Op 4 augustus 1785 publiceerde de Kempische jurist Jan Baptist Verlooij – zogenaamd in Maastricht om de Oostenrijkse censuur te ontlopen, maar in werkelijkheid in Brussel – zijn ‘Verhandeling op d’onmacht der moederlijke tael in de Nederlanden’. Dit goed gedocumenteerde en stevig onderbouwde werk wordt, volgens Dr. Jozef Smeyers, beschouwd als “het eerste essay over de Vlaamse en algemeen-Nederlandse gedachte”. Het inspireerde de grondleggers van de Vlaamse Beweging, zoals Jan Frans Willems, Jacob Lodewijk Kesteloot en vele anderen.
In zijn boek “Nieuw licht op Jan Baptist Verlooij, vader van de Nederlandse beweging” (2001) stelt Paul de Ridder, doctor in de middeleeuwse geschiedenis en gespecialiseerd in de geschiedenis van het hertogdom Brabant en het taalgebruik te Brussel vóór 1794, het nog scherper. Hij schrijft:
“Door zijn aandachtige observatie en zijn indringende analyse staat Verlooij aan de oorsprong van de ‘Nederlandse beweging’. Pas later zal die beweging, vooral onder invloed van romantici als G. Gezelle en H. Conscience, verengd worden tot een ‘Vlaamse’ beweging.”
Op het gebied van taal en literatuur zocht Verlooij duidelijk aansluiting bij Nederland.
Jan Baptist Verlooij werd geboren in het Kempische Houtvenne in 1746 en overleed in Brussel in 1797.
04.08.2025