Op 26 februari 1076 overleed in Utrecht Godfried III met de Bult, hertog van Neder-Lotharingen. Zijn dood was het gevolg van een politieke moordaanslag die de geschiedenis is ingegaan als de “Vlaardingse toiletmoord.”
In de elfde eeuw waren toiletten in kastelen en versterkte huizen vaak aangebracht als een uitbouw in de buitenmuur. Tijdens zo’n kwetsbaar moment werd Godfried aangevallen: via de opening van het privaat werd hij met een speer of zwaard dodelijk verwond.
De aanslag werd waarschijnlijk beraamd door de Vlaamse graaf Robrecht de Fries en diens stiefzoon Dirk van Holland. Godfried met de Bult was een bondgenoot van de Duitse keizer Hendrik IV in de strijd om de Hollandse erfenis en stond hun politieke ambities in de weg.
Hoewel hij zwaargewond raakte, werd Godfried nog per schip naar Utrecht vervoerd. Daar bezweek hij op 26 februari 1076 aan zijn verwondingen.
Godfried met de Bult was de broer van Ida, gravin van Bonen en moeder van Godfried van Bouillon. Hun vader was Godfried met de Baard, die volgens oude overleveringen werd vereenzelvigd met de legendarische Zwaanridder.
Godfried met de Bult nam zijn neef Godfried van Bouillon aan als erfgenaam. Daardoor droeg deze eerder diens naam, tot hij later Bouillon erfde, evenals het markgraafschap Antwerpen. Volgens een kerkelijk document uit het bisdom Terwaan werd Godfried van Bouillon daar gedoopt, wat erop wijst dat hij vermoedelijk in of nabij Bonen werd geboren.
Na het overlijden van Godfried met de Bult werd hij als hertog van Neder-Lotharingen opgevolgd door Koenraad, zoon van keizer Hendrik IV. Toen Koenraad later tot Rooms-koning werd gekroond, ging het hertogdom Neder-Lotharingen over op Godfried van Bouillon — waarmee een moord in Vlaardingen gevolgen kreeg tot in Bonen.
26.02.2026