Op 7 april 1995 kwam in Oostende een einde aan een bijzonder hoofdstuk uit de Vlaamse maritieme geschiedenis. Die dag werd de Amandine (O.129), het laatste schip van de Vlaamse IJslandvaarders, definitief uit de vaart genomen. Daarmee verdween een eeuwenoude traditie van verre zeevisserij, waarbij vissers maandenlang naar de barre wateren rond IJsland trokken.
De IJslandvaart kende haar oorsprong in de 18e eeuw. In 1763 startte men in Duinkerke met 10 schepen, en al in 1782 bereikte deze visserij een eerste bloeiperiode met 86 schepen. Vlaamse vissers zochten er de rijke visgronden op, vooral voor kabeljauw, die door zouten lang bewaard kon worden en daardoor economisch zeer waardevol was.
Vanuit West-Vlaamse havens zoals Oostende, Blankenberge, Nieuwpoort en later ook Zeebrugge vertrokken schepen voor deze verre visserij. In Frans-Vlaanderen waren vooral Duinkerke en Grevelingen (Gravelines) belangrijke uitvalshavens. Historische bronnen schatten dat er in Vlaanderen honderden vissers deelnamen aan de IJslandvaart, al werkten sommigen ook op Frans-Vlaamse schepen.
De oorlogen en Franse wetgeving leidden er soms toe dat Frans-Vlaamse vissers uitweken naar West-Vlaamse havens en omgekeerd. In 1778 zorgde de oorlog tussen Frankrijk en Engeland ervoor dat Duinkerkse IJslandvaarders zich vestigden in Oostende en Nieuwpoort. Later, onder invloed van Jakobijnse visserijvoorschriften na de Franse Revolutie en tijdens het Keizerrijk, werd het voor niet-Franse zeelieden steeds moeilijker: in 1817 mocht niemand in Frans-Vlaanderen een schip meer bevelen als men geen Franse identiteit bezat of de Franse taal niet kon lezen en schrijven. Dit gold zowel voor de kapitein als voor de officieren aan boord. Bovendien mochten voortaan maar 1/6 van de bemanning een ‘vreemde’ nationaliteit hebben. In Parijs waren ze in de 19de eeuw al lang vergeten dat de meeste kapers van Duinkerke hun opleiding in de Nederlanden hadden gekregen.
Het leven van de IJslandvaarders was zwaar en gevaarlijk. Ze kregen te maken met stormen, ijskoude temperaturen en verraderlijke zeeën. Schepen waren kwetsbaar en communicatie met het thuisfront beperkt. In de 19e eeuw gingen tijdens stormrijke jaren meerdere schepen verloren, soms met volledige bemanningen, wat diepe sporen naliet in de kustgemeenschappen.
Na de Tweede Wereldoorlog begon deze vorm van visserij geleidelijk te verdwijnen. In Frans-Vlaanderen kwam er al in de jaren 1970 een einde aan de IJslandvaart, onder meer door internationale beperkingen op visserijzones. In West-Vlaanderen hield deze traditie nog stand tot 1995, toen met de Amandine definitief het doek viel.
Zo markeert 7 april 1995 niet alleen het einde van een schip, maar ook het slot van een indrukwekkend maritiem verleden.
07.04.2026