Zaterdag was een bijzondere dag. In de voormiddag vierde ik de restauratie van de kapel van de Hondennest in Kaaster, het dorp van mijn jonge jaren. In de namiddag trok ik naar Kassel voor een debat over mijn nieuwste boek Taalmoord in het stadhuis.
Bij de kapel van de Hondennest was opvallend veel volk opgedaagd: meer dan honderd enthousiaste aanwezigen, met de burgemeester, de pastoor en de plaatselijke harmonie voorop. Zoveel mensen verzameld midden in de velden, in het open landschap, deden me even denken aan de hagenpreken in open veld die we kennen van oude schilderijen.
Mijn nicht Eva Bourel, die samen met een groep jonge vrijwilligers het initiatief nam om de kapel te restaureren, nam het woord. Ook vriend Karel Appelmans was van de partij, samen met zijn mensen van Euvo. Zij zorgden ervoor dat opnieuw een Nederlandstalig bord werd aangebracht – ditmaal bij deze historische veldkapel én langs de straat die ernaartoe leidt.
Terecht, want zelfs de slecht verfranste naam van de wijk – Le Nid de Chien – kan de oorspronkelijke, oeroude Vlaamse toponiem niet uitwissen. Un nid de chien bestaat trouwens niet als correcte Franse uitdrukking voor een dierennest of een nest jonge dieren; nichée zou daarvoor eerder het Franse woord zijn. De verfransing is dus niet alleen ongelukkig, maar ook taalkundig mank.
Op nog geen vijfhonderd meter van de kapel staat een prachtig achttiende-eeuws huis dat al sinds lang vervlogen tijden bekendstond als de Herberg van de Hondennest. Ik heb die herberg nog gekend als een sfeervol Vlaams estaminet waar de tijd leek te hebben stilgestaan.
Ik kwam er wel eens met mijn grootvader, die ik dikwijls vergezelde tijdens zijn leerrijke wandelingen door de velden en weiden. Het zijn herinneringen die vandaag nog altijd sterk verbonden zijn met deze plek.
En wat heeft de Hondennest te maken met mijn boek Taalmoord?
Veel meer dan men op het eerste gezicht zou denken. Een van de meest illustere bewoonsters van de wijk was mijn groottante Margriet, Margriet van Merris, bijgenaamd Margriet Stolkarette. In Taalmoord wordt ze uitvoerig geciteerd om de rijkdom van haar Vlaamse streektaal te illustreren. Ze sprak die taal vloeiend en bezat een indrukwekkende woordenschat.
Ook de taalkundige Cyriel Moeyaert was vriend aan huis bij tante Margriet. Hij noteerde er menig taalpareltje uit haar rijke streektaal.
Margriet is er al lang niet meer. Maar wie vandaag bij de kapel van de Hondennest staat, kan in de verte nog altijd haar oude huis ontwaren, verscholen in een oase van groen. Het huis met zijn strodak is zonder twijfel een van de oudste huizen van Kaaster.
Wie meer wil weten over de taal van tante Margriet en over de rijke Vlaamse streektaal die in deze streek ooit vanzelfsprekend was, nodig ik uit om Taalmoord te lezen.
Meer info: widopedia.eu
En tot slot: een dikke proficiat aan Eva en haar vrijwilligers voor deze geslaagde restauratie. En ook aan Karel en zijn makkers van Euvo voor hun inzet voor het eerherstel van een stukje van ons Vlaamse taal- en cultuurerfgoed.
De Hondennest is meer dan een kapel. Het is een plek waar landschap, geschiedenis, de Vlaamse streektaal en herinneringen samenkomen. Maar bovenal is het voor mij een dierbare plek uit mijn jeugd, verbonden met mijn grootvader, mijn familie en de wandelingen door het vertrouwde landschap van Kaaster.
06.09.2026