Na verschillende debatten en interviews aan Frans-Vlaamse kant de afgelopen dagen, blijf ik verbaasd over de moeilijkheid om bepaalde termen — en vooral bepaalde fundamentele nuances — in de taal van Molière uit te leggen. Laten we het woord ‘nationalisme’ nemen. Wat is nationalisme in het Frans en wat met het ‘volksnationalisme’ binnen de Vlaamse Beweging?
Laat ons beginnen met het begrip ‘volksnationalisme’ en de vraag hoe dit in het Frans te vertalen is. Al bij het eerste onderdeel van het woord, ‘Volk’, duikt een moeilijkheid op. Het begrip Volk laat zich niet zonder meer vertalen door het Franse peuple. In de betekenis die het binnen de Vlaamse Beweging en de herderiaanse traditie heeft gekregen, gaat het om méér dan een politieke of sociale categorie. Het verwijst naar een historisch gegroeide gemeenschap die door taal, cultuur, tradities, herinneringen, afkomst, een gedeelde geschiedenis en gemeenschappelijke wortels met elkaar verbonden is.
Om die specifieke betekenis in het Frans weer te geven, vind ik ‘communauté organique’ een betere benadering dan peuple. Met ‘organisch’ bedoel ik hier een gemeenschap die niet door een politieke beslissing of een staatsconstructie tot stand is gekomen, maar doorheen de geschiedenis is gegroeid en waarin taal, cultuur, tradities, herinneringen, afkomst en gemeenschappelijke wortels met elkaar verweven zijn.
Om dit alles goed te begrijpen, is een verwijzing naar de filosoof Johann Gottfried Herder (1744–1803) onmisbaar. Herder geldt als een van de belangrijkste grondleggers van het begrip Volksgeist: het idee dat iedere gemeenschap een eigen, historisch gegroeide geest bezit, gevormd door gedeelde taal, geschiedenis, gewoonten en herinneringen.
Voor Herder was het Volk geen administratieve categorie, maar een levende gemeenschap die zich door de tijd heen ontwikkelt en waarvan de taal een van de diepste uitdrukkingen vormt. In zijn visie is een gemeenschap niet te reduceren tot een verzameling individuen binnen bepaalde staatsgrenzen, maar vormt zij een historisch gegroeide eenheid met een eigen innerlijke samenhang.
Het is precies deze gedachte — dat een Volk een organisch gegroeide, cultureel bepaalde gemeenschap is — die later een belangrijke inspiratiebron zou vormen voor vormen van volksnationalisme in de Lage Landen, Scandinavië en Duitsland.
Deze tegenstelling tussen een organisch gegroeide gemeenschap en een op afspraken, belangen en instellingen gebaseerde maatschappij krijgt een bijzonder heldere sociologische formulering bij de Duitse socioloog Ferdinand Tönnies* (1855–1936). In zijn klassieke onderscheid tussen Gemeinschaft en Gesellschaft beschrijft hij twee verschillende vormen van menselijke samenhang. Gemeinschaft verwijst naar een gemeenschap waarin mensen met elkaar verbonden zijn door verwantschap, traditie, taal, gewoonten en een gedeeld leven. Gesellschaft daarentegen verwijst naar een maatschappij waarin individuen primair met elkaar verbonden zijn door afspraken, belangen, formele regels en rationeel georganiseerde instellingen.
Tönnies ontwikkelde dit onderscheid als een sociologische typologie en niet als een theorie van nationalisme. Toch is het bijzonder bruikbaar om het verschil tussen volksnationalisme en staatsnationalisme te begrijpen. Waar het volksnationalisme vertrekt vanuit de Gemeinschaft, de organische gemeenschap, vertrekt het staatsnationalisme vanuit de Gesellschaft: de politieke maatschappij die individuen binnen dezelfde staatsstructuur verenigt.
Daartegenover staat de Franse, meer voluntaristische natieopvatting, waarvan Ernest Renan (1823–1892) een van de bekendste vertolkers werd. In zijn beroemde voordracht Qu’est-ce qu’une nation? uit 1882 omschrijft Renan de natie niet in de eerste plaats als een etnische, taalkundige of genealogische gemeenschap, maar als een historische politieke formatie die berust op een gedeeld verleden én op de actuele wil om samen verder te leven. Zijn bekende beeld van de natie als een ‘dagelijks plebisciet’ vat die voluntaristische benadering kernachtig samen.
Hier ligt een fundamenteel verschil. Waar Herder het accent legt op de organisch gegroeide gemeenschap, legt Renan het accent op de politieke en vrijwillige keuze om een natie te vormen en in stand te houden. Tönnies biedt vervolgens de sociologische begrippen om dit onderscheid scherper te formuleren: Gemeinschaft tegenover Gesellschaft, gemeenschap tegenover maatschappij.
Het ‘volksnationalisme’ staat daarmee tegenover het staatsnationalisme: een opvatting waarbij individuen zich binnen de natiestaat verenigen in een politieke maatschappij en zich herkennen in haar instellingen, wetten en waarden, onafhankelijk van hun etnische of historische oorsprong. De maatschappij van de natiestaat wordt daarmee het primaire kader van nationale verbondenheid, terwijl de organische gemeenschap naar de achtergrond verdwijnt.
De organische gemeenschap maakt dan in versneld tempo plaats voor een meer kunstmatig georganiseerde maatschappij, die het verlies aan onderlinge samenhang probeert te compenseren met meer wetten, meer regels en meer sancties, maar ook met het pamperen van de nieuwkomers om de boel draaiende te houden — zonder veel enthousiasme van laatstgenoemden overigens, en dus zonder veel kans op succes.
Nog een essentiële opmerking: het ‘volksnationalisme’ is niet verbonden aan staatsgrenzen en denkt en verbindt los van de bestaande staten. Men kan dus Vlaams ‘volksnationalist’ zijn zonder Vlaamse staat, bijvoorbeeld.
In het Frans bestaan er nog andere termen zoals ‘nationaal-populisme’ of ‘identitair denken’, die sommigen graag uitwisselbaar of gelijkwaardig zouden willen maken aan het ‘volksnationalisme’. In werkelijkheid dekken ze nog andere zaken dan het ‘volksnationalisme’, ook al zijn verbanden niet uitgesloten.
Ten slotte wil ik nog toevoegen dat het ‘volksnationalisme’, omdat het organisch is, noch rechts, noch links, noch centrum is. Het Catalaanse of Schotse ‘volksnationalisme’ bevindt zich eerder links, terwijl dat van Vlaanderen zich rechts bevindt.
De staatsnationalisten — en ruimer alle tegenstanders van het volksnationalisme — zullen niet nalaten te benadrukken dat elke poging tot organische definitie, gebaseerd op een volksgemeenschap, moet worden ondergebracht bij uiterst rechts, waarbij ze de noties van identitair denken, populisme en racisme naar boven halen om het te diskwalificeren. Nogmaals, dat is niet de mening van de linkse Catalanen, de Schotten, de Ieren enzovoort.
In Vlaanderen vergeten sommigen ter rechterzijde graag deze fundamentele onderscheidingen tussen staatsnationalisten en volksnationalisten wanneer het hen uitkomt en voor de foto. Ze houden het dan bij het vage woord ‘nationalist’.
Uiteraard kan het volksnationalisme bepaalde waarden delen met de staatsnationalisten. Op het ideeënfront staan ze wel elk aan de andere kant van de barricade.
15.09.2026