360 jaar geleden, in het voorjaar van 1665, schreef de Franse koning Lodewijk XIV in een brief aan de generaal van de Orde van de Kapucijnen dat het beter was Vlaamse paters naar Duinkerke te laten terugkeren. De Franse paters die de koning na de annexatie van de stad naar Duinkerke stuurde, bleken weinig nut te hebben, omdat men in die tijd in Duinkerke nauwelijks Frans sprak. Dit gold ook voor de Vlaamse paters recollecten die na 1662, het jaar van de annexatie, uit Duinkerke waren weggestuurd en vervangen door Franse paters. De Vlaamse paters bleven echter onmisbaar in de Frans-Vlaamse havenstad en mochten vrij snel terugkeren.
In tegenstelling tot wat een plaatselijke historicus als Faulconnier schrijft, was de geestelijkheid, op enkele individuen na, fel tegen Frankrijk gekant. Duinkerke zou pas voor Wereldoorlog I volledig verfranst worden, maar niet in de volkswijken. De Friese taalkundige Johan Winkler getuigt in zijn boek ‘Oud Nederland’ dat hij rond 1885 nog vlot in het Vlaams werd geholpen in het Duinkerks hotel waar hij verbleef. Mijn vader vertelde me ook dat hij, in de jaren ’60 van de vorige eeuw, nog regelmatig Vlaams sprak met ‘Bazennen’, de vissersvrouwen die de vangst verkochten op de Minck. ‘Toen waren de meisjes nog niet in het Frans geleerd,’ zoals in het liedje.
09.05.2025
Op 20 januari 1654 werd in Duinkerke de dichter Michiel de Swaen geboren, heelmeester en belangrijkste rederijker en dichter van de Zuidelijkste Nederlanden.
Tijdens zijn leven maakte hij de militaire aanhechting van zijn geboortestreek door Frankrijk mee. Maar het werk van de Swaen laat geen twijfel over zijn liefde voor de Nederlanden, het oude vaderland dat hem jammerlijk door Frankrijk werd ontnomen.
Bij zijn overlijden in 1707 werden vele grafschriften en lijkdichten in het Nederlands door plaatselijke dichters aan hem gewijd. Hier volgt zo een grafschrift “voor den Phenix der Dichters’ van de hand van P. Labus die zichzelf “syn besondere vrient” noemt”.
HIER LEYDT DE SWAEN DIE DOOR SIJN GROOT VERSTANT
SOO IN DE KONST VAN HEELIGH ALS VAN’T DICHTEN
EN DOOR SIJN VERSSEN KON ELCK ONDERRICHTEN.
DE BROEDERS DIE HEM OP DE REDEN -ZAEL
DIE HOORDEN SPREKEN, MOETEN HERT’LIJCK TUYGHEN,
DAT SIJNEN GEEST EN PEN EN LIEVE TAEL
EEN IEDERS HERT KON TOT SIJN LIEFDE BUYGHEN.
DE VRIENDEN SELFS VAN AL DE VLAEMSCHE STEÊN
BEKENNEN SULCX. MAER ÉÉN SAECK TE BEKLAGHEN
IS DAT HY ’T LICHT ONTVINGH DAER SOO ICK MEEN
DE VLAEMSCHE DICHT KONST WEYNIGH KAN BEHAEGHEN.
EEN SLECHTE LOON VOOR MENIG DEFTIG DICHT
DAT SIJN VERHEVEN GHEEST ONS QUAM TE GEVEN!
ONTVING HIJ ’T ANTWERP OF IN HOLLANDT ’T LICHT
SYN WERCK EN NAEM IN DRUCK SAGH M’EEUWIG LEVEN.
20.01.2025
Op 21 oktober 1650 werd in de havenstad Duinkerke de beroemde kaper en zeeheld Jan Bart geboren. Hij schreef zijn naam zelf als Jan Bart en niet als Jean Bart, zoals blijkt uit zijn handtekening en uit de akte van zijn tweede huwelijk.
Jan Bart stamde uit een befaamd geslacht van kapers, zeehelden en militairen, zowel langs vaders- als langs moederszijde. Zijn moeder, geboren Janssen — een familienaam die vaak voorkomt onder Duinkerkse kapers — was een afstammelinge van Michiel Jacobsen, bijgenaamd de sluwe Duinkerkse zeevos, viceadmiraal van de Zuidelijke Nederlanden in dienst van de Spaanse koning. Tot diezelfde familie behoorde ook Jan Jacobsen, die zich in 1623 tijdens een zeeslag met een Nederlandse vloot met schip en bemanning opblies, liever dan zich over te geven. Moed, gekoppeld aan een grote dosis lef, bleek het handelsmerk van dit geslacht zeehelden.
Jan Bart leefde in een bijzonder woelige periode, waarin de militaire en politieke situatie voortdurend veranderde, soms zelfs van dag tot dag. Zo ontwaakte de jonge Jan Bart — en met hem alle Duinkerkenaars — op één en dezelfde dag als Spaanse Vlaming, zat hij ’s middags aan tafel als Fransman en ging hij ’s avonds slapen als Engelsman. Dat gebeurde op 25 juni 1658, na de Slag bij de Duinen.
Deze grillige context verklaart wellicht waarom Jan Bart zonder problemen eerst kon worden opgeleid bij de Nederlandse zeemacht en later in dienst trad van de Franse kroon. Bovenal beschouwde hij zichzelf echter als een Duinkerkse kaper, die zich aanpaste aan de snel wisselende politieke omstandigheden van zijn tijd en dienst deed voor wie hem de middelen verschafte om uit te varen.
21.10.2024