Op 7 januari 1870 verschijnt in de Gazet van Gent een anonieme brief. Frankrijk is op dat moment verwikkeld in de oorlog met Pruisen. In de brief wordt melding gemaakt van muiterij en desertie van ongeveer 300 gemobiliseerde miliciens uit het Frans-Vlaamse Hazebroek.
Volgens de brief werden de miliciens ontwapend en onder escorte van een detachement liniesoldaten van Hazebroek naar Kales (Calais) overgebracht. Dit wordt ook bevestigd door verschillende Franse bronnen. Ze voeger er aan toe dat deze opstandelingen werden gedeporteerd naar een strafkamp in het Normandische Cherbourg.
In dezelfde krant wordt gesuggereerd dat sommigen hoopten dat Frans-Vlaanderen, na de snelle Pruisische overwinning bij Sedan (september 1870), bij België zou worden gevoegd. De anonieme brief wordt doorgaans toegeschreven aan de Vlaamsgezinde Frans-Vlaming Hendrik Blanckaert (1827–1899).
Opvallend is hoe weinig vandaag nog terug te vinden is over desertie en onrust binnen het zogenaamde “Leger van het Noorden” tijdens de Frans-Duitse Oorlog van 1870-1871. Dit leger werd grotendeels gevormd uit contingenten uit Frans-Vlaanderen en Artesië. Blijkbaar mocht aan zulke feiten weinig ruchtbaarheid worden gegeven.
Geheime rapporten van de bevelvoerende generaal Louis Faidherbe, afkomstig uit Rijsel, laten uitschijnen dat Frans-Vlaamse soldaten niet altijd als betrouwbaar werden beschouwd. Een concrete reden wordt daarbij niet genoemd. Zeker ging het om verzet tegen de verplichte conscriptie, maar ook om hardnekkig Franse fobie: dat taalkundige en culturele verwantschap tussen Germaanstalige volkeren uiteindelijk zou kunnen leiden tot territoriale aanspraken of annexatie van Frans grondgebied.
07.01.2026