmeier van het Frankische Rijk. Hij was in Herstal geboren rond 689 en is o.m. bekend om zijn strijd tegen de Arabieren die hij meermaals versloeg, zoals in de slag bij Poitiers, in 732.
22oktober1751Overlijden in Den Haag van Willem Karel Hendrik Friso, prins van Oranje-Nassau. Hij was de eerste erfstadhouder van de Republiek der Verenigde Provinciën. Hij bleef bekend als een even aristocratische, minzame man, bovendien een vredelievende en bekwame bestuurder.
22oktober1811Napoleon begint aan een rondreis door Nederland. Als gevolg hiervan worden o.m. een beetje later de universiteiten van Franeker en van Harderwijk opgeheven. De universiteiten van de steden Amsterdam, Utrecht, Deventer en Groningen worden tot secundaire scholen gedegradeerd.
22oktober1961Eerste “Mars op Brussel”: 100 000 Vlamingen betogen in Brussel voor de afbakening van de taalgrens. De hoofdstad beleeft de Vlaamse opstanding.
23oktober1520Karel van Gent, hertog van Brabant en graaf van Vlaanderen, wordt te Aken tot keizer van het Heilig Roomse Rijk gekroond en wordt de populaire Keizer Karel.
23oktober1731Geboorte van Charles-Joseph De Grave, auteur van het boek République des Champs Elysées waarin hij beweert dat het Atlantis waarover Plato schreef in de delta van Schelde, Maas en Rijn zou hebben gelegen.
24oktober1789Een klein leger bestaande uit Patriotten o.l.v. generaal Jan Andries van der Meersch trekt in de richting van Turnhout en verklaart in het stadhuis de Oostenrijkse keizer Jozef II van de troon vervallen. Enkele dagen later, op 27 oktober, vindt de beroemde Slag bij Turnhout plaats. Na een kort gevecht en felle tegenaanvallen van de Patriotten in de straten van de stad moeten de verslagen Oostenrijkers Turnhout verlaten. Deze overwinning had een zeer grote weerklank in de Oostenrijkse Nederlanden. In korte tijd werden de Oostenrijkers, zonder veel bloedvergieten, van heel ons grondgebied verdreven.
24oktober1885Geboorte van de Vlaamse schrijver Ernest Claes in Zichem.
24oktober1916Plechtige opening van de vernederlandste Universiteit te Gent.
24oktober1942Ernst Jünger schrijft in zijn oorlogsdagboek over de door bombardementen verwoeste Duitse steden : “Ook dat is een van de fasen die tot het Amerikanisme leiden; in plaats van onze oude geboorteplaatsen zullen wij steden krijgen zoals die door ingenieurs worden bedacht. Het is echter mogelijk dat kudden schapen op de puinhopen zullen weiden, zoals je dat ziet op vroege afbeeldingen van het Forum Romanum.”
25oktober1415De Engelsen, onder aanvoering van Hendrik V, verslaan de Fransen bij Azincourt. Volgens de overlevering miste de Franse adel tucht en een goed plan om de in aantal kleinere Engelse troepenmacht de baas te kunnen.
25oktober1555Plechtige troonsafstand van keizer Karel V voor de Staten-Generaal van de Zeventien Provinciën in het Hof te Brussel. Tijdens de plechtigheid hield de keizer zijn hand op de schouder van Willem van Oranje die het bijzondere vertrouwen van de keizer genoot.
25oktober1792De Fransen plunderen Virton op aanstoken van kolonel de Lusignan. Op de zelfde dag komt het tot gevechten tussen de Fransen en de boeren te Ethe, tussen Virton en Aarlen, o.l.v. Laforet, boswachter van de graaf de Briey.
25oktober1798Aanplakbiljetten en brieven roepen op tot een volksopstand die lijdt tot de Boerenkrijg in West-Vlaanderen, het Waasland, de streek van Aalst, Klein-Brabant, de Kempen en Haspengouw.
25oktober1961In Mol, opening van de eerste kerncentrale in België.
26oktober1970Overlijden in Utrecht van de Vlaamse (want in Brugge geboren) bioloog en astrofysicus Marcel Minnaert. Hij realiseerde baanbrekend werk op het gebied van de spectroscopie en de spectraallijnen. Hij was ook directeur van de Utrechtse sterrenwacht. Tijdens de eerste wereldoorlog was hij als radicaal flamingant en activist naar Nederland gevlucht. Hij werd nadien een bekende pacifist en marxist
27oktober1792Het Franse leger onder leiding van generaal Charles Dumouriez dringt de Zuidelijke Nederlanden binnen. De Oostenrijkers verlaten onze gewesten, maar komen kort nadien terug. In de periode tussen 1792 en 1800 veranderen wij acht keren van statuut en nationaliteit.
27oktober1798De Fransen slaan de opstand in Herne, in Vlaams-Brabant, hardhandig neer.
27oktober1830Het Nederlands garnizoen beschiet de Antwerpse binnenstad vanuit de citadel Een wapenstilstand volgt een dag later. De citadel blijft in Nederlandse handen.
27oktober1856Geboorte te Roeselare van de dichter en Vlaamse studentenleider Albrecht Rodenbach.
28oktober1466Geboorte te Rotterdam van Erasmus, met zijn ware naam Geert Geerts, als zoon van een priester en diens huishoudster. Hij wordt de belangrijkste humanist van de Nederlanden, naar wie o.m. de universiteit van Rotterdam werd genoemd.
28oktober1591Overlijden van Ogier Gisleen van Busbeke, geleerde en humanist, geboren in Komen, ambassadeur van keizer Ferdinand I bij Suleyman de Grote, sultan van Turkije. Hij voerde in de Nederlanden een aantal planten in die hij tijdens zijn reizen ontdekt had, zoals de tulp, de sering, de monbresia, de hyacint en de paardenkastanje. Als taalkundige tekende hij woorden op van de inmiddels uitgestorven Germaanse taal, het Krimgotisch.
28oktober1798Vanuit Ronse bezetten de Boeren het Henegouwse stadje Leuze.
29oktober1651De Nederlandse wiskundige, sterrenkundige en uitvinder Christiaan Huygens schrijft als eerste wetenschapper in de geschiedenis natuurkundige formules op. Deze geven de juiste theorie voor impuls en energiebehoud bij botsingen en zijn een beslissende verbetering van de botsingswetten van René Descartes.
29oktober1798In de nacht worden in Luik vijftien affiches aangeplakt tegen de Franse bezetting.
30oktober1934Geboorte van de Nederlandse musicus en dirigent Frans Bruggen. Hij trad op als blokfluitist en solist in verschillende ensembles en speelde een voorname rol bij de heropleving van de blokfluit als volwaardig instrument, voornamelijk voor het barokrepertoire en de romantische periode.
31oktober1587De universiteitsbibliotheek van Leiden opent haar deuren. De fondsen hiervoor kwamen voort uit de buit van een in beslaggenomen katholiek klooster.
31oktober1798Waalse opstandige Boeren o.l.v. chirurgijn Millet uit Petit-Halleux, Jaspar uit Grand-Halleux, een gewezen houtvester der keizerlijke bossen, baron de Waha uit Wanne en Cretels uit Commanster, rukken op naar Stavelot dat gewapenderhand wordt veroverd. Zij nemen ook Vielsalm in. Overal wordt opgeroepen tot opstand tegen de Franse bezetter. Diens “vrijheidsbomen” worden omgehakt en de gemeentelijke archieven vernietigd, om opeisingen en represailles te voorkomen.
Gepubliceerd

01.10.2012

Niet iedereen kan Heiden zijn

Niet iedereen kan heiden zijn.
Daartoe hoort kracht en moed;
een vast geloof in zon en wijn,
en blijde lust in ’t bloed.

Niet iedereen voelt zijn verlangst
voldaan op aardes schoot,
schrijdt door het leven zonder angst,
en zonder klacht ten dood.

Den aardeling heeft aarde schier
Te moederlijk verwend.
De heiden leef zijn leven hier
in schoonheid tot het end.

De leeuwerik zingt van’s ochtends vroeg.
De hemel waar hij vliegt,
is hoog genoeg, is schoon genoeg.
Elk’ and’re hemel liegt.

Elk’and’re hemel is een waan.
Alleen het luchtgewelf,
de diepten, waar de sterren staan,
bloeit heerlijk in mijzelf.

René De Clercq

Gepubliceerd

04.09.2012

Kernwoorden
Reacties

In Flanders fields

In Flanders fields the poppies blow
Between the crosses, row en row,
That mark our places; and in the sky
The larks, still bravely singing, fly
Scarce heard amid the guns below.

We are the Dead. Short days ago
We lived, felt dawn, saw sunset glow,
Loved, and were loved, and now we lie
In Flanders fields.

Take up our quarrel with the foe:
To you from failing hands we throw
The torch; be yours to hold it high.
If ye break faith with us who die
We shall not sleep, though poppies grow
In Flanders fields.


John McCrae

Gepubliceerd

30.08.2012

Kernwoorden
Reacties

Laudatio door Cyriel Moeyaert

Beste vriend Wido, beste familie,
Dames en Heren, Beste Vrienden,

Ik heb Wido Bourel het eerst ontmoet in Steenvoorde, toen hij daar de cursus Nederlands van het KFV volgde van Walter Verdonck in het stadhuis. Hij maakte deel uit van een tamelijk grote groep jonge leerders. Er bestaat een foto van die groep voor het stadhuis en Wido staat erop als een jonge kerel, nogal nonchalant met sluik haar en bitsige ogen, zoals hij was, een vastberaden, hardnekkige jongen. Dat doorzettingsvermogen is hem bijgebleven en siert hem.

Wido is uit het opmerkelijke dorp Kaaster. Dat is niet het eerste beste dorp en dat Wido weet heel goed. Hij woonde daar in een landelijk huis langs de Strazelstrate. Z’n ouders spraken Vlaams en z’n vader kwam er op z’n werk voor uit dat hij Vlaams sprekend was. De naam Kaaster wijst op de oorsprong uit de tijd van de Romeinse bezetting, langs een heerweg die in de tweede eeuw na Christus aangelegd is. Volgens de traditie stond er al een kapel in de 9e eeuw waar de relikwieën van drie Anglo-Saksische maagden bewaard werden, Edith, Sabina en Elfrida: de oudste kapel van Frans-Vlaanderen. Maar Kaaster mag ook bogen op een belangrijk literair verleden. Al voor 1540 bestond de rederijkerskamer De Libertijnen met als leuze “Wij leven door Victorie”. Later is er zelfs sprake van vijf rederijkerskamers. Er werd ook deelgenomen aan landjuwelen en hun pastoor en dichter Witsoet zorgde voor eigen oorspronkelijke toneelstukken, o.m. over de heilige pastoor van Kaaster Karel Lodewijk Grimminck, eveneens Nederlandse auteur, op wie Kaaster ook trots mag zijn . Niet iedereen heeft het geluk in zo’n dorp geboren te zijn. De Franse staat heeft alles in het werk gesteld om dat historisch bewustzijn uit de doven maar Wido is als een van de weinigen daaraan ontsnapt. Met andere woorden: hij heeft z’n volk, z’n geschiedenis en z’n taal teruggevonden

Wido was toen scholier aan het Lycèe des Flandres in Hazebroek, niet ver van z’n dorp Kaaster. In het vuur van z’n eerste liefde voor z’n volk en taal stichtte hij samen met Jan Paul Sepieter de vereniging De Hekkerschreeuwen. De naam betekende hun doelstelling: een strijdbare Vlaamse jongerengroep die hun ideaal wilde uitschreeuwen. De naam hadden ze zo gekozen op grond van een bekende zegswijze die moeders gebruikten als hun kinderen al te veel lawaai maakten: . Ik had hun dat verteld bij een van hun vele bezoeken en daarbij gezegd: Frans-Vlaamse moeders weten dus hoe een nekker schreeuwt. Een nekker is een waterduivel, die onder meer verblijft onder de Sint-Winoksbergse waterpoort: de Nekkerstorre. Nekker is een oeroud Diets woord dat al te lezen staat in het oudste West-Germaanse , misschien in Zuid-Vlaanderen ontstane Dietse epos Beowulf (8e eeuw).

Zo noemden ze hun vereniging Hekkerschreeuwen zonder n en niet Nekkerschreeuwen: ze hadden waarschijnlijk een hekker genoteerd i.p.v. een nekker. Ze namen als leuze die van de Sint-Winoksbergse achttiende-eeuwse dichter Cuvelier: Noch krupen noch stupen. Heel zinvol. Bisschop Lobbedey zou die leuze ook gebruikt hebben. Wido en Jan Paul zijn als Hekkeschreeeuwers heel actief geweest: ze belegden bijeenkomsten en gaven stickers uit waarvan er nog een bekend is en verspreid wordt: ’t is schoon Vlaamsch te klappen, de tale van mijn ouders. En eronder stond toen: Le flamand est un dialecte du Nèerlandais, langue de vingt millions d’Europèens (nu 23 miljoen). Dèze leuze zelf vindt z’n oorsprong in een reactie op het bericht dat in de Elzas onmiddellijk na de oorlog op de ramen van trams en bussen de leuze voorkwam: “C’est chic de parler Français“, in een strijd tegen de Elzassische volkstaal. Vandaar “’t Is schoon Vlaamsch te klappen“. Jan Paul Sepieter maakte toen het eerste handboekje om Vlaams te leren: Ik klappen nu Vlaamsch lik m’n Ouders. En gy? Ik had het boekje goedkoop kunnen laten drukken in Nederland via Cees Emmen, en ben het hele pak boekjes nog wezen halen in Soest met m’n volkswagentje in die tijd. Een andere sticker tegen de atoomcentrale in Grevelingen: “Geen kerncentrale in Vlaanderen” met eronder Grevelingen een gravenlijn, toespeling op de Franse naam Gravelines. Anders heel actueel zoals u merkt. Een andere sticker was een aanmaning om in het eigen streek te blijven wonen “In de Westhoek wil ik bluven“. Ook WHK. Een andere was een oproep om in de Vlaamse stijl te blijven bouwen: “Construisons Flamand” met als onderschrift: Vlaanderen in Frankrijk blijft Vlaamsch. Wido en Jan Paul vonden ook de tijd, soms in de nacht, om op muren en wegen hun radicale Vlaamse strijdleuzen te schilderen. Ze vroegen me dan om er een foto van te maken. In de stationsviaduct in Hazebroek borstelden ze “Wyder vragen Vryheid“. Begrijpelijke leuze omdat ze aanvoelden wat Ferdinand Snellaert geschreven had, zonder dat ze het wisten:

Men kan alleen vrij zijn in een vrij volk.

Andere opschriften prijkten op de stijgende weg van Berten naar de Kasselberg. “Vlaamse macht” en “Vlaanderen kolonie van Frankrijk“. Historisch is dat laatste juist geweest: tussen de aanhechting 1667 en 1677 en de Franse Revolutie was Vlaanderen in Frankrijk een wingewest dat moet opleveren. Het was nog geen stuk van Frankrijk en de grens lag toen aan de Somme.

Het was in die tijd dat ik vele avonden in Ieper bezoek kreeg van Wido en jonge Frans-Vlamingen om te praten, om vragen te stellen, om boeken en tijdschriften in te kijken. Ze bleven soms heel lang, zodat ik tegen middernacht zelf moest zeggen dat ze naar huis moesten, dat ik de volgende dag les moest geven.

De begaafde vriend en medewerker, de Belse architect Dieudonnè Copin heeft voor de Hekkerschreeuwen de kop van een nekker getekend. Hij tekende die in een onuitgegeven verhaal: “La saga du reuze et du Reuzelied“. Het verhaal is hier en daar doorspekt met Vlaamse woorden en Vlaamse zinnetjes, veel flandricismes en met veel fijne tekeningen. Hij tekende die nekkerkop bij blz. 11 aan de boegspriet van een boot. Ook de naam Wido komt voor in het verhaal. Duidelijk bedoeld

Ondertussen had Wido een nestor gevonden in Nikolaas Bourgeois, de man die samen met Gantois de leiding had gehad van het Vlaamsch Verbond, een denktank met hele ruime historische kennis en inzichten, die beter dan wie ook de geschiedenis van Frankrijk en Franse Nederlanden kende. Wido was er altijd welkom hoe dikwijls hij ook kwam, was Bourgeois bereid om z’n weetgierige vragen te beantwoorden.

Zoals Wido vertelt in z’ n eerste boekje wou hij te allen prijze Nederlands leren. Het ging zo ver dat hij op het lyceum onder de Franse les Nederlands leerde in z’n fameuze woordenboek. Ik zei hem nog dat hij toch z’n studie moest verzorgen voor z’n toekomst. Hij bleef vastberaden en wou in West-Vlaanderen ergens werken om zodoende de taal te leren door contact met de Nederlands sprekende mensen. Ik heb toen voor een plaats als helper kunnen zorgen in het tuindersbedrijf Dewulf in Boezinge. Later vond hij een betrekking in Antwerpen bij VTB-VAB. Daar in Anwerpen werd hij toen secretaris van de toen bloeiende Michiel de Swaenkring en begon hij te publiceren in TIJL, het mooie tijdschrift van de kring, alsook artikels te plegen in de Gazet van Antwerpen over Frans-Vlaanderen en Frans-Vlamingen. Zelf vertelt hij in z’n boekje over z’n verblijf in Nederland en we mogen niet vergeten dat hij veel Nederlands bijgeleerd heeft bij Vera die hij had leren kennen, denk ik, op een jeugdkamp in Broksele en met wie hij later getrouwd is.

Wido was dan zelf een levenwekker geworden.

In Kaaster slaagde hij erin, met de hulp van het KFV, om een cursus Nederlands op touw te zetten. Dank zij de Vlaamsgezinde maar Nederlands onkundige, toenmalige burgemeester van Kaaster, mevrouw Fanny Demey, dochter van een heel Vlaamsgezinde vader, meneer Demey, uit Hazebroek, die later in Ariën aan de Leie woonde. Hij mocht op haar steun rekenen en de cursus geven in het Kaasterse gemeentehuis. Wido was ook een bezielende, overtuigende leraar, zoals alle leraren Nederlands in Frans-Vlaanderen zouden moeten zijn. Behalve een groep jongeren had hij ook de secretaris van Kaaster als een van z’n leerders Bezield door Wido gaven twee van z’n oud-leerlingen later in Kaaster zelf een cursus Vlaamsch: Jan Karel Decoopman en Jan Paul Couchè. Deze laatste , Jean Paul Couchè is nu voorzitter van de Akademie van nuuze Vlaemsche taele die officieel in een vijftal scholen in Frans-Vlaanderen Vlaamse lessen kan laten geven, erkend door het Franse Ministerie van Onderwijs.

Wido is van meet af aan een jonge opstandeling geweest voor het recht om zichzelf te worden en die vreemde taal te vervangen door de eigen aloude moedertaal die al ruim duizend jaar door de voorouders gesproken werd en om z’n dierbare Frans-Vlaamse volk te bevrijden: dat onderjukte Vlaanderen zoals de veroveraar Lodewijk XIV het zelf genoemd had op een van z’n zegepenningen: La Flandre subjuguèe van 1677. Op die penning wordt de maagd van Vlaanderen voorgesteld neergezegen in zak en as. Wees es iemand van dat volk en dat te weten en niet opstandig te worden.

Alle verhoudingen in acht genomen kunnen we Wido Bourel de Rodenbach van Frans-Vlaanderen noemen. Sommigen hebben zich teruggetrokken. Wido heeft standgehouden en houdt nog altijd de vaan hoog. Hij blijft de Hekkerschreeuwer, die z’ ideaal trouw blijft, de Frans-Vlaamse Blauwvoeter. Wido z’n Nederlands beheerst hij nu mondeling als schriftelijk meer dan behoorlijk . Dat mogen we een wonder noemen, als we weten van hoe ver hij gekomen was, zoals hij zelf vertelt in “Erfenis zinder testament“. Ook de publicatie van z’n twee boekjes Wintertijd in Vlaanderen en Erfenis zonder testament, en het terechte succes ervan kunnen we een wonder noemen. Een Frans-Vlaams wonder zoals het werk van EUVO.

Hij verdient de Snellaert-prijs en Snellaert zou trots op hem geweest zijn.

Wat ik vandaag ook wil benadrukken is de vreugde en het geluk dat een mens beleeft als hij als ’t ware ontwaakt tot wat hij eigenlijk onbewust was.

Wies Moens laat de Vlaamse meisjes die lange tijd weinig Vlaams bewust geweest waren , hun vreugde uitzingen met de woorden:

We hebben zo lang vergeten maar keren tot Vlaanderen weerom.

En ze waren bereid om de tinnen van Vlaanderen te kronen met eeuwig bloeiende mei, uiting van hun vreugde om hun terugkeer.

Of zoals Gezelle het uitdrukte in een leuze die zo veel jongeren ook in Frans-Vlaanderen tot Vlaams bewustzijn gebracht heeft: Wees Vlaming die God Vlaming schiep Wie gister nog onvlaming sliep, ontwake Vlaming nu. Die ontwaking gaat gepaard met een zalig gevoel, zoals Gantois schrijft op het eind van z’n boekje “Hoe ik mijn volk en mij taal terugvond “: “Mijn beloning heb ik sinds lang ontvangen, de hoogste beloning, het kostbaarste goed dat een mens op aarde kan bezitten en genieten: een Vaderland hebben om te beminnen”. En hij had eraan kunnen toevoegen: “opnieuw eeuwen overgeërfde bloedeigen taal terug gevonden te hebben om er mij de sinds lange helemaal in uit te kunnen drukken zoals ontelbare vroegere generaties hadden kunnen doen”. En wij mogen vandaag ook bekennen dat wij die getuigen geweest zijn van die ontluikende groei en bloei van het Vlaamse en Nederlandse bewustzijn van heel wat Frans-Vlaamse jongeren, bepaald van Wido, veel mooie uren beleefd hebben. Ik moet zeggen, ik beleefde het als een wonder, die lente van Vlaams, nieuw Nederlands leven in dat pijnlijk van ons afgescheurde stuk Nederlanden dat ons zo na aan het hart ligt. We hebben ons veel avonden na hun bezoek of andere ontmoetingen diep verheugd en gelukkig gevoeld . We zijn er Wido en die andere toen jonge Frans-Vlamingen innig dankbaar voor.

Wat we nu zien gebeuren in Frans-Vlaanderen , zien we met gemengde gevoelens. De taal gaat zienderogen achteruit maar daartegenover is de bevolking over ’t algemeen teruggekeerd tot een blij zich uiten als Vlamingen ook al is het in het Frans: de ruim zevenhonderd Vlaamse huisnaambordjes van EUVO, de vele Vlaamse leeuwenvlaggen, zo goed als zeker nergens nog vijandigheid tegen de oude taal, integendeel. Maar alleen weinig , al te weinig jongeren die nog Vlaams of al Nederlands spreken .

Wido, wat doen we eraan? Mocht jij een lichtend voorbeeld kunnen zijn. Ik zou hopen dat je je boekjes in het Frans vertaalt en verspreidt. Dan horen ze het van wat ze daar noemen ’een ware Vlaming’.

Cyriel Moeyaert

Gepubliceerd

30.08.2012

Kernwoorden
Reacties

ABC vissersalfabet

A is het anker gehieuwd voor de reis
B is de boei die de vaargeul aanwijst
C is de kompasnaald naar ’t Noorden gedraaid
en D is het dek dat naar Island ons draagt

Fal di dei di falde dido

E de estaaiers die leiden het zeil
F is de fleche met grootzeil erbij
G de galette gehesen in ’t want
En H is de hondefok hoog in de mast

I dat staat voor de inhalersknoop
J is het joltouw van achter de boot
K is de kabelslag hoog in het want
en L zijn de lijnen gestouwd in de mand

M de matrozen die ’t zware werk doen
N de novice, krijgt half rantsoen
O d’officieren met de kapitein
en P is ons pree, voor allen te klein

Q is ’t quartier en we moeten aan ’t werk
de schipper de stuurman die zijn al aan dek
novice en scheepsjongen de vissers de kok
de kuipers en zouters verlaten het hok

R zijn de ra’s met de gaffels en ’t hout
S is de steven, de staggen de schoot
T trekt het tuigwerk met takels omhoog
en U is de uitkijk in ’t kraainest hoog

W is de windas en V is zijn vracht
X is Xantippe die thuis op ons wacht
Y is de IJzer en Z is de zee
zo varen wij weg uit de veilige ree

Zo gaat de reis naar het land van het ijs
zo vaart en de vloot alle schippers aan boord
met schoeners galetten getuigd zoals ’t hoort
met pinkies en dundee’s de vloot van Nieuwpoort

Gepubliceerd

29.08.2012

Kernwoorden
Reacties

Vlaamse spreekwoorden en gezegden

genoteerd door Henri Verclytte, onderwijzer te St-Mariekappel

Henri Verclytte was onderwijzer in Sint-Mariekappel, vervolgens in Wielder en in Volkerinkhove en overleed in 1890. Wellicht heeft H. Verclytte deze spreekwoorden genoteerd toen hij in Sint-Mariekappel woonde. Hij was ook dichter maar gedichten van hem zijn ons niet bekend. Hij correspondeerde met Biekorf en met het Comité Flamand de France. Deze lijst van spreekwoorden werd in 1968 door R. de Bevere uit Loker bezorgd aan de taalkundige en Frans-Vlaanderenkenner Cyriel Moeyaert. De Bevere was in het bezit gekomen van deze spreekwoorden via de familie van priester Decroocq, leraar in Sint-Winoksbergen en auteur van een interessante geschiedenis van het Sint-Winokscollege.

Zoo veel hoofden, zoo vele zinnen.

Ider huys heeft zy kruys.

Al’s ’t hennige voor ’t haentje kraeyt
’t gaet dikkers al bekaeyt

Geeft den boffer a brood
Den klager en heet geen nood

’t is a wys kind die zy vader kent (of slagt).

Den koster en wult nie.

Hy is dief van zy stil.

’t aven of morgen dien man gae nog wel zyn.

’t is al verlooren vlamsch, en de wals hen’t zoo noodig.

Zulk tronk zulk jonk.

God zal en twat verleenen. Brood of de dood
Agter lyden komt verblyden.

Twee meesters (of vrouwen) in een huys
Twee katten op een muys
Twee honden op een been
Kommen zelden overeen.

’Kwensch’ je a geluk zalig nieuwe jaer, en nog veele toekommende is ’t u zalig.

’t is de gezonthyd die de kroone spant.

Komt wat vooren (als men in een winkel binnenkomt en niemand komt te voorschijn)

Kom mae by, kom mae by, al warm en vasch ebakken,
Vandage voor geld en morgen voor nieten . ’k gaen ’t al verb…

Je steekt de blaeuwe schorte regt.

’t is myn ziere Gods waer.

En is wyzer al kommen van de schole of al gaen.

Hy gaet zy wittebrood vooren eeten.

Waerom leg-je Sinte Pieter op Onzen Heere?

Je moet Sinte Pieter op Onze Heere nie leggen.

Van (of) agter verzet
komt belet

Bij een ontmoeting:
Dag N. – Dag P. – hoe gaet ’t met u? – God ze g’looft
Wel en met u? – ’t gaet … – te beter, lang mogt ’t deuren
Of : ’t erger..

Elk nageltje gae zyn last dragen.

Trouwt gy een zot om zyn kot Gy verliest het kot en behoud den zot.

Ydel beuzen maken dullen bagynen.

Van een dronkaard zegt men:
Hy is een halv’ oog uyt; hy is een ooge uyt; hy is wat agraent; hij is al in mul; hy is dronke lyk a duytsch, lyk a
poloney ; hy is ebéten van den rossen hond.

Bah! He gaet te ligter loopen.

Piepende karren loopen lange.

’t is nie assan kermesse als ’t vaentje uytstikt.

Acht en tachtentig kleene Kasselsche hinstekagteltjes.

Je moet den stok in tween doen.

Hy heet op zyn duymen aeklopt ewist.

Hy is wat aekortherkt.

’t gaet hem wel kommen, hy gaet daer me zyn been wat regten.

’t is al oud of eens aezeed.

Men moen alsan doen likke omme aedaan wil zyn.

Men is nauwers beter of t’huys.

Die te kermesse gaet, kermesse schuldig staet.

Men is noyt t’oud om te leeren.

Elk veugeltje zinckt zoo het gebekt is.
Mé zulk verkeert, mé zulk vereert.

Een rykemans dood en ae schamelmans wafergebak is varre aweten.

Als ’t op is ’t kokken is aedaan.

Spaeren als je ’t heet, en spaeren als je ’t nie en heet, ’t is assan spaeren.

Die nie besnot en is en moet zyn neuse nie vaegen.

Vetten zondag, pannekouke mandag, wafers dyssendag.

Als je naeme heet van vroeg op te staen, of je nog zooo lange sliepe, ’t is assan wel.

Huysvrouwe, t’huysvrouwe.

Van borgen komt zorgen.

’t zyn al straete maeren.

Men beslae geen peeren al loopen.

Roomen en is niet al op een dag aebouwen.

Habil ter tand, habil ter hand.

Lauw in den tand, lauw in den hand.

Die jounwen is alle frujken wys.

Aen ze kleene zyn, ze dansen op de schorte (op de knien), en als ze groot zyn, ze dansen op ’t harte.

Al hartelyk wellekommen en goen appetyt.

Hy is wel aeleert, maer kwaek aes’prinkelt.

Hy gaet ain schrobbe krygen.

Hy gae zeker zyn zaligheyd aezeed zyn.

Den bakker is den besten dokteur.

Als de lucht valt me gaen al droun’er zyn.

Hy moet alsan den lesten man den zak opgeven.

Leenen is assan schoe of schande.

’t komt te peerde en’t gaet te voet deure.
He woont in de vrouwe straete (of, in de streek van de Katsberg) Hy en is maer kapplaen.

En lytje (een weinig) zoete, en è lytje zeur me raekt de wereld deur.

E scheptje zoeten en e scheptje zeur me raekt de wereld deur.

’t en is nie al goud die blynkt.

Die kousse en rakt dat been nie.

Hy (of zy) is te blyden-berge begraven.

Hy (of zy) het de spaehoeste.

Nieuwe besmers vagen wel.

Hy was moeder mensche alleene, hy (of zy) was moederziele alleene.

Onregtveerdig goed en houd nie.

Hoe naeder van Roomen, hoe meer geuzen.

Men moet een appeltje houden teeg den dorst.

’k gaen dat houden tegen dat meer-nood komt.

’t is een huysduyvige.

’t is ae veugel op d’haeghe.

De stilste waters zyn de diepste gronden.

Wanneer ’s morgens is maar als enkele uren later de regen dreigt zegt men:
’t veugeltje gae zyn nessche beschyten geloov’ ik.

Myn mannige hoe oud zy je? Alzoo oud of Kallemoeyes poppe, zy was van klaere hout.

Uit de streek van Boeschepe en de Katsberg: Vreest God en de Nieuwkerkenaers.

Hy heet en halven slinjer; hy heet en draeyte; dien man en heet ’t fynste niet vast, hy heeften slinger te veele of een te kort; En heet zeker epasseert onder Merris-mulle.

Vuylen pot, vuylen po-lepel.

De kauwe verwyt de kraeye dat ze zwart is.

Hy is met ’zot in d’haege.

’t is maer van en zwarten pot dat je begrrimmelt zyt.

Oud zot is duyvels zot.

Ae schaep die bleet verliest zyn beéte.

He slaet op den busch.

Zoo haest uyt d’oogen
Zoo haest uy’t herte.

Van pooten kommen boomen.

Gepresenteerd goed en is niet begeert.

Snuyven en smooren, ’t is al geld verlooren.

Men moet gin hoy in d’eyze laeten.

Nie en weet nie en deirt.

Hy is deur ae naelde ooge aekroopen.

Dat is klappen en niet zeggen.

Den broek lappen en’t gaeren toedragen.

De middel maete is alsan de beste.

De welde is eene kwaede beeste.

’t is al olie in myn lampe.

Je klapt likke ae boek; ’ten zyn mae de letters te kort.

Klappen gaet wel, maer doen is de kunste.

Hy ken slaen en genezen.

Petje en metje, smyt ae bitje.

Petje en metje drooge beuze,
Je’hee meer snot in ju neuze als geld in ju beuze.

Ze gaen Armentiers versterken. Zy kommen in de gilde van de gelapte koussen.
(wordt gezegd van arme mensen die samen trouwen)

Hy staet daer en kyken lekke aè lotje.

Hy krouwt bagten zyn ooren, hy krouwt (schort) in zyn haer.

Boeren da ’t hair deur de mutse gruyt.

Hy is likke een heuzel in ae pispot, likke een heuzel in een kanne (wordt gezegd van iemand die in het openbaar moet spreken maar zijn stem kwijt is)

Elk voor hij en God voor al.

Die wat verdient moet wat hebben.

Staemeraers zingen wel, kreepelaers danssen wel.

God voorderje – God lunt-je (God loone u).

Wat baet de keersse en bril, als den uyl nie zien en wil!

Nood en het geen wetten.

(op aswoensdag🙂 ’t is vandage Blaeuwcappel (blaeuwkake) kermessse.

(op witte donderdag🙂 te Kassel al de poorten zyn behangen met wit lynwaed.

(kinderspel🙂 Houd al in die mey willen doen,
al af al af van my kasteel.

’t schuylt daer entwat, daer is zeker een hair in de butter.

als’t katje uyt is de muyziges danssen.

’t is open hof.

Den boom valt alwaer hy helt.

’k zou en yzeren duyvel deur ae staelen tuyn trekken.

Den man draegt ’t hoedje.

Raed naer daed komt veel te laet.

Gemak voor eere.

Men moet geen ouden koen uyt de dyken halen.

Leeft zoo dat je sterren wil.

Moedje wuk gaeme eeten? Mussels met zeepe aestooft.

He moet zorgen voor moeders kind.

Zulk leven zulk eynde.

Geen maere goe maere.

Hy leeft met de pluymen van d’uyls.

Met een druppel waer hij is dwersdeur nat.

Hy is ligt op zy peerige.

De zee loopt over.

Alle baete helpt, zey de meeze, en ze piste in de zee.

’K gae hem een aderen bril op zyn neuze zetten.

Hij heeft den hand boven den knoop.

Hy doe my blaeuwe bloemen verstaen.

Hy verstaet kamersteert voor klinkeband.

Ze zyn uyt aezit.

Hebben is hebben en krygen is de kunste.

Van den oever in den dyk helpen.

Hy ken met den oever den dyk vullen.

Men moet leven en laeten leven.

Als ’t hoy agter den wagen loopt de vorken zyn goekoop.

Eerste gewun en is maer koppe-gespin.

’t pap in den mond geven.

’t is in wilden-zoeten.

Altyd wat nieuws en zelden wat goeds.

Agter een kermisse een gisselinje.

Schippers steken malkanders over.

Raedsels

’k geef j e teraen wie dat is: hee stierveele jonk. R. hij stier geheel jong.

Een langen langen slutsaert kwam den Kasselberg nérewaert. Hy zei: wuyzige, roep juyn henniges binnen, ’k en zyn niet benauwt voor juyn honnige. Antwoorde: een worm.

E kalf en ae klaf en onder half kalf, hoe veel paeten hettine (heeft d’hinne) : twee.

Ee wit wit standige
Zounder hoepeltje nog bandige:
Die er uyt wil drinken
Moet ee gatje dr ’in klinken (een ey).

D’hamme hangt daer; is’t uwe komt pak ze.

Olden den bolder loopt over den zolder met zy balg vul mensche-vleesch. A. Kloef met eenenvoet daer in.

Een kleen kleen huyzige met meer als hondert venstertjes. A: eenen vinger-hoed.

Welke is de stoutse beesten van al? De vliege; zy durft den koning zelf in ’t aenzigt stéeken, en op zyn kleeren schyten.

’K houden t in myn hand en ’k smyten ’t over ’t huys? Een slove gaeren.

Ik kwam in ae donker straetje gegaen
En ’k hoorde de klokke van Roomen slaen
En oen meer dat de klokke sloeg
Oe meer dat de boerinne loeg.

Hooge in’t drooge, kort aekleed, kasten, aedaan zonder ziele. A: de klokke.

Waer heeft den eersten nagel van de kerke geslegen aeweest? A: op zyn hoopt.

Lange lange ranke Van hieren tot Vranke, Et van Vrancke tot Veuzen, J’en kint nie raen (gaen-) in in zeven uren A: een waege-slag.

’k geef je te raen hoe da’t was
Hoe het honniges naeme was,
’t honniges naeme was vergeeten,
’k hem al dry keer ezeyd en j en gae’t nog niet weten
C Antw. ’t honniges naeme was Was.

Wie zyn d’ouders (d’houders) van de beelden. A: de nagels

Welk is ’t dat me dickwels maeyt En dat me noyt en zaeyt? Antwoord : den baert.

D’heeren droegen ’t mee En de boeren ’t smyten wey.

D’eerste snuyten den neus in eenen doek, d’ander met de vingers.

Hoe die is de zee?
Antwoord: Eene brykke-smeete diepe.

Hoeveel kalversteerten moet men hebben om tot de locht te gaen?
Antwoord: Een als hy lankgenoeg is.

Kreet bij het binnenhalen van de oogst:
Kriole, Kriole, Kriole ; ’t leste voer gaet in, en’t gaet al in.

Kreet van van de koewachter: Djulle warto o, Kom aen hier jalauw
Djulle peene, Djespaers koen lopen in ’t alle gemeene ;
Laet ze lae loopen, laet ze maer haelen, Despaert en heet gin geld enoeg om de schae te betaelen, ze gaen moeten den besten broek van zyn gat afhaelen, popelieren wisse, hy gaen slaen op den koewagtersbillen dat bloed zal pissen, appelaeren tak, steek’t vier in ’t gat, brand’t niet enoeg blaest nog wat, Djulle warto o Gispar het een grooten legaert van e koewagter jalauw!

De wereld is vol zaeks en oogen.

Die gaet op ’t ys
En is nie wys.

Meest raept meest heeft.
Hil helt met alle winden
Hy draeyt met alle winden.

H’en is zoo zot niet als dat zy mutse staet.

Hy en is van geen kom af.

Nie weeten van wat hout pyltjes maken.

Voor rijke lui:
Zulken dag
Zulke spyze.

Onzen Heere schept de dagen, en zy gaen der deure.
’t Is een effrouwe
Met ae gat in heur mouwe.

Den duyvels zak en is noyt vul.

Leerlingen en zyn geen meesters.
Men vinkt alsan meesters boven meesters.

Den tyd gaet raed geven.

Die tyd wint wint veele.
’t baet geen preeken waer dat er geen gelooven en is.

’t En is maer den rook die uytgaet.

Goed verlooren iet verlooren
Eer verlooren meer verlooren
Tyd verlooren veel verlooren
Ziel verlooren al verlooren.

Belofte is schuld.

’t Is beter ee nveugel in d’hand als twee op d’haeghe.

Vallen van den os op den ezel. Va, de, pever in den dyk.

Twee vlien met aelap slaan.

Men maeg nie voorder springen als dat zy stok lank is.

Men vangt meer vliegen met zeem als met azyl.

’t Is likke ae druppel water op ae gloeyende yser.

Den vriend zyn van Jan Glorie.

Jantje Peek : de duivel.

Men zegt: ’t maekt zomtyds goed te visschen in troubel water.

Tyd van kommen en tyd van scheen.

Twee keerssen in ae vier
Is alle man bystier.

Jonk te peerde, oud te voet.

Tussen komen en glazen

Dien man heet een schoone pen.

De stoutste wizzels zuypen de beste eyers uyt.

Die een stroy op een ander toont heeft dikwils een geheel bond op zyner rug.

Men ken leven met eenen God, maer nie met eenen mensch.

M’ontfangt meer stank of dank.

’t Is graeuw-rok en blaeuw-rok die’t al betaelt.

Als men iemand een feestdag gaet wenschen:
’k hen aewist in’t hovige van den heer
’k heb een bloemtje geplukt ’t uwer eer,
God is den wyngaert, en we zyn de ranken,
Wil je me beschinken ’k zal je bedanken
’k wensche je een zalige feestdag.

’t is vandage junen aven en morgen junen dag
’t is weerd dat ik u besteeken mag
’kwensche u een zalig…

Barulle, barulle, goe appeljaer
Meer appeltjes of blaeyghes.

Vroeger werd de dag voor de naamfeest van Johannes de Doper (24 juni) vuren aangestoken bij een kruispunt terwijl men riep:
“Vidauw, Vidauw” (vier auw). Deze traditie bestaat niet meer.

Als de twee blinde malkanders leen, zey vallen al beye in den dyk.

Als d’eene koey byst, d’ander steekt den steert op.

Hy kykt gelyk een uyl in een ankergat.

Hy staet daer like een uyl op een braeke.

De veugel op ’t nest betraepen.

Alle hout en is geen timmer-hout.

’t Houd zoo het vaelt.

D’occagie maekt den dief.

Hy moet springen of verdrinken.

Eenen grooten lanteiren met ae kleen licht.

Hy was greed om uyt zyn schoen te springen.

Kinders zyn kinders.

Als den eenen niet en wilt, den anderen bid er om.

Huwen (trouwen) is kermisse, maer ’t heet dikkers veele slegte.

Kandeel-dagen (kandeel-dag = dags naer een kermesse).

Zulk volk zulk wierook.

Me moet nie byten zonder bassen.

Waer er volk is daer is neringe, zeyde Uylspiegel, en hy stelde zyn kraem in de kerke.

Me moet stellen teire na neire.

Daer zyn meer huyzen of kerken.

’t Gaet van en twaer kommen, van de kerke of van den disch.

’t Spreekwoord zegt: waer dat je wel zyt, je moet je wel houden.

Halet den kleder boven en teekt vier pond.

Die geeft dat hy heeft
’t is weerdig dat hy leeft.

Je moet altyd uw hanniges (handen) regte draegen.

’t Gaet d’eene oore in en d’ander uyt.

Schevien zonder zeepe.

Zaeyen naer den zak.

Tusschen bonten en vloogen.

Een werksken doen tisschen tyden.

Hy klapt alsan goed kom het uyt.

Die kan lyden en verdraegen
Weet alles zonder vraegen.

Kreet van de koewachter:

Ah! Gynen grooten grooten leegaert
Gaet gy van nu al huysenwaert
Om eenen droeven cheutel zoete pap
Waer in den hond zyne muyle staek
En de katte haere poot braek.

Kreet bij het binnenhalen van de oogst:

Viva den acker man
Die wel beschinken kaen!
Geluk boer en boerinne,
Het beste voer kom in
Cariole! Cariola!

’t Is beter een huys in den pot als geen vet.

Men sluyt geen brood voor vrienden.

Die zegt dat hij wilt moet dikwils hooren dat hij niet en wilt.

Raed naer daad is te laet, als ’t kalf verdronken is.

Met de fluyte gewonnen en met de fluyte verteerd.

Den konings hand is zoo lang als zyn land

Vette ganzen en vliegen niet verre.

Gepubliceerd

23.08.2012

Kernwoorden
Reacties

Een erfenis zonder testament

Hoe en waarom ik Nederlands leerde

Er is op deze wereld één enkele weg
die niemand anders kan gaan dan jij.
Vraag niet waarheen hij leidt. Ga!

Friedrich Nietzsche 

Ik ben een Frans-Vlaming die Nederlands studeerde en die stap heeft mijn verdere leven bepaald.
“Waarom wil je in godsnaam Nederlands leren ?” vroegen vrienden en familie.
“Je kan er niets mee doen” klonk het weinig bemoedigend, “die Belgen spreken toch allemaal Frans”. En “je hebt toch veel meer aan Engels en Duits” argumenteerden weer anderen.

Mijn ouders spraken thuis Vlaams en met hen de hele familie en de mensen van het dorp. “Nederlands begrijpt hier niemand en Vlaams, dat is een dialect. Daar kom je nergens mee” was thuis het oordeel.

Maar ik was niet te vermurwen. Op een dag in 1970, het jaar dat in Frankrijk Charles de Gaulle, de grote pauw, stierf, verzamelde ik mijn spaarcenten, sprong op de fiets en reed naar Ieper. In de plaatselijke boekhandel kocht ik het nieuwste Standaard vertaalwoordenboek.
De ondertitel van mijn woordenboek klonk even veelbelovend als belangrijk: Nouveau Dictionnaire Erasme. Heel de wereld mocht tegen zijn maar ik wou en zou Nederlands leren.

Mijn oude woordenboek

Wat moet ik dikwijls en lang in dit woordenboek gebladerd hebben. Ik heb er zichtbaar strijd mee geleverd, het ziet er veelgebruikt en versleten uit. De rug is los gekomen, de snede vertoont vlekken en het verzuurde papier ruikt stoffig. Maar het staat nog als een baken in mijn boekenkast.

Ik sleurde het overal mee. Op school neusde ik er de hele dag in, tot grote ergernis van mijn leraren. Zelfs op de fiets en waar ik ook ging langs Vlaamse wegen.

Mijn tactiek was kort en krachtig: het woordenboek van buiten leren. Zo ken ik nog steeds de eerste woorden van de letter A uit het hoofd: aafje, aagtappel, aai, aaien, aak, aaks, aakschipper, aal …

In mijn oud woordenboek staan veel trefwoorden onderstreept. Ze zeggen veel over mijn interesses van toen. Soms staan er aantekeningen naast met vertalingen van moeilijke woorden en uitdrukkingen in een haastig handschrift.

Om de woorden uit mijn woordenboek tot leven te brengen ontwikkelde ik snel een nieuwe methode. Thuis kleefde ik etiketten op alle mogelijke voorwerpen en ik scheef er de Nederlandse naam op: tafel, stoel, deur, kraan , noem maar op. Ons huis was snel volgeplakt, van de keuken tot de zolder. Tot groot misnoegen van moeder. Hoewel, een onvoorzien collateraal gevolg was dat het hele huis mee Nederlands studeerde …

Maar ik kon die Nederlandse woorden eigenlijk niet goed uitspreken en moest dus naar een andere oplossing zoeken. Umberto Ecco schrijft ergens: “je kunt klaarblijkelijk ook loskomen van een slechte vorming”.

Positief aan dit onorthodoxe leerproces bleef evenwel mijn voorliefde voor woordenboeken en woordenlijsten. Het heeft me in mijn verdere leven goed geholpen.

Een erfenis zonder testament

“Wat men ook doet, elkeen herbouwt het monument op zijn eigen manier. Maar het betekent al heel wat als men daarvoor uitsluitend oorspronkelijke stenen gebruikt”, aldus Marguerite Yourcenar.

De oorspronkelijke stenen om me de klanken van het Nederlands eigen te maken waren het Vlaams van de streek. Het was de omgangstaal tussen mijn ouders, maar niet tussen ouders en kinderen. Daarom kon ik het Vlaams goed verstaan maar niet zo vlot spreken.

Vader (1927-1995) had op school voor de eerste keer Frans gesproken. Bij hem thuis spraken ze uitsluitend Vlaams. Dat was ook zo aan moederskant. Mijn grootouders spraken Frans met een zwaar Vlaams accent. Mijn twee grootvaders hadden de – voor hun vreemde – Franse taal geleerd tijdens hun legerdienst. En van mijn overgrootvader aan moederskant, Léon Vandenbroucke, vertelt de familietraditie dat hij zeer mooi Vlaams sprak. Hij begreep ook goed Nederlands en kon het vlot schrijven.

De familie Bourel die sinds enkele generaties in Kaaster (Caestre) leeft, heeft haar wortels in Noordberkin (Vieux-Berquin), en verder, aan de grens tussen het oude graafschap Vlaanderen en Vlaams Artesië.

De Frans-Vlaamse volksvertegenwoordiger Jules Lemire getuigde nog in Biekorf dat in de 19e eeuw de taalgrens in Noordberkin als het ware door de kerk liep. De Vlaamssprekende mannen en vrouwen stonden gescheiden aan de ene kant. De Franssprekende kerkgangers aan de andere zijde. Stel je voor: op Frans grondgebied! Maar in de tijd dat mijn voorouders er woonden was de gemeente nog eentalig Vlaams. Een ver verwant van onze familie is Meester Albertus Josephus Bourel, met een Nederlandstalige gedenkplaat vereeuwigd op de muur van de kerk in Herzele:

HIER VOOREN LEGT BEGRAVEN
DEN EERWEERDIGEN HEER
ENDE MEESTER ALBERTUS
JOSEPHUS BOUREL
DEN WELKEN GEDUERENDE
51 IAEREN 11 MAENDEN, HET
PRIESTERLYK AMPT LOFFE-
LYK EN WEERDIG BEDIENT
HEEFT TE WEETEN: 2 IAE-
REN ALS DESERVITOR TOT
NOORD-BERQUIN

Ook Winok Bourel (1802-1880), de rederijker en volkse schoonschrijver uit Eke (Eecke), had een band met onze familie. Van bij de oprichting was hij corresponderend lid van het Vlaams Komitee van Frankrijk. Winok schreef gedichten en gelegenheidsverzen in het Nederlands. Teksten voor de hoogdagen van het leven: huwelijken, jubilea, overlijdens, eigenhandig verlucht met volkse motieven. Ik wilde Nederlands leren om heel praktische redenen. Kunnen spreken met mensen over “de schreve” in Vlaanderen en in Nederland; aan een baan geraken ondanks de grote werkeloosheid in de streek. Maar ik wou vooral die oude teksten en archieven van mijn en onze voorouders kunnen lezen en begrijpen. Telkens ik het kerkhof van Kaaster bezocht, overviel me een zonderlinge gedachte: de doden hier spreken onder elkaar alleen maar Vlaams. Als ze zouden terugkomen zou ik voor mijn eigendorpsgenoten een vreemde zijn als ik hun taal niet sprak.

De Franse dichter René Char schrijft: Notre héritage n’est précédé. D’aucun testament. Ik denk dat ik het ook zo voelde in die dagen: ik was de drager van een erfenis zonder testament. Dat testament moest ik dus maar zelf schrijven.

Mijn taalstrijd

Ik liep school in het Lycée des Flandres in Hazebroek. Met enkele schoolvrienden hadden wij er een Vlaamse Club opgericht. Deze kon op de voorzichtige steun rekenen van enkele leraren. Met hun medewerking organiseerden wij succesvolle reizen naar Rotterdam en naar Antwerpen. Op onze vraag week onze leraar economie soms af van het jaarprogramma om ons te onderhouden over de Benelux-economie.

In mijn oude woordenboek zijn de woorden “zelfbestuur” en “zelfbeschikkingsrecht” onderstreept. Dat kwam zo. In die dagen kon ik onze leraar filosofie overtuigen les te geven over deze begrippen. Ik schreef voor de les filosofie een verhandeling over de belangrijke Nederduitse calvinistische denker Johannes Althusius (1557-1638), in Frankrijk toen totaal onbekend. Ik had de vader van het subsidiariteitsprincipe ontdekt in een boek over de geschiedenis van de stad Emden (Oost-Friesland), waar Althusius Ratssyndicus was.

De rechtsgeleerde Althusius was een bewonderaar van de opstand van Oranje tegen Spanje. In de stad Emden paste hij zijn theorieën over zelfbestuur toe . Hierdoor werd Emden een autonoom Nederlands bastion in Oost-Friesland. Mijn tekst over Johannes Althusius werd toen door dezelfde leraar filosofie weken lang in de klas besproken.

Voor de toepassing van deze theorieën op school kregen we minder steun van het lerarenkorps. Dat werd duidelijk toen ik op een dag besloot tot actie en naar de directie stapte om de oprichting van een cursus Nederlands te eisen. Ergens had ik gelezen dat dit in Frankrijk al kon als vijf ouders erom vroegen. En zo gezegd zo gedaan: in amper een week verzamelden wij meer dan 75 handtekeningen van ouders.

De provisor kon er niet echt om lachen. Het was voor hem eenvoudiger om een leraar Portugees of Arabisch te vinden. Maar een leraar Nederlands? Waar moest hij die gaan zoeken? “Op 15 km van hier, over de grens”, luidde ons antwoord. Maar zo eenvoudig ging dat toen niet.

De zaak escaleerde toen onze Vlaamse Club een staking organiseerde ten gunste van een Nederlandse cursus in de school. In het post “68 tijdperk konden wij makkelijk rekenen op de steun van alle klassen, vrienden en vriendinnen. Het onderwerp was, eerlijk gezegd, van weinig belang. Het was het protest dat telde.

Ik werd door de directie op het matje geroepen. De situatie liep een beetje uit de hand toen ik de man van antwoord diende met epitheta als “suppô ;t du jacobinisme francais”“complice de l’assassinat de notre culture” en ik bespaar u de minder fraaie dingen. De waarschuwing die mijn ouders toegestuurd kregen van de schooldirectie loog er niet om.

Thuis besefte men dat het uit de hand liep en kon men er niet om lachen. Ik was tenslotte maar 16 jaar oud.

Op school kreeg ik voortaan als bijnaam “le Flamand” en het was bedoeld als een eretitel. Mijn plannen voor een cursus Nederlands hield ik koppig vol en het kwam er uiteindelijk van, na twee jaar discussie. Maar zelf kon ik er niet meer van genieten omdat ik een andere oplossing had gevonden.

Een netwerk Nederlands

Mijn zoektocht naar een geschikte cursus Nederlands bracht me naar Steenvoorde. In het plaatselijk gemeentehuis werd een cursus Nederlands georganiseerd, gesteund door het KFV.

In mijn jaar waren er oorspronkelijk niet zoveel leerlingen ingeschreven. Maar ik trommelde discreet enkele vrienden uit de Vlaamse Club bij elkaar. Ik bezit nog een foto van de cursus Nederlands in Steenvoorde anno 1971. De helft van de cursisten waren leerlingen uit mijn klas in het “Lycée des Flandres”.

Een van deze leerlingen was mijn beste vriend Stéphane Lebleu, Stef De Blauwe voor de vrienden. Hij had zijn hele jeugd in overzeese gebieden gewoond waar zijn vader als Franse politieofficier werkte. Zo ver van Vlaanderen had zijn moeder er toch voor gezorgd dat de kinderen werden opgevoed met liefde voor het Vlaamse thuisland. Hij was de man die mijn interesse voor Vlaanderen aanwakkerde.

Met zo’n groep goede vrienden was Nederlands studeren een leuke bezigheid. Er heerste een gezellige sfeer, gelukkig want de cursus zelf was een beetje saai. Dat kwam door het leerboek Actief Nederlands van Prof. van Passel. Zoals vele leerboeken moest deze uitgave zonodig de politiekcorrecte onderwerpen van toen volgen. Maar aan teksten over betogende dolle mina’s en provo’s hadden wij niet zo veel.

Dankzij de cursus in Steenvoorde ontmoette ik allerlei interessante mensen. Ik herinner me nog de dag dat een hele delegatie van het KFV op bezoek kwam. Daar maakte ik kennis met Luc Verbeke, toen algemeen secretaris van het KFV, en ook met André Demedts en Cyriel Moeyaert.

Ik was in de wolken over deze eerste contacten over de schreve. Een nieuwe wereld ging open. Ik werd prompt door Luc Verbeke uitgenodigd op een Frans-Vlaamse dag in …Waregem, stad die ik toen niet eens wist te liggen op de kaart. Dat klonk hoopvol maar ver. Gelukkig vond Luc Verbeke een oplossing en een chauffeur. Cyriel Moeyaert ging daar voor zorgen en ik moest maar zo snel mogelijk naar Ieper komen voor een babbeltje.

In mijn oude woordenboek vind ik op een los velletje een bizarre vertaling : “Couverture du Brasseur 3”. Na lang nadenken realiseer ik me dat dit moest staan voor … “Deken de Brouwerstraat” waar Cyriel toen woonde. Tot waar obsessioneel vertalen leiden kan.

Zo vond ik de weg naar Ieper, waar Cyriel Moeyaert woonde, en later naar Waregem voor de jaarlijkse cultuurdag. Cyriel moedigde me aan om met hem altijd Nederlands te spreken zonder angst om fouten te maken. Naar Ieper rijden werd snel een bijna wekelijks ritueel. Ik had er veel meer aan dan aan die saaie cursussen. Cyriel was als inspecteur Nederlands de beste mentor die ik kon dromen, alsook een uitmuntend Frans-Vlaanderenkenner.

Wie ook dikwijls de cursisten bezocht was Jean-Paul Sepieter, Frans-Vlaming en student apotheker, die vlot Nederlands sprak. Het klikte tussen ons en Jean-Paul bracht me in contact met de universitaire kringen in Rijsel. En ook met Nederland waar hij graag vertoefde.

Na twee jaar stopte ik met de cursus Nederlands. Het ging voor mij niet snel genoeg: na zes maanden kende ik alle boeken van de drie jaargangen van buiten. En de verveling nam snel toe.

Na mijn afscheid van de cursus Nederlands in Steenvoorde had ik me voorgenomen zelf het initiatief te nemen in mijn geboortedorp Kaaster. Ik kreeg van de burgemeester, mevrouw Gournay, toestemming om een cursus Nederlands te geven in het gemeentehuis van Kaaster.

De cursus, opnieuw door toedoen van Luc Verbeke gesteund door het KFV, was vrij succesrijk. Bij de start kon ik rekenen op een twintigtal leerlingen. Zelf moest ik voor elke les hard oefenen en ik geef graag toe dat ik een slechte pedagoog was.

Welke moedertaal in de scholen?

Jean-Paul Sepieter die ik op de cursus Nederlands ontmoette, gaf me een andere kijk op Frans-Vlaanderen. Hij bracht me ook, op een beslissend moment, dichter bij Nederland.

Zo verbleven wij samen enkele dagen in Groningen. Het was in 1973, het jaar dat het lied We were al wounded at Wounded Knee nummer één stond in de hitparade van radio Veronica en in Nederland overal te horen was.

Ons bezoek aan Groningen was een springplank voor mijn latere verblijf aldaar om mijn Nederlands te verbeteren. Wij waren ook vol bewondering voor Friesland met zijn Fryske Akademie, zijn tweetalige borden en zijn Berenburg.

Hekkerschreeuwen (het moest eigenlijk Nekkerschreeuwen geweest zijn), vereniging voor opbouwwerk en volkscultuur, die wij samen uit de grond stampten, droeg de stempel van deze Nederlandse contacten .Onze plannen en ideeën werd zowel geïnspireerd door de Waddenzee als door het Bretoense of het Occitaanse streven naar autonomie . Wij lazen l’Enracinement van Simone Weil en de boeken van Guy H&eacut;raud, Paul Sérant, Robert Lafont, Yann Fouéré, Olier Mordrel en Morvan Lebesque.

We legden nieuwe accenten. Wij waren bij de eersten om ecologische thema’s aan te snijden zoals het pleidooi voor witte fietsen in de Frans-Vlaamse steden. Of onze actie tegen de bouw van de atoomcentrale van Grevelingen. Of om te spreken over de nood van een zomeruniversiteit en van een volkshogeschool in Frans-Vlaanderen.

Omtrent kleinkunst, volksmuziek, volkssporten, locale architectuur en het onderwijs van de volkstaal namen wij opvallende initiatieven. En de plannen van Jean-Paul om zich kandidaat te stellen in de locale politiek maakten enkele burgemeesters, terecht, ongerust.

De volkstaal opnieuw leven inblazen als brug tot het Nederlands was een goeie zet op het moment dat 120.000 Frans-Vlamingen nog Vlaams spraken. De leuze ’t Is schoon Vlaamsch te klapp’n herinnert zich nog iedereen. Ook dit was een idee van Jean-Paul die in veel dingen een pionier was. Maar wij voegden er onmiddellijk aan toe: ons Vlaams is een dialect van het Nederlands, taal van (toen) twintig miljoen Europeanen. We vonden het geen optie om het Vlaams te promoten als concurrent van het Nederlands.

Ik ben bezorgd om – en voel me een beetje mede verantwoordelijk voor – de huidige situatie waarbij sommigen het Vlaams willen promoten als een taal, los van, of zelfs tegen, het Nederlands. Het gaat in dezelfde richting als, in de vorige eeuw, met de keuze van het Luxemburgs in het Groothertogdom, of van het Elzassisch in de Elzas, in de plaats van of, beter gezegd, tegen het Duits.

De Franse jacobijnen lachen in hun vuist om zo veel Vlaamse naïviteit. Sommige Franse instanties zijn deze evolutie genegen omdat ze geloven dat het promoten van dialecten minder bedreigend is dan een te sterke aanwezigheid van grotere cultuurtalen op het Franse grondgebied. De taal als voorbereiding van de weg naar het separatisme, weet je wel.

Bij Hekkerschreeuwen hebben wij het Nederlands nooit uit het oog verloren. Het is boeiend bezig te zijn met dialecten en met de geschiedenis van het Nederlands. Maar ook in West-Vlaanderen leert men op school Nederlands. En dat moet voor Frans-Vlaanderen uiteraard ook de bedoeling zijn.

Vlaams als taal van het volk en Nederlands als taal van de elite is een modieus klassenstrijdstatement, pas in onze tijd gelanceerd. Wie ooit een oude Nederlandstalige tekst in een archief of een gebouw in Frans-Vlaanderen heeft gelezen, weet dat dit niet klopt. De pastoor en de werkman in een Frans-Vlaams dorp spraken dezelfde taal. Alleen had de ene gestudeerd en kon hij schrijven, de andere niet.

Met de spelling van dat Vlaams loopt het ook de foute weg op. Wie het goed bedoelt, zou er voor moeten zorgen dat de schrijfwijze van het Vlaams niet of zo weinig mogelijk afwijkt van die van het Nederlands. Maar het tegendeel is waar. De betrokkenen kennen hun klassiekers niet want zelfs Guido Gezelle, nochtans dé grote verdediger van het West-Vlaams, schreef geen dialect, merkt Prof. Dr. Jozef Boets terecht op.

Het is niet correct te beweren dat men zich met het Vlaams in Vlaanderen kan behelpen. Alle betrokkenen weten maar al te goed dat het Vlaams amper twintig kilometer voorbij “de schreve” al niet meer te begrijpen is.

Het spijt me voor mijn oud-leerling op de cursus Nederlands in Kaaster .Jean Paul Couché, die met zijn vereniging ANVT enkel maar het Vlaams promoot. Ik deel volkomen de mening van oud-burgemeester en volksvertegenwoordiger Jean Delobel: “het onderwijs van het Vlaams is het beste en het slechtste van alle dingen – als dat een doel op zich wordt”. Anno 2010 moeten de Frans-Vlamingen natuurlijk Nederlands leren en is dit de taal die moet worden onderwezen.

Dankbare overpeinzigen

In zijn “Overpeinzingen” bedankt de stoïcijnse keizer-filosoof Marcus Aurelius uitvoerig zijn ouders en leermeesters voor wat ze voor hem deden. Op mijn beurt ben ik de mensen die me de weg hebben getoond naar de Nederlandse taal en cultuur ontzettend dankbaar. Ze hebben mijn leven een nieuwe wending gegeven.

Het Komitee voor Frans-Vlaanderen dat hierin een beslissende rol heeft gespeeld, krijgt een bijzondere plaats in mijn hart. Ik ben de bezieler van het KFV, Luc Verbeke, en zijn medewerkers ook zeer dankbaar omdat ze me de mogelijkheid gaven om in het openbaar te spreken op de Cultuurdagen. Dit gaf me de gelegenheid op jonge leeftijd in het publiek te leren spreken en het debat aan te gaan. Dit heb ik in mijn verdere leven goed kunnen gebruiken.

Dankzij een andere steunpilaar van het KFV, André Demedts, kreeg ik de kans om voor radio West-Vlaanderen, in het programma De Zonnewijzer, over Frans-Vlaanderen te spreken. Ik was toen amper 18 jaar, en die oefening in het Nederlands voor een microfoon was voor mij een echte uitdaging. En een ware beproeving voor de toenmalige directeur van radio West-Vlaanderen, Valère Arickx, die me telkens persoonlijk twee uur dictieles gaf voor twee minuten spreektijd.

Met die eerste ervaring kon ik dan later correspondent worden voor de krant Gazet van Antwerpen. Mijn Nederlands was toen nog voor veel verbetering vatbaar. De enige oplossing om mijn taal definitief te leren beheersen was een tijdje in Vlaanderen te verblijven. Erasmus heet dat vandaag, zoals de naam van mijn oud woordenboek.

Ook dit heeft het KFV via André Demedts voor mij geregeld en zo kwam ik voor een jaar naar Antwerpen om mijn studies van het Nederlands te vervolmaken. Na dat jaar ben ik in Antwerpen gebleven. Maar dat is dan weer een ander verhaal.

Wido Bourel

Verschenen in KFV-Mededelingen, jaarnummer 2010, 38e jaargang
Gepubliceerd

23.08.2012

Kernwoorden
Reacties

Caestre et la chapelle des Trois Vierges

Dans son livre Archives du Nord, Marguerite Yourcenar, la célèbre romancière, parle de Caestre, petite patrie de son ancêtre le plus éloigné, comme, je cite, d’ “une agglomération quelconque”.

Nous avons connu Marguerite mieux inspirée. Car Caestre est loin d’un village quelconque s’il est regardé dans son contexte historique qui est le contexte flamand. C’est probablement aussi l’un des sites les plus ancien de notre Westhoek.

Et l’histoire de la chapelle des Trois Vierges qui nous interpelle aujourd’hui est le meilleur fil du temps pour parcourir la vie de ce village flamand et de ses habitants jusque dans son plus lointain passé. Elle est un lieu de mémoire témoin de la vie de tous les Caestrois.

Comme tous les enfants de Caestre j’ai dû en faire plus de mille fois le tour à vélo. J’y ai suivi le catéchisme avec Mme Devos, et participé à tous les Ommegang de ma jeunesse comme membre de l’harmonie de Caestre.

Mais il y a quarante ans elle joua aussi un röle primordial dans la découverte de mes racines flamandes et de ma passion pour la langue et la culture néerlandaise.

C’est ici que j’ai découvert que notre flamand était une langue à part entière que l’on pouvait écrire comme les textes des tableaux de la chapelle. Ce n’est certainement pas ce qu’on nous avait appris dan les écoles de la douce France.

Et c’est en faisant des recherches sur la chapelle que j’ai pris goût pour l’histoire des anciens Pays-Bas.

Quelques années plus tard j’ai appris le néerlandais, choix déterminant pour ma carrière et le reste de ma vie. J’organisais également – et avec succès – un cours de néerlandais dans l’ancien mairie de Caestre, grâce aux bons soins de notre maire honoraire, Mme M. F. Gournay, ici présente aujourd’hui, et que je tiens à remercier pour tout ce qu’elle a fait pour Caestre.

Du nom de la chapelle et autres toponymes

Le regretté folkloriste flamand Antoon Lowyck, qui a beaucoup fait pour – et écrit sur – la chapelle de Caestre affirme à juste titre que la chapelle des Trois Vierges est un des lieux de culte les plus anciens et les plus importants du Westhoek.

Toutes les sources écrites font le récit parfois très romancé de la légende des Trois Vierges depuis sa christianisation au temps de Charlemagne. Mais presque personne ne se préoccupe de savoir ce qu’il en était avant la christianisation du site.

On trouve une première réponse sur les cartes des grands cartographes flamands du XVIIe siècle qui mentionnent presque toujours séparément le nom de la chapelle de Caestre. Voilà qui confirme son importance à l’époque.

Ces cartes portent le nom de ” Drie Maagdenkapel” ou ” chapelle des Trois Vierges” et non pas ” Notre Dame de Grâce”. Cela signifie clairement que le culte des origines est bien un culte consacré aux Trois Vierges.

Notre Dame de Grâce joue bien entendu un röle christianisateur dans le récit de la légende et dans la construction de la chapelle. Mais même les anciennes sources chrétiennes précisent que l’autel qui lui était consacré dans la chapelle des origines, était plus petit que celui des Trois Vierges.

C’est seulement petit à petit, à partir de la Contre-réforme et avec la francisation du nom de la chapelle au XIXe siècle, que l’on a profité pour faire la passation du nom en chapelle Notre Dame de Grâce. Il est donc souhaitable que le nom de la chapelle en français redevienne très officiellement ” chapelle des Trois Vierges” conformément à son nom flamand.

Sur les anciennes cartes de Flandre, celles de Sanderus comme celles de Blaeu, plusieurs autres toponymes flamands ont un lien indirect avec la chapelle :

  • De Commanderij, la commanderie des templiers et plus tard des chevaliers de Malte, qui était devenue propriétaire de la chapelle, intéressante par les revenus que rapportaient les nombreux pélerins et les terres de la chapelle.
  • De Caestermeulen, le moulin de Caestre, également propriété de la commanderie.
  • Het Oudeneem kasteel, seigneurie importante située à l’emplacement actuel de la ferme Willems, et ou avait habité, selon la tradition populaire, le chevalier aveugle de la légende.

Et peut être que le Heilige wijngaerde, la sainte vigne, toponyme disparu aujourd’hui avait également un rapport indirect avec les terres de la chapelle et, en tous cas, avec la cure de Caestre.

Je cite encore les tononymes flamands Cruyspopeliermeulen, le moulin du peuplier pas très loin d’ici (peuplier qui semble encore avoir existé jusqu’à la deuxième guerre, période à laquelle il aurait été définitivement endommagé par un char, puis abattu) ; de Moerbeeckhofmeulen, le moulin de la ferme de Moerbeeck, et la Roel Cruyse , la croix d’un prénommé Roel, déformé plus tard en croix rouge.

Je plaide également ici pour que la municipalité de Caestre prenne des initiatives pour faire réapparaître tous ces toponymes flamands sur des panneaux bilingues, comme c’est le cas en Frise ou en Bretagne.

Un site païen

Coment peut-on parler de Caestre comme d’une agglomération quelconque ? Il est impossible de dater précisément les origines du culte des Trois Sœurs de Caestre mais il est lié à un très ancien culte indo-européen aux matrones que l’on retrouve dans toutes les mythologies européennes et qui remonte à avant l’époque romaine.

Selon la tradition populaire ces Trois Sœurs habitaient les sources et les rivières ainsi que sous la terre. Aux solstices, ou lors d’événements importants, elles apparaissaient quelques instants aux mortels. Les vierges sages prédisaient l’avenir et décidaient de la destinée de tous les mortels.

Chez les germains ces trois sœurs s’appellent les Trois Nornes et nous savons également que le culte aux Trois Sœurs est présent un peu partout dans la religion celtique.

Il existe d’autres lieux de culte aux Trois Sœurs en Flandre et en Wallonie mais aussi en Alsace et en Allemagne. Je pense à Brustem dans le Limbourg ou à Hakkendover dans le Brabant. Je pense aussi à la région de l’Eifel et de la vallée du Rhin ou plus de 1000 sites et toponymes ont été recensés qui ont un rapport direct avec le culte des Trois Sœurs.

Mais le culte aux Trois Vierges de Caestre est de toute évidence le plus important de tout l’ancien comté de Flandre.

Les origines de Caestre

Mieux encore, mon hypothèse est que les origines de Caestre ont certainement leur source dans ce lieu de culte aux Trois Vierges.

Le centre du village fait sans doute penser à un camp. Mais,en y regardant de plus prêt, ce camp ressemble plus à une forme légèrement trapézoïdale dont les dimensions et la surface se rapprochent de ce que l’on appelle une Vierheckeschanz dans les Pays germaniques.

Le terme de Vierheckeschanz est synonyme d’enclos sacré, un terrain souvent entouré de fossés et avec, dans son enceinte, une sorte de petit temple sacré. A Caestre, ce lieu sacré était consacré aux Trois Matrones et c’est à sa place que la chapelle sera construite plus tard.

L’emplacement de la tombe des trois vierges désigne en fait l’endroit ou se trouvait une fosse dans la terre, sorte d’accès au monde souterrain qui servait à des sacrifices d’animaux et dans lequel on offrait aussi des armes en hommage aux Trois Vierges. Ceci correspond aux objets trouvés lors de fouilles effectuées dans la chapelle au XIX e siècle, mais aussi à des découvertes faites dans plusieurs sites consacrés aux Trois Vierges à travers l’Europe.

A l’époque de la christianisation l’Eglise fit le choix de rependre à son compte les vieux sites païens honorés par nos ancêtres. C’est la raison pour laquelle on retrouve Trois Sœurs un peu partout en Europe, soit disant assassinées ou enterrées dans les sites ou elles furent célébrées à l’époque préchrétienne. Il est facile de deviner dans cette symbolique la victoire du christianisme sur le paganisme.

Il est plus que temps que des fouilles sérieuses soient organisées dans et autour de la chapelle, ainsi que dans le village de Caestre.

La mémoire du village

La chapelle des Trois Vierges et les formes de dévotion populaire qui s’y rattachent à travers les siècles sont la mémoire du village de Caestre et de ses habitants.

Essayez un instant d’imaginer la vie à Caestre au temps de Charlemagne à l’époque de la construction de la chapelle. Cette communauté devait encore être très modeste et le petit cimetière qui l’entourait, et qui disparut seulement au XVIIIe siècle, devait sans doute suffire pour accueillir les morts du village.

Imaginez-vous aussi Caestre comme lieu de pèlerinage très fréquenté après que onze miracles y eurent été constatés .

Pensez à la grande peur des villageois lorsqu’au XVIe siècle, les gueux des bois détruirent le mausolée des trois vierges et le patrimoine de la chapelle , ou encore un siècle plus tard lorsque les Caestrois durent fuir devant l’ennemi, l’ennemi français cette fois, dont les troupes saccagèrent plusieurs fois la chapelle et le village.

Un peu plus d’un siècle plus tard, avec la révolution française, les ornements et l’argenterie seront confisqués et quelques années après, la chapelle sera pillée par les révolutionnaires. En 1794 elle est interdite aux offices et utilisée comme höpital militaire et comme écurie.

En 1790 le curé de Caestre Witsoet écrit encore une pièce de théâtre ” De Drie Maegden”, les Trois Vierges, pour la chambre de rhétorique locale. Mais, peu de temps après, dans le livre des comptes de la cure écrit en excellent néerlandais, il décrit ses angoisses et son combat contre ceux qui au nom de la liberté de l’égalité et de la fraternité veulent lui voler ses biens et le menacent de mort . Il sera arrêté quelque temps plus tard et décédera dans les geöles révolutionnaires.

Après ces temps mouvementés la chapelle sera restituée au culte. Et l’ommegang retrouvera sa splendeur d’antan au XIX e siècle. Mais les Caestrois devront à nouveau accepter qu’un évêque trop zélé bannisse de l’ommegang plusieurs personnages de la chapelle perçus, à juste titre, comme trop païens.

Un but pour demain

Puis nous arrivons au 20 e siècle et jusqu’à nos jours, période durant laquelle les traditions populaires s’effacent et disparaissent.

Et j’en viens à mon dernier point, pour conclure : quelle röle peut encore jouer la chapelle de Caestre dans le futur ? Lui trouver une nouvelle vocation permettrait sans doute de la sauver des conséquences de la disparition progressive du culte et de la dégradation inévitable qui s’en suivrait töt ou tard.

Je pose donc la question de savoir s’il n’est pas temps de lui redonner une nouvelle fonction comme centre d’exposition et d’études des croyances populaires en général, et sur la tradition des Trois Vierges en particulier, en Flandre et en Europe .

Et pourquoi ne pas redonner une vie à la légende des Trois Vierges en relançant l’ommegang sous forme d’un cortège qui pourrait également retracer l’histoire de la chapelle et du village de Caestre ?

Je suis sûr que, si un référendum était tenu à Caestre, une majorité de Caestrois serait d’accord pour redonner vie à un cortège historique sur base l’ommegang et de la légende des Trois Vierges et du chevalier aveugle.

Dans la tempête de l’histoire les habitants de Caestre ont toujours dû s’occuper eux-mêmes de leur chapelle, de leur langue, et de leurs traditions. Il en sera également ainsi demain ou il ne sera plus. Je vous remercie.

Wido van Kaaster
(Vlaams feest, Kaaster, 06 07 2008)

Gepubliceerd

23.08.2012

Kernwoorden
Reacties

Nederlandstalige benamingen van gemeenten in Frans-Vlaanderen

e-post over de lijst van Nederlandstalige benamingen van gemeenten in Frans-Vlaanderen op de webstek van Nederlandse Taalunie. Vragen en antwoorden

Aan het Algemeen Secretariaat van de Nederlandse Taalunie
06 juni 2004

Geachte Mevrouw, geachte Heer,

Ik zocht naar de Nederlandstalige benamingen van gemeenten in Frans-Vlanderen (Noorden van Frankrijk).

Op uw webstek vond ik een lijst van deze gemeenten onder de benaming “plaatsnamen in Franstalig grensgebied”.

Mag ik u er op attent maken dat deze omschrijving absoluut niet correct is?

De juiste omschrijving luidt: “Nederlandstalige plaatsnamen in Nederlandstalig grensgebied” of “Nederlandstalige plaatsnamen in Frans-Vlaanderen” of nog juister “Nederlandstalige plaatsnamen in Franse Westhoek”, want deze lijst betreft zo goed als uitsluitend plaatsnamen uit de Franse Westhoek.

Mag ik als Frans-Vlaming de Taalunie verzoeken om een correctie? Dit zal de raadpleging van deze lijst ten goede komen en de Frans-Vlamingen zullen u dankbaar zijn.

Met vriendelijke groeten,

Wido Bourel


To: duingaard@pandora.be
Sent: Tuesday, June 08, 2004 3:22 PM
Subject: FW: Frans-Vlaanderen

Geachte heer Bourel,

Bedankt voor uw opmerkzaamheid. Dat is inderdaad niet correct. In de gedrukte publicatie waar de website op is gebaseerd stond bovendien een andere omschrijving. Kennelijk is er bij de conversie iets fout gegaan. De titel is inmiddels aangepast. Onze excuses hiervoor.

Met vriendelijke groet,

Albert de Klein Nederlandse Taalunie


Verzonden: woensdag 23 juni 2004 21:12
Aan: Albert de Klein – Nederlandse Taalunie
Onderwerp: Re: Frans-Vlaanderen

Geachte heer de Klein,

Hartelijk dank voor uw antwoord en voor de correctie.

Mag ik nog even uw aandacht vragen voor het feit dat deze waardevolle lijst nog kan verbeterd worden met enkele, vanuit een historisch perspectief, voor Nederland en Vlaanderen, belangrijke en bekende steden en gemeenten uit het Noorden van Frankrijk?

Zo u geïnteresseerd bent kan ik u per kerende een lijst bezorgen van plaatsnamen uit het Noorden van Frankrijk, gebaseerd op de lijst van de Nederlandse Taalunie (met enkele spellingscorrecties waarnodig) maar aangevuld met enkele van deze steden en gemeenten.

Deze lijst heb ik opgesteld voor Liber Floridus, een netwerk dat zich bezig houdt met de Nederlandse taal en cultuur in Frans-Vlaanderen, de relatie Benelux-Frankrijk en tussen alle landen aan de Noordzee.

Met vriendelijke groeten,


From: Jacqueline Balteau – Nederlandse Taalunie
Cc: Albert de Klein – Nederlandse Taalunie
Sent: Thursday, June 24, 2004 12:06 PM
Subject: FW: Frans-Vlaanderen

Albert de Klein, verantwoordelijk voor het Taalunieversum, heeft mij uw onderstaand bericht ter beantwoording doorgestuurd.

Naar aanleiding van uw suggestie i.v.m. de lijst ‘Buitenlandse aardrijkskundige namen’, met name de sublijst ‘Noord-Frankrijk’, het volgende. Allereerst laat ik u weten dat er geen historische namen in de Lijst worden opgenomen; zie de ‘Verantwoording’.

Dit neemt niet weg dat wij ons aanbevolen houden voor de door u genoemde lijst van plaatsnamen in het Noorden van Frankrijk. U kunt deze gegevens, het liefst elektronisch, naar mij sturen. Mijn e-mailadres is: jbalteau@taalunie.org.

Bij voorbaat dank.

met vriendelijke groet,
Jacqueline Balteau
secretaris Werkgroep BAN / projectleider neerlandistiek extra muros


Verzonden: zondag 27 juni 2004 18:48
Aan: Jacqueline Balteau – Nederlandse Taalunie
Onderwerp: Re: Frans-Vlaanderen

Geachte Mevrouw Balteau,

Hartelijk dank voor onderstaande e-mail.

In bijlage vindt u onze lijst van Nederlandse plaatsnamen in Frans-Vlaanderen.

Deze lijst is gebaseerd op de lijst van de Nederlandse Taalunie, maar bevat:

  • enkele spellingscorrecties (voorbeeld: alle plaatsnamen die in uw lijst eindigen op “kappel” zijn verbeterd in “kapel”).
  • enkele in uw lijst ontbrekende plaatsnamen (de lijst van de Nederlandse Taalunie omvat uitsluitend plaatsnamen uit de zgn. Franse Westhoek waar nog een dialect van het Nederlands wordt gesproken. Enkele belangrijke plaatsnamen uit de Westhoek zoals de grote haven Duinkerke/ Dunkerque of de stad Broekburg/ Bourbourg werden, merkwaardig genoeg, vergeten).
  • enkele namen van belangrijke steden uit het Noorden van Frankrijk waarvan de Nederlandse vorm nog steeds en courant door de plaatselijke bevolking uit de Westhoek, alsook door de bevolking van het Vlaams-Belgisch grensgebied (provincie West-Vlaanderen) worden gebruikt. Het gaat dus niet alleen over historische namen, al klinken deze benamingen misschien “historisch” in de oren van een Nederlander of van een Belgische Vlaming!

Deze lijst is opgesteld n.a.v. een discussie in de Vlaams-Belgische pers over het gebruik van de Franse namen, resp. de Nederlandse namen van plaatsnamen uit Frans-Vlaanderen. Kranten zoals “De Standaard” hebben alvast positief gereageerd op onze oproep om de Nederlandse namen van plaatsnamen in Frans-Vlaanderen te gebruiken in hun berichtgeving.

Ik pleit ervoor dat de Nederlandse Taalunie:

  1. de spellingsfouten in haar lijst zou verbeteren
  2. haar lijst minimaal zou vervolledigen met de opname van alle plaatsnamen, in onze lijst aangeduid met “Westhoek”
  3. haar lijst zou uitbreiden met enkele nog gangbare Nederlandse plaatnamen van Steden in het Noorden van Frankrijk.

Ik kijk uit naar uw reactie.

Ik blijf verder tot uw dienst voor alle bijkomende informatie over Frans-Vlaanderen.


Van: Jacqueline Balteau – Nederlandse Taalunie
Verzonden: maandag 28 juni 2004 11:58

Geachte heer,

Dank voor toezending van uw lijst. Ik heb in deze lijst in blauw aangegeven welke plaatsen al in de BAN-sublijst opgenomen zijn, en daarbij aangegeven welke wijzigingen u voorstelt. Verder heb ik in rood aangegeven welke steden in de lijst bij “Frankrijk” zelf zijn opgenomen.

Het geheel heb ik naar de Werkgroep BAN doorgestuurd met het verzoek om een reactie.

Met vriendelijke groet, Jacqueline Balteau


From: Jacqueline Balteau – Nederlandse Taalunie
Sent: Thursday, July 08, 2004 5:46 PM
Subject: FW: Frans-Vlaanderen

Geachte heer,

In vervolg op mijn mailbericht van 28 juni jl., hierbij een reactie van de Werkgroep Buitenlandse Aardrijkskundige Namen (BAN).

Wij hebben kennis genomen van uw lijst met Noord-Franse toponiemen. Wij zijn tot het besluit gekomen dat uw opmerkingen geen aanleiding geven tot wijziging van onze exoniemenlijst, gelet de opzet van die lijst, te weten: geen historische namen; geen namen die niet meer in het algemeen in de volksmond worden gebruikt; geen namen uit het historische, reeds lang verfranste deel van Frans-Vlaanderen. Die laatste, voor zover nog gebruikelijk, zijn bij “Frankrijk” opgenomen.

Niettemin stuur ik u hierbij het commentaar van de werkgroep bij een aantal namen uit uw lijst:

  1. “Bavik” voor het Henegouwse “Bavai” Die plaats ligt niet in Frans-Vlaanderen, maar in de Belgische provincie Henegouwen; ten tweede is “Bavik” vandaag de dag volstrekt onbekend. Waarschijnlijk is dit een eenmalig in geschrifte geattesteerde naam (b.v. op een oude kaart, van een cartograaf die zich geroepen voelde de namen te vernederlandsen), als het al geen creatie is.
  2. “De Seule” en “De Krebbe” Twee gehuchten tussen Belle en Armentiers, die pas vanaf de 18e eeuw verfranst zijn. Die namen hebben zeker in de volksmond geleefd, maar zijn vandaag de dag helemaal in onbruik.
  3. “Drooghout” In de plaatselijke uitspraak [trochoet]. Dit is een voormalig Vlaamstalig gehucht in “Oud-Berkijn” (Vieux-Berquin), maar de naam is thans niet meer gebruikelijk.
  4. “Hardenvoorde” Is misschien wel een oudere vorm van “Hardefoort”, maar op grond van de lokale uitspraak [arrefoort / errefoort] is onze vorm, “Hardefoort” dus, adequater. Vergelijk ook “Koppenaksfoort” (Fr. “Coppenaxfort”).
  5. “Harbodem” voor “Harboudin”, gelegen in het arrondissement Rijsel is totaal ongebruikelijk. Ofwel is het een historische naam, ofwel een woordschepping.
  6. “Ternasland” en “Ponteland” voor resp. “Le Ternois” en “Ponthieu”, zijn twee namen die nooit in historische bronnen geattesteerd zijn. Het zijn woordscheppingen.
  7. “Heusen” voor “Hesdin” is waarschijnlijk ook zo’n reconstructie. In ieder geval nooit in een historische bron geattesteerd.
  8. “Monsterhole” schijnt één enkele keer in een Middelnederlandse bron voor te komen voor “Monasteriolum”, de voorloper van “Montreuil”. Waarschijnlijk nooit gebruikt in de volksmond, en vandaag de dag zeker niet!
  9. “Klommeres” voor Fr. “Clairmarais” is minder goed dan onze vorm “Klaarmares”. Ter plaatse zegt men [klaamaresj], met een klare “aa” (conform een ter plaatse geldende fonologische regel valt de “r” weg). Het kan best dat men verderop van [kloomaresj] sprak, met de verdonkering aa> oo, die evenwel in het Vlaams van “Clairmarais” zelf nooit is opgetreden. “Klommeres” is dus de vernederlandsing van een exogene uitspraak van die plaatsnaam.
  10. “Pevelenberg” voor “Mont-en-Pévèle”: mogelijk een historisch geattesteerde naam, maar vandaag compleet onbekend.
  11. “Sint-Pols” voor “Saint-Pol-sur-mer”: idem
  12. “Sint-Rikiers” voor “Saint-Riquier”: idem
  13. “Zuid-Neerwaasten”, “Zuid-Waasten” en “Zuid-Wervik” liggen ten eerste niet in het huidige Frans-Vlaanderen, maar in sinds lang verfranst gebied; ten tweede zijn die namen vandaag ongebruikelijk.
  14. U spelt de Frans-Vlaamse “kappel”-namen consequent als “kapel”-, met één “p” dus. Onze spelling “kappel” is tegelijk fonetisch en historisch. We schrijven twee p’s om te signaleren dat de tweede lettergreep dof is, en onbeklemtoond. Blijkbaar is in Frans-Vlaanderen het woordbeeld “kapel(le)” al lang zodanig vervreemd geraakt dat men er ook al in de tijd toen men in Frans-Vlaanderen nog Nederlands schreef, de spelling aan de uitspraak aanpaste: kaPPel, en niét kaPellE (zoals in West-Vlaanderen).

Met vriendelijke groet,
Jacqueline Balteau

Gepubliceerd

21.08.2012

Kernwoorden
Reacties

Dr. Ferdinand Snellaertprijs 2010

Mededeling van de VVNA

De Dr. Ferdinand Snellaertprijs 2010 van de Vereniging van Vlaams-Nationale Auteurs (VVNA) werd door de jury ad hoc unaniem toegekend aan de Frans-Vlaming Wido Bourel naar aanleiding van de publicatie van zijn eerste bundel Wintertijd in Frans-Vlaanderen en voor zijn jarenlange inzet voor de Nederlandse taal zoals verwoord in zijn zeer persoonlijk getint essay Een erfenis zonder testament waarin hij zijn relatie tot het Nederlands beschrijft.

Uit het verslag van de jury ontnemen wij: “Met de Snellaertprijs 2010 wordt voor de eerste maal sinds het ontstaan ervan in 1977 deze prijs toegekend aan een Vlaamse auteur uit Frankrijk, nadat in 1999 de Snellaertprijs werd verleend aan dr. S.W. Couwenberg, deze laatste in 1987 voorafgegaan door de huldiging van dr. L. van Egeraat, beiden Noord-Nederlanders.

Met de Snellaertprijs 2010 heeft de jury de aandacht willen vestigen op de dagdagelijkse inzet die van onze volksgenoten in Frankrijk gevergd wordt om hun taal en culturele identiteit te vrijwaren. Doorheen Wido Bourel wilde de jury hulde brengen aan alle Frans-Vlamingen die door het geschreven woord de Nederlanden in Frankrijk levend houden.

Gepubliceerd

29.07.2012

Kernwoorden
Reacties