Op 4 oktober 1880 overleed in het Frans-Vlaamse Eke Winok Bourel (1802-1880), door de Brugse heemkundige Antoon Lowyck ooit betiteld als “de vergeten rederijker en volkse schoonschrijver”.
Officieel heette hij Ignaas, maar hij gebruikte uitsluitend zijn tweede voornaam. Over zijn leven is weinig bekend; wel weten we dat hij handelaar en schilder van beroep was en ongehuwd bleef.
Bourel was de officiële Nederlandstalige dichter van “de Verblijders in het Kruis”, de plaatselijke rederijkerskamer van Eke. Deze kamer, officieel opgericht in 1542, zou volgens sommige bronnen al in de twaalfde eeuw hebben bestaan. De rederijkerskamer van Eke was de laatste nog bestaande in de Westhoek en verdween definitief in 1939, aan de vooravond van Wereldoorlog II.
In 1853 werd Winok vermeld als corresponderend lid van het Comité Flamand de France (CFF), waarschijnlijk vanwege zijn status als rederijker en omdat hij wel eens opdrachten kreeg van het CFF of van leden van de vereniging.
Gedichten van Bourel zijn tot op heden niet teruggevonden. Wel zijn enkele teksten en gelegenheidsverzen bewaard gebleven, geschreven ter gelegenheid van belangrijke momenten in het dorpsleven, zoals geboorten, huwelijken, vieringen en overlijdens. Als huisschilder kon hij zijn teksten bovendien verfraaien met volkse motieven, engeltjes, symbolen van liefde en hoop, bloemenkransen, boeketten en andere versieringen.
Een opmerkelijk werk van hem is een lijst met gelegenheidsverzen en versieringen ter gelegenheid van het 300-jarig jubileum (“driehonderd jaersche jubelfeest”) van de rederijkerskamer van Eke. Franstalige teksten van zijn hand zijn niet teruggevonden, wat wellicht aangeeft dat er in Eke toen weinig vraag naar was.
Het bloed kruipt waar het niet gaan kan: een zijtak van mijn stamboom leidt rechtstreeks naar Winok Bourel. Toch had ik, toen ik begon met Nederlands te studeren, zijn naam nog nooit eerder tegengekomen.
04.10.2024