WIDOPEDIA
Een blog over Frans-Vlaanderen, de Nederlanden en Europa
Wido Bourel

Meest recente berichten
Archieven
Kernwoorden

Duinkerke

Duinkerke: De prijs van de ‘gezonde’ zee-lucht

Deze week passeerde ik in De Panne en nam ik onderstaande foto van de haven van Duinkerke in de verte. Wat je van die stad nog het duidelijkst ziet, ondanks de korte afstand, is een verdachte, vettige rookwolk en een grauwe mist boven het industriële gebied. Een vervuiling die zich als een paddenstoel boven de industriezone uitspreidt over de horizon.

Voor alle duidelijkheid: deze foto werd dinsdag rond 11 uur ’s morgens genomen. Op hetzelfde moment liepen families en kinderen op de stranden van Bray-Dunes en De Panne te pootjebaden en te genieten van de “gezonde” zeelucht.

Ook dat is blijkbaar een gevolg van 350 jaar Franse annexatie: de overwonnenen krijgen het vuilste van het vuilste voorgeschoteld. Duinkerke is intussen op sommige dagen zowat de Franse hoofdstad van de pollutie geworden, dankzij een uitzonderlijk hoge concentratie zware industrie en SEVESO-bedrijven. En dan zwijgen we nog over de grote kerncentrale van Grevelingen, de grootste van Frankrijk, enkele kilometers verderop.

Afhankelijk van de windrichting ademt niet alleen Duinkerke, maar ook een groot deel van Frans- en West-Vlaanderen deze lucht dagelijks in. Wat de provincie West-Vlaanderen hierover te zeggen heeft? Welke veiligheidsafspraken bestaan er over de schreve heen? Welke vervuilingsgegevens worden gedeeld? Welke metingen gebeuren er in de Westhoek? En welke gezondheidsrisico’s nemen we er gratis bij?

Dat blijft opvallend stil.

Men maakt zich — terecht — druk over PFAS in het drinkwater, maar over de luchtkwaliteit rond Duinkerke wordt in alle talen gezwegen. Hoe zou dat toch komen?

Veel inwoners van Duinkerke lijken de situatie intussen als normaal te beschouwen. De vervuiling wordt vaak weggewuifd met het klassieke argument: “Ach, het valt best mee” — terwijl de rookpluim letterlijk boven de stad hangt — “en die bedrijven zorgen tenminste voor werk.” Je kan natuurlijk niet alles hebben.

Uiteraard is het puur toeval dat zulke concentraties industrie en vervuiling netjes tegen de grens worden geplaatst, waar de buren weinig of niets te zeggen hebben.

Wie zich zorgen maakt, kan de dagelijkse luchtvervuiling gelukkig online volgen. Goed voor het Frans. Verder: ramen dicht houden… en vooral ook de mond.

Gepubliceerd

29.05.2026

Kernwoorden
Reacties

De eerste woordbreuk van Pietje XIV in Duinkerke was niet de laatste

Op 26 mei 1663 stuurde de Franse koning Lodewijk XIV een brief aan de magistraten van Duinkerke. Daarin schreef hij:

“Met deze brief laten wij u weten dat het onze bedoeling is dat voortaan alle verordeningen, vonnissen en uitspraken die door u worden uitgevaardigd, evenals alle akten en procedures die daaruit voortvloeien, in het Frans worden opgesteld.”

Nochtans had Lodewijk XIV slechts enkele maanden eerder, op 17 oktober 1662, de Vlaamse havenstad Duinkerke van de Engelse koning Karel II gekocht voor de som van vijf miljoen pond. In de verkoopakte was uitdrukkelijk vastgelegd dat het Nederlands de taal van het gerecht zou blijven. De Franse koning verbrak dus al snel zijn woord.

Amper twee dagen na de officiële overdracht, op 27 november 1662, stuurde Lodewijk XIV zijn intendant Jean-Baptiste Colbert naar Duinkerke.

Colbert riep de pastoor van Duinkerke en de oversten van de kloosters samen en eiste dat voortaan al het godsdienstonderricht uitsluitend in het Frans zou gebeuren.

De Vlaamse kapucijnen en recollecten werden vervangen door Franse paters. Dat experiment draaide echter op niets uit. Twee jaar later moesten de Franse paters vertrekken en keerden de Vlaamse geestelijken terug, want in Duinkerke sprak bijna niemand Frans.

Nog voor de inkt van de verkoopakte droog was, begon Lodewijk XIV zijn beloften in Duinkerke naast zich neer te leggen.

Gepubliceerd

26.05.2026

Kernwoorden
Reacties

Jan Baert: Al die willen te kaperen varen, moeten die Fransman zijn?

Op 27 april 1702 overleed in Duinkerke de beroemde Frans-Vlaamse kaper Jan Baert. Hij werd er geboren in 1650 en maakte, net als de dichter Michiel de Swaen (1654–1707), tijdens zijn leven woelige tijden mee.

In 1658 werd Duinkerke door de Franse troepen van Turenne veroverd. Enkele jaren later, op 10 november 1659, werden de Duinkerkenaars wakker als Zuid-Nederlandse onderdanen, om tegen de middag Frans te zijn, waarna de Fransen de stad ’s avonds aan de Engelsen verkochten. Het is niet zeker dat de inwoners die dag goed en wel begrepen wat er gebeurd was. Ze bleven intussen de Vlamingen die ze waren. Ook in 1662, toen Frankrijk Duinkerke van de Engelsen terugkocht. Il faut le faire…

Terwijl de hele streek rond Duinkerke, van Artesië tot Rijsel en Zuidwest-Vlaanderen, overspoeld werd door de Franse soldateska, met moord en brand als gevolg voor de plaatselijke bevolking, suggereren Franse geschiedenisboeken soms een gewilde “terugkeer” naar Frankrijk. Een eufemisme dat de bloedbaden van toen handig verdoezelt. Historici als Lambin en anderen hebben nochtans aangetoond dat de Fransen in Rijsel, Sint-Omaars en Duinkerke allerminst als bevrijders werden onthaald.

Er waren ook mensen die, zoals Jan Baert, hun kennis van de Noordzee en hun militair talent als een soort huurlingen te gelde maakten, op zoek naar roem, avontuur en fortuin.

Het belet niet dat Jan Baert werd opgeleid door diegenen die hij later zou bestrijden. Hij genoot zijn maritieme vorming onder het kundig bevel van de Nederlandse admiraal De Ruyter, voor hij ervoor koos zijn kunde — met succes — aan Franse zijde in te zetten. De haat tegen het perfide Albion, die hij in Engelse kerkers had opgedaan, deed wellicht de rest.

Jan Baert: held of collaborateur? De geschiedenis — en het volk — onthielden vooral de heldhaftigheid van het personage. Dat woog in zijn tijd blijkbaar zwaarder dan morele verontwaardiging vanuit het ene of het andere kamp.

Men mag daarom niet te snel concluderen dat de motieven van Jan Baert louter politiek waren. Hij had evengoed kunnen doen wat zijn Duinkerkse tijdgenoot Michiel de Swaen deed: de verbondenheid met de Nederlanden blijven bezingen, waartoe beiden door taal, cultuur en afkomst behoorden. Maar soldaten zijn zelden dichters en kiezen vaker voor de weg van de glorie.

Wat Jan Baert wel gemeen had met Michiel de Swaen, was zijn Nederlandse moedertaal. Volgens de overlevering sprak hij nauwelijks Frans en communiceerde hij met de Franse koning via een tolk. Zijn naam werd door de Fransen bovendien verbasterd tot Jean Bart. Hij kon dus uit volle borst meezingen van “Al die willen te kaperen varen”, zij het in een nieuwe versie: “moeten die dan Fransman zijn?”

Toen de Fransen Duinkerke in handen kregen, namen ze al snel maatregelen ten gunste van de Franse taal. Zo werden bijvoorbeeld Vlaamse geestelijken vervangen door Franstaligen. Alleen: de bevolking kon men niet vervangen. Net als Jan Baert bleef zij stoïcijns haar moedertaal spreken. De Vlaamse paters keerden na enkele maanden terug, en het dagelijkse leven liep nog eeuwen voort zoals in de tijd van deze dappere Vlaamse zeeheld.

Gepubliceerd

27.04.2026

Kernwoorden
Reacties

Te Duinkerke ging het toen nog niet verkeerd

360 jaar geleden, in het voorjaar van 1665, schreef de Franse koning Lodewijk XIV in een brief aan de generaal van de Orde van de Kapucijnen dat het beter was Vlaamse paters naar Duinkerke te laten terugkeren. De Franse paters die de koning na de annexatie van de stad naar Duinkerke stuurde, bleken weinig nut te hebben, omdat men in die tijd in Duinkerke nauwelijks Frans sprak. Dit gold ook voor de Vlaamse paters recollecten die na 1662, het jaar van de annexatie, uit Duinkerke waren weggestuurd en vervangen door Franse paters. De Vlaamse paters bleven echter onmisbaar in de Frans-Vlaamse havenstad en mochten vrij snel terugkeren.

In tegenstelling tot wat een plaatselijke historicus als Faulconnier schrijft, was de geestelijkheid, op enkele individuen na, fel tegen Frankrijk gekant. Duinkerke zou pas voor Wereldoorlog I volledig verfranst worden, maar niet in de volkswijken. De Friese taalkundige Johan Winkler getuigt in zijn boek ‘Oud Nederland’ dat hij rond 1885 nog vlot in het Vlaams werd geholpen in het Duinkerks hotel waar hij verbleef. Mijn vader vertelde me ook dat hij, in de jaren ’60 van de vorige eeuw, nog regelmatig Vlaams sprak met ‘Bazennen’, de vissersvrouwen die de vangst verkochten op de Minck. ‘Toen waren de meisjes nog niet in het Frans geleerd,’ zoals in het liedje.

Gepubliceerd

09.05.2025

Kernwoorden
Reacties

Michiel de Swaen: “de feniks der dichters”

Op 20 januari 1654 werd in Duinkerke de dichter Michiel de Swaen geboren, heelmeester en belangrijkste rederijker en dichter van de Zuidelijkste Nederlanden.

Tijdens zijn leven maakte hij de militaire aanhechting van zijn geboortestreek door Frankrijk mee. Maar het werk van de Swaen laat geen twijfel over zijn liefde voor de Nederlanden, het oude vaderland dat hem jammerlijk door Frankrijk werd ontnomen.

Bij zijn overlijden in 1707 werden vele grafschriften en lijkdichten in het Nederlands door plaatselijke dichters aan hem gewijd. Hier volgt zo een grafschrift “voor den Phenix der Dichters’ van de hand van P. Labus die zichzelf “syn besondere vrient” noemt”.

HIER LEYDT DE SWAEN DIE DOOR SIJN GROOT VERSTANT
SOO IN DE KONST VAN HEELIGH ALS VAN’T DICHTEN
EN DOOR SIJN VERSSEN KON ELCK ONDERRICHTEN.
DE BROEDERS DIE HEM OP DE REDEN -ZAEL
DIE HOORDEN SPREKEN, MOETEN HERT’LIJCK TUYGHEN,
DAT SIJNEN GEEST EN PEN EN LIEVE TAEL
EEN IEDERS HERT KON TOT SIJN LIEFDE BUYGHEN.
DE VRIENDEN SELFS VAN AL DE VLAEMSCHE STEÊN
BEKENNEN SULCX. MAER ÉÉN SAECK TE BEKLAGHEN
IS DAT HY ’T LICHT ONTVINGH DAER SOO ICK MEEN
DE VLAEMSCHE DICHT KONST WEYNIGH KAN BEHAEGHEN.
EEN SLECHTE LOON VOOR MENIG DEFTIG DICHT
DAT SIJN VERHEVEN GHEEST ONS QUAM TE GEVEN!
ONTVING HIJ ’T ANTWERP OF IN HOLLANDT ’T LICHT
SYN WERCK EN NAEM IN DRUCK SAGH M’EEUWIG LEVEN.

Gepubliceerd

20.01.2025

Kernwoorden
Reacties

Jan Bart: een beroemde Duinkerkse kaper

Op 21 oktober 1650 werd in de havenstad Duinkerke de beroemde kaper en zeeheld Jan Bart geboren. Hij schreef zijn naam zelf als Jan Bart en niet als Jean Bart, zoals blijkt uit zijn handtekening en uit de akte van zijn tweede huwelijk.

Jan Bart stamde uit een befaamd geslacht van kapers, zeehelden en militairen, zowel langs vaders- als langs moederszijde. Zijn moeder, geboren Janssen — een familienaam die vaak voorkomt onder Duinkerkse kapers — was een afstammelinge van Michiel Jacobsen, bijgenaamd de sluwe Duinkerkse zeevos, viceadmiraal van de Zuidelijke Nederlanden in dienst van de Spaanse koning. Tot diezelfde familie behoorde ook Jan Jacobsen, die zich in 1623 tijdens een zeeslag met een Nederlandse vloot met schip en bemanning opblies, liever dan zich over te geven. Moed, gekoppeld aan een grote dosis lef, bleek het handelsmerk van dit geslacht zeehelden.

Jan Bart leefde in een bijzonder woelige periode, waarin de militaire en politieke situatie voortdurend veranderde, soms zelfs van dag tot dag. Zo ontwaakte de jonge Jan Bart — en met hem alle Duinkerkenaars — op één en dezelfde dag als Spaanse Vlaming, zat hij ’s middags aan tafel als Fransman en ging hij ’s avonds slapen als Engelsman. Dat gebeurde op 25 juni 1658, na de Slag bij de Duinen.

Deze grillige context verklaart wellicht waarom Jan Bart zonder problemen eerst kon worden opgeleid bij de Nederlandse zeemacht en later in dienst trad van de Franse kroon. Bovenal beschouwde hij zichzelf echter als een Duinkerkse kaper, die zich aanpaste aan de snel wisselende politieke omstandigheden van zijn tijd en dienst deed voor wie hem de middelen verschafte om uit te varen.

Gepubliceerd

21.10.2024

Kernwoorden
Reacties