Vlamingen weten doorgaans weinig van hun eigen geschiedenis en nog minder over de talen die hen omringen.
Gisteren hoorde ik een overigens boeiend verhaal met de mededeling dat Rijsel eigenlijk Lille is. Als men dan toch zijn beste Frans wil laten horen, kan men maar beter de volledige historische naam gebruiken: “Lille en Flandre”. En zo niet is het Rijsel. ‘Altijd geweest’ schreef ooit André Demedts.
En dan de taalmythe: Rijsel sprak altijd Frans. Nee. Tot circa 800/900 sprak Rijsel Westfrankisch, waarna Frans nog niet eens bestond. Pas later ontwikkelde zich Picardisch, dat in de middeleeuwen een belangrijke schrijftaal en literaire traditie had.
Picardisch werd lang gesproken in Rijsel en in wat later Noord-Frankrijk werd: Boonse, Artesië en Rijsel-Vlaanderen.De Amerikaanse specialist van het negentiende-eeuwse Frankrijk, prof. Eugen Weber, bevestigt dat in 1835 deze historische gebieden – de departementen Nord, Pas-de-Calais en Somme – Picardisch spraken, en niet Frans. Frans was toen slechts de taal van weinigen die in contact stonden met het staatsapparaat, de justitie en administratie. De meerderheid van de bevolking sprak gewoon: Vlaams/Nederlands in de (Franse) Westhoek en Picardisch in de overige departementen.
Weber meent dat deze situatie – Frans als taal van een kleine elite – zich handhaafde tot het begin van de Eerste Wereldoorlog. Zie zijn bekende boek: “Peasants into Frenchmen: The Modernization of Rural France, 1870–1914” (1976).
Eenzelfde situatie zien we in het huidige Wallonië. Frans is niet de historische taal van Wallonië. Het rukte geleidelijk op, deels via samenwerking met de “bezetter” – eerst de Franse revolutionairen, vervolgens Napoleon, die de verfransing van het staats-, administratief- en burgerlijk apparaat versterkte. De oprichting van België onder Franse invloed verzilverde dit patroon.Toch bleef het volk trouw aan de oorspronkelijke historische talen:
Ook hier geldt de observatie van Weber: de periode vóór de Eerste Wereldoorlog vormt een duidelijke breuklijn voor de taal van het volk.
Picardisch en Waals zijn geen dialecten van het Frans, zoals Frankrijk vandaag maar al te graag suggereert. Het zijn zelfstandige Romaanse talen die ongeveer in dezelfde periode onafhankelijk van elkaar zijn ontwikkeld.
Waarom en hoe het Frans uiteindelijk de overhand kreeg op al deze talen, is voer voor een volgend artikel.
06.03.2026
Hans Cany stelt dat er al eeuwenlang Franstalige Vlamingen bestaan. Helaas wordt dit vaak vergeten, aangezien het label ‘Vlaming’ meestal wordt gekoppeld aan het spreken van het Nederlands. Hij voegt eraan toe: “Wat mij betreft, denk ik dat een inwoner van Rijsel, Atrecht of Dowaai niet minder Vlaming is dan een Duinkerkenaar, Bruggeling of Antwerpenaar.” Ik kan deze opmerking beamen, maar wil enkele nuances aanbrengen.
Leer alle Vlamingen kennen: Als geboren Frans-Vlaming weet ik dat de taal in Frans-Vlaanderen niet ‘gans het volk was’ . Maar daarmee is mijn verhaal nog niet ten einde. Vlaanderen strekt zich tegenwoordig uit over drie landen. Zeeuws-Vlaanderen, gelegen op Nederlands grondgebied, is het kleinste deel. Het ‘Belgisch’-Vlaanderen omvat vandaag de dag bovendien veel meer dan de gebieden van het oude graafschap Vlaanderen .En tenslotte Vlaanderen in Frankrijk. Een minimum aan kennis van de geschiedenis van elk deel is noodzakelijk om dit debat te voeren. Veel Vlamingen en Nederlanders weten weinig over Frans-Vlaanderen, en hetzelfde geldt voor veel Frans-Vlamingen, die vaak niet op de hoogte zijn van de geschiedenis van Belgisch-Vlaanderen en Nederland. Zelf heb ik jarenlang de geschiedenis van de Vlaamse Beweging en de Nederlandse gedachte bestudeerd en heb ik geleerd hoe sterk alles uit elkaar is gegroeid; dezelfde woorden, feiten en situaties worden vaak anders gepercipieerd.
Taal en identiteit: De gevleugelde woorden ‘De taal is gans het volk’ komen uit het gedicht ‘De Nederduitsche Tael’ van de Vlaamse dichter Prudens van Duyse (1804-1859) en zijn te begrijpen in de specifieke context van de ontluikende Vlaamse beweging en de strijd tegen de verfransing van Vlaanderen in België. Het is waar dat de strijd voor de taal, meer dan andere elementen, een belangrijke rol speelt in de emancipatie van de Vlaamse Beweging. Taal is een van de bepalende elementen van identiteit. Dit betekent echter niet dat Ieren minder Iers zijn omdat ze bijna allemaal Engels spreken, of dat Joden uit de diaspora die slecht of geen Hebreeuws spreken minder Joods zijn. Het is wel mijn overtuiging dat zij ‘anders Iers’ en ‘anders Joods’ zijn.
Toen het Frans nog niet bestond: Het standpunt dat het Frans altijd de dominante taal is geweest in Rijsel, Dowaai of Atrecht, gaat ervan uit dat de geschiedenis begint na het jaar 1000. Nochtans sprak men in Rijsels-Vlaanderen ooit Neder Frankisch, de taal die in directe lijn voorafgaat aan de Vlaamse streektalen en aan het Nederlands. Tot in de 19de eeuw was de volkstaal van Rijsels-Vlaanderen en Artesië het Picardisch, en het zou dus juister zijn om te spreken van Romaanssprekende Vlamingen. In Rijsels-Vlaanderen, tot aan de Zomme, sprak men in de tijd van de legendarische Liederik geen Frans, omdat deze taal toen nog niet bestond! De Frankische elite heeft zich geleidelijk aan geromaniseerd met de overgang naar het christendom.
Leer Nederlands: Tot slot een opmerking vanuit mijn persoonlijke ervaring: ik wil niemand kwetsen, maar ik schaam me voor het gebrek aan kennis van de Nederlandse taal onder de Vlaamsvoelende inwoners van Frans-Vlaanderen. Ik heb nooit kunnen begrijpen waarom mensen die zich in Frans-Vlaanderen Vlaming voelen, amper of geen moeite doen om de Nederlandse taal te leren. Frans-Vlaanderen vormt hierin een treurig unicum. Ik las dat bijvoorbeeld in de Elzas 90% van de jeugd een of andere opleiding Duits volgt. In Frans-Vlaanderen ligt dat percentage op 0,0001%. Het verhaal dat er Franstaligen in Vlaanderen zijn sinds de middeleeuwen wordt te vaak gebruikt als excuus voor degenen in Frans-Vlaanderen die de moeite niet willen nemen om de taal te leren.
02.03.2025