Op 12 augustus 1099 eindigt de Slag bij Ascalon in een overwinning voor Godfried van Bouillon en de kruisvaarders. Amper vier weken eerder, op 15 juli, hadden zij onder zijn leiding Jeruzalem ingenomen.
Ascalon was een belangrijke versterkte havenstad aan de Middellandse Zee, in het huidige Israël, ongeveer 60 kilometer ten zuiden van het huidige Tel Aviv. De kruisvaarders kregen er te maken met een groot Egyptisch leger van de Fatimiden, dat naar het noorden was opgetrokken om Jeruzalem op de kruisvaarders te heroveren.
De overwinning bij Ascalon was daarom van groot belang. De kruisvaarders hadden Jeruzalem weliswaar ingenomen, maar hun positie in het Heilige Land was nog uiterst kwetsbaar. Door het Egyptische leger te verslaan, konden zij hun verovering verder consolideren en werd de nieuwe kruisvaardersstaat voorlopig gevrijwaard van een onmiddellijke Egyptische tegenaanval.
De gebeurtenissen van 1099 vormden zo het begin van een nieuwe politieke werkelijkheid in het Midden-Oosten. Het Koninkrijk Jeruzalem ontstond in de nasleep van de verovering van Jeruzalem en zou, samen met de andere kruisvaardersstaten, uiteindelijk bijna twee eeuwen blijven bestaan.
Een interessant detail is dat Godfried zelf geen koning van Jeruzalem werd. Hij nam de titel ‘Beschermer van het Heilig Graf’ aan. Zijn broer Boudewijn zou later wel de titel koning van Jeruzalem aannemen.
GODFRIED, DIE VAN BONEN AFKOMSTIG WAS
Mag ik er ten slotte nog aan herinneren dat Godfried niet in Bouillon geboren werd, en evenmin zijn broer Boudewijn? Godfried was afkomstig uit Bonen, het huidige Boulogne-sur-Mer. De 12de-eeuwse kroniekschrijver Willem van Tyrus vermeldt uitdrukkelijk dat Godfried afkomstig was uit Bonen, ‘gelegen aan de Engelse Zee’.
Bonen bevond zich in die tijd in een bijzonder taalgebied. De plaatselijke bevolking sprak er een Diets dialect, een variante van het Oudnederlands. De taalgrens lag toen immers veel zuidelijker dan vandaag. In de reeds geromaniseerde delen van Artesië werd daarentegen een Romaanse taal gesproken, met name het Picardisch, en niet het Frans.
Dat Godfried de Dietse taal van zijn thuisstad sprak, is dan ook logisch. Daarnaast kende hij de Romaanse taal van de gebieden waarmee hij als edelman in contact kwam. Otto van Freising, een tijdgenoot uit de volgende generatie en een belangrijke middeleeuwse geschiedschrijver, schrijft dat Godfried aan de grens van beide bevolkingsgroepen was geboren en beide talen sprak. Daardoor kon hij als verbindende figuur optreden tussen de verschillende groepen binnen zijn leger.
Zijn tweetaligheid was bijzonder waardevol in een onderneming waarin edelen en strijders uit verschillende delen van West-Europa samenkwamen. Godfried bewoog zich immers tussen twee taalwerelden: de Dietse/Germaanse wereld van het noorden en de Romaanse wereld van Artesië en het Picardische gebied.
Ook de zwaan heeft een bijzondere plaats in de overlevering rond Godfried en zijn familie. De zwaan was verbonden met de legende van de Zwanenridder, een mythische voorvader die in de middeleeuwse verhalen met het geslacht van Godfried werd verbonden. De zwaan in de heraldiek van Bonen wordt met deze legendarische traditie in verband gebracht.
12.08.2026