Op 5 mei 1981 overlijdt Bobby Sands, een Noord-Ierse activist, in de Maze-gevangenis in Belfast. Hij is dan slechts 27 jaar oud en sterft na 66 dagen hongerstaking. Met deze actie wilden IRA-gevangenen afdwingen dat ze erkend zouden worden als politieke gevangenen.
Opmerkelijk: tijdens zijn hongerstaking werd Sands verkozen tot lid van het Britse parlement. Die uitzonderlijke situatie bracht zijn zaak wereldwijd onder de aandacht en zorgde er nadien voor dat de wet werd aangepast, zodat gevangenen niet langer verkiesbaar zijn.
Zijn overlijden veroorzaakte zware rellen in verschillende Noord-Ierse steden. Meer dan 100.000 mensen woonden zijn begrafenis bij. Wereldwijd was er verontwaardiging, maar de Britse premier Margaret Thatcher bleef onvermurwbaar.
Na Bobby Sands stierven nog negen andere hongerstakers in de gevangenis. Enkele van hun eisen werden later toch gedeeltelijk ingewilligd, al gebeurde dat zonder officiële erkenning.
04.05.2026
Op 30 januari 1972 vond in de Noord-Ierse stad Derry een vreedzame betoging plaats voor burgerrechten. Aan het einde van die betoging openden Britse soldaten het vuur op ongewapende demonstranten. Dertien mensen werden die dag doodgeschoten; een veertiende slachtoffer overleed enkele maanden later aan zijn verwondingen. In totaal werden minstens 26 mensen door kogels geraakt, velen van hen raakten zwaar gewond.
Onder de dodelijke slachtoffers bevonden zich vooral jonge mannen; de jongste was 17 jaar oud. Verschillende slachtoffers werden op laffe wijze in de rug of in het achterhoofd geschoten, sommigen terwijl zij probeerden weg te vluchten of anderen te helpen.
De soldaten behoorden tot het 1ste Bataljon van het Parachute Regiment, onder bevel van luitenant-kolonel Derek Wilford. De latere Saville Inquiry stelde vast dat alle slachtoffers ongewapend waren en dat het gebruik van dodelijk geweld volstrekt ongerechtvaardigd was. De schietpartij vormde een keerpunt en leidde tot een verdere bloedige escalatie van het conflict in Noord-Ierland.
Het duurde bijna veertig jaar voor de Britse autoriteiten hun verantwoordelijkheid erkenden. Pas in 2010 bood de Britse premier David Cameron, namens de Britse regering, officieel excuses aan voor de dood van veertien onschuldige mensen en voor het onrecht dat hun families was aangedaan.
Ik was toen zelf net geen zeventien jaar oud, dezelfde leeftijd als het jongste slachtoffer. Deze gebeurtenissen hebben een diepe indruk op mij nagelaten en mijn engagement in de strijd van de volkeren blijvend beïnvloed.
30.01.2026