Op 15 januari 1929 verscheen het eerste nummer van de tijdschriften De Torrewachter en Le Lion de Flandre. Beide waren nieuwe uitgaven van het Vlaams Verbond van Frankrijk. Ze vulden het vacuüm dat was ontstaan na het verdwijnen van Le Beffroi de Flandre, een eerdere publicatie van de Vlamingen in Frankrijk.
Jean-Marie Gantois was vanzelfsprekend de initiatiefnemer en de stuwende kracht achter beide bladen. Voor De Torrewachter, geschreven in het Nederlands en in het Vlaamsch, kon hij rekenen op de steun van zijn vriend Marcel Janssen. Daarnaast leverden Vlaams- en Nederlandstalige leden van het Verbond geregeld bijdragen. Namen als Renaat Despicht, Romain van de Meule, Camille Looten, Albert van Hoyweghen en Renaat Schodduyn doken op als gewaardeerde, zij het occasionele, medewerkers.
Nog meer dan bij De Torrewachter nam Gantois bij Le Lion de Flandre het leeuwendeel van het werk op zich. Een van de belangrijkste medewerkers achter de schermen was Nicolas Bourgeois. Tal van artikels verschenen onder uiteenlopende schuilnamen en waren van de hand van Gantois, van Bourgeois, of van beiden samen. Bourgeois vertelde me later dat hij met Gantois had afgesproken dat zijn teksten vrij mochten worden aangepast, herschreven of aangevuld of – onder een andere naam verschijnen -naargelang de noden en de inspiratie van het moment. Naast vaste schuilnamen werden daarom ook pseudoniemen gebruikt telkens wanneer twee of meer personen bij een tekst betrokken waren. Dat maakt het vandaag onmogelijk om één auteur aan één artikel te koppelen.
Het gebruik van schuilnamen had onmiskenbaar ook met veiligheid te maken. Gantois was priester en moest zich bewegen binnen de grenzen van de kerkelijke hiërarchie. Bourgeois was een hoge ambtenaar, secretaris van de voorzitter van de Parijse gemeenteraad, en kon zich veel permitteren, maar niet alles. Ook in zijn professionele leven maakte Bourgeois overvloedig gebruik van pseudoniemen, als ghostwriter voor politici en hoogwaardigheidsbekleders van allerlei pluimage. Voor beiden gold dat schrijven over Vlaanderen en de Nederlanden zonder grenzen niet zonder risico was in het jacobijnse Frankrijk van toen — en, vergeet dat nooit beste lezer, ook niet van nu.
In tegenstelling tot wat sommige historici later hebben beweerd, is het allerminst vanzelfsprekend dat schuilnamen die door Gantois werden gebruikt of opgeëist automatisch betekenen dat de teksten ook uitsluitend van zijn hand waren. Net als bij Le Lion de Flandre gold, volgens de getuigenis van Nicolas Bourgeois, dat een pseudoniem meestal wees op collectief werk, met meerdere auteurs en soms ook vertalers. Dat geldt ook voor sommige van zijn publicaties in boekenvorm. Tijdens het proces tegen het Vlaams Verbond is men nooit volledig tot klaarheid gekomen over wie precies achter welke schuilnaam zat.
Ook Vlaamse historici hebben — met alle respect — achteraf maar al te gretig de naam van Gantois, en van Gantois alleen, gekleefd op alle gevoelige publicaties uit die periode. Vandaag blijkt dat, op zijn zachtst gezegd, een bijzonder kort-door-de-bochtbenadering. Zo gaat dat wanneer historici menen dat zij geen geschiedenis hoeven te schrijven door de tijdsgeest te begrijpen, maar liever, met het morele vingertje in de aanslag, de processen van de Franse jacobijnse inquisitie telkens opnieuw opvoeren.
15.01.2026
Op 15 januari 1929 verscheen he eerste nummer van de tijdschriften ‘de Torrewachter’ en de ‘Lion de Flandre’, beide, uitgaven van het Vlaams Verbond van Frankrijk. Ze vulden de plaats in veroorzaakt door de verdwijning van ‘Le Beffroi de Flandre’, een vroegere publicatie van de Vlamingen in Frankrijk.
Jean-Marie Gantois was uiteraard het initiatiefnemer en ook de stuwende kracht achter deze twee nieuwe publicaties. Voor ‘De Torrewachter’ geschreven in het Nederlands en in het Vlaamsch, liet hij zich vooral helpen door zijn vriend Marcel Janssen. Vlaams- en Nederlandssprekende medewerkers van het verbond, zoals Renaat Despicht, Romain van de Meule, Camille Looten, Albert van Hoyweghen en Renaat Schodduyn waren gewaardeerde gelegenheidsmedewerkers. Nog meer voor ‘Le Lion de Flandre’ nam Gantois het leeuwendeel op zich. Een van de belangrijkste medewerkers achter de schermen was Nicolas Bourgeois. Talloze artikels onder diverse schuilnamen zijn van de hand van Gantois of van Bourgeois, of van beiden. Nicolas Bourgeois vertelde me ooit dat de afspraak met Gantois was dat zijn teksten volgens de noden en de inspiratie van het ogenblik mocht wijzigen en aanvullen. Naaste vaste schuilnamen werd dus in Le Lion de Flandre van pseudoniemen gebruik gemaakt telkens twee of meer personen een aandeel hadden in het schrijven van tekst. Daarom is het niet altijd mogelijk één naam te plakken op een bepaald artikel onder schuilnaam.
15.01.2025