Op 25 september 1328 onderwerpt Duinkerke zich aan het gezag van de Franse koning en van de pro-Franse Vlaamse graaf Lodewijk II van Nevers.
De stad Sint-Winoksbergen volgt een dag later, de haven van Grevelingen op 28 september en Kassel op 10 november.
Dat alles was een gevolg van de nederlaag bij Kassel van de Kerels onder leiding van Nicolaas Zannekin, op 23 augustus 1328.
DE SLAG BIJ KASSEL
Hoewel het volksleger van Zannekin minder talrijk was, bevond het zich aanvankelijk in een uitstekende positie. De Kerels wisten zich goed te handhaven en Zannekin forceerde persoonlijk een weg door de vijandelijke linies. Hij geraakte zelfs dicht bij de tent van de Franse koning.
Helaas maakten de Kerels vervolgens de fatale fout om hun sterke positie te verlaten. Daardoor kwamen zij in het open veld tegenover de veel grotere Franse overmacht te staan. De gevolgen waren rampzalig: het leger van Zannekin werd uiteindelijk verpletterd.
De nederlaag van 23 augustus 1328 betekende het einde van de opstand, maar niet van de strijd. Wat volgde was een harde repressie tegen de opstandelingen, hun families en de steden en dorpen die hen hadden gesteund.
Begin 1329 moesten de schepenen van Kassel en Duinkerke in Hazebroek verschijnen om hun vonnis te horen uitspreken.
De stad Kassel, waar de gevechten hadden plaatsgevonden en waar Zannekin zich had verschanst, moest een boete van 20.000 pond betalen. Duinkerke kreeg een boete van 8.000 pond, Sint-Winoksbergen 5.000 pond, de kastelrij 20.000 pond en Grevelingen 600 pond.
Dit zijn slechts enkele voorbeelden van een lange lijst repressieve maatregelen tegen de opstandelingen en hun families.
Er werden toen duizenden gijzelaars gevangengenomen, voor de stad Brugge alleen al meer dan 500. De bezittingen van de opstandelingen werden verbeurd verklaard. Mensen werden gefolterd, gedood of verbannen.
Dit alles is te lezen bij H. Pirenne*, die vermeldt dat de opstandelingen afkomstig waren uit 49 dorpen in West-Vlaanderen en 36 gemeenten uit het huidige Frans-Vlaanderen.
Deze laatste kwamen uit Rijsel, Zuidpene, Noordpene, Kapel (welke Kapel wordt niet vermeld), Arneke, Hazebroek, Ruischeure, de kastelrij van Belle, Sint-Winoksbergen, Gijvelde, Uksem, Killem, Houtkerke, Hondschote, Spijker, Broekkerke, Bambeke, Warrem, Kwaadieper, Wormhout, Bierne, Koudekerke, Terdegem, Pitgam, Klein-Synten, Bissezele, Groot-Sinten, Herzele, Rexpoede, Oostkapel, Westkapel en Zuidkote.
Kortom: de revolte van Nicolaas Zannekin was algemeen en trof de hele Westhoek.
EEN GEDENKTEKEN VOOR ZANNEKIN?
In 2028 zal het 700 jaar geleden zijn dat Nicolaas Zannekin sneuvelde tijdens de Slag bij Kassel.
Hoewel de precieze plaats waar Zannekin het leven liet niet met zekerheid bekend is, wordt zijn dood ook in verband gebracht met het grondgebied van Hardevoorde (het huidige Hardifort). Een Franse erfgoedinventaris vermeldt dat koning Filips VI in 1328, tijdens de strijd tegen de Vlaamse milities van Zannekin, korte tijd verbleef op een plaats die “le Bunder” wordt genoemd, op het grondgebied van Hardifort.
Het lijkt mij dan ook de moeite waard om na te gaan of dit oude toponiem “het Bunder” nog kan worden gelokaliseerd en of de historische plaats ervan kan worden bepaald. Bevond deze zich op het grondgebied van Kassel of van Hardevoorde? En zou het mogelijk zijn om zo de plaats waar de laatste fase van de strijd zich afspeelde, en misschien zelfs de plaats waar Zannekin sneuvelde, dichter te benaderen?
Misschien is de herdenking van 700 jaar Zannekin in 2028 wel het geschikte moment om deze zoektocht aan te vatten.
En als de historische plaats inderdaad kan worden gelokaliseerd, rijst vervolgens een andere vraag:
Waarom zou daar geen gedenkteken voor Nicolaas Zannekin kunnen komen? Een zinvolle plaats van herinnering, op of nabij de plek waar 700 jaar geleden de leider van de Kerels sneuvelde
* H. Pirenne, Geschiedenis van België, deel 2.
25.09.2026
Het jaarboek van de stichting Zannekin is dit jaar aan zijn 47ste editie toe. Een niet geringe prestatie in deze tijden waar inhoud en standvastigheid op de meeste plaatsen zoek zijn.
Ik schreef voor dit nummer twee teksten:
Dit jaarboek bevat nog heel wat interessante artikels, over Lamoraal van Egmont; de Waalse heel-Nederlander Lucien Jottrand; Judith van Vlaanderen; Pruisisch Malmedy, enz.
Kortom aanbevolen lectuur voor al wie belangstelling heeft voor gebieden die ooit tot de historische Nederlanden hebben gehoord. Gebieden zoals de Nederlanden in Frankrijk die door het lot van de geschiedenis extra muros, dus buiten de muren zijn komen te liggen.
Eindredacteur Maurits Cailliau en secretaris Leo Camerlynck verdienen een applaus voor deze puike prestatie.
13.01.2025
Op 30 augustus 1968 overleed Cyriel Rousseeu, Vlaams activist, pionier en initiatiefnemer van Pro Westlandia, een vereniging die zich vanuit Vlaanderen inzette om in Frans-Vlaanderen de Nederlandse taal en cultuur te doen herleven.
Cyriel Rousseeu was voor dit werk uitermate geschikt. Hij werd in 1882 geboren als boerenzoon in Watou, een dorpje aan de schreve, en kende ook de Westhoek in Frankrijk als zijn broekzak.
In 1906 verhuisde Rousseeu naar Antwerpen, waar hij het beroep van tramconducteur uitoefende (lijn 3!). In 1911 richtte hij, samen met August Borms, in de Scheldestad Pro Westlandia op. Aan het project werkten ook andere bekende en minder bekende figuren mee, zoals de Vlaamsgezinde tandheelkundige Hilaire Allaeys, de schrijver Abraham Hans en de Heel-Nederlander Willem van Es.
Het gezelschap trok al reizend van dorp tot dorp — per bus, maar ook met paard en kar — om via zang en voordracht de liefde voor de Nederlandse taal en cultuur over de schreve te wekken. Ondanks tegenwerking werden zeven tochten georganiseerd, ook in het Rijselse gebied. Onze betreurde vriend Ward Corsmit beschreef deze optredens plastisch en met de nodige relativering in het Jaarboek van de vereniging Zannekin (Jaarboek 4, 1982).
De activiteiten van de vereniging kwamen abrupt tot een einde met het begin van Wereldoorlog I in 1914. Frankrijk verkeerde in die jaren in een sfeer van revanchisme na het verlies van de Frans-Duitse oorlog van 1870-71, en ook Frans-Vlaanderen ontsnapte hier niet aan. Daardoor werden de pioniers van Pro Westlandia al snel als een vermeende ‘Duitse’ vijfde kolom gezien. Historicus Michiel Nuyttens toonde echter aan dat de Franse beschuldigingen van pangermanisme en irredentisme aan het adres van Pro Westlandia onterecht waren (in Jaarboek De Franse Nederlanden, 1982).
In de jaren ’40 was Cyriel Rousseeu actief in de Zannekin Werkgemeenschap, die de Frans-Vlaamse beweging vanuit een Heel-Nederlands perspectief financieel en materieel ondersteunde. Deze vereniging hielp onder andere Jean-Marie Gantois bij het geven van een reeks lezingen over de Nederlanden in Frankrijk.
Na Wereldoorlog II dook de naam van Rousseeu opnieuw op, als spreker op de Frans-Vlaamse Cultuurdagen in Waregem. Hij werkte ook mee aan de organisatie van de eerste ‘taal- en letterkundige dag’ in Steenvoorde, maar overleed helaas aan de vooravond van deze bijeenkomst.
30.08.2024

Lees dit artikel ook op Doorbraak: https://doorbraak.be/blijvende-inzet-voor-gebieden-die-ooit-tot-de-nederlanden-behoorden
Vers van de pers verschijnt voor de 43ste keer het jaarboek van de stichting Zannekin. Een scharniermoment, want hoofdredacteur Maurits Cailliau geeft na meer dan een halve eeuw noeste arbeid de fakkel over. Wim van Heugten wordt de nieuwe hoofdredacteur. Leo Camerlynck, bekende Brabander en Brusselaar met Frans-Vlaamse roots, is en blijft voorzitter van Zannekin. Leo is vertaler-tolk van opleiding, reisorganisator en publicist. Overal in Europa en de wereld gaat hij op zoek naar sporen van Nederlandse aanwezigheid en het wel en wee van de Nederlandse taal en cultuur. De juiste man op de juiste plaats dus. Een gesprek over Zannekin, het jaarboek en de toekomst.
Leo Camerlynck, waar komt Zannekin vandaan?
‘De Stichting Zannekin is een heel-Nederlandse vereniging. In de tweede helft van de 30-er jaren van de voorbije eeuw stichtte meester van Es, een Nederlandse notaris uit Rotterdam, de vereniging Zannekin ter ondersteuning van de Nederlandse taal en cultuur in Frans-Vlaanderen.’
Zannekin is toch niet alleen bezig met Frans-Vlaanderen?
‘Na de tweede oorlog verrees een Zannekin-‘arbeidsgemeenschap’, die zich toespitste op Frans-Vlaanderen. In de zeventiger jaren van de voorbije eeuw werd het werk verdergezet als Stichting Zannekin. Die bleef belangstelling koesteren voor Frans-Vlaanderen. Maar ze verruimde de werking ook naar het Walenland, Luxemburg en de grensgebieden met Duitsland. Het belangstellingsveld beslaat al de gebieden buiten Nederland en Belgisch-Vlaanderen, die door de eeuwen heen verbonden zijn met het kerngebied van de Nederlanden.’
Wie waren de eerste initiatiefnemers en wat waren hun beweegredenen?
‘Te veel namen uit Noord en Zuid om hier op te noemen. Ik beperk me tot enkele namen van medewerkers uit de gebieden extra muros na de tweede wereldoorlog: de Waal Roger Viroux, de Frans-Vlamingen Dr. Jan Klaas en Priester Jean-Marie Gantois, de Fries Marten Heida, de Duitser Raimund Sper. De beweegredenen waren en zijn de Nederlanden extra muros bekend maken en waar nodig initiatieven in deze gebieden te steunen.’
Jullie willen de banden aanhalen met de gebieden die ooit tot de historische Nederlanden behoorden. Wat moeten wij ons daarbij voorstellen?
‘We onderhouden nauwe contacten met belangstellenden. We organiseren allerlei culturele activiteiten in samenwerking met verenigingen in deze gebieden. Zo hadden we succesvolle culturele activiteiten samen met heemkundige kringen in Duitsland, Luxemburg en Frans-Vlaanderen. Het netwerk in stand houden is in deze heel belangrijk.’
Zannekin staat voor een gemeenschappelijke visie op Noord en Zuid. Is er vandaag nog plaats voor de Nederlandse gedachte?
‘De ‘Nederlandse gedachte’ is nooit een massabeweging geweest en zal het ook nooit worden. Maar ik merk toch hoopvolle signalen op verschillende niveaus. Ik denk hierbij aan de verderzetting van de Benelux-akkoorden, uitgebreid naar de Duitse en Franse grensgebieden toe.’
Jonge mensen warm maken voor het verenigingsleven is tegenwoordig meer dan een uitdaging. Hoe loopt dat bij Zannekin?
‘Men zegt vaak dat jonge mensen nog nauwelijks interesse koesteren voor het verenigingsleven. Zannekin ontsnapt daar niet aan. De kennis van aardrijkskunde en geschiedenis bevindt zich bij de jongere generatie op een dieptepunt. Kijk maar naar de tv-kwissen : zelfs eenvoudige vragen over geografie en historische gebeurtenissen blijven vaak onbeantwoord.’
Hoe komt een Brusselaar bij zoveel belangstelling voor de grenslanden van de Nederlanden? Wat is jouw persoonlijke achtergrond?
‘Langs vaderszijde liggen mijn wortels in Belle (Bailleul) in Frans-Vlaanderen. Langs moederszijde zijn we al generaties lang Brabants. Mijn ouders hadden ook veel belangstelling voor de gebieden en landen waar onze Nederlandse taal een rol speelt. En natuurlijk waren er de familiebijeenkomsten aan beide zijden van de ‘Schreve’. Zo werd mijn liefde voor Frans-Vlaanderen al vroeg aangewakkerd.’
Speelt je ervaring als Vlaming in Brussel ook een rol?
‘Omdat ik altijd in het Brusselse, en meer bepaald in Ukkel heb gewoond en nog altijd woon, ben ik alert voor de problematiek van taal- en cultuurminderheden. Van jongs af aan bouwde ik ook contacten op met de Duitstaligen in België, met de Friezen in Nederland en Duitsland, en uiteraard met Frans-Vlamingen.’
Jullie geven een jaarboek uit: ‘De Nederlanden ‘Extra Muros’?
‘De jaarboeken over ‘De Nederlanden Extra Muros’ kennen al jaren heel wat bijval. En zonder te willen pochen, ook ver buiten de Lage Landen bij de zee worden ze aandachtig gelezen. We proberen zo veel mogelijk bijdragen te brengen uit Frans-Vlaanderen, het Walenland en de Duitse grensgebieden. Soms gaan we ook nog iets verder waar sporen uit de Nederlanden nog duidelijk aanwezig zijn.’
Welke van deze historische gebieden heeft het meest de banden met ons cultuurgebied bewaard?
‘De Franse Nederlanden spannen de kroon. Maar ook bepaalde gebieden zoals het hertogdom Gulik, het land van Kleef, Oost-Friesland halen regelmatig de banden met ons cultuurgebied aan. We hebben ook uitstekende contacten met heemkundigen en verenigingen uit Erkelenz, Kevelaer of Aarlen.’
Je komt bijna een halve eeuw in Frans-Vlaanderen. Zelf heb je Frans-Vlaamse roots. Wat vind je van de evolutie in Frans-Vlaanderen in al die jaren?
‘Op familiefeesten in Belle in de zestiger en zeventiger jaren spraken zowel de Frans-Vlamingen als de West-Vlamingen hetzelfde West-Vlaamse dialect van de Nederlandse taal. Toen de volksmuziekgroep ‘De Droge Haring’, waar ik deel van uitmaakte, in Steenvoorde, Boeschepe, Godewaersvelde, Kaaster en andere plaatsen in Frans-Vlaanderen optrad, kon je nog heel veel Vlaams horen. Dat was tussen de jaren 1974 en 1977. Ook waren er in diezelfde periode heel wat jonge Frans-Vlamingen, die zich toelegden op het leren van Nederlands.’
Er zijn toch meer mensen dan vroeger die Nederlands studeren?
Jazeker, maar er waren toen nog geen stoorzenders zoals de ‘Akademie van Nuuze Vlaemsche Taele’, die een surrogaat-Vlaams willen doordrukken. Ze zaaien verwarring bij mensen die onze Nederlandse taal willen leren. In het straatbeeld is het Nederlands meer dan vroeger aanwezig, mede dankzij verenigingen als EUVO. Maar het algemeen gebruik van onze Nederlandse taal, zij het in West-Vlaamse dialectvorm, is jammer genoeg aan het wegkwijnen.
Het jaarboek De Nederlanden Extra Muros verschijnt binnenkort. Is er iets veranderd – of gaat er iets wijzigen – aan de redactionele lijn van het nieuwe jaarboek?
Redactioneel zal er weinig veranderen tenzij dat we graag met een kernredactie de lijn willen bepalen. En wij zullen nog meer een beroep doen op correspondenten uit de gebieden “extra muros”.’
Wat mogen we verwachten van de nieuwe editie?
In het jaarboek van 2021 wordt onder meer de klemtoon gelegd op de Frans-Nederlandse taalgrens doorheen Frans-Vlaanderen en België onder meer aan de hand van de Vlaanderen-kaart van Mercator uit 1540. Recenter nog bekijken we de vastlegging van de taalgrens in België in 1963. Ook de eeuwenoude religieuze uitstralingscentra in de Duitse grensgebieden komen ruimschoots aan bod.
Welke auteurs publiceren in het jaarboek?
Historici zoals Dr. Herman Vandormael, voormalig kasteelheer van het kasteel van Gaasbeek, en de Nederlander Jan van Tongeren verleenden hun medewerking. Taalkundigen zoals Frank Hellemans bezorgden ook een bijdrage. Taal- en geschiedkundigen vormen de meerderheid van de auteurs.
Waarom moet ik het jaarboek De Nederlanden ‘Extra Muros’ lezen?
Wie graag op de hoogte wil blijven van het reilen en zeilen in de Nederlandse gebieden ‘extra muros’ vindt zijn gading in de jaarboeken. Ook worden minder bekende facetten uit onze rijke geschiedenis uit de doeken gedaan.
De papieren uitgave van het jaarboek de Franse Nederlanden van Ons Erfdeel – toch een huis dat mede met overheidsgeld wordt gesteund – is verdwenen. Het jaarboek van Zannekin houdt stand, en wel zonder subsidies. Hoe kan je dit verklaren?
Al jaren kan de Stichting Zannekin een beroep doen op idealisten, die met hart en ziel meewerken aan een jaarboek met onderwerpen die je weinig in andere publicaties aantreft. Momenteel kunnen wij jammer genoeg niet rekenen op subsidies, noch uit Vlaanderen, noch uit Nederland. We hebben in het verleden een aantal giften ontvangen. En voorts is het zuinig omspringen met de financiën.
Voor de pandemie organiseerde Zannekin jaarlijkse uitstappen in een of ander interessant gebied van de historische Nederlanden. Wat zijn de plannen voor de toekomst?
De bedoeling is om in de toekomst het jaarboek voor te stellen op een ontmoetingsdag in een locatie ‘extra muros’. Rijsel wordt de plaats van de volgende ontmoetingsdag. Al jaren organiseren wij ook een meerdaagse reis naar sporen uit de Nederlanden. Zo waren we al in de Duitse Fläming, Polen, Kent, Tsjechië, Bourgondië. De volgende meerdaagse zal richting Denemarken en Zuid-Zweden zijn.
Het 43ste jaarboek ‘de Nederlanden Extra Muros’ verschijnt in juli. Het telt 222 bladzijden. Men kan het bestellen via de.zavelberg@live.nl. Wie meer informatie wil over het lidmaatschap van de vereniging Zannekin kan zich richten tot leo.camerlynck@skynet.be

28.06.2021