Op 7 november 1800 (26 Brumaire, jaar IX) werd in Frans-Vlaanderen — en overigens in heel Frankrijk én in de bezette gebieden van de Zuidelijke Nederlanden — een nieuwe wet van kracht die vrouwen verbood een broek te dragen. De Franse revolutionairen doopten dit pareltje van regelgeving plechtig tot de “verordening betreffende de travestie van vrouwen”.
De tekst liet weinig ruimte voor mode-experimenten. Zo bepaalde de verordening dat “elke vrouw die zich als man wil kleden, zich vooraf moet melden bij de prefectuur van politie om daarvoor toelating te verkrijgen.” Met andere woorden: een broek dragen was geen stijlkeuze, maar een politionele aangelegenheid.
De wet hield verbazend lang stand en werd pas een eeuw later afgezwakt — niet door een feministische golf, maar door een technische innovatie: de fiets. In circulaires van 1892 en 1902 werd het vrouwen voortaan toegestaan een broek te dragen, op voorwaarde dat zij het stuur van een fiets of de teugels van een paard in handen hielden. Blijkbaar maakte deftig bewegen alles plots aanvaardbaar.
Aan de overkant van de Atlantische Oceaan was men al even waakzaam: in de Verenigde Staten werd het verbod op vrouwenbroeken pas in 1923 officieel afgeschaft.
07.11.2024