Op 5 september 1944 tekenen België, Nederland en Luxemburg in Londen de Douaneovereenkomst. De drie Benelux-landen vormen vanaf dan de basis voor een douane-unie, die in 1948 in werking treedt: een eerste belangrijke stap in de richting van de Benelux Economische Unie. Het verdrag tot oprichting daarvan wordt op 3 februari 1958 ondertekend en treedt op 1 november 1960 in werking voor een termijn van vijftig jaar. In 2008 wordt een vernieuwd Benelux-Verdrag ondertekend, dat op 1 januari 2012 in werking treedt.
Deze toenadering tussen de landen die ooit tot de Nederlanden behoorden, nog tijdens de Tweede Wereldoorlog tot stand gekomen, is een krachtig signaal voor het naoorlogse Europa. Enkele cijfers om te begrijpen wat deze Benelux-landen samen betekenen: ongeveer 30,6 miljoen inwoners en een bbp van circa 1.911 miljard euro, goed voor ongeveer 10,2 procent van het bbp van de Europese Unie.
Met deze cijfers kan men zich terecht afvragen waarom de Benelux-unie stilaan op de achtergrond is geraakt. Op het eerste gezicht luidt het goedkope antwoord: de opmars van Europa. Maar zo eenvoudig is dat niet. Na aanvankelijk voorstander te zijn geweest van Benelux – zie de namen van de ondertekenaars van het verdrag van 1944 – zijn de Franstaligen in dit land bang geworden voor een nog grotere minorisering in Benelux-verband. In Franstalig België leeft men nog liever, steunend op Frankrijk, in een virtueel failliet land. Franstalig België verkiest failed state België onder de uitgestoken vleugels van grote broer Frankrijk.
De rol van Frankrijk achter de schermen om Benelux te kelderen mag je niet onderschatten. De cijfers hierboven spreken verder voor zich: als deze economische macht wordt omgezet in een metapolitieke entente cordiale, dreigt Frankrijk zijn invloedrijke rol in België en het Groothertogdom Luxemburg te verliezen, de landen die men in Parijs tot zijn geopolitieke invloedssfeer rekent.
Het idee van Benelux als hedendaagse erfgename van de historische Nederlanden is het einde van de Franse droom met tentakels tot aan de Rijn. Toegegeven, de naam Benelux, die lijkt op het merk van een wasmiddel, is wellicht minder inspirerend en voor verbetering vatbaar. Maar een doorgedreven samenwerking tussen de landen die Willem I tussen 1815 en 1830 samenbracht, blijft een interessante piste om te beletten dat de grens met Frankrijk ooit door het Zoniënwoud zou gaan lopen en om meer gewicht in de schaal te leggen in het zootje dat de Europese Unie heet.
05.09.2026
Op 15 februari 1991 richtten Hongarije, Polen en Tsjechoslowakije de Visegrádgroep op: een politiek en economisch samenwerkingsverband. De naam verwijst naar een historische bijeenkomst van de koningen van Bohemen, Hongarije en Polen in de Hongaarse stad Visegrád in 1335. Oude geschiedenis, maar verrassend actueel.
De Benelux — vandaag opnieuw in de belangstelling na de recente zet van onze premier (of was het van zijn kat Maximus?) — blijft hét voorbeeld van hoe kleine landen door samenwerking meer gewicht krijgen. Ook de vijf Scandinavische landen tonen al decennialang via de Noordse Raad dat structurele samenwerking loont. En de Baltische staten, verenigd in de Baltische Assemblee (eveneens opgericht in 1991), bewijzen dat kleine landen samen sterker staan tegenover grootmachten die vaak uitsluitend hun eigen belangen nastreven.
Economisch functioneren deze verbanden al langer. Militair groeit hun belang snel. Wie dubbel werk, inefficiëntie en onrealistische defensiebudgetten wil vermijden, zal moeten inzetten op regionale samenwerking. De Scandinavische landen kunnen alleen maar sterker worden door de militaire ervaring van Finland tegenover Rusland te combineren met hun gezamenlijke rol als maritieme staten in de bewaking van de Noordzee en de Oostzee. En laten we in dat verband vooral ook Groenland niet vergeten.
Binnen de Visegrádgroep is Polen uitgegroeid tot een militaire en economische spil. Voor de Baltische staten is de leuze eendracht maakt macht geen slogan, maar een noodzaak — met Rusland klaar voor de aanval. De Benelux fungeerde ooit als een mini-laboratorium voor de Europese Gemeenschap en kan die rol opnieuw opnemen om een nieuwe dynamiek voor Europa te helpen ontwerpen.
Wat duidelijk niet werkt, is de combinatie van regelsziekte, bemoeizucht en neoliberaal mercantilisme, gekoppeld aan de eindeloze arrogantie en bestuurlijke onmacht van de Frans-Duitse as — die al meer dan duizend jaar ruziet over de nalatenschap van Karel de Grote en over wie nu weer de chef mag spelen. Dat is geen duurzame basis voor een werkbaar Europa. De feiten hebben dit model ingehaald.
De kleine landen tonen wat wél werkt: samenwerking die vertrekt van een gedeelde geschiedenis en culturele verbondenheid — niet van de prijs van kolen en tomaten.
Dat inzicht werd al scherp geformuleerd door Raymond Aron (1905–1983), Frans politiek filosoof en denker over internationale betrekkingen. In zijn standaardwerk Paix et guerre entre les nations (1962) schrijft hij:
“Het internationale systeem bestaat niet uitsluitend uit grootmachten;
ook middelgrote en kleine staten zijn actoren binnen dit systeem,
zij het met beperkte middelen en een beperktere invloed.”
Benieuwd wat Maximus ervan maakt.
15.02.2026
Neoliberaal mercantilisme: wat is dat? Het lijkt een slechte Belgenmop.
Op 22 juni 2008 overleed in Brussel notaris André Belmans. Ik had het genoegen hem enkele jaren voor zijn overlijden te mogen leren kennen. Het waren boeiende gesprekken, al was ik niet met alles eens — verre van.
Hij was de man van de werkgroep E Diversitate Unitas en gaf het tijdschrift ‘De Federalist’ uit.
In André Belmans herkende je de oude Verdinaso-denkwijze, die hij volgde. Deze mogelijke uitweg voor Vlaanderen en België is vandaag vrijwel volledig verdwenen.
Belmans was een vurige voorvechter van provinciale decentralisatie. Volgens hem was het driedelige federalisme in België rampzalig. Zo’n driedelig federalisme, dat per definitie Vlaanderen feitelijk minoriseert in een verhouding van twee tegen één.
André Belmans pleitte niet voor de vlucht vooruit, maar voor de verdere opbouw van de Benelux als stabiliserende factor binnen de EU. Een Europese constructie die volgens hem “toelaat dat Fransen en Duitsers Europa misbruiken om samen de touwtjes in handen te krijgen.” Dat dit nergens toe leidt, en zeker niet tot een sterk Europa, merken we dagelijks steeds meer.
We waren het er wel over eens dat het idee dat de grens tussen Vlaanderen en Frankrijk ooit door het Zoniënwoud zou lopen, catastrofaal zou zijn voor de Vlamingen.
André Belmans was op 12 augustus 1915 in Sint-Gillis geboren. Zijn ouders waren Kempenaars uit Balen-Neet afkomstig. En dat verklaart zijn vele initiatieven voor en in de Kempen.
22.06.2025