WIDOPEDIA
Een blog over Frans-Vlaanderen, de Nederlanden en Europa
Wido Bourel

Meest recente berichten
Archieven
Kernwoorden

Diksmuide

Vlaanderen, de muze van dichter Léon Bocquet

Op 11 augustus 1876 werd in Marquillies, bij Rijsel, de dichter, romanschrijver en essayist Léon Bocquet (1876-1954) geboren.

In 1900 richtte Bocquet in Rijsel het tijdschrift Le Beffroi op. Tot 1914 bleef hij er de drijvende kracht achter. Het tijdschrift speelde een belangrijke rol in het literaire en artistieke leven van Noord-Frankrijk.

Bocquet gaf regionale dichters en schrijvers, ook jong talent, een podium. In Le Beffroi verschenen werken van onder anderen Auguste Angellier, Albert Samain, Sébastien-Charles Leconte, Albert Lantoine en Léon Deubel.

Ook kunstenaars kregen in het tijdschrift aandacht. Onder hen bevonden zich verschillende Frans-Vlaamse kunstenaars, zoals Marie en Henri Duhem, Lucien Jonas, Pharaon de Winter, Julien Devocelle en Léon Cassel.

Later richtte Bocquet zijn aandacht ook op schrijvers uit andere delen van Frankrijk. Hij keek bovendien over de Schreve.

Zijn belangstelling voor Frans-Vlaanderen bleef ook later bestaan. Bocquet schreef onder meer voor Le Lion de Flandre, het tijdschrift van het Vlaamsch Verbond van Frankrijk. Het blad verscheen vanaf 1929 en besteedde aandacht aan de identiteit, geschiedenis en cultuur van Frans-Vlaanderen.

In Le Beffroi verschenen ook vroege bijdragen van auteurs die later grote bekendheid zouden krijgen. Onder hen Louis Pergaud en René Maran. Beiden zouden later de Goncourtprijs ontvangen.

Ook André Lafon werd in het tijdschrift gepubliceerd. Hij zou later de Grote Prijs voor de Roman van de Académie française ontvangen.

Daarnaast verschenen bijdragen van schrijvers als Philéas Lebègue, Maurice Gauchez, Amédée Prouvost, Théo Varlet en Roger Allard.

Rond Le Beffroi ontstond ook een eigen uitgeversactiviteit. Onder de naam Éditions du Beffroi verschenen verschillende literaire werken. Zo publiceerde Bocquet er in 1913 zijn dichtbundel La Lumière d’Hellas.

ERNEST HOSTEN

Tijdens de Eerste Wereldoorlog schreef Léon Bocquet samen met de Vlaamse historicus en archivaris Ernest Hosten het boek L’Agonie de Dixmude. Épisodes de la bataille de l’Yser.

Hosten was Diksmuide voor het oorlogsgeweld ontvlucht.

Het boek beschrijft de doodstrijd van Diksmuide tijdens de Slag aan de IJzer. Het verscheen in 1916, midden in de Eerste Wereldoorlog.

Het boek kende in zijn tijd een groot succes. Het werd bekroond met de Furtado-prijs van de Académie française en in 1928 opnieuw uitgegeven.

Vreemd genoeg werd het werk toen niet in het Nederlands vertaald.

Daar kwam ruim honderd jaar later verandering in.

De kleindochter van Ernest Hosten, Margareta Vanmaele, nam via een erfenis het originele manuscript van haar grootvader in ontvangst. Ze had hem zelf nooit gekend. Bij het manuscript zat ook een koffer vol brieven.

Vanmaele nam het initiatief om het boek ruim honderd jaar later in het Nederlands te bewerken, te vertalen en van toelichtende notities te voorzien.

Dat gebeurde in nauwe samenwerking met André Gysel, voormalig docent Nederlands-Geschiedenis en gids in de Westhoek, en Chris Vandewalle, de betreurde archivaris van de stad Diksmuide. Vandewalle schreef het voorwoord.

In 2018 verscheen de Nederlandse hertaling onder de titel:

Diksmuide 1914. Doodstrijd van een stad. Episodes van de Slag aan de IJzer.

Zo werd het werk van Bocquet en Hosten ruim honderd jaar later voor het eerst toegankelijk voor het Nederlandstalige publiek. De Nederlandse uitgave verscheen bij uitgeverij ElenA.

Léon Bocquet was dus niet alleen dichter en schrijver. Vlaanderen bleef een belangrijke inspiratiebron in zijn werk. Hij was ook een belangrijke promotor van de literatuur en kunst van Noord-Frankrijk en Frans-Vlaanderen.

Gepubliceerd

11.08.2026

Kernwoorden
Reacties

Krijgen de Bretoenen een gedenkplaat in hun eigen taal?

Het is wachten op het antwoord van de stad Diksmuide

Koun Breizh is een Bretoense vereniging die het geheugen van Bretagne hoog in het vaandel draagt. In januari jl. had de vereniging de burgemeester van Diksmuide, de heer Koen Coupillie, geschreven om een verdwenen gedenkplaat, ter nagedachtenis aan de Bretonse mariniers die in 1914 in de strijd waren gesneuveld, opnieuw een plaats te geven. Maar deze gedenkplaat was in het Bretons geschreven, en daar wringt het schoentje.

Ik citeer uit de brief van Yvon Ollivier, voorzitter van Koun Breizh:

“In 2006 werd in Ieper een gedenkplaat in het Bretons aangebracht ter ere van de Bretonse strijders die in 1914 omkwamen, terwijl ze de Belgische strijdkrachten ondersteunden om de havens van Duinkerke en Kales te beschermen.

De ongeveer 6.600 manschappen die deel uitmaakten van de door Admiraal Ronarc’h geleide brigade van mariniers, waren grotendeels Bretoenen en spraken Bretons. Tegen de Duitsers, die vijf keer zoveel waren, en naast de Belgische bondgenoten, hebben zij dapper gestreden. Bijna de helft van hen kwam om het leven tijdens de strijd. Hun moed werd legendarisch.

Deze plaat vermeldde in het Bretons: “Enor d’ar Vretoned marv e Diksmuide evit ar frankiz d’ar 16 a viz Du 1914” (Eer aan de Bretons die in Diksmuide stierven voor de vrijheid op 16 november 1914).

Het plaatsen van een gedenkplaat in een andere taal dan het Frans stoorde sommigen. Het protest werd georkestreerd door toedoen van sommige Franse oud-strijdersverenigingen, mogelijk onder invloed of met de steun van de Franse ambassade.

In 2008 werd de plaat verwijderd nadat deze was beschadigd. Sindsdien is ze nooit meer gezien, ondanks meerdere verzoeken. De toenmalige burgemeester liet weten ‘dat het niet bij iedereen in de smaak viel!’ ” (…)

Is er in de Westhoek, waar je alle mogelijke gedenkplaten tegenkomt ter ere van mensen, groepen en volkeren, geen plaats voor de Bretoenen in hun eigen taal? Je kunt bij onze Bretoense vrienden niemand uitleggen dat een gemeente waar een Vlaamse nationalist de burgemeesterssjerp dragen, dit zou weigeren. En ook niet dat de Franse autoriteiten druk uitoefenen op en in een Vlaamse gemeente.

Ik steun de vraag van de vereniging Koun Breizh omdat deze gedenkplaat in het Bretons opnieuw een plaats krijgt in Diksmuide.

Heb ik ook jou steun, beste fb-vriend?

En Bretagne wacht al zes maanden op een reactie van de stad Diksmuide. Ik ben ook benieuwd.

Gepubliceerd

27.05.2025

Kernwoorden
Reacties

Over een verdwenen gedenkplaat in Diksmuide

Yoran Embanner is mijn Bretoense uitgever. Yoran werkt momenteel aan de laatste noten van een herziene editie van een van zijn uitgaven. Gisteren stuurde hij me een bericht. Hij wou weten of de gedenkplaat in het Bretoens voor de vele dode Bretoense soldaten van W.O.I in Diksmuide er nog stond. Ik moest hem teleurstellen: ook in Vlaanderen mogen Bretoense gesneuvelden niet in hun eigen taal worden herdacht.

Dit verhaal begint in 2006. In Diksmuide neemt Jan Colaert, toenmalige schepen voor NVA, het initiatief om een gedenkplaat in het Bretoens te voorzien op het plaatselijk monument voor de Franse gesneuvelden. Het waren nl. Bretoense vlootmariniers, die in Diksmuide, onder leiding van admiraal Ronarc’h, bij duizenden hun leven opofferden bij de verdediging van de stad.

Dit initiatief was niet naar de zin van de vereniging ‘Souvenir français’. Deze Franse vereniging, met een West-Vlaamse afdeling maar met een eentalige Franse naam, heeft als doel ‘de herinnering van de gesneuvelde Franse soldaten op Belgisch grondgebied in stand te houden.’ Hierbij hoort het in ere houden van begraafplaatsen en monumenten. Alhoewel: als je vergelijkt met de Commonwealth- en Duitse begraafplaatsen zijn de Franse begraafplaatsen in West-Vlaanderen er het slechtst aan toe als je het mij vraagt.

Ene kolonel Marchand, kennelijk onder impuls of met steun van de Franse ambassade in Brussel, liet toen namens de ‘Souvenir français’ zijn stem horen om de inhuldiging van de Bretoense gedenkplaat in Diksmuide tegen te houden.

Omwille van de Franse druk achter de schermen hadden de stadsdiensten toch juridische informatie ingewonnen. De Fransen hadden geen poot om op te staan: het monument was geen Frans eigendom. De beslissing van de stad Diksmuide was dus volkomen legaal en viel binnen de gemeentelijke bevoegdheden.

Met of zonder Franse instemming werd de gedenkplaat dus geplaatst op het monument voor de gesneuvelden in het park van Diksmuide. Een storm in een glas water eigenlijk want niet meer dan twee regels in het Bretoens : ‘Enor d’ar vretoned marv e Diksmuiden evit at frankiz 16 a viz du 1914.’ Het betekent: ‘Eerbetoon aan de Bretoenen gesneuveld voor de vrijheid in Diksmuide op 16 november 1914.’

Je zal vandaag tevergeefs naar die Bretoense tekst zoeken. Hoe dat komt? Wel, de druk op de stad Diksmuide en op haar toenmalige CD&V burgemeester hield niet op met de plaatsing van de gedenkplaat, integendeel.

De gelegenheid om de gedenkplaat te verwijderen deed zich voor in 2008. Het monument voor de gesneuvelden was toen met graffiti bespoten en de Bretoense gedenkplaat werd verwijderd voor een noodzakelijke reiniging. De gedenkmuur werd vervolgens in zijn oorspronkelijke staat hersteld. Alleen: de Bretoense gedenkplaat werd ‘en stoemelings’ niet teruggeplaatst. Het bleef achter – en bevindt zich wellicht nog steeds- bij de technische dienst van de stad.

Toenmalige burgemeester Lies Laridon, meermaals met dit verdwijntrucje geconfronteerd, verwees laconiek naar het feit dat er ‘blijkbaar geen consensus was voor deze gedenkplaat’. De malcontenten konden zich enkele kilometers verder troosten bij de Bretoense calvarie voor de gesneuvelden in Boezinge. Een Vlaamse gemeente die onder Franse druk plooit en aan autocensuur doet: il faut le faire in het Vlaanderen van de 21ste eeuw.

Mijn Bretoense vriend Yoran vraagt zich af, na de Vlaamse gemeenteverkiezingen, wat nu? Sinds kort is in Diksmuide een nieuwe coalitie aan de macht. En de nieuwe burgemeester van Diksmuide, Koen Coupillie is van NVA signatuur… Mogen onze Bretoense vrienden er nu op rekenen dat deze Bretoense gedenkplaat terug op zijn plaats komt?

Gepubliceerd

06.01.2025

Kernwoorden
Reacties