9 januari 2021 overleed de Nederlandse volkse schrijver en heidens geïnspireerde auteur Aat (Adrianus Plonius) van Gilst. Hij werd geboren in Dordrecht op 10 november 1929.
Aat begon aan een studie geneeskunde, maar dat bleek niet zijn roeping. Hij schakelde later over naar de Nederlandse taal- en letterkunde. Na enkele functies in de ambtenarij werkte hij als corrector voor een Rotterdamse krant en een jaar lang bij de Koninklijke Bibliotheek in Den Haag. In 1963 werd hij hoofd van de afdeling bibliografieën aan de Landbouwuniversiteit Wageningen, een functie die hij tot 1986 zou bekleden.
Ik leerde Aat kennen in de jaren tachtig. Hij was toen redacteur van het tijdschrift TeKos. In bijna elk nummer publiceerde hij een artikel, aanvankelijk onder het pseudoniem Janus Meerbosch. Zijn reeks Erfdeel Europa verscheen in vele afleveringen. Daarnaast schreef hij uitgebreid over tradities, volkskunde en historische thema’s.
Aat moedigde ook mijn eigen werk aan, onder meer over de tradities van de Nederlanden in Frankrijk. Hij gaf mij waardevolle raad tijdens mijn jarenlange zoektocht naar de Drie Gezusters in Europa. Dat dit onderzoek uiteindelijk vorig jaar resulteerde in mijn publicatie De Drie Maagdekens van Kaaster, heb ik mede aan hem te danken.
Zijn onderwerpen waren steevast heidens geïnspireerd, en dat was geen toeval. In zijn jeugd was Aat korte tijd lid van de Jehova’s Getuigen. Het loskomen daarvan leidde bij hem tot een blijvende afkeer van geloofs- en openbaringsgodsdiensten.
Hij publiceerde talloze artikelen en tientallen boeken over de ring van het jaar: van carnaval en Pasen tot midzomer, Sinterklaas en de kerstboom. Daarnaast schreef hij over cultuur, mythologie, traditie, volksleven en historische figuren in brede zin. Veel van zijn laatste boeken zijn nog op internet te verkrijgen, onder meer bij uitgeverij Aspekt.
In zijn boek ‘Vastelavond en Carnaval’ (1974) heeft Van Gilst geschreven over thans vergeten tradities die verband houden met de huidige periode van het jaar:
“Drie Koningen is met vastelavond verbonden door de koppertijd. Kopperen wil zeggen veel eten. Daarnaar is koppermaandag genoemd, de eerste maandag na Drie Koningen, die nog in de vorige eeuw ook in Noord-Nederland plaatselijk werd gevierd.
In het Oldenwald traden de sterrezangers vroeger gemaskerd op. Behalve een ezel was er ook de Hullefraa bij, een in het wit gekleed wezen met snavelvormig hoofdmasker. Uit deze en andere gegevens leidt men af dat Drie Koningen teruggaat op een Oudgermaanse cultus.
(…) In Engeland staat de eerste maandag na Driekoningen bekend als Plough-Monday (…), een dag waarop dertig tot veertig jonge Britten in een optocht een versierde ploeg rondtrokken, vergezeld van Old Bessy , een als oude vrouw verkleden jongeman (…) die een opvallend vooruitstekend reukorgaan draagt. (…)”. En de auteur voegt er nog aan toe dat dergelijke ploegprocessies en het cultisch voor-ploegen van de akker dienden om het komende seizoen een grote vruchtbaarheid te verlenen aan de vegetatie, maar ook aan de mensen.
09.01.2026