WIDOPEDIA
Een blog over Frans-Vlaanderen, de Nederlanden en Europa
Wido Bourel

Meest recente berichten
Archieven
Kernwoorden

Verfransing

Onderwijzers en ambtenaren als verfransingsagenten

Op 26 januari 1794, tijdens de Franse Revolutie  bepaalt in Frankrijk een wetsbesluit dat voortaan “in alle delen van de Republiek het onderwijs in het Frans zal worden gegeven.

Dit betekent het einde van het onderwijs in de streektalen en grensoverschrijdende talen zoals het Nederlands, het Duits, het Catalaans, het Baskisch en het Italiaans, allemaal gesproken op Franse grondgebied.

AMBTENAREN ALS PILAREN VAN DE VERFRANSING

 Een Franstalige onderwijzer, vreemd aan de streek, moet worden benoemd in elke gemeente van het Noorderdepartement.  Ambtenaren als bewuste en onbewuste pilaren van de verfransing. Dat is de reden dat tot vandaag jonge ambtenaren in bepaalde vakken nooit in eigen regio te werk worden gesteld. Ben je leraar, of werk je bij de douane, bij de politie, of de ambtenarij in het algemeen  is de kans  voor een eerste  benoeming in eigen streek.

 In 1792 kent 42 %  van de bevolking in Frankrijk geen Frans. 6 miljoen Fransen spreken helemaal geen Frans en nog, andere miljoen Fransen kunnen de taal alleen maar verstaan.

Aangezien de schoolplicht in 1794 nog niet bestaat – het zal pas in 1880 worden ingevoerd, zal Frankrijk niet onmiddellijk verfransen. Maar de datum van 26 januari 1794 geldt als het signaal van de start van een bewuste linguicide. De Roemeens-Amerikaanse specialist van Frankrijk Eugen Weber stelt evenwel,  in zijn boek “Van boeren tot Fransen De modernisering van het Franse platteland 1870-1914” dat de feitelijk taalsituatie van Frankrijk niet zal veranderen tot aan de eerste wereldoorlog.

Gepubliceerd

26.01.2026

Kernwoorden
Reacties

Het verraad van de notabelen?

Het hele proces van de verfransing in Frankrijk verdient een herziening. De verwijzing naar de ordonnantie van Villers-Cotterêt (1534) om aan te tonen dat Frankrijk al in de zestiende eeuw verfranst was, is misleidend. In werkelijkheid viel Frans-Vlaanderen in 1534 nog onder het gezag van Keizer Karel, niet onder dat van Frankrijk. In 1789, bij het uitbreken van de Franse Revolutie sprak slechts 15 van de 83 Franse departementen Frans. Meer dan 42% van de bevolking kende dus geen Frans. Toen was Frans-Vlaanderen eentalig Vlaams of Nederlandstalig. Ook de rest van de Franse Nederlanden, de huidige departementen Nord en Pas-de-Calais, sprak Picardisch in plaats van Frans. De uitzonderingen vormden de mensen die het stadsbestuur vertegenwoordigden: ambtenaren, politie, gerecht, enzovoort. Natuurlijk ook degenen die in hun beroep contact hadden met Franstaligen.

Cyriel Moeyaert* heeft aangetoond dat de beweging tot in de negentiende eeuw deels omgekeerd verliep. Veel mensen uit Artesië leerden, voor een latere carrière in het Vlaams/Nederlands sprekende deel, de taal van de Vlamingen in de scholen van Sint-Omaars. Een treffend voorbeeld is het seminarie van Sint-Omaars, waar toekomstige priesters afkomstig uit Artesië Vlaams/Nederlands moesten leren, met het oog op een toekomstige parochie in de Westhoek. Ook de meeste handelaars aan de grens met Vlaanderen, die contact onderhielden met de Vlaams/Nederlandssprekende en/of Vlaamse bevolking, waren tweetalig.

Notabelen

Over de taal van Frans-Vlaanderen wordt wel eens beweerd dat het volk lang de streektaal bleef spreken, terwijl de notabelen het Frans gingen gebruiken. Het verhaal luidt dat de burgerij de verfransing zou hebben ingezet als een soort verraad. Maar dat klopt niet. In Kaaster, waar ik vroeger woonde, spraken de notabelen die uit de streek afkomstig waren evenveel Vlaams als de andere inwoners. Dat was ook absoluut noodzakelijk om oude teksten te lezen en om de klanten te begrijpen. Wel is het zo dat deze notabelen vaak contact hadden met de Franse overheden en dus tweetalig waren.

Wie de streektaal niet konden spreken, waren meestal mensen die niet uit de Westhoek kwamen: juristen, ambtenaren, onderwijzers, douaniers, politieagenten, militairen, postbodes, enzovoort. Heb je de film ‘Bienvenue chez les Ch’tis’ gezien? Een van de hoofdpersonages is een postbode, nog niet vast benoemd, die vanuit het zuiden van Frankrijk wordt geplaatst in Sint-Winoksbergen.

Het ambtenarenkorps dat als verfransingsinstrument fungeert: denk vooral niet dat dit tot het verleden behoort. Dit jakobijnse systeem bestaat nog steeds in de Franse ambtenarij. Wie in Frankrijk ambtenaar wordt, krijgt tot op heden vaak een baan in een regio aan de andere kant van het land. Zoals Philippe, de postbode in ‘Bienvenue chez les Ch’tis’. Het systeem werd na de Eerste Wereldoorlog verfijnd in de Elzas: Duits werd verboden en alle Duitstalige leraren werden naar huis gestuurd. In plaats daarvan kwamen onderwijzers die alleen Frans spraken, uit andere Franse departementen.

Taal van de elites en taal van het volk

Tot slot nog iets over de oppositie ‘taal van de elite’ versus ‘taal van het volk’. In Frans-Vlaanderen dook dat verhaal eind jaren ’70 op. Het maakte deel uit van de neomarxistische dialectiek van groepen als ‘Tegaere Toegaan’, die het Vlaamse volk graag reduceerden tot Vlaamse proletariërs. De streektaal, de taal van het proletariaat, werd voorgesteld als een onderdeel van de klassenstrijd: hoe vertaal je dat in het Frans-Vlaams ‘no passaran’?

Gepubliceerd

17.08.2025

Kernwoorden
Reacties

Te Duinkerke ging het toen nog niet verkeerd

360 jaar geleden, in het voorjaar van 1665, schreef de Franse koning Lodewijk XIV in een brief aan de generaal van de Orde van de Kapucijnen dat het beter was Vlaamse paters naar Duinkerke te laten terugkeren. De Franse paters die de koning na de annexatie van de stad naar Duinkerke stuurde, bleken weinig nut te hebben, omdat men in die tijd in Duinkerke nauwelijks Frans sprak. Dit gold ook voor de Vlaamse paters recollecten die na 1662, het jaar van de annexatie, uit Duinkerke waren weggestuurd en vervangen door Franse paters. De Vlaamse paters bleven echter onmisbaar in de Frans-Vlaamse havenstad en mochten vrij snel terugkeren.

In tegenstelling tot wat een plaatselijke historicus als Faulconnier schrijft, was de geestelijkheid, op enkele individuen na, fel tegen Frankrijk gekant. Duinkerke zou pas voor Wereldoorlog I volledig verfranst worden, maar niet in de volkswijken. De Friese taalkundige Johan Winkler getuigt in zijn boek ‘Oud Nederland’ dat hij rond 1885 nog vlot in het Vlaams werd geholpen in het Duinkerks hotel waar hij verbleef. Mijn vader vertelde me ook dat hij, in de jaren ’60 van de vorige eeuw, nog regelmatig Vlaams sprak met ‘Bazennen’, de vissersvrouwen die de vangst verkochten op de Minck. ‘Toen waren de meisjes nog niet in het Frans geleerd,’ zoals in het liedje.

Gepubliceerd

09.05.2025

Kernwoorden
Reacties