WIDOPEDIA
Een blog over Frans-Vlaanderen, de Nederlanden en Europa
Wido Bourel

Meest recente berichten
Archieven
Kernwoorden

Manifest

Reconnaître pleinement la langue des Flamands dans toutes ses formes : un impératif

Nous, signataires du présent appel, demandons que la langue régionale des Flamands soit pleinement reconnue et prise en compte dans toutes ses formes par le rectorat, les élus des Hauts-de-France ainsi que par le futur Office public du flamand occidental.

Par « toutes ses formes », nous entendons clairement ses deux expressions : le néerlandais standard et sa variante dialectale régionale. Associer le néerlandais standard au flamand occidental ne relève pas d’un choix accessoire : c’est une condition essentielle pour en faciliter l’enseignement et lever les blocages actuels.

Ces blocages sont bien connus : pénurie d’enseignants, absence de formation, manque de manuels et de supports audiovisuels, hésitations des familles et des établissements face à un faux dilemme entre flamand occidental et néerlandais, limitation de son enseignement à une zone géographique restreinte.

À l’inverse, l’enseignement du néerlandais permet de répondre concrètement à ces difficultés et concerne la grande majorité de notre région. Il représente en outre un enjeu stratégique pour les Hauts-de-France : renforcer les relations avec nos voisins de Flandre belge et des Pays-Bas, parmi nos tout premiers partenaires économiques.

Une réalité trop longtemps ignorée

Notre démarche s’ancre dans un constat simple, mais trop souvent négligé : la Flandre française est historiquement de langue flamande et néerlandaise. Son identité est à la fois historique, culturelle et géographique. Elle ne saurait être réduite à un territoire périphérique du nord de la France. Elle constitue au contraire une ouverture naturelle vers les pays du Benelux, avec lesquels elle partage une histoire commune. Cet espace forme aujourd’hui un véritable carrefour européen — une opportunité majeure pour notre région.

Mais être un carrefour ne se résume pas à une position géographique : c’est aussi assumer une responsabilité.

Nous refusons de tourner le dos à une partie essentielle de notre environnement. La Flandre française ne peut vivre en vase clos ; elle doit s’ouvrir pleinement. Cela suppose une maîtrise solide du néerlandais, langue standard du flamand occidental et langue de près de 25 millions d’Européens.

Encore faut-il que cette langue soit réellement proposée comme un choix dans l’ensemble de nos établissements scolaires. Cela implique une volonté politique claire, des moyens adaptés et la réhabilitation de la langue standard écrite de nos ancêtres — qui est aussi celle de nos voisins.

Dès lors, une évidence s’impose : la Flandre en France, en raison de sa spécificité linguistique, et l’ensemble des Hauts-de-France, pour des raisons culturelles et économiques, ne peuvent se passer de l’enseignement du néerlandais.

Après des décennies de déni, il est temps d’en reconnaître la nécessité vitale pour notre région, de prendre les mesures nécessaires pour en faciliter l’accès dans le plus grand nombre d’établissements et de le prendre pleinement en compte dans le cadre de l’Office public en cours de création. Le présent manifeste s’inscrit dans la même ligne des revendications de nos amis Alsaciens et à leur demande de prise en compte de la l’allemand standard par toutes les instances intéressées.

De taal van de Vlamingen in al haar vormen volledig erkennen: een gebiedende noodzaak

Wij, ondertekenaars van deze oproep, vragen dat de regionale taal van de Vlamingen in al haar vormen volledig wordt erkend en meegenomen door het rectoraat, de verkozenen van Hauts-de-France en het toekomstige Office public du flamand occidental.

Met “al haar vormen” bedoelen wij duidelijk haar twee uitdrukkingen: het Standaardnederlands en de regionale dialectvariant. Het koppelen van het Standaardnederlands aan het West-Vlaams is geen bijkomstige keuze: het is een essentiële voorwaarde om het onderwijs ervan te vergemakkelijken en de huidige blokkades weg te nemen.

De blokkades rond de keuzes voor het West-Vlaams zijn welbekend: een tekort aan leerkrachten, het ontbreken van opleidingen, een gebrek aan handboeken en audiovisueel materiaal, aarzelingen bij gezinnen en onderwijsinstellingen tegenover het valse dilemma tussen West-Vlaams en Nederlands, en de beperking van het onderwijs tot een beperkte geografische zone.

Daarentegen maakt het onderwijs van het Nederlands het mogelijk om deze moeilijkheden concreet aan te pakken en heeft het betrekking op het grootste deel van onze regio. Bovendien vormt het een strategisch belang voor Hauts-de-France: het versterken van de relaties met onze buren in Belgisch Vlaanderen en Nederland, die tot onze belangrijkste economische partners behoren.

Een al te lang genegeerde realiteit

Onze benadering vertrekt vanuit een eenvoudige, maar al te vaak veronachtzaamde vaststelling: Frans-Vlaanderen is historisch gezien Vlaams- en Nederlandstalig. Onze identiteit is tegelijk historisch, cultureel en geografisch. Zij kan niet worden herleid tot een verloren hoek  in het uiterste  noorden van Frankrijk. Integendeel, zij vormt een natuurlijke opening naar de Benelux-landen, waarmee zij een gemeenschappelijke geschiedenis deelt. Deze ruimte vormt vandaag een echt Europees kruispunt — een grote kans voor onze regio.

Maar een kruispunt zijn is niet alleen een geografische positie: het is ook een verantwoordelijkheid.

Wij weigeren ons af te keren van een essentieel deel van onze omgeving. Frans-Vlaanderen kan niet in zichzelf gekeerd leven; het moet zich volledig openstellen. Dat veronderstelt een degelijke beheersing van het Nederlands, de standaardtaal van het West-Vlaams en de taal van bijna 25 miljoen Europeanen.

Nog moet deze taal daadwerkelijk als keuze worden aangeboden in al onze onderwijsinstellingen. Dat vereist een duidelijke politieke wil, aangepaste middelen en het in ere herstellen van de geschreven standaardtaal van onze voorouders — die ook die van onze buren is.

Daaruit volgt een duidelijke conclusie: Frans-Vlaanderen, vanwege zijn taalkundige eigenheid, en de hele regio Hauts-de-France, om culturele en economische redenen, kunnen niet zonder het onderwijs van het Nederlands.

Na decennia van ontkenning is het tijd om de vitale noodzaak ervan voor onze regio te erkennen, de nodige maatregelen te nemen om de toegang ertoe in zo veel mogelijk onderwijsinstellingen te vergemakkelijken en het ten volle op te nemen in het kader van het ‘Office public’ in oprichting. Het onderhavige manifest sluit aan bij dezelfde lijn als de eisen van onze Elzasser vrienden en bij hun vraag om het Standaardduits in aanmerking te nemen door alle betrokken instanties.

Gepubliceerd

03.05.2026

Kernwoorden
Reacties