WIDOPEDIA
Een blog over Frans-Vlaanderen, de Nederlanden en Europa
Wido Bourel

Meest recente berichten
Archieven
Kernwoorden

Paaseilans

Een Zeeuw ontdekt het Paaseiland

Op 6 april 1722 – volgens sommige bronnen een dag eerder – bereikt de Zeeuwse zeevaarder Jacob Roggeveen een afgelegen eiland in de Stille Oceaan, ten oosten van Chili. Roggeveen, geboren in 1659 in Middelburg en van opleiding jurist, is op dat moment leider van een ambitieuze expeditie in dienst van de West-Indische Compagnie. Zijn missie: het opsporen van het mythische Zuidland, een onbekend continent dat men toen nog vermoedde op het zuidelijk halfrond.

Met drie schepen – de Arend, de Thienhoven en de Afrikaansche Galey – en meer dan tweehonderd bemanningsleden trotseert hij de Atlantische Oceaan en de verraderlijke wateren rond Kaap Hoorn. De reis verloopt zwaar: ziekte, ontbering en schipbreuk eisen hun tol.

Wat Roggeveen op die Paasdag aantreft, is even raadselachtig als indrukwekkend: honderden monumentale stenen beelden, waarvan sommige meer dan twintig meter hoog zijn. Hij telt er 276. De oorsprong en betekenis van deze kolossen zijn hem onbekend, maar hun aanwezigheid wijst op een bijzondere en tot dan toe onbekende beschaving.

Omdat de ontdekking plaatsvindt op Paasdag, geeft hij het eiland de naam die het tot op vandaag draagt: Paaseiland; de oorspronkelijke bewoners noemden het echter Rapa Nui, en volgens oudere overlevering ook Te Pito o te Henua, “de navel van de wereld”.

De ontmoeting met de eilandbewoners verloopt echter gespannen en kent een gewelddadig verloop. Het is een schaduwzijde van een ontdekkingstocht die later ook voor Roggeveen zelf geen onverdeeld succes blijkt: bij aankomst in Azië wordt hij door de Verenigde Oost-Indische Compagnie gearresteerd wegens ongeoorloofde concurrentie. Zijn schepen worden in beslag genomen, al volgt later nog een schadevergoeding.

Jacob Roggeveen overlijdt in 1729, bijna zeventig jaar oud. Zijn naam blijft verbonden aan een van de meest intrigerende plekken op aarde.

DE MOAI

De beroemde stenen beelden, de zogenaamde moai, werden tussen circa 1200 en 1600 vervaardigd door de Polynesische bewoners van het eiland. Ze zijn uitgehouwen in vulkanisch gesteente, voornamelijk afkomstig uit de groeve van Rano Raraku. De beelden stellen vermoedelijk vergoddelijkte voorouders of stamhoofden voor en werden opgesteld op ceremoniële platforms langs de kust. Opmerkelijk is dat ze meestal met het gezicht naar het binnenland zijn gericht, alsof ze waken over hun gemeenschap. Moderne experimenten tonen aan dat deze kolossen, ondanks hun gewicht, rechtop konden worden verplaatst met behulp van touwen en een ingenieuze “wandelende” techniek.

Gepubliceerd

06.04.2026

Kernwoorden
Reacties