WIDOPEDIA
Een blog over Frans-Vlaanderen, de Nederlanden en Europa
Wido Bourel

Meest recente berichten
Archieven
Kernwoorden

Edmond

Edmond de Coussemaker als musicoloog

Op 10 januari 1876 overleed in Rijsel Edmond de Coussemaker, vandaag exact 150 jaar geleden. Hij was een uitmuntend jurist en magistraat, maar ook etnoloog, historicus, verzamelaar én vooral musicoloog.

Hij wordt traditioneel voorgesteld als auteur en samensteller van het vermaarde boek Chants Populaires des Flamands de France en van Troubles religieux du XVIe siècle dans la Flandre maritime. Ook was hij de eerste voorzitter van het Comité Flamand de France, opgericht in 1853.

Maar zijn leven tot dit te herleiden zoals velen dat voorstellen, doet zijn roeping als musicoloog tekort. Daarom wil ik het hier specifiek hebben over de Coussemaker en de muziek.

STUDIES

De Coussemaker stamde uit een voorname Vlaamse familie met wortels in het Belle-ambacht. Hij volgde zijn humaniora in Belle en Dowaai. Al vroeg toonde hij, naast belangstelling voor geschiedenis en taalwetenschap, een bijzondere aanleg voor muziek. Hij koppelde die talenten aan de werkkracht en honger van een ware encyclopedist.

In Dowaai leerde hij viool bij Baudoin, directeur van de muziekacademie, en zang bij Moreau, organist van de Sint-Pieterskerk.

Van 1825 tot 1830 studeerde hij rechten in Parijs. Daar volgde hij zanglessen bij Pellegrini en harmonie bij Payer en Reicha. In 1831 keerde hij terug naar Dowaai voor zijn proeftijd als advocaat en studeerde er contrapunt bij Victor Lefebvre.

Niet vergeten: Dowaai was toen hét muzikale centrum van de Franse Nederlanden.

JURIST EN MUSICOLOOG

In 1836 huwde hij Maria Mignard de la Mouillère, afkomstig uit een voorname Broekburgse familie. Dat verklaart waarom hij het Meethof in Broekburg als zomerverblijf bewoonde.

Zijn loopbaan bracht hem achtereenvolgens naar Belle en Sint-Winoksbergen als vrederechter, en later als rechter naar Hazebroek, Duinkerke en Rijsel.

Vanaf 1825 begon hij ook te componeren. Hij schreef ouvertures, missen, a-cappella gezangen, quadrilles, walsen, polka’s en pianostukken. Daarnaast deed hij onderzoek naar muzieknotatie en publiceerde hij uitvoerig over muziekgeschiedenis.

Hij schreef onder meer over verdwenen middeleeuwse handschriften, over de muziektraktaten van Hucbald (Mémoire sur Hucbald), over middeleeuwse minnezangers uit de Zuidelijke Nederlanden, en over Thomas à Kempis en Théodore de Grüter, om er slechts enkele te noemen.

In 1852 bundelde hij zijn jarenlange onderzoek in het monumentale werk Histoire de l’harmonie au moyen âge, rijk geïllustreerd en met partituren. Het werk werd bekroond door de ‘Académie des Inscriptions et Belles-Lettres’.

Daarna volgden onder meer:

  • Drames liturgiques du moyen âge (1860),
  • Les harmonistes du XIIe et XIIIe siècle (1864),
  • L’Art harmonique aux XIIe et XIIIe siècles (1865),
  • Œuvres complètes du trouvère Adam de la Halle (1870),
  • Essai sur les instruments de musique du moyen âge.

Voor al dit werk verrichtte hij intensief archiefonderzoek in de bibliotheken van Kamerijk, Valencijn, Rijsel, Dowaai en Duinkerke.

VOLKSLIEDEREN UIT FRANS-VLAANDEREN.

En toch lijkt zijn beroemdste werk, Chants Populaires des Flamands de France (Gent, 1856), op het eerste gezicht bijna een anachronisme binnen zijn ‘geleerde’ muzikale geschriften.

Officieel kwam het tot stand na een oproep van keizer Napoleon III in 1854 om de volksliederen van Frankrijk te verzamelen. De Coussemaker nam dit titanenwerk er nog bij en verzamelde en selecteerde 150 Frans-Vlaamse volksliederen uit de regio Duinkerke en Hazebroek.

Hij deed dat met kennis van zaken : met de oorspronkelijke zangwijze in streektaal, met partituur, Franse vertaling en met toelichtingen over oorsprong, ouderdom en muzikale kenmerken.

Het was nog de tijd waarin Frans-Vlamingen hun liederen zongen
en liedjeszangers op markten en feesten te horen waren. Het repertoire omvat liederen rond de ring van het jaar, levensmomenten, mythische herinneringen, kinder- en zeemansliederen. Dit repertoire stond niet op zichzelf en sommige liederen zijn ook aan deze kant van de schreve bekend, al dan niet met andere woorden of melodieën. Maar veel plaatselijke liederen gezongen door het volk kon hij nog noteren als specifiek Frans-Vlaams.

Jan Pol Sepieter merkte later terecht op dat de selectie een ultramontane inslag had en rebelse of schunnige teksten vermeed.
Maar ondanks die beperking blijft het een unieke en onschatbare verzameling, net op tijd en professioneel vastgelegd om een deel van ons volksmuzikaal erfgoed te redden.

EEN CONFERENTIE OVER EDMOND DE COUSSEMAKER

Exact 150 jaar na zijn overlijden organiseert de Andries Stevenkring
vandaag een conferentie over leven en werk van Edmond de Coussemaker.

De lezing wordt gegeven door Damien Top, voorzitter van de Andries Steven Kring, zanger en musicoloog.

📍 Plaats: Kassel, eresalon van het stadhuis
🕔 Tijd: 17.00 uur
🗣️ Taal: Frans.


Gepubliceerd

10.01.2026

Kernwoorden
Reacties