WIDOPEDIA
Een blog over Frans-Vlaanderen, de Nederlanden en Europa
Wido Bourel

Meest recente berichten
Archieven
Kernwoorden

Franse super regio’s

Hauts-de-France: een kunstmatige regio als vergeetput van onze identiteit

De verkozenen uit de Elzas willen de regio Grand Est verlaten en hun historische naam terugkrijgen (zie mijn tekst van gisteren). Het huidige Frans-Vlaanderen behoort tot het departement Nord, dat sinds 2016 samen met vier andere departementen — Pas-de-Calais, Somme, Aisne en Oise — werd ondergebracht in de superregio Hauts-de-France.

Ook hier is zowel de naam als de samenstelling van de regio Hauts-de-France een meer dan dubieuze aangelegenheid.

WAT IN EEN NAAM?

De naam zou zogezegd bepaald zijn via een stemming onder jongeren uit het secundair onderwijs. Ik herinner mij nog levendig deze komedie, met de publicatie van het klassement op de voorpagina van La Voix du Nord.

Hauts-de-France stond bovenaan, wat zou doen denken dat de democratie had gezegevierd. Toch haalden ook historische namen zoals Flandre-Artois en Flandre-Artois-Picardie enkele procenten, en zelfs Pays-Bas français behaalde één procent.

In werkelijkheid ging het om een schijnvertoning in zuiver jacobijnse traditie. De echte beslissing werd in Parijs genomen. Het uitgangspunt was dat het noorden en oosten van Frankrijk geen namen meer mochten dragen die herinneren aan historische banden buiten de Franse staat in herinnering brachten.

PEETVADERS VAN HET “WOKE”-DENKEN

Reeds tijdens de Franse Revolutie schaften de jakobijnen de provincienamen af en vervingen ze die door administratieve departementen. Zij waren in zekere zin de vroege peetvaders van een vorm van “woke”-denken: historische namen, gezien als feodale restanten, moesten verdwijnen, net als elke andere identiteit dan de Franse.

In hun plaats kwamen neutrale geografische benamingen: rivieren en waterlopen zoals Somme, Saône-et-Loire, Bas- en Haut-Rhin; bergketens zoals Alpes-Maritimes en Pyrénées-Orientales; of andere aanduidingen zoals Pas-de-Calais en Finistère.

Zo werd alles “Frans”. Zuid-Vlamingen werden “Nordisten”, Artesiërs “Pas-de-Calaisiens”. Met hun namen verloren deze volkeren ook hun wortels en identiteit.

Vandaag zitten we met de naam Hauts-de-France, terwijl onze regio historisch en geografisch altijd het zuiden van de Nederlanden was. Maar hoe noem je een inwoner van Hauts-de-France? Een “Hauts-de-Francien”? Een “Ch’ti”? Het eerste is nauwelijks uit te spreken; het tweede verwerpen wij als Vlamingen, omdat het onze eigen identiteit herleidt tot een karikatuur.

Een tekening (zie hiernaast) van de Rijselse illustrator en architect Jean Pattou toont dat de naam Hauts-de-France al langer circuleerde in Parijse kringen. Deze tekening dateert van 1976 en verscheen in La Voix du Nord.

EEN NIET-IDENTITEIT

Ik zocht verder naar de oorsprong van deze naam en vond slechts één bijkomende verwijzing: aan de Opaalkust zou ooit een nudistenkamp de naam “Hauts-de-France” hebben gedragen.

Voor Vlamingen aan deze kant van de schreve en voor Nederlanders heeft de naam niets te maken met het hoogste punt van de streek. De Kasselberg haalt amper 176 meter, vergeleken met de 4.800 meter van de Mont Blanc.

“Hauts-de-France” moet dus begrepen worden als het “hoogste punt” op de kaart van Frankrijk, maar tegelijk als een uitdrukking van een niet-identiteit: een constructie om de Lage Landen uit het geheugen te wissen, bij gebrek aan inspiratie.

Net als de Elzassers zijn wij als Frans-Vlamingen niet geholpen met deze entiteit. Bovendien bevat deze regio minstens twee departementen te veel: Oise en Aisne, die historisch geen band hebben met de Nederlanden en eerder aansluiten bij de invloedssfeer van Parijs.

Binnen deze constructie hebben Frans-Vlamingen weinig gewicht en nauwelijks een stem. Ze worden politiek, cultureel en sociologisch opgeslorpt door de Picardische cultuur en het zogenaamde “Ch’ti”-verhaal, waarmee wij geen historische of identitaire affiniteit hebben.

PLEIDOOI VOOR EEN ANDER MODEL

Onze eisen zijn dan ook dubbel:

  1. de regio ontdoen van haar Picardische dominantie door een entiteit te creëren die de historisch Nederlandstalige gebieden samenbrengt;
  2. deze nieuwe regio haar historische naam en identiteit teruggeven.

De naam kan variëren van Flandre-Artois tot Franse Nederlanden. De Frans-Vlaamse voorman en pleitbezorger van de heel-Nederlandse gedachte, Lodewijk de Baecker, stelde in de negentiende eeuw al de naam “Néerlandie” voor.

Waarom zouden we geen referendum lanceren — los van Parijs — over een nieuwe naam en territoriale afbakening?

WB

Gepubliceerd

19.04.2026

Kernwoorden
Reacties