WIDOPEDIA
Een blog over Frans-Vlaanderen, de Nederlanden en Europa
Wido Bourel

Meest recente berichten
Archieven
Kernwoorden

Archieven voor 2023

Winterzonnewende in Stonehenge

Lees dit artikel ook op Doorbraak: https://doorbraak.be/winterzonnewende-in-stonehenge

Stonehenge blijft fascineren: Lucas de Heere was de eerste schilder van de site en wetenschappers van de UGent deden er belangrijke ontdekkingen.

Stonehenge maakt zich op voor de winterzonnewende, de ochtend van 22 december. Dat is het moment van de eerste zonsopgang na de astronomische zonnewende. De organisatie English Heritage laat dan heel even toe dat het monumentenveld vrij kan worden betreden.

Stonehenge blijft een van de meest onderzochte prehistorische monumenten. Hoewel de plaats heidenen fascineert, houdt zij ook kunstenaars, archeologen en wetenschappers bezig. Maar de beroemde site gaf nog niet alle geheimen prijs.

Prachtig handschrift

Het is een Vlaamse schilder, Lucas de Heere, die de eerste geschilderde afbeelding van Stonehenge heeft gemaakt. Vóór hem kennen wij enkel schetsen van de site. Zijn geschilderde tekening van Stonehenge, gemaakt tussen 1573 en 1575, steunde op waarnemingen in situ. De afbeelding verscheen in Corte Beschryvinghe van Engeland, Scotland, ende Ierland, een handschrift met prachtig ingekleurde tekeningen. Onder de titel ‘Beschrijving der Britsche eilanden’ wordt dit manuscript, in 1937, door uitgeverij De Sikkel uitgegeven.

Gentse kunstenaar

Lucas de Heere of d’Heere (1534-1584) is van geboorte een Gentenaar. Een straat in Gent draagt nog zijn naam. Vader is actief als beeldhouwer, moeder als miniaturist. Ze geven hem zijn eerste tekenlessen.

De protestant de Heere wordt wegens zijn geloof in 1568 tot eeuwige verbanning veroordeeld

Als protestant wordt hij wegens zijn geloof in 1568 tot eeuwige verbanning veroordeeld. Vluchtend voor de repressie van Alva gaat hij naar Engeland. Hij blijft er zeer actief als schilder. Net als in Gent leidt hij er een schilderschool. Hij raakt bekend met Koningin Elizabeth I die de protestanten van het vaste land steunt. Voor haar voert hij verschillende opdrachten en portretten uit. Begin 1576 ontmoet hij Philips van Marnix van Sint-Aldegonde, toen op diplomatieke missie in Engeland. In naam van Oranje zoekt Marnix Engelse steun om de soevereiniteit van de Nederlanden te vrijwaren. Met de pacificatie van Gent in 1577 keert de Heere terug naar zijn geboortestad. Hij zou verder in de Nederlanden verblijven tot aan zijn dood in 1584.

Gents onderzoek

Tot vandaag houden Vlamingen zich bezig met de site van Stonehenge. Bio-ingenieur Philippe De Smedt, professor aan de Universiteit Gent, heeft er de afgelopen tien jaar onderzoek gedaan. Dat gebeurde in samenwerking met specialisten van de universiteit van Birmingham.

Zijn onderzoek focust niet op Stonehenge zelf, maar op de ruime omgeving, in een cirkel van ongeveer 2,5 km. Met behulp van een bodemsensor worden magnetische en elektrische variaties samen gemeten. Zo konden alle menselijke verstoringen van het terrein, zoals kuilen, greppels en brandhaarden, worden opgespoord. Ze leggen sporen bloot die veel ouder zijn dan de bekende stenencirkel.

Superhenge

In 2015 lag Philippe De Smedt mee aan de basis van een belangrijke ontdekking bij het nabijgelegen Durrington Walls. Het ging om een grote cirkel met een diameter van een halve kilometer, Superhenge genoemd. Stenen werden er niet gevonden, wel tweehonderd kuilen waarin houten palen, vier tot zes meter hoog, hadden gestaan. Bestond er in de omgeving een houten Stonehenge lang voor de stenen constructie?

5.000 jaar vroeger

Hieruit kan men concluderen dat reeds 10.000 jaar geleden, op het einde van de laatste ijstijd, jager-verzamelaars in de omgeving van Stonehenge actief waren. Dat betekent 5.000 jaar vóór de bouw van het stenenmonument. Dat deze jager-verzamelaars de zon observeerden en de terugkeer van het licht vierden, kunnen we geredelijk aannemen.

Gepubliceerd

21.12.2023

Kernwoorden
Reacties

Gentenaar Jean Ray is Vlaamse meester van de fantastische literatuur

Lees dit artikel ook op Doorbraak: https://doorbraak.be/boekennieuws/een-vlaamse-meester-van-de-fantastische-literatuur

Jean Ray/John Flanders, de Gentse meester van de fantastische literatuur, wordt in Frankrijk nog altijd uitgegeven.

Gentenaar Jean Ray, alias John Flanders, geldt in Frankrijk als dé grote Vlaamse meester van de fantastische literatuur. Hij bepaalde mee het imago van Vlaanderen in het buitenland.

Vlaamse letterkundigen die in het Frans schreven hebben mee het imago van Vlaanderen in Frankrijk bepaald. Denk aan Charles Decoster, Georges Eeckhout, Emile Verhaeren, Marie Gevers of Michel de Ghelderode. De zanger Jacques Brel kan ook niet ontbreken in deze lijst. De meesten waren notoire franskiljons, maar in het buitenland werden ze gedwongen tot een identiteitsbekentenis die door en door Vlaams was.

Dat is ook het geval voor Gentenaar Jean Ray, alias John Flanders. In Frankrijk geldt hij als dé grote Vlaamse meester van de fantastische literatuur. Jean Ray wordt er nog altijd uitgegeven. Recent nog zijn Derniers contes de Canterbury, onlangs gepubliceerd door de Franse uitgeverij l’Arbre vengeur.

Geoffrey Chaucer

De oorspronkelijke editie van Les derniers contes de Canterburry dateert uit 1944. Jean Ray treedt hiermee in de voetsporen van Geoffrey Chaucer, met zijn Canterbury Tales de belangrijkste schrijver uit de Middelengelse literatuur. In Les derniers contes de Canterburry verzamelt Jean Ray een reeks fantastische verhalen in een sfeer van Londense smog, met veel duivelse en vreemde wezens en misdadigers zonder scrupules.

De nieuwe uitgave van l’Arbre vengeur is mooi geïllustreerd en verzorgd. Voor wie een meesterwerk van het fantastische genre in de oorspronkelijke taal wil lezen, beslist een aanrader.

Jean Ray, onze John Flanders

De naam Jean Ray is een pseudoniem van de Gentenaar Raymond Marie de Kremer (1887-1964). In Vlaanderen is Raymond de Kremer/Jean Ray vooral bekend onder de naam John Flanders. Denk aan de vele jeugdboeken die hij in de jaren 1950-60 schreef voor de reeks ‘Vlaamse Filmpjes’ van uitgeverij Altiora in Averbode.

Jean Ray/John Flanders schreef een enorm oeuvre in de twee talen bij elkaar. Als zijn grootste succes geldt zijn magisch-realistische roman Malpertuis, uitgegeven in 1955. Regisseur Harry Kümel maakte van dat boek een in zijn tijd veelbesproken film, met Orson Welles en Susan Hampshire in de hoofdrollen.

Vrijbuiter

In Vlaanderen bleef Jean Ray alleen bekend als jeugdauteur. Het feit dat hij door financiële malversaties in aanraking kwam met justitie is daar niet vreemd aan. Na een verblijf in de gevangenis werd hij gedwongen om, anoniem of onder schuilnamen, als broodschrijver verder te werken.

Jean Ray speelde graag de vrijbuiter. Of het waar is dat hij op de meeste wereldzeeën voer kon niemand ooit achterhalen. Dat geldt ook voor zijn beschrijving van de vele sombere, verdachte straten in Europese havensteden die hij — zogezegd — als zijn broekzak kende. Zijn beschrijvingen van de beruchte havenwijk van Londen zijn wel zeer treffend. Het kan dus bijna niet anders dan dat Ray er langdurig vertoefd heeft. Maar zijn vermenging van waarheid en verdichtsel is hoe dan ook magistraal.

Vriendenkring

In Vlaanderen bestaat er ook een discrete Vriendenkring Jean Ray, opgericht in 1986. De kring beschrijft zichzelf als een ‘internationale groepering van bewonderaars, verzamelaars en vorsers van het werk van Jean Ray/John Flanders’. Discreet maar zeer actief: sinds jaren is de vriendenkring bezig met het onderzoek van alle teksten, artikels en publicaties van Jean Ray/John Flanders.

Voorwaar niet gemakkelijk als je weet dat Ray ook anoniem publiceerde in talloze kranten, tijdschriften en maandbladen. Van La Flandre libérale en de Journal de Gand tot en met ’t Kapoentje, Zonneland en Averbode’s Weekblad. Jean Ray/John Flanders was bij alle gezindten thuis.

Gepubliceerd

23.11.2023

Kernwoorden
Reacties

Regen in ‘Pas-De-Calais’ heeft niets te maken met overstromingen IJzer

Lees dit artikel ook op Doorbraak: https://doorbraak.be/water-en-weerpraatoverlast-zonder-grenzen

‘Het regent in Pas-De-Calais’, zegt het journaal, ‘en dus moet de Westhoek vrezen voor nog meer wateroverlast.’ Klinkt goed. Maar het klopt niet.

‘Het regent opnieuw in Pas-de-Calais. De Westhoek moet daarom vrezen voor nog meer wateroverlast’. Ik kijk liever zelf naar de wolken dan te luisteren naar zulke weerpraatjes. Ministers poseren op de brug over de IJzer, kijkend naar de grens. Zijne majesteit waant zich even in de voetsporen van voorvader Albert I. Terwijl onze minister-president bij Iris van ’t Hof van Commerce in Stavele vergadert. Maar hoe zit dat nu met de wateroverlast die uit Noord-Frankrijk komt?

Ik wil alle West-Vlamingen geruststellen. Het kan veel regenen  in Artesië ofte Pas-de-Calais. Maar dit heeft geen druppel consequentie voor het IJzerbekken. Het waternetwerk van Artesië is niet verbonden met het IJzerbekken. Idem dito voor het prachtig watergebied van de moerassen rond Sint-Omaars dat in verbinding staat met de rivier de A. Deze rivier vormde vroeger de historische grens tussen Vlaanderen en Artesië.

IJzerbekken

Water laat zich niet temmen door een kunstmatige staatsgrens. Het IJzerbekken spreidt zich aan weerskanten van de schreve. In totaal over een oppervlakte van 1101 km2, waarvan 378 km2 in Frans-Vlaanderen. De IJzer is, van de bron in het dorpje Buisscheure tot de monding in Nieuwpoort, 78 km lang.  De 33 km op Frans-Vlaams grondgebied lijken tijdens de zomer op een idyllische waterloop. Maar tijdens het regenseizoen kan de IJzer, gevoed door de Penebeek, de Eybeek en de Zwynebeek, snel overstromen. Verschillende Frans-Vlaamse gemeenten zoals Bollezele, Ekelsbeke met haar prachtig kasteel, Wormhout en Bambeke, kennen  momenteel een gelijkaardige wateroverlast als in West-Vlaanderen.

De Moeren

Ook het gebied van de Moeren beïnvloedt  het watersysteem in het gebied van Bachten de Kupe. De waterregeling dateert van voor de jammerlijke aanhechting van dat stukje Vlaanderen bij Frankrijk. Vandaag is alles met ‘internationale’ verdragen geregeld. Het overtollige water van de ‘Kupe’ kent geen grenzen en loopt of naar Duinkerke of naar Nieuwpoort. Zie hierover mijn artikel in Doorbraak uit 2020.

Franse slag

De Franse overheid is op wateroverlast niet beter voorzien dan de Vlaamse. Integendeel. Er zijn verouderde pompinstallaties in Kales, een nieuwe pomp in Duinkerke die nog niet operationeel is omwille van onenigheid over de … garantie. En daarnaast ook de klassiekers: wijken die gebouwd zijn in het overstromingsgebied, weiden aan de oevers nodig als natuurlijke winterbedding die tot velden zijn omgeploegd, wateringen en beken die niet of niet tijdig worden onderhouden en te zware landbouwmachines die de grond aantasten en verdichten.

De ‘Belgen’ moeten dat oplossen

Wellicht leeft ook bij de Franse overheid het idee dat water toch naar zee vloeit. En dus dat de grootste miserie door de buur zal worden opgelost. Ieder aan zijn kant van de schreve, wijzend naar de andere. Zo  gaan we dat in de Westhoek uiteraard niet kunnen oplossen.

In de Westhoek verwacht men iets anders dan ministers, koning  en president voor de foto. De centen van Europa dat zich met alles moeit, maar niet met de IJzer, zijn hier broodnodig. Er is nood aan oplossingen, zonder belerende vingers van groene professoren in ivoren universiteiten. De mensen uit de Westhoek weten waarover het gaat, ze kennen de toestand en moeten dus de eerste gesprekspartners zijn. Hun boerenverstand kan natuur en landbouw heus wel verzoenen. In ’t Hof van Commerce weten ze raad.

Gepubliceerd

21.11.2023

Kernwoorden
Reacties

Vijftig jaar Nieuw Rechts

Lees dit artikel ook op Doorbraak: https://doorbraak.be/vijftig-jaar-nieuw-rechts

In Frankrijk viert Eléments, het magazine van Nouvelle Droite (Nieuw Rechts), zijn vijftig jarig bestaan. Boegbeeld Alain de Benoist stelt in zijn editoriaal dat het beste wapen tegen de huidige chaos de democratie is: de echte, dan. Hij schrijft: Tegenover de arrogantie van de elites, de minachting van het volk en de antidemocratische neigingen van het staatsapparaat is de echte democratie, en dus het herstel van de volkssoevereiniteit, een toevlucht.’ We vroegen Alain de Benoist waar Nieuw Rechts vandaag voor staat.

Vlaamse wortels

Alain de Benoist werd in 1943 in Saint-Symphorien, aan de Loire, geboren. Zijn wortels langs vaderskant brengen hem terug naar de Nederlanden, meer bepaald naar Vlaanderen. Zijn indrukwekkende stamboom klimt op tot in de negende eeuw, met de familie Goethals in directe lijn. De Benoist kent Vlaanderen goed. Hij bezocht enkele IJzerbedevaarten en Zangfeesten in de jaren 60 en 70. En hij vertoeft er graag voor een of andere lezing.

Subsidiariteitsprincipe

Wortels en afkomst spelen een sleutelrol in zijn denken. Zijn passie voor de Europese volkeren en culturen, en zijn visie op identiteit zijn hierdoor beïnvloed. In zijn jeugd ontwikkelde hij een afkeer voor het jakobijns centralisme en een scherpe kritiek op de natiestaat. ‘Een zindelijke opbouw van de staat loopt van onder naar boven en niet omgekeerd’, schrijft hij, naar de Duitse Calvinistische rechtsgeleerde Johannes Althusius, vader van het subsidiariteitsprincipe en het federalisme.

Encyclopedische honger

Vriend en vijand erkennen in de denker de Benoist een fenomeen. Al van zijn prille jeugd verzamelt hij met encyclopedische honger boeken, illustraties, foto’s en artefacten allerlei. Hij herkent zich in dit citaat van Erasmus:

‘Als ik een beetje geld bezit koop ik boeken, en als er geld overblijft koop ik voeding en kleren.’

Dagelijks overwint hij stapels nieuwe boeken uit alle hoeken van de wereld. Dan volgt de systematische ‘besnuffeling’ en de methodische, thematische rangschikking van ideeën en citaten. Noem het een ritueel. Zijn vriend, de journalist Michel Marmin, beschrijft ergens hoe meesterlijk de Benoist omgaat met het verwerken van deze massa informatie. Zijn persoonlijke bibliotheek bevat meer dan 120.000 boeken, waarschijnlijk de grootste privé-bibliotheek van Frankrijk.

Culturele versus politieke macht

Als jonge militant was Alain de Benoist gepokt en gemazeld in de rechtse kringen van de FEN (Fédération des Etudiants Nationalistes). De nieuw rechtse kaderleden zouden voornamelijk uit deze studentenkringen komen.

De scheiding kwam uit het onvermogen van de rechtse milieus om te evolueren in het post-koloniale tijdperk van toen. ‘Ik voelde me nooit aangetrokken door het franco-Franse chauvinisme’, voegt Alain de Benoist er nog aan toe.

De tijd vroeg om een omkering van de strategie. Sprekend, de Benoist vond de nieuwe marsrichting bij de Italiaanse communistische leider en denker Antonio Gramsci: ‘Om de politieke macht te kunnen veroveren moet men eerst de culturele macht veroveren.’

Voorbij links en rechts

Alain de Benoist is in Vlaanderen bekend door zijn boek Vu de droite (1977). Sindsdien beleven we tijden waar links naar rechts schuift: linkse filosofen als Alain Finkielkraut, de ex-revolutionair Régis Debray of de girondijn Michel Onfray met zijn Front Populaire. En omgekeerd: de Benoist pleit om niet blind te zijn voor de domme dingen in het rechtse kamp. Ik noteer: ‘Wij moeten de universalisten van het wild liberaal kapitalisme van antwoord dienen,’ En ook: ‘Het klopt dat de geschriften van Karl Marx deels onverteerbaar zijn. Maar ik ken geen betere kritiek van het kapitalisme dan de zijne.’

Wat zegt een naam?

De grote doorbraak van Nouvelle Droite / Nieuw Rechts kwam door de medewerking van Alain de Benoist en vrienden aan het bekende weekblad Le Figaro Magazine. Met een oplage tot 850.000 exemplaren en twee tot drie miljoen lezers, kregen de nieuw-rechtse standpunten plots nationaal en internationaal zichtbaarheid.

Links liet niet begaan. In ’79 startte een goed georkestreerde lastercampagne in de Franse media die, naast een bundel scheldproza, de naam Nouvelle Droite leverde.

Wat zegt een naam? ‘Het was een poging van onze tegenstanders om een politiek etiket te kleven op een denktank die voornamelijk cultureel en intellectueel actief was. “Nieuwe cultuur” was een betere naam geweest’, aldus Alain de Benoist.

Meer dan één vereniging

De medewerking aan Le Figaro Magazine werd na enkele jaren afgebouwd. Daardoor kwam er meer tijd voor de eigen boeken en publicaties. Tot dan werd het Nieuw Rechtse verhaal vooral gedragen door de vereniging G.R.E.C.E., wat staat voor Groupement de Recherches et d’Etudes pour la Civilisation Européenne. De vereniging, opgericht in 1971, organiseerde allerlei activiteiten en colloquia en bood regionaal een gemeenschapsleven aan de Nieuw Rechtse militanten. ‘Het is wel kortzichtig Nieuw Rechts te herleiden tot G.R.E.C.E.’, zegt Alain de Benoist. Vanaf de jaren ’80 ging Nieuw Rechts zich meer en meer als een denktank en een bandbreedte profileren.

‘Nouvelle Ecole’

Het tijdschrift Nouvelle Ecole, let op de naamwerd in 1968 het eerste geesteskind van Alain de Benoist. Het publiceert op universitair niveau  uitsluitend theoretische teksten over geschiedenis en ideeëngeschiedenis, archeologie, sociologie, literatuur filosofie, wetenschappen, economie en recht. Even de hoofdthema’s overlopen van de laatste drie nummers als voorproefje: filosoof en socioloog Arnold Gehlen, econoom en socioloog Werner Sombart en een prachtige uitgave gewijd aan Tolkien.

‘Eléments’ 

In 1973 werd het magazine Eléments opgestart, bestemd voor een breder publiek. Artikels over de actualiteit, vraaggesprekken, boeken, audio en video-informatie. Alle editorialen van Eléments en veel thematische dossiers worden door Alain de Benoist geschreven. In zijn laatste editoriaal getiteld ‘Democratie, jazeker’ stelt hij: ‘De soevereiniteit van het volk is het historisch onderwerp van onze tijd.’

‘Krisis’

Krisis, de derde publicatie onder regie van de Benoist, zag het licht in 1988. Krisis leunt het dichtst bij zijn ‘nieuwe cultuur’-opzet: de traditioneel rechts-linkse tegenstellingen laten voor wat ze zijn en het intellectueel debat met opponenten herstellen. Met de woorden van Nietzsche: een blad ‘voor allen en voor niemand’. Krisis behandelt per nummer één thema uit de politieke en sociale wetenschappen zoals gemeenschap, oorsprong, ecologie, enzovoorts.

Tegen het eenheidsdenken

We zijn vijftig jaar, 3000 artikels en meer dan honderd boeken verder. Dat voor de geschriften van Alain de Benoist alleen al. De boeken en teksten gepubliceerd door andere namen verbonden aan nieuw rechts in Frankrijk vertegenwoordigen nog een veelvoud daarvan.

De noden van de tijd betekenen niet dat men slordig moet denken. In zijn boek Survivre à la pensée unique (Het eenheidsdenken overleven) citeert hij Hegel: ‘De moderne mens overschouwt het nieuws zoals men vroeger het ochtendgebed voorlas.’ De methode van Alain de Benoist is in al die jaren niet zozeer veranderd dan wel steeds verfijnd.

Onheilspellende farandole

Met welke thema’s houdt de denker van Nieuw Rechts zich bezig in deze Orwelliaanse tijden? De laatste editorialen van het feestvierende Eléments spreken voor zich. Alain de Benoist klaagt de decadentie en het puriteinse woke aan in wat hij de ‘onheilspellende farandole’ noemt: ‘De kameraden van de aangekondigde catastrofe, de vrouwen met baarden en de mannen in verwachting, de transgenderactivisten en de lesbiennes in transitie, de militanten van de menstruatie voor allen, de vrienden van de obesitas en de fat studies (gewichtsverlies is een genocide), de brandstichtende mannenhaatsters, de exorcisten van het patriarchaat, de woordenpolitie en andere deugdzaamheidbrigades, de zotte pastoors, de brullende woke speakers en de pennenvrienden van de inclusie, de apostelen van het berouw die autokritiek met autodestructie verwarren, de kampioenen van de verklikking, de advocaten van de rechten van de muggen en van de aardappelen…’

Identiteit en levensbeschouwing

In zijn laatste boek Nous et les autres* ontleedt Alain de Benoist alle facetten en fantasmen van de identiteit. ‘Identiteit is wat maakt dat we zijn wie we zijn, en niet iemand anders’, is de klassieke definitie. De Benoist stelt een andere omschrijving voor: ‘Identiteit is niet wat in ons nooit verandert maar wel wat ons toelaat te veranderen telkens het nodig is door onszelf te blijven’. En hij voegt eraan toe: ‘Identiteit zonder levensbeschouwing is inhoudsloos en kan ontsporen.’ Voor de identiteiten en de volksculturen van Europa beleven we het uur van de vraag van Hamlet: To be or not tot be. Voor Alain de Benoist is het antwoord een levenstaak.

*Nous et les autres. L’identité sans fantasmes. Uitgeverij Editions du Rocher (2023)

Gepubliceerd

29.10.2023

Kernwoorden
Reacties

Nederlands leren in Frans-Vlaanderen

De kleine Eloi en papa Philippe Ducourant lopen school in het West-Vlaamse Abele.

Lees dit artikel ook op Doorbraak: https://doorbraak.be/nederlands-leren-in-frans-vlaanderen

Frans-Vlaanderen, dat is het land van Olla Vogala, het  oudst bekende liefdesversje in onze taal. Vandaag, 1.000 jaar, later beleven de Frans-Vlamingen de zwanenzang van het Vlaams/ Nederlands op Frans grondgebied. Dat gebeurt in de grootste Vlaamse en Nederlandse onverschilligheid. Septentrion, de Franstalige publicatie van de stichting de Lage Landen, bewijst dat het anders kan. Samen met het Huis van het Nederlands in Belle (Bailleul) organiseerde de stichting onlangs een bijeenkomst over de toestand van het Nederlands onderwijs over de schreve.

Reden tot klagen

De Frans-Vlaamse noden zijn herkenbaar: gebrek aan leerkrachten, pensioneringen waarvoor geen tijdige vervanging komt, verdwenen coördinerende posten, mede door de Taalunie gefinancierd. Door nieuwe Franse regels is ook het onderwijs van de derde vreemde taal met 86 % verminderd. Voeg daar gerust nog de afwachtende, negatieve houding van de Franse onderwijsinstanties aan toe.

Frans systeem

Competente leerkrachten vind je nochtans in West-Vlaanderen, net over de grens. Alleen, het Frans systeem laat dat niet toe. Gediplomeerde Vlaamse leerkrachten kunnen niet zo maar les geven in Frankrijk. Europa faciliteert de zotste dingen, maar dat niet. Je moet in het bezit zijn van een Frans didactisch diploma. Deze vaststelling geldt voor het officieel onderwijs, gelukkig niet voor privéscholen en avondopleidingen.

Wie dat al lang – en met wederzijds belang – had kunnen beïnvloeden zijn onze politici aan weerskanten van de schreve. Maar Frans-Vlaanderen gaat alleen maar over de bescherming van de Vlaams/Nederlandse identiteit. Dat klinkt niet modieus, niet multicultureel en niet inclusief genoeg. En daar wringt het schoentje.

Dalende cijfers

Ruben in ’t Groen, inspecteur Nederlands in Frankrijk, maakte interessante cijfers bekend. Er zijn in totaal welgeteld 4.420 leerlingen die Nederlands studeren. Ze zijn verspreid over 53 scholen van het lager en secundair onderwijs. Voor de academie van Rijsel vertegenwoordigt dat 1% van de schoolgaande jeugd. Bitter weinig dus. Vergelijk deze cijfers met de Elzas waar 96 % van de jongeren Duits leert. Van die 4.420 Frans-Vlaamse leerlingen leert het gros onze taal als tweede taal. Enkel 335 leerlingen leren Nederlands als eerste taal.

Er bestaan nog allerlei andere opleidingen in het katholiek, het privé- en het avondonderwijs. Een overzicht van het aantal dat die cursussen volgt is niet beschikbaar. Vorig jaar noteerde ik dat, alle opleidingen samengeteld,  +/- 15.000 mensen een Nederlandse opleiding volgden. Dat lijkt me nu hoog ingeschat, rekening houdend met de dalende cijfers van het officieel onderwijs.

Parcours met hindernissen

Het schaarse aantal uren les en de doorstroming tussen elk niveau, zijn een bijkomende zorg. Een initiatie Nederlands in het basisonderwijs omvat max. 1 of 2 uur les per week. De doorstroming naar een hoger leerjaar is meer een uitzondering dan de regel. Gevolg: wie onze taal leert in het lager onderwijs moet dikwijls opnieuw en van nul beginnen in het secundair onderwijs. Noem het een parcours met te veel hindernissen.

Vindingrijke ouders

Frankrijk laat zijn jeugd in de steek. Maar ouders zijn vindingrijk en zoeken zelf  oplossingen. Tijdens de bijeenkomst in Belle kwam Emilie Ducourant, mama van de kleine Eloi, aan het woord. De ouders van Eloi hebben de wijze beslissing genomen om hun zoon naar een West-Vlaamse school te sturen. Hij loopt nu school in het Nederlands in het grensdorpje Abele. Het is uiteraard de ideale oplossing om onze taal te leren. Sindsdien hebben tientallen Frans-Vlaamse kinderen het voorbeeld van de jonge Eloi gevolgd.

Immersie-onderwijs

Kleine kinderen naar school sturen in een ander land blijft een drastische stap. Die keuze kan je ook alleen maken als je dicht bij de grens woont. Maar het is momenteel de enige oplossing om je kind van jongs af aan Nederlands te laten spreken.

Deze vorm van feitelijk immersie-onderwijs wordt in Frans-Vlaanderen zo goed als niet aangeboden. Er is, welgeteld,  één school die immersie-onderwijs aanbiedt in het Duinkerkse.

Er zouden meer van die scholen moeten komen. Alhoewel: de Franse Constitutionele Raad heeft vorig jaar het immersie-onderwijs inhoudelijk beperkt. De immersiescholen moeten voortaan verplicht 50 % van hun lespakket in het Frans verzekeren. De Franse staat is kennelijk bang van haar eigen schaduw.

Erkenning

Op de bijeenkomst in Belle verklaarden onderwijsmensen voor de eerste keer publiek dat het Nederlands als regionale taal dient erkend te worden. Momenteel is dat alleen voor de Frans-Vlaamse streektaal het geval.

Een model voor de erkenning van het Nederlands is er al, en wel met het Duits in de Elzas. In de jaren ’80, en na een lange strijd, werd het Duits erkend als een van de regionale talen, naast de streektalen van de Elzas. In Frans-Vlaanderen is het moment aangebroken om een initiatief te nemen richting de politiek. Het Nederlands dient nu het status van regionale taal te krijgen. De Vlaamse regering kan, achter de schermen, deze noodzakelijke evolutie diplomatisch ondersteunen, en een duwtje in de rug geven.

Gepubliceerd

10.10.2023

Kernwoorden
Reacties

Liber amicorum Maurits Cailliau

Lees dit artikel ook op Doorbraak: https://doorbraak.be/recensies/liber-amicorum-maurits-cailliau-ten-dienste-van-de-nederlandse-gedachte

Burgemeester Koen Degroote (N-VA) verwelkomde op 16 september een select gezelschap van Vlamingen en Nederlanders in Dentergem. Daar werd het Liber amicorum Maurits Cailliau overhandigd. Het boek getuigt over een uitzonderlijk leven voor de Nederlandse Gedachte.

Het liber amicorum Maurits Cailliau brengt boeiende getuigenissen over de vele Heel-Nederlandse gedaanten die Maurits Cailliau wist vorm te geven. Van de Heel-Nederlandse jeugdbeweging, de historische gebieden extra muros die ooit tot de Nederlanden behoorden, tot Joris van Severen en tijdgenoten.

Cailliaus talloze prestaties ten dienste van de Nederlandse Gedachte zijn van onschatbare waarde. Luc Senaeve, voorzitter van het Instituut Joris van Severen, merkte in zijn tussenkomst op 16 september terecht op dat het heel-Nederlandse streven een plaats inneemt binnen de Vlaamse Beweging.

De foto op de kaft van het boek toont een jonge Maurits Cailliau in zijn uniform van de jeugdbeweging, drager van een grote vlag met daarop een Nederlandse leeuw met zeventien pijlen, het symbool voor de eendracht van de Nederlanden. De foto werd genomen tijdens de vlaggenparade op de IJzerbedevaart van 1968.

Kaakslagen en oogkleppen

‘Maurits Cailliau was nooit een aanhanger van het kaakslagflamingantisme’ en ‘geen aanhanger van het oogkleppenflamingantisme’, schrijft Peter Logghe in zijn bijdrage in het Liber amicorum.

Hij citeert een tekst van Cailliau uit 1984 over Vlaamse onafhankelijkheid: ‘Stevenen wij af op het schiereiland van de Vlaamse staat, of scheppen wij de voorwaarden tot de herwording van alle Nederlanden?’ En, in dat perspectief, stelt Cailliau de bijkomende vraag: wat met de banden tussen alle historische regio’s van de Gouden Delta?

Joris van Severen

De vele uiteenlopende Heel-Nederlandse initiatieven waren niet altijd een voorbeeld voor de gehoopte eenheid van de Nederlanden. Wouter van de Meersch schrijft dat Maurits Cailliau ongewild in een rol van ‘éminence grise’ kwam te staan die deze tegenstellingen probeerde te overstijgen.

Maar de bundelende factor, die ook de tegenstanders niet onberoerd liet, bleek de fascinerende persoonlijkheid van Joris van Severen: de persoon, maar ook de gedachten, de invloed en het werk. Er was, vond Maurits Cailliau, materie in overvloed om er een jaarboek aan te wijden.

Het eerste nummer verscheen in 1997, uiteraard onder zijn eindredactie. Vandaag is er nog steeds geen gebrek aan kopei en de nieuwe artikels komen vlot binnen. De hiermee verzamelde kennis blijkt van onschatbare waarde voor vorsers en studenten die de Verdinasoleider en tijdgenoten bestuderen.

Nederlanden

Een ander belangrijk jaarboekinitiatief van Maurits Cailliau is dat van de Nederlanden Extra Muros van stichting Zannekin. Dit werk focust op de geschiedenis, identiteit en cultuur van gebieden die cultuurhistorisch ooit tot de Nederlanden behoorden. Het gaat om de Nederlanden in Frankrijk maar ook over het Walenland, Luxemburg, het Land van Kleef, enzovoort.

Maurits wist dat jaarboek van 1977 tot 2021, 45 jaar lang, samen te stellen en uit te geven. Sinds 2021 zorgt Leo Camerlynck uit Ukkel voor de aflossing van de wacht. Maar Maurits helpt nog steeds achter de schermen waar hij kan. Deze 45 jaarboeken vertegenwoordigen vandaag een vol rek uit mijn bibliotheek. Wie doet hem dat na?

Het is onbegonnen werk alle brochures, publicaties en honderden artikels te traceren die door Maurits Cailliau zijn gepubliceerd. Opvallend is dat M. Cailliau twintig jaar lang tot de kernredactie van het tijdschrift Dietsland-Europa behoorde.

Erfgoedzorger

Terecht stelt Tom Cobbaert van het Archief, Documentatie- en onderzoekscentrum van het Vlaams-Nationalisme de belangrijke rol van Maurits Cailliau als erfgoedzorger, verzamelaar, bewaarder en bewaker van bronnen en archieven van de Heel-Nederlandse beweging vast.

Zijn inzet voor het veiligstellen van het archiefmateriaal, en voor de opbouw van een schaduwarchief uit de verzameling van het Nationaal Studie- en Documentatiecentrum Joris van Severen was beslissend. Dat kan gerust als voorbeeld dienen voor anderen die worstelen met het veiligstellen van waardevolle documenten. Door dit schaduwarchief konden historici en schrijvers al beschikken over stukken die in Leuven, waar het archiefmateriaal was gedeponeerd, nog niet beschikbaar waren gesteld.

Beperkte oplage

Dit en nog heel veel meer is te vinden in het liber amicorum Maurits Cailliau. Het boek is mooi uitgegeven in een gebonden editie. Maar de oplage is beperkt en niet te vinden in de boekhandel. Er zijn nog enkele exemplaren beschikbaar. Stel dus niet uit om het te bestellen via info@identiteit.info.

Gepubliceerd

30.09.2023

Kernwoorden
Reacties

Hoe kan men geen Fransman zijn?

Een interview met de Bretoense taalkundige Tugdual Kalvez

Tugdual Kalvez

Lees dit artikel ook op Doorbraak: https://doorbraak.be/hoe-kan-men-geen-fransman-zijn

Tugdual Kalvez is een Bretoense filosoof, taalkundige en schrijver. Hij is afkomstig uit het dorpje An Erge-Vihan in de buurt van de stad Quimper. Vader en moeder spraken Bretoens en Tugdual interesseerde zich van jongs af voor de Bretoense taal en cultuur. Hij publiceerde onlangs het boek Comment peut-on ne pas être français?*: Hoe kan men geen Fransman zijn? 

Tugdual Kalvez, de titel van uw boek laat niets aan de verbeelding over. Hoe kan men als Bretoen geen Fransman zijn?

‘Mijn titel refereert naar het iconisch boek Comment peut-on être Breton? (1970) van de Bretoense voorman Morvan Lebesque. Op deze wijze wou Lebesque de niet-erkenning van het Bretoense volk door de Franse staat aanklagen. Vijftig jaar later is niets veranderd. De jakobijnse pretentie om de zogenaamde universaliteit van het Franse model aan te prijzen regeert het land.’

Frankrijk als licht in de duisternis van de wereld?

‘Een anoniem gebleven jakobijn van dienst schreef in 2012: “Een Franse burger zou kunnen stellen dat hij de wereld alle geluk toewenst die de Franse republiek garandeert.” Ik denk dan aan de vijf nachten durende rellen in de Franse steden, één maand geleden. Dezelfde dwaas vervolgt in alle bescheidenheid: “Het is niet Frankrijk dat men opnieuw moet uitvinden, maar de wereld.” De wereld volgens Frans model, dat is het einde!’

Ik lees: ‘De auteur van dit boek is geen nationalist maar een Bretoense patriot.’ Wat is voor u het verschil tussen een nationalist en een patriot?

Het andere volksnationalisme is defensief van aard. Het gaat om de verbondenheid met onze voorouders, met hun taal, hun cultuur en patrimonium

‘Ik zie twee soorten van nationalisme. Eerst het leerstellig agressief nationalisme dat van de natie een absolutisme maakt. Het plaatst het eigen land boven alle andere. De gevolgen kunnen zijn: chauvinisme, xenofobie en zelfs racisme en kolonialisme. Dit nationalisme dat andere volkeren en naties niet respecteert, klaag ik aan. Het andere volksnationalisme is defensief van aard. Het gaat om de verbondenheid met onze voorouders, met hun taal, hun cultuur en patrimonium.’

U schrijft dat Frankrijk geen organische natie is maar een politieke en militaire constructie.

Een organische natie wordt samengesteld door etnische, taalkundige en culturele componenten. Frankrijk is een politieke en militaire constructie, geen organische natie. De Gaulle heeft dat juist verwoord: “Frankrijk werd gemaakt met het zwaard.” Aan de Franse periferie tel ik zes volkeren die door Frankrijk met de wapens zijn veroverd. De Franse natie is alleen wat in het centrum overblijft.’

U trekt van leer tegen het virus van het jakobinisme. Zijn die jakobijnen niet samen met de Franse Revolutie verdwenen?

‘Helaas, neen, de jakobijnen zijn niet verdwenen met de Revolutie van 1789. De diverse politieke partijen die later opdoken waren centralistisch en staatsnationalistisch. Het zijn allemaal aanhangers van het één en ondeelbaar Frankrijk. Ze ontkennen het bestaan van de perifere volkeren. Ze weigeren om hun geschiedenis en hun taal te onderwijzen. Het hele systeem is fundamenteel jakobijns.’

In uw boek definieert u allerlei termen. Wat is uw definitie van jakobinisme?

‘Het jakobinisme is een ideologie geërfd van de meest radicalen onder de revolutionairen. Zijn kenmerken zijn buiten het centralisme, het staatsnationalisme, het etatisme en het republicanisme. Maar dan telkens in hun extreme vorm. Het gevolg is een sterk gecentraliseerde staat, een gedwongen eenheid gebaseerd op de centrale modellen. Voeg eraan toe een scheefgetrokken vorm van secularisme. De cultuurminderheden worden met dwang onder de knoet gehouden. Hun talen worden verboden. De Republiek spaart op de vrijheden en de democratie wordt in een spannend korset samengehouden.’

De Franse president Jacques Chirac zei ooit: ‘We moeten de humanistische en universele boodschap van Frankrijk bekend maken.’

‘De Franse pretentie tot universalisme bestond nog niet voor de Franse revolutie. Het draagt het masker van de begoede klasse en van het Frans nationalisme. Noem het een superioriteitscomplex. De schrijver Paul Gaultier poneerde dat “de Franse beschaving een evident universalisme inhoudt met de rede als voornaamste kenmerk”. En hij voegde eraan toe: “Ze is hierdoor van toepassing op alle volkeren, en kan voor hen het ideale kader worden voor het leven in een gemeenschap.”’

Laten we het nu hebben over Bretagne: hoe is de streek Frans geworden?

‘In 1488 verloor Bretagne de oorlog. Frankrijk dwong Bretagne tot een verdrag. Anne, dochter en erfgename van het hertogdom, mocht volgens dat verdrag niet trouwen zonder het akkoord van de Franse koning. Ze werd gedwongen om de koningen Charles VIII en Louis XII te huwen. Door het edict van 1532, werd Bretagne tot een autonoom gebied herleid binnen het Franse Koninkrijk.’

Sinds wanneer kan men spreken van een Bretoense beweging?

‘De Bretoense beweging kwam op in de tweede helft van de negentiende eeuw. De beweging kende een trage ontwikkeling en werd pas na Wereldoorlog I volwassen. De Parti National Breton (PNB) gaf het weekblad l’Heure Bretonne uit, goed voor een oplage van 30.000 exemplaren in de oorlogsjaren. Maar het verdween door de gevolgen van de oorlog. Andere organisaties namen later de fakkel over. Ze bereikten resultaten op economisch en cultureel, maar niet op politiek vlak. In 2022 vroeg de Regionale Raad van Bretagne een bredere vorm van autonomie. Momenteel tracht een collectief alle Bretoense krachten te bundelen om deze eis te steunen.’

Een Bretoense uitgever legde me uit dat de Bretoense beweging vandaag alleen  links kan zijn, om de collaboratie te vergeten.

‘Er zijn zoveel valse beschuldigingen geuit tegen de Bretoense beweging dat wij zo weinig mogelijk refereren naar deze periode. Ik bereid momenteel een nieuw boek voor om de waarheid over de PNB recht te zetten. De Bretoense actie is nu naar de toekomst gericht en wil een bijzondere status bekomen voor Bretagne.’

Wat zijn de voornaamste Bretoense eisen?

‘Ik som ze even op. 1 – de administratieve hereniging van alle Bretoense gebieden, dat wil zeggen de re-integratie van het departement Loire Atlantique; 2 – de oprichting van één Bretoense raad die de Regionale Raad en de vijf Departementale Raden samenbrengt; 3 – een ruime autonomie met een aangepaste financiële dotatie; 4 – het onderwijs van het Bretoens in alle Bretoense gemeenten en op alle onderwijsniveaus; 5 – van het Bretoens een officiële taal maken, naast het Frans.’

‘Sommige militanten zijn van mening dat alleen een Bretoense Republiek al deze eisen samen kan mogelijk maken.’

De hereniging van het Bretoens territorium: waar gaat het precies om?

‘Het is het Vichyregime dat het departement Loire-Atlantique met hoofdstad Nantes in 1941 heeft gesplitst van de rest van Bretagne. In 1955 heeft eerste minister Michel Debré deze verdeling van Bretagne — een beslissing genomen door een collaborerende regering — bevestigd. 72 procent van de Bretoenen waren in 2014 voor de hereniging van Bretagne. Maar de regering heeft een truc van de foor uitgehaald om dit te blokkeren. Eens te meer!’

In mijn jeugd was Bretoens zijn synoniem voor ‘autonomist’. Hoe ziet u dit autonomisme?

‘In 2020 hebben wij twee voorstellen gedaan: de gemeente blijft het lokaal echelon dicht bij de mensen. Een tweede echelon is de regio die zich bezig houdt met het territoriaal beheer, de urbanisatie, de economische ontwikkeling, de grote ecologische vragen (water, energie, afvalbeheer), enzovoort.’

De regio moet een sterke macht krijgen, met een bijzondere status die toelaat om zelf oplossingen te brengen voor haar problemen

‘De regio moet een sterke macht krijgen, met een bijzondere status die toelaat om zelf oplossingen te brengen voor haar problemen. Tegenover de Franse staat is er uiteraard de eis tot transfer van de nodige competenties om een autonome financiering, een budget en een financieel beheer van Bretagne mogelijk te maken. Vergelijk het met de situatie in Schotland.’

Hoe ziet u als taalkundige de toekomst van de Bretoense taal?

‘De toekomst van onze taal blijft problematisch als wij niet politiek en financieel baas kunnen worden in eigen land. De centrale macht in Parijs speelt met onze voeten, doet kleine beloftes die ze niet houdt. Anderzijds is de Bretoense beweging te braaf en mist aan eenheid.’

En de toekomst van Bretagne?

‘Wij hebben als Bretoenen enkel een toekomst als wij kunnen breken met de jakobijnse macht. Daarom ook mijn oproep in mijn boek. Ik nodig de Bretoenen niet uit om te rebelleren. Ik roep ze op om hun onvervreemdbare rechten te laten gelden in naam van de rechtvaardigheid. Ik roep de Franse machthebbers op om hun principe van gelijkwaardigheid toe te passen in plaats van onze rechtmatige eisen te bestrijden. Ik roep ten slotte alle Franse staatsburgers op tot een federalistische, sociale en solidaire revolutie.’

Het is oorverdovend stil rond uw boek in de Franse media.

‘Er is sprake van censuur vanwege de Franse, maar ook van de Bretoense media. Enkel publicaties van de Bretoense beweging hebben mijn boek besproken. De titel spreekt de militanten aan, maar het maakt de jakobijnen ongerust. Het treft hun ideologie in het hart. De reden van het verzwijgen van mijn boek in de nationale media heeft uiteraard alles te maken met mijn aanval op hun onaantastbaar geacht jakobinisme.’

*Comment peut-on ne pas être français? Le Temps éditeur — An Amzer embanner, 2022.

Gepubliceerd

03.09.2023

Kernwoorden
Reacties
Linda
14.11.2023 - 10:49

Ben zeer geboeid door die volksgeschiedenissen. Destijds droomden velen over een Europa der volkeren, maar het werd een Europa der Staten.

Beantwoorden

De rel rond ‘Les lacs du Connemara’

Michel Sardou, de niet politiek-correcte zanger

Lees dit artikel ook op Doorbraak: https://doorbraak.be/de-rel-rond-les-lacs-du-connemara/

Een journalist van het internet medium Tipik van de RTBF, vroeg Juliette Armanet, een jonge, vrij onbekende Franse zangeres, drie liederen te noemen waarbij zij onmiddellijk de zaal zou verlaten. Antwoord: drie maal de wereldhit Les lacs du Connemara van de Franse zanger Michel Sardou. Je weet wel, het liedje dat iedereen meezingt al zwaaiend met een servet. Geen  trouwfeest of studentikoze avond zonder  ‘Là bas au Connemaraaa’. Meer moest dat niet zijn,  de nieuwe Franse woke rel van de maand was een feit.

‘Niets goeds aan’

Wat Armanet tegen dat wereldberoemd liedje – al uit 1981 – heeft, verwoordde ze plastisch bij de RTBF. ‘Ze kotst ervan’ en voegde er aan toe: ‘het is een lied voor de scouts, het is sektarisch, het is rechts. Er is niets goeds aan’. Dat moet dan haar definitie van conservatisme zijn. Ik las de liedjestekst om zeker te zijn. Wat is het probleem van deze dame eigenlijk ?

Michel Sardou is niet gelijk wie. De zanger, inmiddels 76 jaar, heeft  meer dan 500 liedjes geschreven en miljoenen platen verkocht. Naast zijn repertoire over liefde en leed stak hij ook zijn nek uit met geëngageerde liederen over niet politiek-correcte onderwerpen. Daarmee kwam hij tijdens zijn carrière regelmatig in het oog van de storm. Het is niet duidelijk of de man op sluwe wijze de actualiteit wil aankaarten om zijn visie op de wereld te ventileren, dan wel of hij graag provoceert.  Hoe dan ook, een politiek statement moet je niet zoeken in zijn liedje over Connemara, dat braafjes over een trouwfeest in een gedeeld Ierland gaat.

Wereldhit

De tekst van Les lacs du Connemara is van de bekende liedjesschrijver Pierre Delanoë . Hij is ook tekstschrijver vooronder meer Gilbert Bécaud. Denk aan beroemde Franse chansons zoals Nathalie en Et maintenant.  Eerst moest Les lacs du Connemara een liedje over Schotland worden. Het werd uiteindelijk Ierland.

Voor de muziek deed hij  beroep op de componist Jacques Revaux . Het verhaal wil dat diens muziekapparatuur defect was en  klanken als een doedelzak produceerde. Dat gaf Revaux de nodige inspiratie, en het meeslepende en versnellende ritme dat hij bedacht deed de rest. Sardou zelf geloofde eerst niet in het liedje. Hij had ook geen affiniteiten met Ierland en had de Connemara nooit bezocht. Resultaat van deze Spielerei, een wereldhit met meer dan een miljoen platen verkocht in enkele weken. Het succes wereldwijd verklaart waarom  Michel Sardou de hit tot vandaag blijft zingen telkens hij op tournee gaat.

Geëngageerde liedjes

Armanet is verwittigd: Michel Sardou heeft nooit de controverse gemeden en kan tegen een stootje. Al blijft de lange lijst van zijn geëngageerde liedjes in de schaduw van zijn succes als  charmezanger. Het begon met les Ricains dat hij in 1967 schreef, als eerbetoon voor de Amerikanen die Europa hadden bevrijd. Sardou ging daarmee in tegen de politiek van de Gaulle die een jaar voordien de Nato had verlaten.

Op de achtergrond woedde in die jaren de Vietnamoorlog.  Sardou schreef de tekst aanvankelijk voor Alain Delon die het niet wou zingen. In 1969 zou Delon wel  Monsieur le président de France,  zingen, opnieuw een pro Amerikaanse song geschreven door Sardou.

Verdediger van het patriarchaat?

In ’73 zong hij  Les  vieux mariés, een romantische tekst over een gelukkig oud paar dat nog een beetje wil profiteren van het leven. Niets revolutionairs aan maar de Franse feministen vielen over twee regels. Ik vertaal ze letterlijk: ‘ je gaf me prachtige kinderen/ en nu heb  je een beetje rust wel verdiend’.

Toegegeven, men zou het een halve eeuw later anders formuleren. Maar of dit van Sardou een verdediger van het patriarchaat  en een vrouwenhater maakt  is nogal kort door de bocht.

Voor de doodstraf

In 1976  haakte Michel Sardou in op de Franse actualiteit om Je suis pour, (‘Ik ben voor’) te schrijven. In dat nummer geeft hij het woord aan de vader van een vermoord kind om te pleiten voor de doodstraf. Frankrijk stond toen in rep en roer door de zaak Patrick Henry, een gevaarlijke recidivist die een zevenjarig  kind had ontvoerd en vermoord.

Het lied was niet zozeer een succes dan wel de aanleiding van een hevige controverse. De Franse minister Badinter zou het leven van de moordenaar sparen en de doodstraf afschaffen. Sardou verklaarde later dat  Je suis pour werd geschreven in de verontwaardiging van het moment, dat hij het lied weinig had gezongen en dat hij vandaag tegen de doodstraf was.

Reactionaire agenda

Een jaar later, in 1977, kwam Michel Sardou met een lied als een provocatie  over het koloniaal verleden: Le temps des colonies. Sardou gebruikt steeds dezelfde techniek: hij laat iemand aan het woord, hier een koloniaal die over zijn ‘gezegende tijd in de kolonies’ vertelt. Het werd op radio en tv zonder verpinken gedraaid.

Als je weet dat Michel Sardou van fascisme werd beschuldigd voor het Fransdolle liedje  J’habite en France (1972), dat de Franse president Giscard d’Estaing speciaal voor hem een bijzondere belastingcontrole liet uitvoeren wegens de tekst van Ne m’appelez plus jamais France (1975) en dat hij ook nog werd aangevallen voor homofobie voor een zinnetje  in het lied  Chanteur de jazz (1985), dan ken je de reactionaire agenda van een succesvolle zanger die dit niet nodig had om op te vallen.

Een stem voor het volk

Eerst trachten de historische context te begrijpen, en dan pas oordelen, dat is niet aan de woke-generatie van Juliette Armanet besteed. Het zal Sardou een zorg wezen. Opvallend is dat de  geëngageerde liedjes van Michel Sardou klinken als de opinie van de zwijgende meerderheid over voorname maatschappelijke thema’s.

Zelf merkt Sardou fijntjes op  dat  zijn fans  hem steeds bleven steunen. Hij beschouwt zijn vrij en vrank repertoire als een stem voor het volk. In het liedje Les lacs du Connemara zingt hij: Men zegt het leven/ is waanzin/ Laat ons dansen/ op de waanzin.

Gepubliceerd

24.08.2023

Kernwoorden
Reacties

Eerherstel voor kapitein Westerling?

Burgemeester van Amsterdam blijft weg van herdenking

Kapitein Raymond Westerling in Nederlands-Indië.

Lees dit artikel ook op Doorbraak: https://doorbraak.be/eerherstel-voor-kapitein-westerling

Jaarlijks wordt op 15 augustus de Indië herdenking gehouden op de dam in Amsterdam. Is verzoening rond het koloniaal verleden in Nederland aan de orde? Niet voor Femke Halsema, burgemeester van Amsterdam, die plots besliste om van de ceremonie weg te blijven. Reden: Palmyra Westerling, dochter van Raymond Westerling, commandant van de speciale troepen van het Koninklijk Nederlands Indisch Leger (KNIL), krijgt er  het woord. Wie is bang voor Westerling en waarom?

De figuur van Westerling heeft me altijd geïntrigeerd. Toen ik Nederlands studeerde volgde ik alle Franstalige uitgaven over Nederland en Vlaanderen. Zo las ik “Westerling. Guérilla-story”, een boek van de Franse historicus en essayist Dominique Venner. Het verscheen in 1977 bij de grote uitgeverij Hachette. Sommigen spraken van een hagiografie. En zelf ben ik op mijn hoede voor elke vergoelijking van kolonialisme.

Ik kreeg de gelegenheid om de auteur te ontmoeten en hem kritische vragen te stellen. Zijn interesse ging voornamelijk naar de geschiedenis van militaire conflicten, onafhankelijkheidsstrijden en verzetsdaden wereldwijd. 1977 was ook het jaar van de treinkaping door gewapende Zuid-Molukkers in het Groningse. Als introductie tot de geschiedenis van Indonesië kon dat tellen.

Raymond Westerling

Maar wie is de man die, 36 jaar na zijn overlijden, nog voor commotie zorgt in Nederland? Raymond Westerling werd in 1919 geboren in een voorstad van Istanbul. Vandaar – en ook wegens zijn atletische kwaliteiten – zijn schuilnaam ‘de Turk’. Zijn Nederlandse nationaliteit kreeg hij van zijn vader. Moeder was een Griekse. In Istanbul studeerde hij in een Franstalige Jezuïetenschool. Naast Nederlands sprak Westerling Grieks, Turks, Frans en Engels. Niet alledaags voor een Nederlander. Dit, en zijn kennis van de islam, maakte hem bijzonder inzetbaar in het wespennest Indonesië.

Rode baret

Westerling nam dienst bij het Nederlandse leger tijdens wereldoorlog II. Volgde een stevige opleiding bij de Britse paracommando’s. Hij droeg de rode baret en klom tot de rang van instructeur. In 1945 werd hij in Sumatra ingezet. Zijn missie daar was de nog aanwezige Japanners en terroristen ontwapenen. Hij maakte er kennis met de guerrillatechnieken en met de inzet van inlandse vrijwilligers. Zijn bevorderingen tot tweede- en eerste luitenant tonen aan dat zijn chefs tevreden waren over hem.

Pacificatie van Zuid-Celebes

Tussen 1946 en ‘48 kreeg Westerling, in de rang van kapitein, de leiding over de commando-eenheid “Depot speciale troepen”. Hij werd belast met de contraguerrilla, en de riskante acties die erbij hoorden. Vooral het toegepast geweld tijdens de pacificatie van Zuid-Celebes, nu Sulawesi, in 48-49 zou hem later zwaar worden aangewreven. Tegenstanders spraken van standrechtelijke executies. De legerleiding had het over een hard maar rechtvaardig optreden.

De zogenaamde “Westerling-methode” moest je wel plaatsen in een algemeen klimaat van terreur waar oog om oog en tand om tand de regel was. Zelf heeft Westerling zijn harde aanpak nooit ontkend. Hij voegde er aan toe ‘dat zijn acties niet zozeer gericht waren tegen de nationalisten dan wel tegen de terroristen’.

Poging tot staatsgreep

Tot hier was Westerling in militaire dienst en voerde opdrachten van zijn oversten uit. In oktober ’48 nam hij ontslag. Hij bleef in contact met militaire kringen en leidde voortaan een klein transportbedrijf. Hij zorgde vooral voor het in stand houden en trainen van zelfverdedigingsgroepen bij de inheemse bevolking.

In januari ’50 probeerde hij met een commando de macht over te nemen in Bandoeng en Djakarta. Deze poging tot staatsgreep tegen Soekarno mislukte, Westerling moest onderduiken. Hij kon uiteindelijk uit Indonesië ontsnappen met discrete hulp van zijn netwerk bij de Nederlandse vertegenwoordiging. Westerling kwam nooit meer terug in de regio. Indonesische nationalisten wilden  zijn hoofd maar zouden er, ondanks vele pogingen, nooit in slagen hem terug in Indonesië te krijgen.

In Nederland

Na een verblijf in Brussel landde Westerling uiteindelijk in Nederland. In de beginjaren genoot hij van een ongeziene populariteit. Jaap de Moor schreef in het Hollands maandblad (jaargang 2000): ‘hij was voor velen het toonbeeld van een held, en die zijn zeldzaam in de moderne Nederlandse geschiedenis’. Hij werd een veel gevraagd en gevierd spreker op allerlei drukbezochte militaire- en veteranenbijeenkomsten. En door de Molukse gemeenschap die Nederland trouw was gebleven werd hij op handen gedragen. De Moor voegde er nog aan toe: ‘hoeveel ouders hebben in die tijd hun zoons niet Raymond genoemd?’

Van ster tot zondebok

Westerling op TV, Westerling op de radio, Westerling die misschien te veel als een ster optrad. Het keerde zich uiteindelijk tegen hem. Beeldmateriaal werd aangebracht dat moest bewijzen dat het Nederlandse leger ‘oorlogsmisdaden’ had gepleegd. Het was in de tijd van de oorlog in Vietnam en de publieke opinie veranderde stilaan van mening. Vanuit Indonesië werd er gretig op ingespeeld: de special forces zouden 40.000 doden op hun geweten hebben. Hedendaagse bronnen hebben het over +/-3.500.

Over de slachtoffers aan pro Nederlandse zijde werd op dat moment niet gesproken. Met respect voor het leed van nabestaanden in Indonesië ging het uiteraard ook over  financiële vergoedingen en compensaties allerlei. De Nederlandse legerinstanties veerden met de jaren mee om hun reputatie te beschermen en de overheid werd tot excuses gedwongen.

Eerherstel?

De controverse komt als een boemerang terug: Westerling als zondebok opgeofferd op het politiek-correcte altaar van een fout koloniaal tijdperk. In zijn boek Kapitein Raymond Westerling en  de Zuid-Celebes affaire (1946-1947) aarzelt auteur Bauke Geersing niet om te spreken over ‘een mythe rond het optreden van Westerling en van een verdraaiing van de geschiedenis’.

‘Indisch Platform 2.0’, de organisator van de herdenking in Amsterdam, die de belangen van Indische Nederlanders verdedigt, geeft nu aan de dochter van Westerling een stem om eerherstel voor haar vader te vragen. Op de plechtigheid worden ook mensen verwacht die hun leven te danken hebben aan Westerling. Alleen mevrouw de burgemeester blijft weg.

Gepubliceerd

15.08.2023

Kernwoorden
Reacties

Menhirs van Carnac geschonden

Megalithische vindplaats moet plaatsmaken voor supermarkt

De megalieten van Carnac.

Lees dit artikel ook op Doorbraak: https://doorbraak.be/menhirs-van-carnac-geschonden

Het is een van de grootste megalithische sites ter wereld en de meest toeristische trekpleister van Bretagne: de menhirs van Carnac. Deze steenrijen betekenen voor Bretagne wat Stonehenge is voor Groot-Brittannië. Ze behoren tot de oudste van Europa.

Je zou dus denken dat men respectvol omgaat met zulke monumenten. Maar in deze mercantiele wereld is niets minder waar. Onlangs kwam in het nieuws dat, voor de bouw van een supermarkt, verschillende stenen waren verwoest.

Ligging

Carnac, 4.000 inwoners groot, is gelegen in Zuid-Bretagne, in het departement Morbihan. Een doodgewoon Bretoens dorpje, ware het niet dat er meer dan acht kilometer lange steenrijen verspreid zijn over het grondgebied van de gemeente.

Het gaat om een van de grootste megalithische sites van de wereld. Ongeveer 3.000 stenen, verspreidt over 40 hectare, op drie voorname plaatsen. De archeologen schatten dat de site, oorspronkelijk, meer dan 11.000 stenen telde.

Overal stenen

De stenen, 7000 jaar oud, zijn verspreid over verschillende gehuchten:

  • in Le Menec ziet men menhirs op elf steenrijen, bijna evenwijdig aan elkaar. Ze zijn van groot naar klein geordend en variëren tussen 3,7 m tot 1 meter hoog.
  • Kermario telt meerdere grafheuvels, wat ook de functie van de site aangeeft. De verzameling stenen daar is verspreid over meer dan 1,2 km.
  • Kerlescan: hier kan men 13 rijen stenen bewonderen, in totaal 540 stenen op een vierkante oppervlakte.

Als leek denk je aan de menhirs van Carnac zoals op de postkaarten voorgesteld. Maar in de gemeente liggen nog veel stenen in de grond, of amper zichtbaar aan de oppervlakte. Verschillende plaatsen werden nooit onderzocht. Maar de kans dat je hier botst op megalieten is even groot als op Romeinse artefacten in het centrum van Tongeren.

Betekenis

Over hun betekenis en functie blijven de meningen verdeeld. Door hun oriëntatie in de richting van de zon tijdens de winterzonnewende spreken de specialisten van een soort observatorium. Noem het een kalender gekoppeld aan sacrale rituelen rond zon en maan. De graven in de omgeving wijzen eveneens op een mogelijk verband met gebruiken om de doden te eren. Het gaat trouwens niet alleen over staande stenen. Allerlei artefacten, zoals bijlen, werden in de omgeving van deze plaatsen gevonden.

Amateurarcheoloog

Voor de bouw van een supermarkt is men er in alle stilte in geslaagd om 38 stenen te vernietigen. De site is gelegen in de industriezone SAS marché des Druides — what’s in a name. Volgens Christian Obeltz, een amateurarcheoloog die de feiten heeft aangeklaagd: ‘Alles is verwoest, de stenen vermalen en in de grondaanvulling van de funderingen vermengd.’ Obeltz spreekt over ‘een compleet illegaal initiatief’.

Het is dus niet, zoals in de pers voorgesteld, dat de bekende menhirs van Carnac deels zijn verwoest

Voor de duidelijkheid: het ging hier om een site met groot archeologisch potentieel die nog moest worden onderzocht. Het is dus niet, zoals in de pers voorgesteld, dat de bekende menhirs van Carnac deels zijn verwoest.

Bouwtoelating

Nu blijkt dat de gemeente Carnac in augustus 2022 een bouwtoelating verleende. De burgemeester, Olivier Lepick, wast zijn handen in onschuld. Hij verklaarde niet op de hoogte te zijn van de aanwezigheid, laat staan van het belang van deze stenen. Leg Bretoenen dat maar uit in het megalietendorp van Europa.

De man wordt op sociale media nu bedreigd en staat onder politiebescherming. Voor een goed begrip: de burgemeester van Carnac ‘die-niet-op-de hoogte-is’ blijkt voorzitter te zijn van de vereniging Paysage des mégalithes. Dat is de instelling die de kandidatuur van Carnac voorstelde voor bescherming door de UNESCO.

Bijkomend onderzoek

De bouwaanvragen voor de industriezone dateren nochtans niet van gisteren. Reeds in 2014 werd een aanvraag ingediend, toen voor een andere supermarkt. De toelating werd in december van datzelfde jaar evenwel geweigerd. De reden was duidelijk: de plaats vertoonde ‘neolithische sporen’ en de betrokken diensten vroegen om bijkomend archeologisch onderzoek. De aanwezige stenen in de grond wezen namelijk op een mogelijk belangrijke vindplaats. Het ging niet alleen om 38 stenen want het nabije kreupelhout is nooit onderzocht. Daar liggen, zo goed als zeker, nog ondergrondse stenen. Op 200 meter van de betwiste zone heeft men door koolstofdatering kunnen bewijzen dat de aanwezige stenen daar tot de oudste van Bretagne — en van Frankrijk — behoren. Men spreekt dan over 5480 tot 5320 jaar voor onze tijdrekening.

Het archeologisch onderzoek ging uiteindelijk niet door want de bouwaanvraag was stopgezet. Men liet de zaak enkele jaren slapen.

De aanwezige neolithische stenen werden plots ‘waardeloze stenen muurtjes zoals er een beetje overal in de streek zijn’

Tot het, via achterpoortjes, opnieuw werd geactiveerd in het kader van deze nieuwe bouwaanvraag. De aanwezige neolithische stenen werden plots ‘waardeloze stenen muurtjes zoals er een beetje overal in de streek zijn’. Geen obstakels meer, alles ging plots heel snel. De gemeente keurde zonder morren de bouwtoelating goed. En, ter plaatse, werd de site met spoed omgewoeld.

UNESCO

Wellicht had de aanvraag tot bescherming van de menhirs van Carnac, ingediend bij de Unesco, tot gevolg dat belangengroepen iedereen in snelheid namen. Eens de UNESCO in het spel wordt het moeilijker om de klassieke bouwtrucjes van de foor toe te passen.

Deze kandidatuur bij de Unesco betreft 397 megalieten, verspreid over een dertigtal gemeenten in het departement. Het dossier moet eind september van dit jaar worden ingediend. Maar de problemen in Carnac kunnen de aanvraag nu bemoeilijken en zelfs tenietdoen.

Klachten

De zaak is pas begonnen nu er zoveel persaandacht en verontwaardiging kwam. Het regent klachten: verkozenen van diverse pluimage wijzen naar de plaatselijke coalitie. Jacobijns Parijs lacht in zijn vuistje voor deze Bretoense klucht. Er is uiteraard een officieel onderzoek gestart, geleid door het parket van Lorient. Goed om weten: wie in Frankrijk een archeologische site verwoest of verstoort riskeert straffen tot zeven jaar gevangenis en 100.000 euro boete.

Dit alles mag u niet beletten, als u langs Bretagne passeert, om Carnac te bezoeken. Die 3.000 stenen van op de postkaarten zijn wel beschermd: de eerste menhirs al in 1889.

Gepubliceerd

11.08.2023

Kernwoorden
Reacties

Wat kunnen wij leren van de rellen in Frankrijk?

Lees dit artikel ook op Doorbraak: https://doorbraak.be/wat-kunnen-wij-leren-van-de-rellen-in-frankrijk

Samenleven in een gefragmenteerde gemeenschap leidt niet naar het beloofd multicultureel paradijs. Ook niet in jakobijns Frankrijk, zoals blijkt uit de recente rellen. Maar de schuldigen voor deze bijna burgeroorlog moet je niet alleen zoeken bij de relschoppers. Een grote verantwoordelijkheid berust bij de boegbeelden van de neoliberale maatschappij die onze normen en waarden verpandden aan de sjacheraars van het groot profijt.

Aan de rechtse kant onderstreept men vooral het etnisch karakter van de revolte, als voorbode van de burgeroorlog. Uiteraard ziet links in de rellen een vorm van sociale opstand. Voor links is het de schuld van de uitsluiting, van de discriminatie en van de werkloosheid. Links én rechts hebben geen ongelijk: het gaat uiteindelijk om een combinatie van dit alles. Maar nu is er meer aan de hand. Alain de Benoist, boegbeeld van het Franse nieuw rechts, stelt dat ‘de relschoppers geen echte politieke eisen formuleren en dat de rellen eigenlijk geen politiek karakter vertonen’.

Geweld voor de lol

Ronduit lachwekkend was de communicatie van het Franse ministerie van Binnenlandse Zaken om de publieke opinie gerust te stellen: ‘De rellen nemen stillaan af. Er zijn deze nacht maar 768 auto’s in brand gestoken tegen 1.400 vorige nacht’.

De waarheid is dat het geweld van de jongste weken een nooit geziene escalatie toonde, en de kleinere Franse steden bereikte. De relschoppers gebruiken nieuwe wapens zoals mortieren voor vuurwerk. Sommigen schieten met de bedoeling om te doden. De daders zijn almaar jonger en gewelddadiger. Adolescenten moeten van justitie toch zo goed als niets vrezen.

18 gemeentehuizen, 3 cultuurcentra, 243 scholen, 250 winkels en 200 supermarkten werden vernietigd en of geplunderd. Meer dan 1.000 huizen en 269 politiecommissariaten werden beschadigd

Het is als geweld voor de lol. 18 gemeentehuizen, 3 cultuurcentra, 243 scholen, 250 winkels en 200 supermarkten werden vernietigd en of geplunderd. Meer dan 1.000 huizen en 269 politiecommissariaten werden beschadigd. 6.000 wagens en 12.400 vuilnisbakken gingen in vlammen op. De Franse werkgeversorganisatie Medef schat de aangerichte schade op meer dan 1 miljard euro.

Wie zijn de relschoppers ?

Zelfs de jakobijnse aanpak voldoet niet meer om van deze migranten model Fransmannen te maken. De relschoppers behoren dikwijls tot de zoveelste generatie migranten die zich in Frankrijk hebben gevestigd. Maar dat is geen garantie voor integratie. Hun desinteresse voor de Franse maatschappij is totaal. Tenzij het hen een voordeel oplevert voor financiële steun of sociale dekking. Die desinteresse kan in haat omslaan als ze in contact komen met de radicale islam. Evenmin te onderschatten: de geest van vendetta in sommige families, gevoed door de koloniale herinneringen van hun voorhouders.

Deze jongens leven volgens de regels van hun clans en van de sterkste. Hun wijken zijn hun territorium die ze tegen alle vormen van intrusie verdedigen. Leerkrachten, vertegenwoordigers van de staat en de openbare orde, brandweer én ziekenwagenpersoneel, noem maar op. Ze worden allemaal als indringers beschouwd omdat ze niet tot hun clan behoren. In hun wijken worden de Europeanen weggepest als ze nog niet gevlucht zijn. Pottenkijkers zijn door de bendeleiders niet gewenst. Dit om allerlei criminele handel, van drugssmokkel tot illegale wapens en dure auto’s, te beschermen.

Etnoculturele mislukking

Als deze jongeren betrokken zijn bij een incident met de ordediensten komt de hele clan, die zich tegelijk slachtoffer en solidair voelt, meteen op straat. Deze tweede, derde of vierde generatie migranten heeft een onoplosbaar identiteitsprobleem. Het land van herkomst van hun ouders biedt voor hen geen referentiekader meer. Ze zijn niet meer wat hun ouders waren en de Franse identiteit spreekt hen niet aan. Ze zijn hun identiteit verloren. In de plaats fantaseren ze hun eigen ruilidentiteit in groepen en benden waar tribale regels gelden. In Frankrijk waar ze nu leven voelen ze zich – en gedragen ze zich – als paria’s.

‘Black blocs’

Tussen de relschoppers vormen de Black blocs een aparte groep. Ze mengen zich in rellen met de bedoeling maximale schade te veroorzaken. Politiemensen mogen voor hun leven vrezen als ze geïsoleerd in hun handen vallen.

Jaren geleden kleefden onderzoekers etiketten als anarchisten, libertairen, antifa’s, extreem-links op deze Black blocs. De Franse filosoof Michel Onfray stelde pertinente vragen over de sociologie van de huidige Black blocs. Ook de vreemde stilte van de media hierover valt op. Zo goed als niemand vraagt zich af wie ze werkelijk zijn, aldus Onfray. Wie schuilt achter de zwarte maskers? Hoe oud zijn ze? Waar komen ze vandaan? Welke strekkingen vertegenwoordigen ze? Wat zijn hun eisen? Nog meer opvallend: ondanks de camera’s op elke straathoek, de talloze films en opnames van buurtbewoners en de aanwezigheid van tienduizenden politiemensen worden er amper arrestaties verricht. Hoe zou dat komen?

Kolossale inschattingsfout

Onfray noemde de Black blocs ‘de nutteloze idioten van de macht’. Dit brengt ons bij de houding van de Franse regering. De waarheid is dat president Macron overweldigd was door de gebeurtenissen. Zijn haastige en laffe veroordeling van de schietende politieman, daags na de dood van een jonge, minderjarige delinquent, was een kolossale inschattingsfout. Het stond in de sterren geschreven dat dit de escalatie van het geweld in de hand zou werken.

Evenmin toonde de publieke opinie – die de interventie van het leger vroeg – begrip voor de arrogante blaaskaken aan de macht. De zelden getoonde solidariteit om de familie van de politieman te steunen bracht in enkele dagen 1,6 miljoen euro op, ondanks alle pogingen om deze inzameling in diskrediet te brengen. Er werd zelfs klacht ingediend tegen deze zogenaamde ‘jackpot van de schande’. Maar de publieke opinie trapte niet meer in de val.

Falende president

De liberale samenleving dacht dat de gepredikte gelijkheid, het zoetzuur verhaal van de diversiteit gekoppeld aan de geneugten van positieve discriminatie en van de consumptiemaatschappij het zouden halen. Nog meer homo consumens en goedkope arbeidskrachten weet je wel, als antwoord op de veroudering van de bevolking.

Macron en zijn voorgangers vergaten even dat geld en macht geen normen en waarden kunnen vervangen. De mensen zijn het beu. De orders om niet in te grijpen terwijl je eigendom wordt verwoest, de verkeersboetes die duurder uitvallen dan de straffen als je een school in brand steekt, de publieke opinie associëren met fascisme, racisme en extreemrechts telkens ze een beetje mort. Alles komt nu als een boemerang terug in het gezicht van de macht.

In een land waar de stemplicht niet bestaat en de president momenteel geen 25% van de bevolking vertegenwoordigt, blijft dat een explosieve situatie nu en op termijn. En nog dit: op basis van de huidige situatie is Marine Le Pen de volgende Franse presidente.

Gepubliceerd

22.07.2023

Kernwoorden
Reacties

Jeanne d’Arc, mythe en geschiedenis

Een Franse heldin waar een geurtje aan zit

Standbeeld van Jeanne d’Arc in Orléans.

Lees dit artikel ook op Doorbraak: https://doorbraak.be/jeanne-darc-mythe-en-geschiedenis

Opvallend: twee vrouwen symboliseren het Franse nationalisme. Enerzijds is er Marianne, die de triomf van de Franse republiek, vrijheid, gelijkheid broederschap (of de dood) uitbeeldt. Marianne: aanwezig in alle Franse gemeentehuizen, drager van de rode Frygische muts die haar jakobijnse oorsprong verraadt. En anderzijds is er Jeanne d’Arc, heldin en martelares, die de redding van het land in gevaar voorstelt. Jeanne als symbool van de eenheid van de natie en de strijd voor het verloren grondgebied.

Dat Marianne niet voor een historische figuur staat is helder. Maar met Jeanne d’Arc is dat anders. De historische Jeanne d’Arc heeft namelijk bestaan. En toch: waar haar Geschiedenis eindigt, daar begint de mythe. Wil de ware Jeanne nu opstaan?

Schimmels op oude kaas

Volgens onze hedendaagse historici is de geschiedenis van Vlaanderen grotendeels een mythe. Van deze helden van het Vlaams deconstructivisme verneem je dat Jan Breydel in 1302 vooral in Kortrijk aanwezig was — als hij daar al aanwezig was — als leverancier van vleeswaren en niet als strijder. Maar het gras is niet groener aan de andere kant van de heuvel. De zogenaamde Vlaamse mythes verdwijnen namelijk in het niet tegenover de mythes van de Franse geschiedenis. Tot deze mythes behoort het verhaal van Jeanne d’Arc, na de hersenspoeling van het negentiende-eeuwse Franse nationalisme.

De Jeanne van de geschiedenis

Het officiële verhaal van de historische Jeanne is bekend. Als jonge, maagdelijke herderin hoorde ze stemmen die haar dicteerden Frankrijk te redden. Het Franse Koninkrijk was toen verwikkeld in de honderdjarige oorlog tegen de Engelsen. Ze dienden met goddelijke hulp uit Frankrijk te worden verjaagd. Jeanne werd rond 1412 geboren uit een landbouwersfamilie in het Lotharingse Domrémy. Het dorpje ligt aan de Maas. Het gebied was een mark tussen het Frans koninkrijk en het Rijk.

Opvallend: inwoners van het dorp behoorden tot het kamp van de ‘Armagnacs’. Dat was juist de partij die, in het begin van de vijftiende eeuw, tegen de Bourgondiërs streed na de moord op de hertog van Orléans door handlangers van hertog Jan zonder Vrees. Jeanne drong aan bij de Franse troonpretendent Karel VII]] en kreeg een troepenmacht. In 1429 kon ze met deze soldaten het beleg van de stad Orléans helpen doorbreken. Twee maanden later begeleidde ze Karel VII naar Reims voor zijn kroningceremonie als koning.

brandstapel

Maar daarna was haar ster snel tanende. Ze mislukte in haar koppige poging Parijs in te nemen. Een Picardische boogschutter nam haar uit het Bourgondische kamp gevangen en leverde haar over aan de Engelsen. Haar terdoodveroordeling volgde na een geruchtmakend proces, waar beschuldiging van hekserij aan te pas kwam. Jeanne werd, nota bene, niet door Engelse maar door Franse rechters veroordeeld. Ze eindigde op de brandstapel in Rouen, op 30 mei 1431.

Goddelijke stemmen

Als ik hoor van helden begeleid door goddelijke stemmen, dan wordt mijn werkhypothese: aan dit verhaal zit een geurtje. Het begint al met de afkomst van Jeanne d’Arc zelf. Hoe kon een niet-adellijke jonge vrouw als een volleerd ridder ten strijde trekken? Waar had ze paardrijden, gevechtstechnieken, oorlogsstrategie geleerd? In die tijd waren dat toch privileges van de adel? Hoe kon iemand al deze vaardigheden op zeventienjarige leeftijd beheersen als zij er niet jaren op voorhand op is voorbereid?

Jeanne sprak ook het Frans van het hof, niet het Lotharings dialect van haar dorp. En ze kon schrijven. De politieke situatie van toen was even complex als wisselvallig met de Engelsen als kandidaat op de Franse kroon. En ook met de ambitieuze Bourgondiërs die met de Engelsen samenspanden om de gemeenschappelijke Franse vijand klein te krijgen. Maar Jeanne voelde zich kiplekker in deze materie. Dus bij wie ging de jonge herderin van het Lotharingse boerendorpje Domrémy in de leer?

Op zoek naar de echte Jeanne

Kunnen goddelijke stemmen zo’n opleiding vervangen? Maar er bestaan nog andere theorieën die geloofwaardiger zijn. Een hardnekkige hypothese is dat Jeanne misschien een bastaarddochter was, misschien van de Franse koningin Isabella van Beieren en Lodewijk van Orléans, broer van de Franse koning Karel VI. Dit zou verklaren waarom ze de ridderlijke gevechtstechnieken beheerste en de geopolitiek van haar tijd kende.

Werd Jeanne, van jongs af aan door verwanten van de koninklijke familie, voorbereid op een leidende rol bij de bevrijding van het Franse Koninkrijk?

Werd Jeanne, van jongs af aan door verwanten van de koninklijke familie, voorbereid op een leidende rol bij de bevrijding van het Franse Koninkrijk? De sceptici onder de historici verwerpen deze versie als een late uitvinding uit de negentiende eeuw. Maar daarmee is het mysterie van de echte Jeanne nog niet opgelost.

Dood of levend?

Volgens de officiële versie stierf Jeanne in Rouen op de brandstapel. Sceptici geloven dat ze werd gered wegens haar prinselijke afkomst. Iemand anders werd misschien in haar plaats opgeofferd. In de periode na de terechtstelling doken trouwens verschillende Jeannes op. De meest opvallende was Jeanne des Armoises, ook Claude des Armoises genoemd.

In mei 1436, in Metz, bevestigt de deken van Saint-Thibaud haar aanwezigheid. Dezelfde Jeanne krijgt in 1439 in Orléans een officieel ontvangst van ook de Franse koning zelf. Deze Jeanne/Claude zou trouwen met de ridder Robert des Armoises of Hermoises, waarvan het huis van Vlaamse afkomst was. Hun huwelijksakte meldde voluit de naam van de bruid: ‘Jehanne d’Arcq la Pucelle d’Orléans’.

Grafschrift

Een vreemde melding op een grafschrift bevestigde het huwelijk van deze Claude / Jeanne. Het bevond zich in de kerk van Pulligny, een dorpje in Lotharingen. Het letterlijke opschrift, dat haar overlijden dateert op 4 mei 1449, vertaal ik als volgt: ‘Hier ligt de eerbare Dame Jehanne du Lis La Pucelle de France, dame van Tichemont, die echtgenote was van de nobele heer Robert des Hermoises, ridder van deze plaats, overleden in het jaar duizend CCCC XXXX en VIIII op de dag van 4 mei. God hebbe haar ziel. Amen.

Deze grafsteen werd, vreemd genoeg, verwijderd op het einde van de negentiende eeuw

Deze grafsteen werd, vreemd genoeg, verwijderd op het einde van de negentiende eeuw. Ook een familiewapen bovenaan het grafschrift werd er toen afgekrabd. Nog een mysterie dat we moeten proberen te verklaren.

De mythe voorbereiden

Na de vijftiende eeuw verdween Jeanne voor lange tijd uit het collectief geheugen van de Fransen. Ze dook slechts terug op in de negentiende eeuw en werd in 1874 zalig verklaard. Dat was niet toevallig vlak na de pijnlijke Franse nederlaag in de Frans-Pruisische oorlog van 1870-1871. Lotharingen, de geboortestreek van Jeanne, kwam samen met de Elzas terug naar het Rijk. De mythe van de Lotharingse Jeanne werd opnieuw geactiveerd om het Franse revanchisme tegen Duitsland aan te wakkeren. De jonge Fransen moesten worden diets gemaakt dat Elzas en Lotharingen Frans bleven. Jeanne d’Arc werd pas in 1920 heilig verklaard. Dat was, ook niet toevallig, na de Franse overwinning in wereldoorlog I en de terugkeer van Lotharingen bij het dierbaar vaderland.

De verwijdering van het grafschrift in de kerk van Pulligny paste perfect in de voorbereiding van de mythe: Jeanne mocht, volgens de Franse jakobijnen van dienst, niet aan de brandstapel zijn ontsnapt. Alle sporen van een ‘Jeanne la Pucelle de France’ overleden achttien jaar na de terechtstelling, moesten voor de eeuwigheid worden weggeveegd.

Gepubliceerd

12.07.2023

Kernwoorden
Reacties

Frans en toch Vlaams

Op 10 november verschijnt mijn nieuwste boek:

FRANS EN TOCH VLAAMS
Het verhaal van Frans-Vlaanderen

klik hier voor meer info over het boek

Meer info in de najaaraanbieding  van uitgeverij Ertsberg op www.ertsberg.be

Gepubliceerd

28.06.2023

Kernwoorden
Reacties

Archiefstukken uit oorlogsperiode in Frankrijk vrijgegeven

75 jaar na het proces tegen het Vlaams Verbond van Frankrijk

Jean-Marie Gantois aan zijn werktafel.

Na 75 jaar gerechtelijk embargo zijn belangrijke archiefstukken van de oorlogsperiode in Frankrijk vrijgegeven. Met de hulp van een bevriende jurist, gingen wij in de Archieven van het Noordendepartement op zoek naar de gerechtelijke dossiers van de groep rond de Vlaamse voorman Jean-Marie Gantois en het Vlaams Verbond van Frankrijk.  Eerst situeren we mensen en context, gevolgd door onze eerste indrukken.

Over Jean-Marie Gantois en het Vlaams Verbond van Frankrijk

Gantois was een Frans-Vlaamse priester, schrijver, en leider van de vereniging Vlaams Verbond van Frankrijk (VVF). Tijdens het interbellum  was hij dé centrale figuur van de Frans-Vlaamse beweging. Gantois bracht het brave Frans-Vlaamse regionalisme in een meer  radicaal-Vlaamse, vervolgens Heel-Nederlandse stroming. Tot grote ongerustheid van de Franse overheid die hem zijn leven lang in de gaten hield. Tijdens wereldoorlog II trachtte hij de activiteiten van het VVF zo goed en zo kwaad als het kon verder te zetten. Bij de bevrijding zagen de Franse autoriteiten het moment rijp gekomen om het VVF en zijn leider definitief uit te schakelen.

Het VVF: politieke of culturele vereniging?

Strikt genomen was het VVF een culturele vereniging. In Frankrijk sloot ze aan bij de strijd voor meer zelfbestuur van volksminderheden zoals de Bretoenen, de Elzassers of de Occitaniërs. De vereniging verdedigde en promootte de cultuur, taal en geschiedenis, zeg maar de Nederlandse identiteit van de streek. Het was in de tijd  dat je de Westhoek in Frankrijk nog kon doorkruisen zonder een woord Frans te moeten spreken. Geopolitiek schetste  het VVF  het referentiekader van de Nederlanden in Frankrijk tot aan de rivier de Somme. Deze historische benadering trok de huidige kunstmatige staatkundige grenzen van Frankrijk in vraag.

Leden en sympathisanten van het VVF

Het waren vooral leraren, advocaten en notabelen met als bindmiddel de belangstelling voor de taal en cultuur van de streek. Het culturele karakter van de vereniging maakte dat de leden uit verschillende politieke strekkingen kwamen. Naast Franse regionalisten, trof je er nog overtuigde Europese federalisten en een Heel-Nederlandse strekking die de banden met Vlaanderen en de Nederlanden levend wilden houden.

Het VVF een bescheiden vereniging?

Het aantal leden is moeilijk in te schatten. Het gaat om enkele honderden. In de laatste jaren vóór wereldoorlog II groeide de invloed van het VVF aanzienlijk. Uiteraard door haar publicaties, maar ook, door de organisatie van drukbezochte congressen op gemeentelijk niveau. Tegelijk bouwde Gantois in Vlaanderen en Nederland aan een uitgebreid netwerk in de Vlaamse en Heel-Nederlandse beweging.

Over het begin van wereldoorlog II

De vereniging moest bij de oorlogsverklaring haar activiteiten stopzetten. De meeste VVF-leden werden opgeroepen om dienst te nemen in het Franse leger.  Omdat Gantois Nederlands kende, kwam hij bij de Franse spionagediensten terecht met als taak de Nederlandstalige briefwisseling  te controleren. Iemand plaatsen bij de spionagediensten terwijl hij  als staatsgevaarlijk wordt bestempeld… een beetje lachwekkend, toch?  De capitulatie van Frankrijk volgde heel snel. De Franse soldaten moesten in gevangenschap of konden naar huis. In 1941 vroeg en kreeg Gantois toestemming de activiteiten van het VVF  verder te zetten en zijn tijdschrift Le Lion de Flandre opnieuw te publiceren.

Over de activiteiten in oorlogstijd

Het is nu makkelijk te oordelen als je weet hoe het verhaal eindigt. In het begin van de oorlog kan je het ook zien als proberen de meubelen te redden. Ik vind dat bepaalde historici de complexiteit van de situatie te snel onder de mat van de verontwaardiging vegen. De zegevierende Duitsers hadden Frankrijk in drie verdeeld, een bezette zone waarvan het Noorden niet van Parijs maar van Brussel afhing. Er bestond nog een niet bezette zone onder leiding van Maarschalk Pétain en zijn Vichyregering, met de zege van Hitler. Hoe je het ook draaide of keerde, er was soms een tripelspel nodig om uit de vele gevarenzones te blijven.

Niet alleen het VVF, maar ook allerlei andere culturele, sociale en economische instanties trachtten te leven met de realiteit van het moment. Politieke organisaties zoals de Franse communisten, vroegen de Duitse bezetter om hun blad Libération  opnieuw te mogen uitgeven. Van de Franse communisten van tegenwoordig mag je dat  geen collaboratie noemen maar  ‘een slecht idee’. Ik zou zeggen: pour les Flamands la même chose.

Volgden alle leden het VVF tijdens de oorlog?

Ongetwijfeld bleven van meet af aan enkele mensen aan de zijlijn. Andere leden kwamen in contact met, of waren actief in het verzet. De meeste verantwoordelijken bleven de activiteiten van het VVF trouw. Dat blijkt uit de namen en schuilnamen van schrijvers die artikels publiceerden in het maandblad Le Lion de Flandre. Opvallend: een handvol leden  werd door Gantois uit het VVF verwijderd. Ze hadden gekozen voor de harde collaboratie. Dat gebeurde in 1943 na een hevige interne strijd.

Een zaak is zeker: de verwijdering van bepaalde leden uit het VVF dient opnieuw te worden onderzocht ter ontlasting van Jean-Marie Gantois en de zijnen.

Over de aanklacht tegen Gantois

Oorspronkelijk bleek dat Gantois en zijn vrienden niet zouden worden verontrust. De aanklacht kwam pas na een lastercampagne in de pers. De overheid was toen zeer op haar hoede voor reacties en oproer uit linkse weerstandskringen. Later zal dit ook gelden voor het individueel toekennen van amnestie en om de verbannen veroordeelden terug te laten keren.

De aanklacht luidde dat het VVF  “tijdens de Duitse bezetting activiteiten had ontplooid die schadelijk waren voor de eenheid van de Franse staat.” Voor Jean-Marie Gantois ging het bovendien over zijn contacten met de Duitse autoriteiten in oorlogstijd.

Over het vonnis 

Tegen Jean-Marie Gantois werd de doodstraf geëist. Hij kreeg slechts vijf jaar hechtenis, in beslagneming van de helft van zijn bezittingen, en een verblijfsverbod in enkele gevoelige departementen. Andere veroordeelden liepen straffen van zes maanden tot twee jaar op. Vier leden van het VVF werden vrijgesproken. Dat was onder meer het geval voor Nicolas Bourgeois, de rechterhand van Gantois. Het Vlaams Verbond van Frankrijk  en haar publicaties werden verboden. In 1951 kwam Jean-Marie Gantois  terug naar zijn geboortestreek na van een amnestie te hebben genoten.

Al bij al een magere oogst voor de Franse staat. Maar het kwaad was geschied: de Vlaamse Beweging in Frankrijk was voor jaren in diskrediet gebracht.

Over het vrijgegeven materiaal

De dossiers zijn te omvangrijk om hier snel een antwoord op te geven. Maar ik kan reeds zeggen welke pistes ik ga volgen na een snelle kijk in het vrijgegeven materiaal. Beginnend met wat er niet in zit.

Wat zit er niet in?

Ik zocht tot nu toe tevergeefs naar de motivering van de vonnissen. De plicht om correct en omstandig een vonnis te motiveren is een oud zeer en blijft nog altijd een zwak broertje in de Franse rechtspraak. Frankrijk werd hiervoor meermaals  door de Europese instanties aangeklaagd. In de vrijgegeven archieven is hierover niet meer dan enkele regels te vinden. Wij moeten het verder stellen met de persverslagen  die toen verschenen.

Over een  brief  aan Hitler

De tekst van deze brief bevindt zich inderdaad in het dossier. Deze brief werd getoverd,  aldus zegslieden uit die tijd, uit documenten van de Kommandantur van Le Touquet. Ik kan nu al bevestigen dat de brief uit de vrijgegeven archieven inderdaad geen handtekening draagt. Daarom kon het tijdens het proces uiteindelijk niet als bewijs worden weerhouden. Deze tekst kan evengoed zijn geschreven om Gantois in diskrediet te brengen. Tot nader orde blijft het een vervalsing. Het bewijst vooral dat het proces werd gemanipuleerd.

Over nieuwe pistes voor de historici

-Zoals al vermeld blijkt uit het dossier dat verschillende collaborerende figuren probeerden het VVF in te palmen om een meer radicale koers te varen. Ook in Frankrijk bestond de collaboratie uit strekkingen die elkaar het licht niet altijd gunden. De verwijdering van zwaar collaborerende figuren uit het VVF legt nog meer ontlastende gegevens bloot. Dit bevestigt dat Gantois, al had hij contacten met de Duitsers, steeds trouw bleef aan zijn Heel-Nederlandse idealen en niet zo maar huilde met de wolven.

-Ik denk dat nieuw onderzoek moet worden verricht rond een figuur uit de zware collaboratie zoals Dr. Quesnoy, die door Jean-Marie Gantois uit het VVF werd verwijderd. Hij behoorde tot de krachten die radicaliseerden en op een bepaald moment tegen Gantois ageerden. Het proces tegen Quesnoy werd in Dowaai gevoerd, los van het proces tegen het VVF. Hij werd ter dood veroordeeld en ook  geëxecuteerd.

Ook de rol van André Cauvin, directeur van het succesvolle weekblad La Vie du Nord, waaraan verschillende leden uit het VVF onder schuilnamen  hun medewerking verleenden, is evenmin  onderzocht. De voortvluchtige Cauvin werd na de oorlog bij verstek ter dood veroordeeld. Hij kon later zijn situatie zonder schade laten regulariseren. Wellicht golden zijn regelmatige aanvallen tegen het Vichy régime tijdens de oorlog als verzachtende omstandigheden. Vreemd is dat hij later -alive and kicking – mild werd veroordeeld in een proces van de militaire rechtbank van Metz.

-Tenslotte nog een merkwaardige vaststelling: uit de archieven blijkt dat de Franse veiligheidsdiensten een vreemde definitie hadden van wat staatsgevaarlijke documenten konden zijn. Tijdens huiszoekingen bij de moeder van Gantois voor het begin van de oorlog werden alleen Nederlandstalige  boeken en documentatie meegenomen. Deze werden trouwens nooit teruggegeven. Ze werden door de juridische diensten in brand gestoken bij de inval van de Duitsers op Duinkerke. Het meest radicale tijdschrift van het VVF was volgens brieven van de Franse autoriteiten niet Le Lion de Flandre maar de brave Torrewachter die spreuken van Tisje Tasje en onschuldige verhalen bracht. Reden: het blad was integraal in het Nederlands opgesteld. Het gebruik van een ‘vreemde’ taal op Franse bodem was voor Frankrijk voldoende om een tekst, een boek of een blad of en boek als staatsgevaarlijk te beschouwen.

Een topmagistraat schrijft naar de Franse president

De meeste historici die de geschiedenis van Jean-Marie Gantois en het VVF hebben onderzocht verzwijgen dit opmerkelijk verhaal. Het geeft een idee hoe het politiek correct establishment de dossiers naar hun hand zetten. Het is nochtans niet alledaags dat een gereputeerd topmagistraat, gewezen voorzitter van de Rijselse rechtbank, zijn nek uitsteekt om de onschuld van  veroordeelden te bepleiten. Deze moedige magistraat die ten gunste van Jean-Marie Gantois en zijn VVF tussenkwam heette Paul Foucart. Hij bleek een regionalist en zelfs een federalist te zijn, aldus nagelaten geschriften. Zijn brief aan de Franse president, geschreven na de uitspraak, werd pas na zijn overlijden in 1955 publiek gemaakt. Ook dit verdient verder onderzoek.

Bij wijze van voorlopige conclusie

Er is eerst heel wat werk te verrichten om alle vrijgekomen documenten verder te onderzoeken en alles op een rij te zetten. Ongetwijfeld is dit dankbaar materiaal voor een andere kijk op Jean-Marie Gantois en zijn Vlaams Verbond van Frankrijk.

Gepubliceerd

11.06.2023

Kernwoorden
Reacties
Karel Appelmans
03.06.2023 - 09:15

Beste Wido ik, en samen met mij vele anderen, kijk met veel belangstelling uit naar de verdere publicaties. Benieuwd wat er allemaal boven water zal komen. Nederlandse groeten Karel

Beantwoorden
Lieven Merlevede
03.06.2023 - 12:03

Bijzonder boeiend verhaal over een bekende van mijn vader zaliger. Verhelderend voor Frans-Vlaanderen maar ook voor inzicht in de repressie, ook in Belgisch Vlaanderen

Beantwoorden
Pieter Jan Verstraete
05.06.2023 - 12:37

Beste Wido,
Het werd tijd dat er inzage in de VVF-dossiers gegeven werd. Veel nieuw materiaal waardoor onder meer de biografie van abbé Gantois die er nog niet is, van nieuw en openbarend materiaal kan voorzien worden. Een en ander komt in een nieuw perspectief te staan en werpt meer licht op deze bewogen jaren. Benieuwd of er ook nieuw fotomateriaal in deze dossiers aanwezig is? Goed ook dat je kan beroep doen op een bekwame jurist. Er is nog veel werk aan de winkel eer we eindelijk over een historische Gantois-biografie en dito boek over de VVF tijdens de oorlogsjaren zullen kunnen beschikken. Hartelijke groet

Beantwoorden

Spreken mag, schrijven niet

Franse rechtbank beperkt het gebruik van het Catalaans

Port-Vendres, één van de vijf gemeenten die het Catalaans als werktaal wilde hanteren.

Lees dit artikel ook op Doorbraak: https://doorbraak.be/spreken-mag-schrijven-niet/

De rechtbank van Montpellier verbiedt de Catalaanse taal te gebruiken voor de beslissingen en notulen van de gemeenteraden. Alles, op de debatten na, moet  in het Frans. Het vonnis volgde op een klacht van de prefect van het departement Pyrénées Orientales. Hoe kan men de streektalen in Frankrijk bevorderen als de plaatselijke overheden ze niet vrij mogen gebruiken?

Veroordeeld

Er zijn mensen die geloven dat de erkenning van de streektalen in Frankrijk nieuwe deuren openzet. Dat dit niet klopt, blijkt uit een vonnis van de administratieve rechtbank van Montpellier. Die rechtbank heeft op 9 mei jl. vijf Catalaanse gemeenten veroordeeld. De besturen wilden het Catalaans als werktaal gebruiken naast het Frans. Het initiatief kwam van de stad Elna (Elne)  en haar burgemeester, Nicolas Garcia.

Vier andere Noord-Catalaanse gemeenten hadden zich bij de stap van burgemeester Garcia aangesloten. Het gaat om de gemeenten Saint-André, Tarerach, Amélie-les-Bains en Port-Vendres. Ze moesten samen voor de rechtbank van Montpellier verschijnen.

Test

De actie van de gemeenten was logisch na de erkenning van de streektalen in Frankrijk twee jaar geleden. Het initiatief was eigenlijk heel bescheiden. De gemeenteraden zouden het voorbeeld geven door het gebruik van de streektaal, in dit geval het Catalaans, zelf te bevorderen. Ze hadden hun intern reglement in die zin gewijzigd. Bij het gebruik van het Catalaans in woord en geschrift zou automatisch een Franse vertaling volgen. Maar we bevinden ons in een centralistisch land. Een land  waar de Constitutionele Raad en de prefecten overuren maken om de democratische beslissingen van verkozenen ongedaan te maken.

Het doel van de Franse staat is andere gemeenten die dezelfde weg willen volgen af te schrikken. Uiteraard was de actie van de Catalaanse burgemeesters een nieuwe test om na te gaan of de Franse overheid zou meeveren. Het antwoord is: neen dus.

De wet Molac

In april 2021 werd de wet Molac, die de streektalen in Frankrijk erkende, met een overgrote meerderheid goedgekeurd. De streektalen die in aanmerking kwamen waren naast het Catalaans, het Corsicaans, het Occitaans én de Oc-taal, het Baskisch, het Bretoens, het Gallo, het Duits en het Elzassisch, de regionale talen van de Moezel-regio, het Franco-Provençaals, het Frans-Vlaams en het Picardisch.

Ook de verkozenen van La République en Marche, de partij van président Macron, steunden het wetsvoorstel. Maar even snel kwam verzet uit onder meer dezelfde partij en de kringen rond het ministerie van onderwijs.  Ze schakelden de Constitutionele Raad in om de wet te neutraliseren. Finaal werd koud en warm geblazen om de gemoederen te bedaren. Alles bleef vaag en voor interpretatie vatbaar.

Stokken in de wielen

Het verzet van de Franse staat tegen de vijf Catalaanse gemeenten is in hetzelfde bedje ziek. Enerzijds voorziet de wet de erkenning van de streektalen, en kondigt nieuwe initiatieven aan om ze te onderwijzen en te promoten. Je zou dan denken dat de gemeentediensten  het voorbeeld mogen geven om het gebruik van de streektalen lokaal te faciliteren. Dat is toch het eerste logische niveau om dit toe te passen. Maar net als voor de wet-Molac steekt de Franse staat, hier bij monde van de prefect, stokken in de wielen om de zet van de gemeenten ongedaan te maken.

Strijdvaardig

‘Catalaans spreken tijdens een gemeenteraad houdt een gevaar in voor de Republiek’ had de vertegenwoordiger van de prefect een tijdje geleden nog verklaard. Met dit vonnis tracht men  de gemoederen te sussen door toe te laten dat  het Catalaans wel mag gesproken worden tijdens de debatten. Met andere woorden: spreken mag, schrijven niet.

De vijf Catalaanse burgemeesters geven uiteraard niet op. Ze hebben reeds beslist in beroep te gaan bij de rechtbank in Toulouse. ‘De strijd gaat verder’ verklaarde de adjunct-burgemeester van Elna. Ook de burgemeester van Tarerach, Jean-Louis Salies is strijdvaardig. Hij verklaarde ‘het Catalaans te blijven gebruiken als voorheen’ voor de beraadslaging van zijn raad. ’Dat ze de politie maar sturen’ voegde de burgervader er aan toe. De vijf gemeenten zullen desnoods tot in het Europees hof in Straatsburg gaan om hun gelijk te halen.

Steun uit Catalonië

Opvallend, de burgemeesters  kregen ook steun van de nummer twee van de Catalaanse regering in Barcelona, Mevr. Laura Vilagra. Ze was  speciaal naar Noord-Catalonië op werkbezoek gekomen om de burgemeesters een hart onder de riem steken. Laura Vilagra is sinds mei 2021 minister van het voorzitterschap van de Catalaanse president Pere Aragonès.

Terloops wil ik deze houding even vergelijken met de inzet van  onze eigen Minister-President Jan Jambon inzake Frans-Vlaanderen.  Hoe komt het toch dat Mevr. Vilagra namens de Catalaanse regering niet aarzelt om haar steun te betuigen aan de actie van de burgemeesters? Maar onze Vlaamse minister-president is nergens te bespeuren om de culturele acties van de Frans-Vlamingen te steunen. Waarom doet een Catalaanse minister dat  wel en durft een  Vlaamse minister-president dat niet?

Frans-Vlaanderen

De onvermijdelijke vraag die volgt: hoe zit dit Catalaanse vonnis toegepast op de Frans-Vlaamse situatie? Want ook het stervende Frans-Vlaamse dialect is nu erkend als streektaal. Catalonië is ver van ons bed. Maar de jurisprudentie maakt dat wat zich daar momenteel afspeelt gevolgen heeft voor alle volksminderheden in Frankrijk..

Een Frans-Vlaamse gemeenteraad die zijn notulen in de streektaal zou willen publiceren bestaat niet. Om de eenvoudige reden dat niemand de taal nog voldoende machtig is om dat te doen.  De late erkenning van de Frans-Vlaamse streektaal is niet meer of niet minder dan de Frans-Vlamingen plezieren met een dooie mus. De taal is zo goed als verdwenen, en de voordelen van de erkenning van de steektaal staan gelijk met een slag in de leegte. Overigens, er zijn nog schaarse Frans-Vlaamse burgemeesters die je in het Frans-Vlaams begroeten in hun gemeentehuis. En dat mag, volgens de rechtbank van Montpellier, dus wel.

Gepubliceerd

04.06.2023

Kernwoorden
Reacties

Flandre, des questions qui dérangent

Deze recensie is vandaag verschenen in het weekblad l’Indicateur

Gepubliceerd

31.05.2023

Kernwoorden
Reacties

Is het buitenlands cultureel beleid een lege doos?

Wat doet Vlaanderen voor het Nederlands in Frans-Vlaanderen?

Lees dit artikel ook op Doorbraak: https://doorbraak.be/is-het-buitenlands-cultureel-beleid-een-lege-doos/

In de Commissie voor Buitenlands beleid stelde volksvertegenwoordiger Kristof Slagmulder (Vlaams Belang) vragen over het Nederlands onderwijs in Frans-Vlaanderen aan minister-president Jan Jambon. Betekent meer Vlaamse macht minder Vlaams cultureel beleid in het buitenland?

Vergeten plannen

Kristof Slagmulder herinnerde de minister-president aan zijn woorden van vorig jaar: ‘Het is belangrijk om met de Franse partners in dialoog te treden en hen te wijzen op de plaats en het belang van het Standaardnederlands en de ontoerekenbaarheid van de Frans-Vlaamse streektaal voor de Vlaamse arbeidsmarkt.’

Ook minister van Onderwijs Ben Weyts zou afstemmen met zijn Franse homoloog en met de regionale overheden van de Hauts-de-France (HdF). De Vlaamse regering zou in gesprek komen met Xavier Bertrand, voorzitter van de HdF. De Taalunie zou nieuwe initiatieven nemen om het Nederlands in Frans-Vlaanderen te ondersteunen. Een veldanalyse van de neerlandistiek in heel Frankrijk was gepland.

Excuusdiplomatie

Slagmulders vraagt zich terecht af hoe ver de minister-president staat met alle mooie plannen en beloftes. De bandbreedte om dossiers te doen bewegen is onbestaande bij gebrek aan dossierkennis en ambitie. Excuses zijn snel gevonden: ‘Het is uiteindelijk aan de Franse autoriteiten om in eigen land maatregelen ten voordele van het Nederlands te nemen’, aldus de minister-president. En dan? Is dat een reden voor de Vlaamse autoriteiten om niets te doen? De Vlaamse diplomatie wordt ook geacht op de hoogte te blijven van wat leeft bij de Frans-Vlaamse verenigingen die voor het Nederlands ijveren. Ik ben goed geplaatst om te weten dat dit amper gebeurt.

Grensscholen

Neem nu die tweehonderd jonge Frans-Vlamingen die Vlaams basisonderwijs volgen in de West-Vlaamse grensscholen. Voor deze kinderen is dat de beste manier om snel Nederlands te leren. Voor deze scholen, die door ontvolking te weinig West-Vlaamse leerlingen tellen, is dat een zege. Wat stelt minister Ben Weyts voor om die aantallen te doen groeien: georganiseerd vervoer, beter onthaal, didactisch materiaal? Een aantal van die leerlingen volgt later het secundair onderwijs in Frankrijk. Kan men de doorstroming naar het Vlaams secundair onderwijs niet beter promoten en faciliteren?

Minister Weyts blijkt helemaal niet geïnteresseerd in de Frans-Vlaamse problematiek

Het kabinet van minister van Onderwijs Ben Weyts, meermaals aangeschreven door de Frans-Vlaamse verenigingen om van gedachten te wisselen over dit en andere onderwijspunten, geeft niet thuis. Minister Weyts blijkt helemaal niet geïnteresseerd in de Frans-Vlaamse problematiek.

Veel blabla, weinig boemboem

Gaetan Poelman, Vlaamse vertegenwoordiger in Parijs, brengt binnenkort een werkbezoek aan de enige basisschool in het Duinkerkse die Nederlands immersieonderwijs biedt. Premier Jambon voegt eraan toe dat het de bedoeling is het initiatief in de kijker te zetten. Opnieuw: veel blabla en weinig boemboem. Zo’n project moet niet zozeer in de kijker worden gezet, maar vermenigvuldigd.

In Frans-Vlaanderen bestaan er reële mogelijkheden om in het kader van privéonderwijs een tweede school voor immersieonderwijs in het Nederlands te openen. Gemeenten zijn vragende partij en willen wat graag lege schoollokalen ter beschikking stellen. Voor het overige zou het project pedagogisch moeten worden gedragen met Vlaamse en Nederlandse middelen. Wanneer komt er een plan van aanpak, beste Taalunie, Vlaamse regering en co.?

Nederlands aan de universiteit

En nu een voorbeeld van slechte opvolging: het Nederlands onderwijs aan de universiteit Rijsel. Sinds dit academiejaar is Armand Héroguel, ‘maître de conférences’ Nederlands, op emeritaat gegaan. Onbegrijpelijk maar waar: er is nog geen vervanging geregeld. De studenten moeten het voorlopig stellen met een taalassistent.

Dat de Franse onderwijsinstanties geen haast tonen zal niemand verwonderen. Maar hoe komt het toch dat noch de Taalunie, noch de Vlaamse vertegenwoordiging in Parijs kunnen lobbyen om dit niet te laten gebeuren? Armand Héroguel wist me nog te vertellen dat van de drie overige ‘maîtres de conférences’ voor het Nederlands er twee met pensioen gaan tussen nu en eind volgend academiejaar. Gaat dit scenario zich herhalen?

Vereniging stopt

Nog erger: bestaande onderwijsprojecten als de vereniging Tweetalig onderwijs / Enseignement bilingue, die jarenlang lessen Nederlands organiseerden, worden door geldgebrek stopgezet. Waar blijven dan de Vlaamse / Nederlandse verenigingen, de Taalunie en de Vlaamse ministers met hun mooie praat?

Het gaat hier nochtans niet over grote investeringen: 20.000 à 30.000 euro per jaar zijn nodig om enkele uren Nederlands te geven aan duizend kinderen. Zelfs zulk een bescheiden bedrag is in het rijke Vlaanderen en Nederland niet meer te vinden terwijl de autoriteiten geld in overvloed spenderen aan allerlei inclusieve projecten.

Leerkrachten uitwisselen

Een ander project dat de mist inging: enkele jaren geleden ondertekenden minister Hilde Crevits en de Franse ambassade in Brussel een akkoord voor uitwisseling van leerkrachten. Het idee was West-Vlaamse leerkrachten laten lesgeven in het Nederlands in Frans-Vlaanderen en Franse leerkrachten Frans in West-Vlaanderen. Native speakers gebruiken tijdens de taallessen aan beide kanten van de schreve. De Franse ambassade tekende namens de Franse regering, maar het Frans rectoraat (dat zijn de regionale onderwijsautoriteiten) spartelde tegen.

Hilde Crevits, dat dient gezegd, had in dit dossier standvastig werk verricht. Waar is dat dossier nu naartoe, Ben? Een beetje tegenwind was blijkbaar al voldoende om desinteresse te tonen voor dit plan. Waar blijft dan onze duurbetaalde Vlaamse diplomatie om de afspraken te doen respecteren?

De Taalunie

In zijn antwoorden aan Kristof Slagmulder verwijst Jan Jambon naar de Taalunie. De Taalunie, die naar het schijnt in Nederland op sterven na dood is. De Taalunie, die een symposium in Frans-Vlaanderen had aangekondigd met als onderwerp Het Nederlands in Noord-Frankrijk. Een symposium dat nooit gekomen is en er blijkbaar ook nooit zal komen. De Taalunie, die een tijdje geleden voorzag in een budget van 392.000 euro voor het onderwijs van het Nederlands als buurtaal.

Uit een snelle enquête bij alle verenigingen betrokken bij het onderwijs van het Nederlands in Frans-Vlaanderen blijkt niemand op de hoogte van waar het geld heenging

Hoeveel kreeg Frans-Vlaanderen van dat bedrag? Ik las dat twee aanvragen gericht aan de Taalunie werden gehonoreerd. Uit een snelle enquête bij alle verenigingen betrokken bij het onderwijs van het Nederlands in Frans-Vlaanderen blijkt niemand op de hoogte van waar het geld heenging. Volgens minister-president Jambon kwamen er subsidies voor Nederlands onderwijs via het Europese programma Interreg Frankrijk-Wallonië-Vlaanderen. Dat blijkt ook al een fabeltje. De Frans-Vlaamse vereniging voor Tweetalig Onderwijs diende drie dossiers in voor subsidies in het kader van Interreg. Ze heeft nooit een cent gekregen want onze Waalse ‘vrienden’ hebben zich daartegen verzet.

Schuldig verzuim

Ik kan de Vlaamse oppositie en Kristof Slagmulder niet genoeg danken om deze vragen te stellen en ze te blijven stellen. Inzake Frans-Vlaanderen en het Nederlands onderwijs aldaar gaat het om schuldig verzuim van de Vlaamse regering en de Vlaamse diplomatie.

Gepubliceerd

07.05.2023

Kernwoorden
Reacties

Mag een Franse gemeenteraad in een andere taal dan het Frans debatteren?

Vijf Catalaanse  gemeenten aangeklaagd door de  Franse staat

Lees dit artikel ook op Doorbraak: https://doorbraak.be/mag-een-franse-gemeenteraad-in-een-andere-taal-dan-het-frans-debateren/

Wij zouden het bijna vergeten: een deel van het historisch grondgebied van Catalonië ligt op Frans grondgebied. En ook die Catalanen durven zich wel eens van zich laten horen. In de gemeente Elna, Elne in het Frans, besloot de gemeenteraad dat het Catalaans als werktaal voortaan mag worden gebruikt. Vier andere gemeenten volgden. De pret duurde echter niet lang.

De prefect van het departement Pyrénées Orientales was er als de kippen bij om klacht neer te leggen wegens het niet respecteren van de Franse grondwet. De hoorzitting op de administratieve rechtbank van Montpellier had plaats op 18 april. De uitspraak wordt op 9 mei verwacht.

Catalaans spreken: een misdaad?

Enkele maanden geleden besliste Elna als eerste gemeente in Noord-Catalonië  om het Catalaans toe te laten tijdens de gemeenteraad. Het idee van burgemeester Nicolas Garcia, nota bene een burgervader van communistische obediëntie, was om de tweetaligheid in zijn gemeenteraad te bevorderen. Volgens hem past dat perfect in de geest van de nieuwe wet die in Frankrijk de regionale talen ondersteunt en wil promoten. Vier andere gemeenten volgden het voorbeeld van Elna: Saint-André, Tarerach, Amélie-les-Bains en Port-Vendres.

Meer moest dat niet zijn voor Rodrigue Furcy, de prefect van het departement Pyrénées orientales, om klacht in te dienen tegen de vijf gemeenten. Deze  klacht is niet alleen bedoeld om de intrekking  te vorderen van alle gemeentelijke regelingen die een plaats voorzien voor het Catalaans als taal voor de communicatie en de besluitvorming. De vertegenwoordiger van de Franse staat in de regio wil hiermee tegelijk andere gemeenten afschrikken die met dezelfde plannen kwamen. Naar het schijnt is dat al deels gelukt. Blijven dus over de vijf Catalaanse gemeenten die de krachtmeeting met de Franse staat willen aangaan.

Hoorzitting

Na de hoorzitting van 18 april vatte Nicolas Garcia, de burgemeester  van Elna, de standpunten van zijn collega-burgemeesters samen: ‘Het idee is niet om het Frans uit onze gemeenteraden te verbannen, maar om het gebruik van het Catalaans mogelijk te maken.’ Het principe is, vervolgt Garcia ‘dat elke tussenkomst in het Catalaans automatisch  in het Frans wordt vertaald’. Volgens hem ‘heeft deze vorm  van tweetaligheid in de raad ook een pedagogisch karakter’.

Wat de administratieve rechtbank van Montpellier moet beoordelen is de geldigheid van het reglement van de plenaire vergaderingen van de gemeenteraden die nu reeds het gebruik van het Catalaans hebben toegelaten. ‘We worden persoonlijk niet bedreigd met gevangenisstraf of boetes, maar er hangt een schorsing van ons intern reglement aan vast’, aldus de betrokken burgemeesters.

Een gevaar voor de Republiek?

De  burgemeester van Elna betwist de stelling van de vertegenwoordiger van de Franse staat tijdens de hoorzitting  die verklaarde  dat ‘Catalaans spreken tijdens een gemeenteraad een gevaar voor de Republiek inhoudt’. De vertegenwoordiger van de Franse staat noemde het ook een ‘ernstig probleem en een grote fout’, stel je voor. ‘Wat een bekentenis van zwakte vanwege de Franse Republiek als Catalaans spreken tijdens de gemeenteraad van een gemeente van 10.000 inwoners in de Pyrénées Orientales de staat doet wankelen’, aldus Garcia. En hij voegt eraan toe: ‘Wij denken integendeel dat de Republiek sterker is als ze open staat voor cultuur- en taaldiversiteit. Dat is een troef en geen handicap’.

Met andere woorden het Frans is, als taal van de natie, een superieure taal. Catalaans spreken op een gemeenteraad schaadt de plaats van het Frans

De mogelijkheid om het Catalaans te gebruiken naast het Frans op een gemeenteraad mits vertaling van alle teksten: al bij al een heel voorzichtig voorstel zou je denken, precies om de beslissing van de vijf gemeenten een kans te geven. Maar dat is buiten de waard gerekend. Artikel twee van de grondwet stelt dat alleen het Frans de taal van de Franse Republiek is en dus, van de besluitvorming  in het land. De dagvaarding van de Franse staat tegen de vijf Catalaanse gemeenten stelt met grote woorden dat ‘elk element dat de fundamentele beginselen van de Franse Republiek en hiërarchie tussen de officiële taal en de regionale talen kan verstoren wordt beschouwd als een eis voor culturele identiteit’. Met andere woorden het Frans is, als taal van de natie, een superieure taal. Catalaans spreken op een gemeenteraad schaadt de plaats van het Frans. Uitingen van een culturele identiteit verstoren de grondbeginselen van de Franse republiek. Vrij vertaald: Frankrijk is bang van haar eigen schaduw.

Het Catalaans in Frankrijk

Noord-Catalonië, het historisch Catalaans gebied dat tot Frankrijk behoort, valt administratief onder het  departement Pyrénées Orientales met hoofdstad Perpignan. Het telt 482.000 inwoners in totaal waarvan 140.000  de Catalaanse taal nog spreken. 37 procent verklaart Catalaans te kunnen spreken, 65 procent verstaat de taal en 10,7 procent kan ze schrijven. In verhouding tot het geheel: de gemeenschap Catalaanssprekenden telt ongeveer 14 miljoen Europeanen. Het is de negende meest gesproken taal in Europa.

Wat is de status van een regionale taal als het Catalaans in Frankrijk? In 2021heeft de goedkeuring van de wet Molac, genoemd naar een Bretoens volksvertegenwoordiger, voor een juridisch kader gezorgd over het onderwijs en de bescherming van de regionale talen. Los van de overzeese gebieden geldt deze theoretische erkenning voor het Baskisch, het Bretoens, het Gallo, het Corsicaans, het Occitaans én de Oc-taal, het Duits en het Elzassisch, de regionale talen van de Moezelregio, het Franco-Provençaals, het Frans-Vlaams en het Picardisch, en dus ook het Catalaans. Ik schrijf in theorie, want de Franse Constitutionele raad heeft deze wet al even snel gekelderd als deze gestemd was. Tot woede van al wie oprecht begaan is met de minderheidstalen in Frankrijk. De klacht van de prefect is in dezelfde geest te plaatsen als het weerwerk van de Constitutionele Raad tegen de wet op de regionale talen. Frankrijk geeft met de ene hand en neemt alles terug met de andere.

Hoe moet dit verder?

De zet van de vijf Catalaanse gemeenten uit Noord-Catalonië is dat ze de Franse staat dwingen om kleur te bekennen. Meent Frankrijk het nu met de bescherming van haar regionale talen zoals gestemd door het Franse parlement? Hoe kan Parijs verantwoorden dat ze het gebruik van de streektalen aanmoedigt en het gebruik ervan verbiedt voor de openbare besturen en de besluitvorming? De jakobijnen van links en rechts kijken niet op een tegenspraak meer of minder en de bewakers van het één en ondeelbare Frankrijk maken overuren om de orthodoxie tot in het absurde toe te bewaken. In het dossier van de vijf Catalaanse gemeenten wordt de uitspraak van de administratieve rechtbank van Montpellier verwacht op 9 mei. De beslissing van de rechtbank zou als jurisprudentie kunnen gelden voor alle twisten van dit soort die regelmatig opduiken in Corsica, Bretagne, enzovoort.

Gepubliceerd

26.04.2023

Kernwoorden
Reacties

Heeft Frankrijk een aandeel in de moord op Corsicaans nationalist?

Parlementaire commissie onderzoekt de aanslag op Yvan Colonna

Lees dit artikel ook op Doorbraak: https://doorbraak.be/heeft-frankrijk-een-aandeel-in-de-moord-op-corsicaans-nationalist/

Na een aanslag in de gevangenis overleed de Corsicaanse nationalist Yvan Colonna zonder uit coma te zijn ontwaakt. Hij stierf in het ziekenhuis van Marseille op 21 maart 2022. De belastende omstandigheden rond zijn dood waren de aanleiding van nieuwe spanningen op Corsica. Een Franse parlementaire onderzoekscommissie moet licht brengen in dit explosief dossier.

Om de zaak Yvan Colonna te begrijpen moet men terug naar 6 februari 1998, de dag dat Claude Erignac, de Franse prefect van Corsica, werd neergeschoten. Een groep Corsicaanse nationalisten, waaronder Yvan Colonna, werd na verklikkingen ervan verdacht de moord te hebben gepleegd. De nationalisten werden aangehouden en tot zware gevangenisstraffen veroordeeld. Maar Yvan Colonna liet zich niet zo maar vangen. Jaren lang verstopte hij zich in het Maquis in een schapenstal, tot grote frustratie van de politiediensten. Pas in juni 2003, ruim vijf jaar na de aanslag, werd hij gevangengenomen en tot levenslang veroordeeld. Yvan Colonna zelf hield tot aan zijn dood zijn onschuld staande.

Sinds zijn arrestatie verbleef Yvan Colonna in diverse Franse gevangenissen, onder een streng gevangenisregime. Het Frans gerechtelijk apparaat bleef hardnekkig weigeren hem naar een Corsicaanse gevangenis over te brengen. Hierdoor kon hij zijn ouders, vrouw en kinderen, maar zelden zien. Pogingen om hem, conform de wet, meer dan twintig jaar na de feiten vrij te krijgen botsten telkens op de hardvochtigheid van het Frans gerecht. In 2013 beraamde Colonna, aldus de penitentiaire autoriteiten, ontsnappingsplannen. Verdachtmakingen die moesten dienen om de modelgevangene Yvan Colonna geen kans te geven tot vervroegde vrijlating. Frankrijk kon de moord op een vertegenwoordiger van de Franse staat niet vergeven. Dat hij jaren lang onder de radar van de Franse politie kon blijven, en zo het politieapparaat belachelijk maakte, pleitte ook niet voor zijn dossier.

Jihadist

Je zou denken dat de gevangenis van Arles, met een bijzonder regime voor gevaarlijke gevangenen, een van de best bewaakte plaatsen van Frankrijk zou zijn. Niets bleek minder waar. Op 2 maart 2022 werd Yvan Colonna tijdens een sportsessie, aangevallen en minuten lang gewurgd, zonder tussenkomst van de bewakers. Zijn agressor, Franck Elong Abé (36) is een geradicaliseerde jihadist van Kameroense oorsprong met staat van dienst in Afghanistan. De man stond bekend als gevaarlijk en was meermaals veroordeeld voor zijn aandeel in de voorbereiding van terroristische activiteiten.

Yvan Colonna, levensgevaarlijk verwond, ontwaakte niet meer uit de coma en overleed drie weken later in het ziekenhuis van Marseille.

Van meet af aan was de dood van Yvan Colonna verdacht. Zijn moordenaar zou verklaard hebben dat Colonna dood moest omdat hij ‘slecht had gesproken over de profeet’. Onwaarschijnlijk, want Colonna was bekend voor zijn respect inzake geloof. Het bleek snel dat noch zijn familie noch nationalistisch Corsica de officiële versie van de feiten zo maar zouden slikken. Gevolg: een ongeziene golf van protest en nieuwe aanslagen op het eiland. Een nieuwe geheime groep de Ghiuventù clandestina Corsa kondigde gewelddadige acties aan. Sinds augustus 1922 werden 17 aanslagen door de groep opgeëist.

Het geweld kende een hoogtepunt op 13 maart, tijdens betogingen in Bastia. Balans: 102 gewonden, waarvan 77 politiemensen. Recent werden drie villa’s in opbouw door ontploffingen verwoest. In deze gespannen sfeer moest Frankrijk wel klaarheid brengen over de omstandigheden van de moord op Yvan Colonna.

Parlementaire onderzoekscommissie

Uiteindelijk werd een parlementaire onderzoekscommissie in het leven geroepen. Deze onderzoekscommissie wordt voorgezeten door de Corsicaance nationalist Jean-Félix Acquaviva, volksvertegenwoordiger voor de autonomistische partij Femu a Corsica. Die laat niets aan het toeval over en heeft reeds verschillende ministers en hoge ambtenaren op de rooster gelegd. Ook de gewezen premier van Frankrijk, Jean Castex, moest voor de commissie verschijnen. Het verslag van de onderzoekscommissie wordt verwacht in mei. Maar wat reeds aan het licht kwam, oogt niet bepaald fraai voor de Franse autoriteiten.

Volgens de getuigenis van een bewaakster werd op 1 maart, daags voor de moord op Colonna, gerapporteerd over een conversatie tussen drie gevangenen. Een van deze drie gevangenen was Franck Elong Abé, de latere dader. Hij zou, aldus de bewaakster, hebben geroepen: ‘Ik ga hem vermoorden’. Dit rapport werd overgemaakt aan haar oversten die er blijkbaar niets mee deden. Dat er voorbedachte rade in het spel was wordt aangetoond doordat de jihadist op de dag van dit gesprek zijn cel spontaan had opgeruimd. Hij hield er duidelijk rekening mee dat hij na de moord niet meer in zijn cel zou terugkomen.

Hoe meer antwoorden er komen, hoe ongezonder het dossier

Hoe meer antwoorden er komen, hoe ongezonder het dossier. Jarenlang kon men Colonna en de andere Corsicaanse nationalisten op het vasteland gevangen houden. De herhaalde weigering om ze naar Corsica te verplaatsen is een typische pesterij van centralistisch Frankrijk.

Gewezen eerste minister Jean Castex verklaarde tijdens de hoorzittingen van de commissie doodleuk dat hij het dossier zelf nooit had bestudeerd. Tot bijzondere ergernis van de verschillende commissieleden. Hij volgde slaafs de aanbevelingen van zijn administratie, al waren deze wel eens in tegenspraak met de gevangenisdirectie.

Twee maten en twee gewichten

Opvallend: de jihadist Franck Elong Abé genoot wel van een relatieve bewegingsvrijheid binnen de gevangenis. De man was nochtans heel gevaarlijk en gekend voor zijn gewelddadig optreden tegen medegevangenen en gevangenispersoneel.

De feiten zijn op zijn zachtst uitgedrukt surrealistisch te noemen: negen lange minuten kon Elong Abé zijn slachtoffer wurgen zonder dat het gevangenispersoneel kwam opdagen

De feiten zijn op zijn zachtst uitgedrukt surrealistisch te noemen: negen lange minuten kon Elong Abé zijn slachtoffer wurgen zonder dat het gevangenispersoneel kwam opdagen. Dit in een afdeling waar de gevangenen onder streng regime worden bewaakt. De onderzoekscommissie die de gevangenis van Arles bezocht kon vaststellen dat men vanop de plaats van de feiten de stem van iemand die om hulp riep, makkelijk kon horen.

De definitieve conclusie van de parlementaire commissie wordt in mei verwacht. Maar nu reeds verklaart voorzitter Jean-Felix Acquaviva aan de Franse pers dat men in de zaak Yvan Colonna te maken heeft met wraak van de Franse staat. Blijft nog dé belangrijkste vraag die op alle Corsicaanse nationalistische lippen staat: kleeft er bloed aan de handen van Franse ambtenaren en heeft Frankrijk een aandeel in de moord op Yvan Colonna? De Corsicaanse nationalisten zullen de zaak niet meer loslaten tot ze een duidelijk antwoord krijgen.

Gepubliceerd

18.04.2023

Kernwoorden
Reacties

Het rijke Frans-Vlaamse verenigingsleven

Wie is wie in Frans-Vlaanderen

Lees dit artikel ook op Doorbraak: https://doorbraak.be/het-rijke-frans-vlaamse-verenigingsleven/

Welke Vlaamse verenigingen en instellingen zijn actief in Frans-Vlaanderen? Die vraag wordt me dikwijls gesteld. Hier volgt een selectie, in het besef dat zo’n lijst een onvolledige momentopname blijft. Noem het een persoonlijke, en dus suggestieve, keuze over wat beweegt rond de Vlaamse identiteit en de Nederlandse gedachte in Frankrijk.

Instellingen

Huis van de Slag, museum en informatiecentrum in Noordpene. Wil je meer weten over de Slag aan de Pene die de aanhechting van Frans-Vlaanderen bij Frankrijk tot gevolg had? Dan moet je beslist het Museum of Huis van de Slag in Noordpene bezoeken. Je kan er de permanente en thematische tentoonstellingen zien. En ook meer vernemen over de historische achtergrond van de slag aan de Pene.

Vlamingen en Nederlanders worden er vriendelijk verwelkomd in het Frans-Vlaams van de streek

Vlamingen en Nederlanders worden er vriendelijk verwelkomd in het Frans-Vlaams van de streek door voorzitster Jocelyne Willencourt. En Philippe Ducourant gidst u, ook in het Nederlands, door de geschiedenis van de slag en van de streek. Het museum beschikt over een boekenstand. Van hieruit vertrekken verschillende wandelingen rond het slagveld. Meer info op musée-noordpeene.eu.

Elk jaar in april wordt de Mars van de Pene, een tien kilometer lange wandeling rond het slagveld, georganiseerd. Dit jaar heeft de mars plaats op 22 april 2023.

Huis van het Nederlands, in Belle. Sinds jaar en dag is de stad Belle begaan met het onderwijs van de Nederlandse taal. Deze instelling zag het licht in 1999, op initiatief van de toenmalige burgemeester Jean Delobel geholpen door pioniers als Camille Taccoen en Jérôme Steenkiste. En met de hulp van het Komitee voor Frans-Vlaanderen.

Het resulteerde in de oprichting van dit Huis van het Nederlands/ Maison du néerlandais waar honderden belangstellenden Nederlands leren. Het Huis van het Nederlands wordt momenteel geleid door Armand Heroguel, ere-docent Nederlands aan de Rijselse universiteit. Het huis heeft ook afdelingen in Duinkerke en Rijsel. Te volgen op internet: mnl-bailleul.fr.

Pers en audiovisueel

Een overzicht van regionale kranten en tijdschriften zou ons te ver leiden. Uiteraard brengen deze dagbladen wel eens nieuws over de cultuur en taal van de Frans-Vlamingen. Maar het kan beter. Veel beter. Je moet weten dat de belangrijkste regionale krantengroep, La Voix du Nord, in handen is van de Franstalig Belgische groep Rossel. Dat heeft, zo te zien, zijn beperkingen. Ik noem hier slechts enkele bijzondere initiatieven.

Radio Uylenspiegel, in Kassel. Dit is de stek van Radio Uylenspiegel met studio op de grote markt. Je kan er niet naast kijken. Bruno Lobert, de dynamische directeur van de programma’s, is een grote kenner van de Vlaamse en Europese volksmuziek. Radio Uilenspiegel noemt zich een folk-radio en hanteert een slogan die voor zich spreekt: ‘De stem van Vlaanderen’.

Het avontuur van Radio Uylenspiegel begon op 1 januari 1978 met heel primitief materiaal. De uitzending was op dat moment nog illegaal. Pascal Vanbremeersch, de toenmalige animator, werd prompt door de rijkswacht meegenomen voor ondervraging. Kort nadien werd het zendmateriaal tot twee keer toe in beslag genomen. De liberalisering volgde decennia later. Sindsdien zendt de radio vrij en vrank uit, met regelmaat ook programma’s in de streektaal en in het Nederlands. De stem van Vlaanderen is te beluisteren op 91,8 FM en via internet.

Radio Plus, Douvrin. Een radiozender in Artesië die sinds 2018 het wekelijks programma l’heure flamande uitzendt. Dat is een uitzending over cultuur, geschiedenis en actualiteit. Niet alleen in en over Frans-Vlaanderen maar ook over heel Vlaanderen. In één uur tijd hoor je op Radio plus meer Nederlandstalige muziek dan op de VRT op een hele dag. Het geheim: het programma wordt verzorgd door twee bekende Vlaamse activisten, oudgedienden van de vrije radio’s : Michel en Marie-Jo Lieven. Ze hebben al meer dan 200 uitzendingen op hun actief. L’Heure flamande is te beluisteren op 104.3 FM en ook via internet.

Le Miroir du Nord is een nieuwkomer in het digitale medialandschap. Het brengt dagelijks nieuws – in het Frans – over de Nederlanden in Frankrijk. Ook over Bretoenen, Corsicanen en andere volkeren in Frankrijk is Le Miroir du Nord opvallend goed geïnformeerd. Veel aandacht gaat naar de Vlaamse en Nederlandse cultuur.

De animatoren van Le Miroir du Nord zijn voetballiefhebbers en hun inzet — met veel leeuwenvlaggen — viel internationaal op n.a.v. de bekerwedstrijd Kassel-Paris Saint-Germain. Recent brachten ze nog een mooie en zeer uitgebreide recensie over het Zangfeest in Antwerpen. Onze Vlaamse pers kan nog iets van hen leren. Voor meer info: lemiroirdunord.fr

Video-opnames

Een speciale melding verdienen de video-opnames van de West-Vlaming Mark Ingelaere. Ooit in de leer bij de befaamde taalkundige Cyriel Moeyaert en dat helpt. M. Ingelaere heeft zich tot doel gesteld opnames te maken van de laatste Frans-Vlamingen die nog het Frans-Vlaams spreken. Inmiddels is dit initiatief gegroeid tot meer dan 400 opnames.

Een unieke verzameling van uitzonderlijke sociologische, heemkundige en taalkundige waarde

Een unieke verzameling van uitzonderlijke sociologische, heemkundige en taalkundige waarde. Mark kreeg voor zijn werk een pluim van de Nederlandse taalkundige en dialectoloog Marc van Oostendorp. De video opnames van Mark Ingelaere zijn te vinden op YouTube.

Frans-Vlaamse verenigingen

Comité Flamand de France (CFF) in Hazebroek. Voorzitter is Philippe Masingarde. De ouderdomsdeken van de regionalistische verenigingen werd opgericht in 1853. Het CFF evolueerde tot een eerbiedwaardige vereniging van kamergeleerden. Ze beschikt in Hazebroek over een interessante bibliotheek en archief en geeft een tijdschrift alsook een jaarboek uit. Meer info op comiteflamanddefrance.fr

Michiel de Swaenkring, Kassel. Opgericht in 1970. Voorzitter is Patrick Blanckaert. Het is in Vlaanderen een van de meest bekende Frans-Vlaamse verenigingen voor de verdediging van de Nederlandse taal en cultuur. De kring kende zijn glorietijd eind van de jaren ’70. Al treedt het tegenwoordig minder naar buiten, de heel-Nederlandse inspiratie bleef. Tot vandaag een kweekvijver van Vlaamse activisten in Frans-Vlaanderen. Contact: michieldeswaen.eu

Andries Stevenkring, Kassel. Voorzitter is Damien Top. Het is een nieuwe vereniging vernoemd naar Andries Steven, de achttiende-eeuwse onderwijzer, schrijver en verdediger van de Nederlandse taal in de scholen. De vereniging is actief rond de Nederlandse taal en cultuurpolitiek. In de geest van Steven streeft de vereniging naar de erkenning van het Nederlands als regionale taal en taal van de buren, naast de Frans-Vlaamse streektaal. Ze organiseert poëzieavonden en conferenties, over taal, cultuur, muziek en geschiedenis. De Andries Stevenkring publiceert maandelijks een volledig tweetalige digitale nieuwsbrief en is ook te volgen op Facebook.

Euvo. De naam staat voor Europa der Volkeren. Voorzitter is Karel Appelmans. De vereniging, opgericht in 1984, heeft als doel het Vlaamse karakter van Frans-Vlaanderen te vrijwaren. Euvo specialiseerde zich in het plaatsen van Nederlandstalige opschriften en borden op huizen, gemeentehuizen en gebouwen. Ook de restauratie van Nederlandstalige opschriften behoort tot haar kernactiviteiten. Je kan er niet meer naast kijken: overal in Frans-Vlaanderen zie je de zwart-gele Nederlandstalige bordjes met Vlaamse Leeuw van Euvo. Inmiddels zijn er meer dan 1.000 geplaatst en er blijft vraag naar. Een groot succes. EUVO is te volgen op euvo.eu.

Yserhouck, in Volkerinkhove. Voorzitter is Felix Boutu. De vereniging beschermt het Vlaams landschap, alsook het architecturaal patrimonium van Frans-Vlaanderen. Biodiversiteit, fauna, flora en waardevolle landschappen staan centraal. Toegepaste activiteiten zijn de bouw van traditionele landelijke gebouwen en bouwkundige elementen met traditionele technieken en materialen.

De vereniging was aanvankelijk actief in een kerngebied rond de gemeenten aan de bron van de IJzer. Tegenwoordig draagt haar invloed over de hele streek. De activiteiten, projecten en publicaties van Yserhouck zijn te volgen in het tijdschrift met dezelfde naam, en op hun webstek yserhouck.org.

Akademie voor Nuuze Vlaemsche Taele (ANVT), Kassel. Bezieler is Jean-Paul Couché. De vereniging staat voor de promotie en het onderwijs van de Frans-Vlaamse streektaal. Ze wordt met forse subsidies van de regio Hauts-de-France gesteund en onder meer belast met de tweetaligheid van de gemeenteborden. De soms fantasierijke keuzen en standpunten inzake taal zijn controversieel. Zie ook op internet bij anvt.org.

Vlaamse en Nederlandse verenigingen

De verenigingen aan deze kant van de schreve die rond Frans-Vlaanderen actief zijn heb ik hier buiten beschouwing gelaten. Dit betekent niet dat hun werking inzake Frans-Vlaanderen te verwaarlozen is. Integendeel. Ik noem ze, tot slot, even op: het Komitee voor Frans-Vlaanderen, De Lage Landen (vroeger Ons Erfdeel), de stichting / vereniging Zannekin het Volkstoneel van Frans-Vlaanderen, het Algemeen Nederlands Verbond, de Marnixring. Ook deze opsomming is niet exhaustief.

Gepubliceerd

10.04.2023

Kernwoorden
Reacties

Moet de superregio Hauts-de-France worden gesplitst?

 Picardiërs willen geen Vlamingen zijn, en omgekeerd

Lees dit artikel ook op Doorbraak: https://doorbraak.be/moet-de-superregio-hauts-de-france-worden-gesplitst/

In 2016, onder de regering Hollande-Valls, werden de Franse superregio’s in het leven geroepen. Frans-Vlaanderen, tot dan behorend tot het Noorderdepartement, werd plots door de Hauts-de-France ingepalmd, een superregio die ook Picardië omvat. Dat deze onlogische fusie snel tot wrijvingen moest leiden stond in de sterren geschreven.

Het rechtse Rassemblement National (RN) heeft nu een wetvoorstel ingediend om de superregio opnieuw te splitsen. Een initiatief uit onverwachte hoek, tot groot jolijt van de Vlaamse verenigingen in Frankrijk die al evenmin iets voelen voor deze kunstmatige constructie.

Woke ‘avant la lettre’

De Franse revolutionairen van 1789 hadden het slim bekeken. Om volkeren hun identiteit te ontnemen moet men hun geschiedenis, taal en cultuur verbieden. Het was een soort woke avant la lettre: de jakobijnen hadden eerst de historische benamingen van de provincies weggeveegd. In de plaats werd een vreemde administratieve indeling, het departement, in het leven geroepen. Dat gebeurde op basis van louter geografische benamingen en forse windstreken. Alleen bergen, rivieren en hun mondingen kwamen nog in aanmerking. Als het maar niet herinnerde aan de geschiedenis van een streek.

In de plaats van Bretoenen, Basken, Occitaniërs en Vlamingen luidde het dat voortaan onze voorouders de Galliërs waren

Zo werden de Frans-Vlamingen plots inwoners van ‘le Nord’. ‘Nordistes’ dus, en geen Vlamingen meer. En de stad Atrecht bevond zich voortaan niet meer in Artesië maar in de Pas-de-Calais. Niet te verbazen dat drie generaties later, 95 procent van de Franse bevolking niet meer wist wie hun voorouders waren. In de plaats van Bretoenen, Basken, Occitaniërs en Vlamingen luidde het dat voortaan onze voorouders de Galliërs waren. En hun afstammelingen allemaal Fransen. Hetgeen moest worden aangetoond.

Superregio’s

Twee eeuwen later was het opnieuw prijs. De bestaande entiteiten werden te klein geacht, al waren sommigen reeds gaan samenwerken. Zo behoorde Frans-Vlaanderen al een tijdje niet meer tot ‘le Nord’ alleen, maar tot de regio Nord-Pas-de-Calais. In 2016 kwam men tot de vaststelling dat de regio’s niet konden wedijveren met overeenkomstige Europese entiteiten. Dit leidde tot nieuwe, bizarre constructies alleen te verklaren door allerlei politieke berekeningen.

Zo moest de historische Elzas verdwijnen in de Grand-Est. Dit was een ahistorische associatie met de regio Champagne, die door een meerderheid van de Elzassers wordt verworpen. In Bretagne werd angstvallig vermeden dat alle Bretoense departementen zouden kunnen samensmelten. Een zet om Bretagne te verzwakken in haar drang naar meer autonomie. Zo kan men de lijst van alle superregio’s doorlopen op zoek naar het gesjoemel.

Hauts-de-France

Het heet officieel dat de naam Hauts-de-France democratisch werd gekozen door een selecte groep jongeren. Dit klopt natuurlijk niet. De naam circuleerde al jaren voordien en laat geen twijfels bestaan over de ware bedoelingen: er blijven inhameren dat wij in Frankrijk zijn. En de inwoners doen vergeten dat ze ooit tot de zuidelijke Nederlanden behoorden. De naam is historisch dubieus en geografisch een misbaksel. Er is een hoog- maar geen beneden-Frankrijk, weet je wel. Het bevestigt het gezegde dat de Fransen slecht zijn in aardrijkskunde. Blijkbaar heeft men in Parijs nooit echt naar Jacques Brel geluisterd, die zong van ‘het vlakke land dat mijne is’. De proef op de som: de Kasselberg is met zijn 176 meter het hoogste punt uit de streek. Het enige dat in dit verhaal klopt: de naam Hauts de France stond, een paar decennia geleden, voor een nudistenclub, ergens aan het Noordzeestrand.

Ik vroeg onlangs aan vrienden hoe ze zichzelf noemden als kersverse inwoners van de Hauts-de-France. Niemand antwoordde, en ik kan onze lezers geruststellen: er bestaan geen monsters met de naam ‘Hauts-de-Franciens.’

Wetvoorstel

Opvallend genoeg komt het wetvoorstel om de regio Hauts-de-France te splitsen niet uit Frans-Vlaanderen maar uit Picardië. Het is Michel Guinot, een RN-volksvertegenwoordiger van het departement Oise die het voorstel indiende. Hij werd hierin gesteund door de hele RN-fractie. Het feit dat het wetvoorstel van de RN komt, maakt dat het zo goed als geen kansen maakt. Maar toch is het een teken aan de wand. De argumenten van Guinot om de Hauts- de-France te splitsen zijn bovendien zinvol. Aan de basis ligt dat Amiens, de hoofdstad van Picardië, alle administratieve en andere regionale diensten kwijt is. Alle diensten zijn naar Rijsel verhuisd, de hoofdstad van Frans-Vlaanderen.

Te groot?

Maar er is meer. De huidige Hauts-de-France zijn samengesteld uit vijf departementen. Het territorium is iets groter dan België en telt zes miljoen inwoners. De door Guinot voorgestelde splitsing wil terug naar de vroegere situatie. De regio Nord-Pas-de-Calais herstellen enerzijds, en het in het leven roepen van een Regio Picardië anderzijds. Nog enkele cijfers: de twee departementen Nord en Pas-de-Calais tellen samen vier miljoen inwoners en 1538 gemeenten. Picardië, dat zou worden samengesteld uit de departementen Aisne, Oise en Somme telt iets meer dan twee miljoen inwoners in 2252 gemeenten.

Argumenten

Indiener van het wetvoorstel Michel Guinot heeft zijn dossier grondig bestudeerd. Hij refereert aan de geschiedenis om de Hauts-de-France te splitsen. Volgens hem is Picardië economisch en cultureel, maar ook historisch, steeds op de Ile de France, de uitgebreide regio rond Parijs, gericht. De regio Nord-Pas-de-Calais die hij Pays-Bas français ofte ‘Franse Nederlanden’ noemt kijkt meer naar Noordwest-Europa. Eerst naar de Euroregio Rijsel-Kortrijk-Doornik, vervolgens naar Benelux waarmee ze historisch verbonden is, aldus Guinot. De Franse Nederlanden met Frans-Vlaanderen zijn nog amper Frankrijk als je het wetvoorstel leest. Het is een Picardiër die het gezegd heeft.

Hoe moet het verder?

In Frankrijk is het niet anders dan in Vlaanderen: het feit dat dit wetvoorstel door het Rassemblement National is ingediend geeft het weinig kansen op slagen. Er is ook geen politieke consensus aanwezig over de kwestie. Het voorstel heeft wel de grote verdienste het debat te openen over zin en onzin van de superregio’s in het algemeen, en van de Hauts-de-France in het bijzonder. Deze en andere administratieve superstructuren kosten een fortuin. Ze vervreemden de burger van zijn regionale overheid. Ook de autonomie en bevoegdheden van de superregio’s zijn in het centraliserend Frankrijk heel relatief.

Departementen die hun superregio niet zien zitten, lossen dat op door samenwerkingsakkoorden onder elkaar te sluiten

Departementen die hun superregio niet zien zitten, lossen dat op door samenwerkingsakkoorden onder elkaar te sluiten. De Elzassers hebben akkoorden getekend tussen de departementen Bas-Rhin en Haut-Rhin. Ze negeren hun superregio Grand-Est. Dat geldt ook, zij het zeer voorzichtig, voor de twee departementen van de Savoie en Haute-Savoie. Die behoren tot de superregio Auvergne-Rhône-Alpes, al hebben ze daar niets verloren.

Nog een grappige anekdote om mee te besluiten: de regio Hauts-de-France steunt, stel je voor, het West-Vlaams als regionale taal. Terwijl het Noorderdepartement, waar mensen met verstand zetelen, neigt om het onderwijs van het Nederlands te verdedigen. Versta wie kan. Maar reden te meer om dit, en alle komende wetvoorstellen voor de splitsing van de Hauts-de-France, te steunen.

Gepubliceerd

26.03.2023

Kernwoorden
Reacties

Frankrijk verbiedt het Corsicaans in de plaatselijke raad

Lees dit artikel ook op Doorbraak: https://doorbraak.be/frankrijk-verbiedt-het-corsicaans-in-de-plaatselijke-raad-schijnheiliger-kan-niet/

Frankrijk neemt met één hand maatregelen om haar regionale talen te beschermen, om ze vervolgens met de andere hand te betwisten. Zo werd de erkenning van de regionale talen in 2020 onmiddellijk tegengewerkt door de Franse grondwettelijke raad. Schijnheiliger kan het niet.

Dit doet zich nu opnieuw voor naar aanleiding van een beslissing van de Corsicaanse raad om het Corsicaans als werktaal van de raad mogelijk te maken. Na een klacht van de prefect van Corsica heeft de administratieve rechtbank in Bastia deze beslissing tenietgedaan.

Corsicaanse raad

In Corsica legt men de lat steeds hoger. Zo had de Corsicaanse raad besloten het Corsicaans als vergader- en werktaal te erkennen. Bewust of onbewust vonden de verkozenen het niet nodig toe te voegen dat alle teksten, conform de Franse grondwet, in het Frans moeten worden gepubliceerd. Dat is een gevolg van artikel 2 van de grondwet die zegt dat het Frans de officiële taal van de Franse republiek is.

De officiële vertegenwoordiger van de Franse staat in Corsica, prefect Pascal Lelarge, was er als de kippen bij om deze zaak juridisch aan te vechten. De advocaat van de Corsicaanse raad pleitte dat het gebruik van het Corsicaans in de raad geen verplicht karakter had. Verzoenende taal dus, maar het mocht niet baten.

Tegen het Engels

Het heet dat de rechters van de administratieve rechtbank van Bastia met dit vonnis louter de wet hebben toegepast. Maar is het dossier hiermee juridisch afgesloten? Het artikel van de wet die aan publiekrechtelijke rechtspersonen het gebruik van het  Frans verplicht is namelijk niet geschreven voor de Corsicaanse toepassing. Deze alinea werd toegevoegd in 1992, en dat was niet toevallig in het jaar van het verdrag van Maastricht. Het was een typisch Franse maatregel tegen het oprukkende Engels in eigen land, en niets anders.

Tegen deze aanpassing van de Franse grondwet protesteerde één eenzame verkozene uit de Elzas: Adrien Zeller. Hij voelde intuïtief aan dat deze wijziging  tegen de regionale talen zou kunnen worden gebruikt. Zeller stelde de toenmalige minister van Binnenlandse Zaken volgende vraag: ‘Ik zou willen dat de minister bevestigt dat deze nieuwe alinea bij de grondwet niet zal worden gebruikt tegen de diversiteit van onze regionale culturen.’ En hij voegde er nog aan toe: ‘Het Frans is de taal van de Franse republiek, maar niet de enige taal van de republiek.’

Jakobijnse orthodoxie

De vrees van Adrien Zeller was gegrond. De Franse grondwettelijke raad misbruikt deze passus van de grondwet om de regionale talen binnen de perken te houden. Terwijl de Franse mandatarissen wetten stemmen om deze regionale talen te beschermen en te onderwijzen, treedt de grondwettelijke raad op als waakhond van de jakobijnse orthodoxie. Elke stap vooruit wordt in de praktijk onmogelijk. Hoe schizofreen is het toch te pleiten voor de redding van deze talen, terwijl men ze verbiedt in de publieke ruimte?

Michel Feltin-Palas, een Franse journalist van het weekblad l’Express die zich inzet voor de regionale talen, herinnert aan een citaat van president Emmanuel Macron in 2021: ‘De talen van Frankrijk zijn een nationale schat. Het recht moet bevrijden en nooit beklemmen. (…) Dezelfde kleuren, dezelfde accenten, dezelfde woorden: dit is ons land niet.’ Feltin-Palas voegt eraan toe: ‘Prachtige verklaring waarvoor men met twee handen applaudisseert… mits ze tenminste zou worden gesteund door een coherent beleid.’

Holle woorden en gebakken lucht waarin niemand nog gelooft. Overigens: niet alleen het gebruik van de Corsicaanse taal in de raad stelt een probleem voor de inmiddels ex prefect van Corsica. Ook de uitdrukking ‘Corsicaans volk’ is volgens hem uit den boze. Er kan en zal  maar één volk zijn, het Franse, op het grondgebied van de één en ondeelbare republiek.

Hoe moet dit verder?

In een gemeenschappelijk communiqué hebben Gilles Simeoni, autonomistische voorzitter van de Corsicaanse uitvoerende raad, samen met Marie-Antoinette Maupertuis, autonomistische voorzitster van de Corsicaanse raad, officieel geprotesteerd tegen deze schandelijke gang van zaken. Ook de oppositie, bij monde van Jean-Christophe Angelini, voorzitter van de nationalistische partij ‘Partitu di a Nazione Corsa’, spreekt over een onbegrijpelijke beslissing en over onrecht.

Alle betrokken Corsicaanse instanties gaan natuurlijk in beroep en dat wordt dan de zoveelste confrontatie met de Franse staat op het eiland. Enkele dagen geleden werd al de administratieve rechtbank van Bastia door jonge Corsicaanse nationalisten bezet, en dat is maar het voorspel.

Vermoord in de gevangenis

Een andere dossier beroert de Corsicanen van alle strekkingen: de moord in een Franse gevangenis op de Corsicaanse nationalist Yvan Colonna, nu een jaar geleden. De vraag blijft hoe een medegevangene, de uiterst gevaarlijke jihadist Franck Elong Abbé deze moord kon plegen. De familie en vrienden van Colonna hebben inmiddels beslist te procederen om opheldering te krijgen over deze moord.

Een onderzoekscommissie moet ook de verantwoordelijkheid en rol van het gevangeniswezen, maar ook van de Franse staat, in deze zaak bepalen. Een explosief dossier als moest blijken dat de aanslag op Yvan Colonna door een bewuste nalatigheid mogelijk werd gemaakt. Dit, en ook het verbod op de Corsicaanse taal  in de Corsicaanse assemblée  is niet van aard om de pacificatie op het eiland te verzekeren.

Talen in Frankrijk

Even nog  herinneren dat het gebruik van de regionale talen in Frankrijk niet alleen de Corsicanen aanbelangt.  Zie hier nog eens de lijst van talen die in Frankrijk zogezegd als regionale talen zijn erkend: het Baskisch, het Bretoens, het Catalaans, het Corsicaans, het Creools, het Gallo (Romaanse streektaal gesproken in het Oosten van Bretagne), het Occitaans én de Oc-taal, de regionale talen van de Elzas, de regionale talen van de Moezelregio, het Franco-Provencaals, het West-Vlaams, het Picardisch, het Tahitiaans, de Melanesische talen (Drehu, Nengone,Paicî, Aijë), de Walllisiaanse  en Futuniaanse talen (twee talen uit Nieuw Caledonië), alsook het Kibushi-Kimaore (eiland Mayotte).

Het verbod op het gebruik van een regionale taal in de publieke ruimte heeft rechtstreeks en onrechtstreeks  gevolgen voor heel het Franse grondgebied. Het explosief Corsicaans dossier is maar de top van de ijsberg en wordt ook van het Baskenland tot in Frans-Vlaanderen met argusogen gevolgd.

Gepubliceerd

21.03.2023

Kernwoorden
Reacties

‘Onze Bruegel’ bleek een echte

Noord-Franse familie dacht dat het kitsch was

Lees dit artikel ook op Doorbraak: https://doorbraak.be/onze-bruegel-bleek-een-echte/

Al voor de tweede keer in enkele maanden tijd is een werk van Bruegel ontdekt in Frankrijk. In oktober 2022 kwam opnieuw een Bruegel in privébezit boven water. Het bevond zich tussen de nalatenschap van een Noord-Franse familie die onbekend wil blijven.

Tussen kunst en kitsch

Je ziet ze wel eens opduiken in een tv-programma als Tussen kunst en kitsch. De eigenaars van een schilderij of voorwerp die denken een meesterwerk te bezitten en naar huis keren met een desillusie meer.

vrolijke bezitters van wat ze dachten kitsch te zijn, blijken plots eigenaar van een waardevol kunstwerk

Omgekeerd kan ook: vrolijke bezitters van wat ze dachten kitsch te zijn, blijken plots eigenaar van een waardevol kunstwerk. Dit overkwam de erfgenamen van een Noord-Franse familie. Meestal ontstaat pas zekerheid na onderzoek door deskundigen.

Malo de Lussac, een jonge schatter-veilingmeester van veilinghuis Daguerre, kreeg de opdracht om de volledige huisinboedel van een nalatenschap onder de loep te nemen. Oude meubelen, tapijten, zilverwerk, objecten, tekeningen, schilderijen, enzovoorts.

‘Onze Bruegel’

Een buitenmaats schilderij in de woonkamer, waarvan de erfgenamen dachten dat het waardevol was, bleek uiteindelijk niets waard te zijn. De aandacht van de schatter werd getrokken door een stofferig en vergeeld kunstwerk, half verborgen achter een deur in de tv-kamer. De familie noemde het ‘onze Bruegel’. Spottend bedoeld, want voor de waarde van het boerentafereel wou niemand wedden. Hoe en wanneer het daar was terechtgekomen wisten ze niet. Tussen 1900 en 1910 was de inschatting, op basis van oude foto’s.

Experten

Wat zag de Lussac, een kunsthistoricus van opleiding, in dit schilderij? Hij vertelde de pers dat de personages, de houdingen, de compositie, de thematiek en de technische vaardigheid van de schilder bij hem een belletje deden rinkelen. Hij was voldoende getriggerd om beroep te doen op een expertisekabinet in Parijs. Het kabinet bevestigde de inzichten van de veilingmeester. Uiteindelijk werd het werk naar Dr. Klaus Ertz gestuurd. Deze Duitse kunsthistoricus is een wereldautoriteit, gespecialiseerd in de werken van de kunstenaarsfamilie Bruegel.

Dr. Ertz kon de authenticiteit van het schilderij bevestigen. Geen twijfel meer: het was een werk van Bruegel de Jonge (1564-1636), oudste zoon van Pieter Bruegel de Oude.

De ontvanger

Het doek verkeert in uitstekende conditie, is niet getekend en werd geschilderd tussen 1615 en 1617. Het is bekend als De ontvanger van de tienden, in het Engels The payment of the tithes bonhams of The tithes collector. Het tafereel toont een in het zwart geklede advocaat en zijn klerk aan het werk. Ze ontvangen negen geïntimideerde boeren die hun klachten komen uiteenzetten. Volgens sommige kunsthistorici zou de scene een satire op de Spaanse Nederlanden inhouden.

Bruegel de Jonge

Dit werk is een kopie van een origineel werk van Bruegel de Jonge waarvan er vele bestaan. Wat het bijna uniek maakt is het formaat, ongeveer een op twee meter. Dat is, op een na, groter dan de overige nog bestaande exemplaren. De grootte van het werk maakt allerlei subtiele details zichtbaarder.

Men moet zich voorstellen dat de werkplaats van Bruegel de Jonge in Antwerpen op volle toeren draaide. De rijke adel en burgerij wilden zo een Bruegel graag in huis hebben. Dat verklaart de vraag naar en het succes van de vele kopieën.

De waarde van het doek wordt geschat tussen 600.000 en 800.000 euro. Voor de geïnteresseerden: het wordt bij Hotel Drouot in Parijs per opbod verkocht op 27 en 28 maart van dit jaar.

Vlaamse kunst in Frankrijk

Zoals reeds vermeld is De ontvanger van de tienden het tweede Bruegel-schilderij dat in Frankrijk opduikt in enkele maanden tijd. In mei van vorig jaar vond men een onbekend exemplaar van het werk Winterlandschap met vogelknip van Jan II Bruegel in een appartement in Dijon. Het werk, op hout geschilderd, werd inmiddels verkocht voor 600.000 euro.

Ware plundertochten

Opvallend is dat nogal wat Vlaamse kunst in Frankrijk circuleert. De Fransen hebben steeds veel interesse getoond voor de Vlaamse schilderkunst. Wij kennen de voorkeuren van de Franse Revolutionairen en van Napoleon voor onder meer de Vlaamse barokschilders. In het begin van de negentiende eeuw werd in het spoor van de Franse troepen, met voorbedachten rade, ware plundertochten georganiseerd.

Maar een zestig- tot zeventigtal Vlaamse meesterwerken van onder meer Rubens, Van Dyck, Jordaens, de Crayer zijn tot vandaag niet teruggegeven

Na de slag bij Fleurus (1794) werden panelen van het Lam Gods gestolen en met kar en paard naar Parijs gebracht. Gelukkig zijn ze terug van weggeweest. Maar een zestig- tot zeventigtal Vlaamse meesterwerken van onder meer Rubens, Van Dyck, Jordaens, de Crayer zijn tot vandaag niet teruggegeven. In Frankrijk gebruiken de musea voor deze werken een eufemisme, namelijk de uitdrukking ‘oeuvres mal acquises’. Zoiets als ‘fout verkregen’, dus. Versta het als ‘ordinaire diefstal’.

Dat voor de Vlaamse werken die in de Franse musea aanwezig zijn. Blijft nog de vraag op wat de Belgische en Vlaamse regeringen zitten te wachten om juridische procedures op te starten om deze werken te recupereren.

Privébezit

We hebben per definitie geen zicht op het privébezit, zoals de twee Bruegels. Laat staan hoe sommige van deze werken in handen van hun respectievelijke eigenaars zijn gekomen. Ik twijfel er niet aan dat de meeste op bonafide wijze zijn gekocht. Het zou evenwel interessant zijn een lijst op te stellen van alle hogere revolutionaire ambtenaren en officieren die in onze contreien hebben vertoeft. Zo kunnen we dan trachten het reilen en zeilen van hun nalatenschap en erfgenamen te reconstrueren. De kans is groot dat we zo nog meer ‘diefstallen’ van Vlaams kunstwerk zou kunnen traceren.

Getuigenis

Ik ben nooit vergeten wat de Frans-Vlaamse voorman Nicolas Bourgeois (1896-1982) me vertelde. In zijn studentenjaren, rond wereldoorlog I, had Nicolas toegang tot de Parijse salons. Hij ontmoette er rijke erfgenamen van voorname actoren in de kolonies en bij de bezetting van de buurlanden. Met eigen ogen zag hij, bij de toen bekende schrijver Pierre Louys, een deel van de schatten die diens grootvader, generaal Junot, uit zijn veldtochten had ‘meegenomen’. En in de paleizen van de Parijse beau monde, bij de Doumer, de Saraut, de Varenne en de Castellane, de rijke buit van hun plundertochten in Indochina, Afrika, maar ook in onze eigenste Zuidelijke Nederlanden. Ook daar, getuigde Nicolas, zag je, naast de gouden kandelaren uit Illyrië en de sfinxen en piramides uit Egypte, topwerken van de Vlaamse schilderkunst hangen.

Gepubliceerd

13.03.2023

Kernwoorden
Reacties

De Mora: het vlaggenschip van Willem de Veroveraar

Een uitstap in Normandië, in de voetsporen van Mathilde van Vlaanderen

Lees dit artikel ook op Doorbraak: https://doorbraak.be/de-mora-het-vlaggenschip-van-willem-de-veroveraar/

Honfleur is een schilderachtige havenstad aan de Normandische kust. Liefhebbers van het maritiem patrimonium en de Normandische geschiedenis zijn er begonnen aan de bouw van een replica van de Mora, het vlaggenschip van de vloot die Willem van Normandië voor zijn veroveringstocht naar Engeland bracht.

Dit verhaal, dat zich in de elfde eeuw afspeelt, kleurt ook een beetje Vlaams. De bouw van het vlaggenschip de Mora werd namelijk gefinancierd door Willems echtgenote, Mathilde van Vlaanderen.

Mathilde van Vlaanderen

Mathilde was een dochter van de graaf van Vlaanderen Boudewijn V. Vlaams geld dus. Door haar moeder Adelheid was ze een volle nicht van de Franse koning. Dat maakte van haar een begeerde bruid in haar jonge jaren. Er hangt een romantisch verhaal boven de relatie en de voorhuwelijkse perikelen van Mathilde en Willem. Geschriften uit de dertiende eeuw vermelden gretig dat Willem, nadat hij eerst door Mathilde werd afgewezen, tot in Brugge was gekomen om haar af te ranselen en te ontvoeren. Ernstige bronnen hierover ontbreken echter.

Door haar huwelijk werd Mathilde hertogin van Normandië. En na de verovering van Engeland, werd ze als koningin van Engeland in Wesminster Abbey gekroond. Het kostte Willem evenwel heel wat energie om zijn nieuwe Engelse rijk onder controle te krijgen. In zijn afwezigheid regeerde Mathilde over Normandië, en wel tot ieders tevredenheid.

Wandkleed

Van de vloot van Willem en van de slag bij Hastings bezit men slechts één afbeelding, maar dan wel een heel bijzondere. Het is het beroemde wandkleed van Bayeux. Je zou het een stripverhaal van borduurwerk kunnen noemen: 70 meter lang, 50 cm hoog en 350 kilo zwaar. Het wandkleed is door het Unesco beschermd als een van de meest waardevolle middeleeuwse stukken in heel de wereld.                                                                 

Oorspronkelijk dacht men dat het om een werk van Mathilde en haar hofdames ging. De waarheid is wellicht minder romantisch. Vermoedelijk werd het rond 1068 vervaardigd in een Engels borduuratelier. De opdrachtgever was bisschop Odo van Bayeux, halfbroer van hertog Willem. Los van de maker, vormt het wandkleed een unieke bron van informatie over de elfde eeuw.

Het wandtapijt van Bayeux illustreert alle stappen van de voorbereiding en de verovering van Engeland tot de bekroning

Het wandtapijt van Bayeux illustreert alle stappen van de voorbereiding en de verovering van Engeland tot de bekroning. Willem wou zijn ambities op de troon van Engeland verzilveren. Tijdens de beslissende slag bij Hastings, op 14 oktober 1066, werd de zittende koning Harald gedood. Willem werd op 25 december van dat jaar in Westminster Abbey tot koning gekroond. Met Pinksteren 1068 volgde de kroning van Mathilde tot koningin.

Inventaris

Los van het wandkleed van Bayeux bestaat een ‘lijst van de schepen’ betrokken bij de overtocht naar Engeland. Deze inventaris wordt in Oxford bewaard. Hierdoor zijn we goed gedocumenteerd over deze indrukwekkend goed georganiseerde overtocht en slag. Het wandkleed toont 626 personen, 862 dieren waarvan 202 paarden en 41 schepen.

Volgens mediëvist Pierre Bruet was Willems leger in totaal samengesteld uit 15.000 manschappen en 5.000 paarden. Dat betekent dat er al Normandische troepen in Engeland gestationeerd waren. 700 schepen zouden de overtocht maken. De vloot met de Mora aan het hoofd verzamelde in de baai van de Somme. Ze vertrok uit Valerie-sur-Somme op 28 november 1066.

De Mora, het vlaggenschip van Willem, is uiteraard prominent vooraan weergegeven op het wandkleed van Bayeux. Het is goed herkenbaar aan het beeld van een verguld kind, drager van een ivoren hoorn en  gewapend met een speer gericht in de richting van de Engelse vijand. De makers van het wandkleed hebben zich vergist: het beeld staat op de achtersteven, terwijl het zich in werkelijkheid op de boeg bevond. Volgens geschreven bronnen zou een draak of een leeuwenkop de achtersteven hebben versierd.

Noorse schepenbouw

De Mora was een snek van 35 meter lang en 5 meter breed. Het werd in opdracht van Mathilde gebouwd in de kleine havenplaats  Barfleur, zonder medeweten van Willem. Het valt op dat de Normandiërs de Noorse technieken van  de schepenbouw van hun grootouders in de elfde eeuw nog niet waren verleerd. De snek was een snel vaartuig en kon 40 tot 60 roeiers vervoeren. Vikingschepen, waarmee ze niet alleen de woelige Noordzee konden trotseren, maar ook grote rivieren met weinig diepgang konden bevaren, en snel troepen met paarden aan wal konden brengen. Airard FitzStephen was de kapitein van de Mora met aan boord de leider van de expeditie: Willem de Veroveraar.

De replica van de Mora wordt vakkundig gebouwd volgens de technieken van de elfde eeuw. De initiatiefnemers kozen er voor om geen hedendaagse technieken te gebruiken. Dat betekent bijvoorbeeld dat het gebruik van een zaag uit den boze is. De planken worden met de bijl vervaardigd, conform de bouwtechnieken van toen. De bouwwerkzaamheden zijn  in januari gestart. Het is de bedoeling dat de werf voor het geïnteresseerd publiek open wordt gesteld. De werkzaamheden zullen vier jaren duren en dienen klaar te zijn tegen 2027. De Mora zal gebruikt worden voor de vaart langs de kustlijn en alle Normandische havensteden aandoen. Het project heeft ook een filmisch én pedagogisch luik. 

Suggesties

Het onderwerp van de Mora leent zich uitstekend als onderwerp voor een weekeinde Normandië. In het spoor van Willem en Mathilde. Een omweg langs het mooi gelegen Valerie-sur-Somme, met zicht op de baai waar Willem zijn vloot verzamelde, is zeker de moeite waard. De weg naar Normandië leidt verder langs de stad Eu.

Daar vind je een sober beeld van de Vlaamse beeldhouwer Maurits de Maertelaere uit Kalken. Het werd vervaardigd naar aanleiding van de duizendjarige stichting van het graafschap Eu door de kleinzoon van de Noor Rollon, stamvader van de Normandische dynastie. In Honfleur wordt de Mora gebouwd. De scheepswerf is te bezichtigen vanaf  september. Het graf van Mathilde van Vlaanderen bevindt zich in Abbaye aux dames Caen. Dat van Willem de Veroveraar in de Abbaye aux hommes in dezelfde stad.

In Bayeux kan je het beroemde wandkleed bewonderen. En in Barfleur, een van de mooiste Normandische dorpjes, het haventje  waar de Mora in opdracht van Mathilde werd gebouwd. Al de rest, van de prachtige door de zee uitgehouwen klippen van Etretat, tot de invasiestranden van Operatie Overlord, vindt u in alle toeristische boeken.

Gepubliceerd

05.03.2023

Kernwoorden
Reacties

Que signifie le lion des Flandres à griffes noires?

Artikel verschenen in l’Indicateur van 15 februari 2023

Gepubliceerd

16.02.2023

Kernwoorden
Reacties

‘Winnen of sterven’: waarom een film over de Franse revolutie wordt geboycot

‘Te conservatief’ vindt de culturele en politieke elite uit Parijs

Lees dit bericht ook op Doorbraak: https://doorbraak.be/winnen-of-sterven-waarom-een-film-over-de-franse-revolutie-wordt-geboycot/

De nieuwe Franse film Vaincre ou mourir behandelt de opstand van de Chouans in de Vendée en Bretagne. De film, opgebouwd rond het epos van hun charismatische leider Charette, kwam uit op 25 januari 2023. Maar je zal hem amper vinden in de Franse cinemazalen. Politiek correct Frankrijk weet nog steeds niet hoe om te gaan met de misdaden van de Franse revolutie.

Uiteraard wou ik de film Vaincre ou mourir zien voor ik aan het schrijven van dit artikel begon. Maar dat bleek niet vanzelfsprekend. De meeste zalen in Frankrijk boycotten Vaincre ou mourir. Van de 5.250 Franse bioscopen hebben voorlopig amper 300 de film geprogrammeerd. Dat komt door een georganiseerde campagne van de poco pers tegen de film.

Het verhaal

Vaincre ou mourir brengt het verhaal van de opstand. De feiten spelen zich af tussen 1793 en 1796, één van de wreedste bladzijden van de Franse Revolutie. Naar schatting werden toen meer dan 220.000 mannen, vrouwen en kinderen afgeslacht. De revolutionaire legers moordden velen op beestachtige wijze uit in opdracht van de centrale macht in Parijs.

Alexander Soljenitsyn schreef dat ‘de Vendée-oorlog  de eerste overwinning van het modern totalitarisme was’. Maar de geestelijke erfgenamen van de jakobijnen vinden het overbodig om deze misdaden een plaats te geven. Integendeel, de arrogante Parijse intelligentsia gaat met de boycot van de film in de tegenaanval.

De hoofdrol

De film toont de opstand van de Chouans doorheen het leven van haar belangrijkste militaire leider François Althanase Charette de la Contrie (1763-1796). De geschiedenis kent hem kortweg als Charette. Na een loopbaan als officier bij de zeemacht werd Charette door de opstandelingen aangetrokken voor zijn militaire ervaring. De wapenfeiten van deze charismatische figuur melden talloze gewonnen en verloren guerilla-gevechten. Zijn eigengereide optreden, zijn lef en liefdesleven, maken van Charette de ideale hoofdfiguur voor een mantel en degen film. Met zijn aanhouding en terechtstelling ging hij de geschiedenis in als een tragische held.

Het waren, volgens mijn boeken geschiedenis, Brigands, fanatiekelingen, horden, monsters, barbaren. En ook een rebels ‘ras’ van gruwelijke, achterlijke boeren

Op de Franse school leerde ik dat de Chouans de laatste knechten van de feodaliteit waren, slaven van adel en kerk. Het waren, volgens mijn boeken geschiedenis, Brigands, fanatiekelingen, horden, monsters, barbaren. En ook een rebels ‘ras’ van gruwelijke, achterlijke boeren. Woke avant la lettre. De eerste oorzaak van de opstand wordt nog steeds vakkundig naar de achtergrond geduwd: Frankrijk moest dringend 300.000 conscripten mobiliseren. Manschappen die werden ingezet als kanonnenvlees om de revolutionaire oorlog in heel Europa te exporteren. Bijkomend was de strijd voor kerk en koningschap. ‘Trop’ was teveel, en de hele regio ging in verzet.

‘Verwoest de Vendée’

Over de opstand in de Vendée zijn vele boeken geschreven. Twee vragen komen steeds terug: 1: was de uitroeiing van de opstandige bevolking bevolen door de Revolutionaire machthebbers in Parijs? En 2: was het een genocide?

De filmmakers spreken het woord ‘genocide’ niet uit. Maar het ligt op sommige lippen door de terreur en het sadisme van de Revolutionaire troepen.

De omvang van het conflict werd aanvankelijk fout ingeschat. Pas in oktober 1793, maakte ene Bertrand Barère, in de Franse Conventie zich druk over de uit de hand gelopen situatie. ‘Verwoest de Vendée’ zo luidde zijn oproep. Zijn bijnaam ‘de troubadour van de guillotine’ had hij niet gestolen. Het werd het signaal om meer revolutionaire troepen te sturen om de opstand met alle middelen neer te slaan. Onmiddellijk daarop volgde een zogenaamde uitroeiingswet. Let op het woord uitroeiing, het lievelingswoord van de jakobijnen.

Allemaal uitgeroeid

Er bestaat een getuigenis van generaal François Joseph Westermann, een van de bevelvoerende officieren van het door Parijs gezonden leger: hij schrijft:

Volgens de orders die u me gaf heb ik de kinderen verpletterd onder de hoeven van onze paarden, en de vrouwen afgeslacht

‘De Vendée is niet meer (…) ze is met haar vrouwen en haar kinderen gedood door onze vrije sabel. (…) Volgens de orders die u me gaf heb ik de kinderen verpletterd onder de hoeven van onze paarden, en de vrouwen afgeslacht. Deze zullen tenminste geen Brigands meer baren. Ik heb geen enkele gevangene op mijn geweten. Ik heb ze allemaal uitgeroeid.’

Na de onthoofding van verschillende hoofd-actoren van het schrikbewind zal in Parijs de discussie over de verantwoordelijkheden voor het bloedbad oplaaien. Het bewind verdedigde zich door te verklaren dat de uitvoerende officieren hun boekje te buiten gingen. De hogere officieren  beweerden in opdracht van het schrikbewind te handelen. In feite droegen ze samen een verpletterende verantwoordelijkheid.

De houding van de pers

Een deel van de Parijse pers kan het toch niet laten om een campagne tegen de film op te zetten. Doel is de uitbaters van cinemazalen in Frankrijk te intimideren. Ondanks deze boycot kwamen al 100.000 mensen kijken in de eerste week.

De Franse persmachine kwam snel op gang. Volgens Paul Quinio in de krant Libération is de film ‘nog een voorbeeld van het lopend conservatief offensief  dat soft power technieken gebruikt om onderhuids ideeën te verspreiden.’ Hij voegt er aan toe dat het hier gaat om ‘een culturele en ideologische strijd die nog steeds niet achter ons ligt’. Inderdaad. Volgens het filmmedium  Ecran Large is de film niet minder dan een ‘koningsgezind en katholiek- integristisch traktaat’. Dat is ook de mening van historica Elisabeth Franck-Dumas die in de film een  poging ziet ‘om de geschiedenis te weerleggen met een  reactionaire aanpak’.

Philippe de Villiers

Vaincre ou Mourir van Vincent Mottez en Paul Mignot is met een beperkt budget gerealiseerd. Het is een productie van het bedrijf Puy du Fou, een geschiedkundig themapark in 1977 opgericht door politicus Philippe de Villiers. Aan de basis van Puy du Fou ligt het idee om de strijd van de Chouans levend te houden met een groot spektakel. Een reuzesucces want het park wordt jaarlijks door meer dan 2 miljoen mensen bezocht. De Villiers, geboren en getogen in de Vendée, rechtse politicus én succesvol zakenman en schrijver: al deze ‘kwalen’ samen zijn er voor jakobijns Frankrijk te veel aan. Een productie uit zijn stal kan enkel een klotefilm zijn om, aldus zijn tegenstanders, ‘de Franse geschiedenis te misbruiken voor politieke doeleinden’. Juist daarom kan ik Vaincre ou mourir warm aanbevelen.

Gepubliceerd

14.02.2023

Kernwoorden
Reacties

OESCHEM

OESCHE, OESCHE, OESCHE…

‘Oesche, oesche, oesche’: j’ai cru d’abord qu’il s’agissait d’un chant de la bande des neuches cô en préparation du carnaval de Dunkerque. Mais la réalité est moins rigolote: ce sont les académiciens autoproclamés de l’ANVT qui viennent à nouveau de sévir. Cette fois, la victime est le charmant village flamand de UXEM.

Si ‘Oeschem’ il y aurait selon la tradition orale locale, celle-ci n’est guère partagée hors de Uxem, soit 1.500 habitants dont on peut imaginer que les parlants du flamand local se comptent sur les doigts des deux mains. Non pas que je me réjouisse de ce triste constat, bien au contraire. Mais l’ANVT aurait été, une fois de plus, mieux inspirée en prenant également en compte la langue écrite qui elle, laisse des traces lisibles et beaucoup moins fugaces que la langue orale. Considérer quela langue parlée est détentrice de la seule vérité suffit à disqualifier tout raisonnement philologique.

Les sources sont pourtant explicites: l’étymologie d’Uxem provient du germanique ‘Ukkas hamma’ ce qui signifie ‘un promontoire dans un terrain inondé appartenant à Ukko’. Avec Ukko nous tenons le père fondateur franc de ce qui deviendra le futur Uxem.

J’ai consulté la ‘bible’* de Frans Derabandere, linguiste réputé et spécialiste du West-Vlaams qui nous donne en cinq lignes mille ans d’écriture du nom de Uxem/ Uksem. Voici la liste :

Ukeshem (981), Uckesham (+/- 1035), Ukesham (XI e siècle), Uxheem (1067), Uggeshem (1075), Uxheem (1107), Uxheem et aussi Uxhem (1218), Uxhem (1219), Uxem (1298), Uxem (1867).

Pourquoi faire compliqué lorsqu’on peut faire simple ? Le génie du lieu impose un U, le U de Ukko. En plus la lettre U permet de conserver la même place dans tout classement alphabétique.

Ensuite il suffisait de vérifier quel était le choix des spécialistes de la ‘Taalunie’ qui ont officialisé depuis longtemps Uksem pour Uxem en Flamand-néerlandais du 21e siècle. On remarquera que Uksem est un excellent choix parce que contractant le ‘Uk(e)s(h)em’ de l’an 981 dans la logique des appellations qui suivent.

Oesche, oesche, oesche, il en tient une sacrée Couch…e

Wido Bourel

*Frans Debrabandere, Nederlandse plaatsnamen in Frans-Vlaanderen ‘West-Vlaanderen extra muros’, Koninklijke Commissie voor Toponymie en Dialectologie Vlaamse afdeling, 2021

Gepubliceerd

13.02.2023

Kernwoorden
Reacties

Het verhaal van Vlaanderen

Een introductie tot de Vlaamse canon

Lees dit artikel ook op Facebook: https://www.facebook.com/wido.bourel

Wat ik vind van het verhaal van Vlaanderen? Dat is dé vraag van de week.

Ik heb uiteraard punten van kritiek over dit programma. Maar iets belet me te huilen met de wolven. Tom Waes neem ik er bij, Geert. Al zou onze gemeenschappelijke leermeester Cyriel Moeyaert, bij leven, ook zijn bedenkingen hebben geformuleerd. Zo een figuur maakt het programma juist populair.

Als verlicht amateurhistoricus en autodidact kan ik alleen maar applaudisseren bij elk vulgariserend en volks programma dat onze geschiedenis in de kijker zet. Sinds het onderwijs het vak geschiedenis heeft dichtgeknepen tot iets gevaarlijks raakt de doorsnee Vlaming in trance bij het herontdekken van de Guldensporenslag, het officiële feest van de Vlaamse Gemeenschap, nota bene. Wie had het ooit over “Arm Vlaanderen”?

Een sluwe inleiding tot de Vlaamse Canon

Ik geniet van het venijnig optreden van sommige beroepshistorici. Renegaten als Bruno de Wever en Marc Reynebeau voelen de bui al hangen. Dit programma is nl. een sluwe inleiding voor de aanvaarding van de Vlaamse-canon-die-er-niet-mocht-komen.

Deze strijd zijn ze nu al verloren en dat is goed nieuws. Ik heb wel respect voor een historicus als Jan Dumolyn die als marxist ons de guldensporenslag als sociale strijd presenteert. Deze lezing stoort me niet echt, al is deze maar een deel van het verhaal.

Het ander deel is de eindeloze agressie van Frankrijk en de groei van het verzet van de Vlaamse steden. Een verzet tegen de overmacht van Frankrijk en, met vallen en opstaan, de eerste pogingen tot zelfbestuur van steden en van een regio. Als dat geen feitelijke stap is in de richting van natievorming, wat dan wel?

Het goede nieuws is dat Jan voortaan 11 juli als sociale strijd kan meevieren met een Vlaamse leeuw op zijn woning. Als rode klauwen kunnen helpen om de stap te wagen Jan bezorg ik je een vlag uit Frans-Vlaanderen, al zijn de voorraden, na de voetbalmatch, uitgeput.

Mijn boodschap als Frans-Vlaming aan de dames en heren gediplomeerde historici: ‘Het is een vuile vogel die schijt in zijn nest’. In de Franse school heb ik de geschiedenis van de ‘historische vijand’ geleerd. Dé ‘objectieve’ en enige ware geschiedenis, gezien door een jakobijnse bril. Om hiervan af te kicken leer ik en schrijf ik elke dag over de geschiedenis van onze Lage Landen.

Nota bene: een betere verklaring om de band tussen geschiedenis en identiteit te duiden kan ik niet formuleren.

Gepubliceerd

26.01.2023

Kernwoorden
Reacties
xhfhhnhdrn
08.04.2025 - 20:59

vwskpbzcpduhfsbqxfwhhywtyyplgw

Beantwoorden

Duizenden leeuwenvlaggen tegen PSG

Frans-Vlaamse amateurploeg speelde tegen de beste club van Frankrijk

Lees dit artikel ook op Doorbraak: https://doorbraak.be/duizenden-leeuwenvlaggen-tegen-psg/

Voetbal is niet onmiddellijk mijn ding maar gisteren, in het Frans-Vlaamse Kassel, kon ik  er niet omheen: sinds de plaatselijke voetbalploeg zich heeft gekwalificeerd voor de zestiende finale van de Franse beker was er nog maar één onderwerp: een toegangskaart, een geel-zwarte sjaal en een vlag bemachtigen om naar de match te gaan.

De bekendmaking van de volgende tegenstander kwam als een tsunami over in Frans-Vlaanderen. Zesdeklasser Kassel werd uitgeloot tegen Frankrijks nummer 1 Paris Saint-Germain, de rijkste club van het land, met Mbappé, Neymar en andere wereldvedetten. Na een kort moment van aarzeling was het in Kassel beklonken. Men ging die rijk betaalde Parijzenaren laten zien dat voetbal eerst een volksfeest is.

Geel en zwart

De Kasselse club Pays de Cassel, zo heet ze officieel,  speelt in de Franse zesde divisie. Het team bestaat uit liefhebbers die overdag een andere job uitoefenen voor de kost. De club groepeert rond het stadje Kassel, nog geen 3.500 inwoners groot, voetballers uit omliggende dorpen. Vorige week zijn ze er  in geslaagd, na een heroïsche strijd, Wasquehal, een club uit tweede divisie, uit te schakelen.

We zijn hier hartje Frans-Vlaanderen en de shirts van de Kasselse club kleuren geel en zwart. De accommodatie om PSG te ontvangen hebben ze niet maar een deal met eerste divisieclub Lens was snel beklonken. Om er een onvergetelijk feest van te maken. Want een Kasselnaar weet wat feesten betekent: het jaarlijkse carnaval is in de regio  wereldberoemd. Tijdens het Kasselse karnaval  zingen ze hier nog elk jaar van ‘Keere weerom, reuze reuze’. Al zijn ze vandaag de dag hun aloude West-Vlaamse taal verleerd.

Voetbal is oorlog

De voorzitter van een plaatselijke historische vereniging, al evenmin een voetbalfan, zei me heel ernstig: ‘Deze voetbalmatch is een revanche voor de verloren slag van de Kerels van Nicolaas Zannekin tegen de Franse koning’. Ik probeer mijn gesprekspartner voorzichtig wijs te maken dat de eerste slag bij Kassel in 1071, gewonnen door Robert de Fries, een beter referentiekader is voor een overwinning. Intussen verzamelen honderden kinderen voor de foto op de naburige  speelplaats van het plaatselijke collège Robert le Frison. Allen met obligate geel-zwarte shirt omringd door Vlaamse leeuwen die wapperen in de wind.

Uitverkocht

Een drukdoende reporter brult vanachter de micro dat de verkoop van toegangstickets een grandioos succes was. Meer dan 40.000 kaartjes werden verkocht. Ook op de grote schermen in de cafés en Vlaamse herbergen rond de markt zie je het leven in geel en zwart.

De plaatselijke Vlaamse Radio Uylenspiegel, gevestigd op de Kasselse markt, was van plan de match life uit te zenden. Ze weten me  te vertellen dat, alleen vanaf  het verzamelpunt op Kasselmarkt, al 61 autobussen naar Lens vertrekken. Niets is aan het toeval overgelaten om deze voetbalgekte te ondersteunen. Zelfs speciale treinen werden door de Franse spoorwegen ingelegd.

De Vlaamse vlag: een bestseller

Wie  drie dagen  voor de wedstrijd geen vlag van de club kon bemachtigen was er aan voor de moeite. Met de vlag van de club bedoel ik: de Vlaamse leeuw. De handelaars die Vlaamse vlaggen verkopen zijn volledig  uitverkocht. Het verhaal was in grote letters in de krant te lezen:  ‘Racines’, een plaatselijke winkel van regionale producten, liet vorige week zijn klanten via Facebook weten, dat ze nog over een stock Vlaamse vlaggen beschikte. Weinige uren later waren alle resterende negentig Vlaamse vlaggen verkocht.

Kleine tot reuzegrote Vlaamse vlaggen: dit was het best verkochte artikel in Kassel vorige week

Kleine tot reuzegrote Vlaamse vlaggen: dit was het best verkochte artikel in Kassel vorige week. Dezelfde handelaar kon, op de valreep, 250 vlaggen over de grens aankopen. In twee dagen tijd zijn ze allemaal de deur uitgegaan. Commentaar van de vriendelijke zaakvoerder: ‘Had ik er nog meer kunnen inkopen, ik had ze allemaal verkocht: ik ga vandaag nog een nieuwe bestelling plaatsen.’

De paradox van de vlag

Interessant om weten: deze handelaar verklaart dat zij,  in normale tijden,  met een stock van ongeveer  250 Vlaamse leeuwenvlaggen de verkoop van een jaar dekt. Ik ben benieuwd te weten hoeveel winkels in  Vlaamse landelijke gemeenten vandaag zulke aantallen Vlaamse vlaggen verkopen.

In Frans-Vlaanderen, waar de Vlaamse identiteit ernstig wordt bedreigd, is de bevlagging van een huis of gebouw de normaalste zaak van de wereld

In Frans-Vlaanderen, waar de Vlaamse identiteit ernstig wordt bedreigd, is de bevlagging van een huis of gebouw de normaalste zaak van de wereld om zich als Vlaming te uiten. De paradox is toch dat in midden Vlaanderen, daar waar de Vlamingen verregaande vormen van zelfbestuur hebben bemachtigd, met een eigen regering en parlement, de vlag als teken van identiteit wordt betwist en bespot.

De kracht van de underdog

Kassel heeft gisteren 20 minuten lang de nul score kunnen houden. De ongelijke strijd eindigde op een droge 0-7  in het voordeel van PSG. Uiteraard ligt de overwinning niet zozeer in het resultaat dan wel in de deelname. Ik herhaal dat ik niets van voetbal weet. Maar ik heb instinctief een voorkeur voor de bekercompetitie omwille van de kracht van de underdog  die er soms van uitstraalt. Alle condities worden dan ingevuld voor een waar volksfeest.

Dat de grotere ploegen wel eens gezichtsverlies kunnen lijden heeft Kassel bewezen door tweedeklasser Wasquehal uit  te schakelen. Nu, de eerste, echte winnaars in Lens zijn de duizenden Vlaamse leeuwenvlaggen die heel Frankrijk heeft gezien en die de Vlaamse aanwezigheid in Frankrijk bevestigen. Ook de VRT liep in Kassel rond en liet  op het nieuws een supporter horen die het had over zijn ‘identité flamande’. Hier mag het blijkbaar want het is supporterspret en David tegen Goliath. Maar het is een grote vergissing te denken dat deze uiting van identiteit alleen maar voetbalfolklore is.

Gepubliceerd

24.01.2023

Kernwoorden
Reacties

Communiqué de presse: ma réponse à Jean-Paul Couché

L’interview de Monsieur Jean-Paul Couché « le flamand occidental revient dans le concert des langues régionales » contient plusieurs affirmations incorrectes, voir désobligeantes, concernant la Flandre française et la Flandre belge.

  1. JPC estime entre 40 et 50.000 le nombre de locuteurs du Vlaamsch en Flandre française. Cette affirmation est gratuite et ces chiffres tronqués. Il n’existe en réalité aucun recensement précis de cette population. Je ferai à mon tour une estimation de simple bon sens en divisant par dix les chiffres avancés par JPC. Dans le meilleur des cas, 4 à 5.000 personnes seulement sont encore concernés. Une grande partie, très âgée et isolée, n’a malheureusement plus la possibilité, faute d’interlocuteurs, de parler le Vlaamsch qui se perd un peu plus tous les jours. On peut prédire que dans les cinq à dix ans le Vlaamsch aura complètement disparu en Flandre Française. Que JPC veuille justifier les 500.000 euros de subsides octroyés ces dernières années par les HdF est une chose. L’honnêteté la plus élémentaire une autre.
  2. JPC nous parle de 350 jeunes apprenant le Vlaamsch dans une douzaine d’établissements. Etonnant, après toutes ces années de travail et moultes subventions aux frais du contribuable, qu’on puisse faire autant de vacarme pour si peu. A titre de comparaison les cours de néerlandais dispensés de l’école primaire à l’université et dans le cadre de différentes initiatives économiques et scolaires privées concernent, selon une évaluation récente de Monsieur Henri Vaassen, plus de 15.000 élèves et étudiants dans plus de cinquante établissements du Nord de la France. Une initiative comme l’association pour l’enseignement bilingue vit d’aumônes pour assurer les cours à plus d’un millier d’élèves. Les intéressés qui souhaitent apprendre le néerlandais, langue de leurs ancêtres et de leurs voisins seraient-ils des citoyens de seconde zone ? Un poète flamand a dit : le bruit ne fait pas de bien et le bien ne fait pas de bruit.
  3. JPC évoque, pour se donner plus d’importance, les Flamands de Belgique dont un 1,5 millions de locuteurs du flamand occidental. Comment comprendre cette annexion par les chiffres de nos amis et voisins de Flandre belge ? JPC envisage-t-il à lui seul de revoir la Constitution fédérale belge en matière linguistique ? La langue officielle de la Flandre belge s’appelle le néerlandais. Le flamand occidental comme les autres variantes régionales du néerlandais sont utilisés oralement dans la vie de tous les jours. Elles font partie du patrimoine culturel et ne sont l’objet d’aucune interdiction. Pour qu’une collaboration s’engage il faudrait d’abord que JPC revienne à la réalité des choses sur le terrain comme en matière linguistique.
  4. Exemple de réalité des choses : la signalétique bilingue. Comment peut-on espérer être pris au sérieux par des linguistes après la démonstration que Zuudpeëne serait la version flamande de Zuytpeene et Eëkelsbeeke de Esquelbecq. Même les personnes qui ne comprennent pas le flamand/ néerlandais réalisent à la vue de ces panneaux que réduire la Flandre verdoyante et fleurie a une farce ridiculise notre cause.
  5. Je note l’évocation de troisième ordre de JPC quant à langue néerlandaise. Bien entendu la relation du flamand occidental au néerlandais passe bien avant sa relation à l’anglais ou à l’allemand. JPC le sait très bien car il a appris le néerlandais dans sa jeunesse. Il suffit de comparer leur vocabulaire pour s’en rendre compte. La langue néerlandaise est au flamand occidental ce que l’allemand est à l’alsacien. Le flamand est une variante régionale du néerlandais et pas une langue à part. C’est la raison pour laquelle, avec le cercle Andries Steven, nous revendiquons le statut de langue régionale et d’intérêt régional pour le néerlandais, en plus du flamand occidental et du picard, comme c’est déjà le cas pour l’allemand et l’alsacien.
  6. Il est plus que temps d’’arrêter les petits jeux et de mutualiser les ressources dans le cadre d’une tentative de sauvegarde de la langue de nos ancêtres sous toutes ces formes. Il y a une place et pour le flamand occidental et pour le néerlandais. La région perd sa vocation d’ouverture au nord-ouest européen si elle refuse l’intégration du néerlandais dans le concert des langues régionales.
  7. Si l’apprentissage du flamand/ néerlandais n’est pas facilité à court terme en Flandre française alors il faudra que la France accepte un jour que la Flandre belge supprime l’enseignement obligatoire du français dans ses écoles secondaires. JPC confond allègrement ‘modèle d’interdiction’ et ‘modèle de tolérance’. Soyons clair : La tolérance c’est quand on apprend la langue de l’autre comme en Flandre belge. Et l’interdiction c’est quand on refuse de donner un statut régional au néerlandais comme dans les Hauts-de France et à l’ANVT.
Gepubliceerd

18.01.2023

Kernwoorden
Reacties

Wie helpt het onderwijs van het Nederlands in Frankrijk?

In gesprek met Henri Vaassen

Henri Vaassen, docent Nederlands in Duinkerke, Frankrijk.

Lees dit artikel ook op Doorbraak: https://doorbraak.be/wie-helpt-het-onderwijs-van-het-nederlands-in-frankrijk/

Henri Vaassen is geboren en getogen in Belgisch Limburg uit een Nederlandse vader en een Vlaamse moeder. Na studies aan de KU Leuven doceerde hij zakelijk Frans aan de KU Nijmegen. Hij verruilde Nederland voor Frans-Vlaanderen. H. Vaassen doceerde er 25 jaar lang zakelijk Nederlands aan de ULCO. Dat is de Université du Littoral Côte d’Opale in Duinkerke. Hij is ook oud-voorzitter van het Huis van het Nederlands in Belle. Geen betere gesprekspartner voor een stand van zaken over het onderwijs van het Nederlands in Frans-Vlaanderen.

Men vertelt van alles over het onderwijs van onze taal in Frans-Vlaanderen. Vóór de covid-periode had ik opgevangen dat meer dan 20.000 mensen in de regio Nederlands studeerden. Gaat het onderwijs van het Nederlands in Frans-Vlaanderen dan achteruit?

‘Zo’n vijf jaar geleden volgden 20.000 inwoners van de departementen Nord en Pas-de-Calais Nederlands. Dat klopt, inderdaad. Ik tel dan wel scholieren tot studenten en gepensioneerden samen. Spijtig genoeg is dit de laatste jaren met zo’n kwart gedaald. Er waren toen meer dan 75 middelbare scholen, nu slechts een vijftigtal. Niet alleen corona is hier de schuldige. Vooral in rurale streken schijnt de plaatselijke, artificiële variant van het West-Vlaams volk te trekken.’

Kan men ergens Nederlands leren van het lager onderwijs tot, zeg maar, aan de universiteit?

‘Jazeker. In Roosendaal bij Duinkerke is er een school waar men het programma halftijds in het Nederlands onderwijst. Een gelijkaardig systeem bestaat in een lagere school en college in Halewijn en een lyceum in Toerkonje bij Rijsel. Ook voor de universiteit moet je in Robaais zijn. Daar is een volledige masteropleiding Toegepaste Vreemde Talen, waar het Nederlands kan gekozen worden als major, naast het verplichte Engels. In Duinkerke kon dat vroeger ook, maar dit is geleidelijk aan afgebouwd.’

Waar kan men in Frans-Vlaanderen nog Nederlands leren buiten het officiële onderwijs?

‘Tal van avondscholen organiseren cursussen Nederlands. Ik denk aan het Huis van het Nederlands in Belle of het Huis van Europa in Duinkerke. Verscheidene Kamers van Koophandel, zoals in Rijsel, hebben banden met een vormingsinstituut. Dan zijn er nog een aantal privéondernemingen. Daarvoor moet je wel meestal naar een groter stedelijk centrum. Maar verder dan een basisvorming komt het vaak niet.’

Is de link met ouders of grootouders die de Vlaamse streektaal spraken of nog spreken een motivatie om Nederlands te leren?

Wie nu familiale linken heeft met het Franse West-Vlaams, kiest spijtig genoeg dikwijls voor een avondcursus in dit dialect

‘Dat was nog duidelijk merkbaar toen ik dertig jaar geleden aan de Universiteit van Duinkerke begon. Maar het dialect werd nog slechts gesproken door een oudere, uitdovende generatie. Zo kregen we er eigenlijk steeds minder studenten uit die kringen. Dit verklaart gedeeltelijk de opheffing van de afstudeerrichting. Wie nu familiale linken heeft met het Franse West-Vlaams, kiest spijtig genoeg dikwijls voor een avondcursus in dit dialect. Een dialect dat men zelfs in West-Vlaanderen ternauwernood verstaat!’

Grensgezinnen die hun kinderen van jongs af over de Schreve naar West-Vlaamse scholen sturen: is dat een oplossing?

‘Misschien, net zoals Vlaamse kinderen in Frankrijk school laten lopen een positief effect heeft op hun tweetaligheid later. Maar hoeveel mensen kiezen daar werkelijk voor? Het lijkt me een omslachtige, kostelijke en elitaire keuze. En ieder heeft tenslotte recht op degelijk vreemde-taalonderwijs in eigen land.’

Armand Héroguel is sinds dit jaar emeritus als professor Nederlands aan de universiteit van Rijsel. Waarom is hij nog niet vervangen?

‘Blijkt dat er eind vorig academiejaar geen enkele hoogleraar Nederlands meer was in heel Frankrijk! De Nederlandse Taalunie en de Vlaamse Vertegenwoordiging in Parijs doen hun best om het ministerie van Hoger Onderwijs van het absurde van deze situatie te overtuigen. Je moet weten dat Frankrijk sterk piramidaal denkt en werkt. Als er van bovenaf niets wordt bedacht en georganiseerd, kan de basis doen wat ze wil, het komt er niet. Gefluisterd wordt dat de Universiteit Rijsel, die trouwens nog een klassieke opleiding Neerlandistiek heeft, opnieuw een leerstoel zou krijgen.’

Frankrijk vindt het normaal dat de Vlamingen in België op school verplicht Frans leren. Waarom is er geen reciprociteit voor de Frans-Vlamingen in de grensstreek? Is dat niet een teken van vijandigheid en van een superieur gevoel tegenover onze taal en cultuur?

‘Tja, dit geldt natuurlijk ook voor het Verenigd Koninkrijk en het Engels. Twee wereldtalen met een rijke cultuur en geschiedenis. Beter dan van leer te trekken kunnen we bestaande, groeiende samenwerkingsverbanden in de kijker stellen. Patrice Vergriete en François Decoster, de voorzitters van de Rijselse en Sint-Omaarse agglomeratie, zijn zich bewust van de economische voordelen als zoveel mogelijk Frans-Vlamingen drietalig zouden worden.’

Nietzsche schreef: ‘er is geen hoop’

‘Deze twee vooraanstaanden hebben in deze reeds een aantal initiatieven genomen. Ik geloof dat ze hier nog veel verder in zullen gaan.’

Henri, je bent voorzitter van de Vereniging voor Tweetalig Onderwijs in Noord-Frankrijk. Wat is de rol van deze organisatie?

‘Dit verhaal begon zowat tien jaar geleden. Ons was opgevallen dat in de Elzas 25 000 leerlingen en studenten van tweetalig onderwijs (Frans/Duits) genoten.  Wij zochten naar, en kregen de steun van onze Elzassiche collega’s. Samen maakten wij ons sterk dat dit voor het Nederlands in de grensstreek met Vlaanderen ook moest kunnen.’

‘We hebben hiervoor gelobbyd bij de plaatselijke en nationale autoriteiten. We kregen zelfs gehoor bij de Franse Ambassade in Brussel en de voormalige minister van Onderwijs, Hilde Crevits. Maar de Rijselse Academie, alleen bevoegd voor de organisatie van het officiële onderwijs Nederlands in Noord-Frankrijk, stak hier een stokje voor!’

Wie financierde dan deze opleidingen tot vandaag? Zijn deze opleidingen gratis voor de leerlingen?

‘Dit laatste was voor ons het uitgangspunt. Indien ouders overtuigd kunnen worden hun kinderen ook Nederlands te laten leren vanaf het kleuter- of lager onderwijs, dan zouden zij daar niet financieel voor mogen opdraaien. Ik had het zojuist over: wij mogen de sociaal minder bevoordeelde jongeren niet vergeten.’

‘Het is logisch dat Frankrijk de opleiding van zijn eigen jongeren volledig zelf financiert. Maar waar dat niet gebeurt, bijvoorbeeld in de twintig procent katholieke scholen, kregen we de financiële hulp van een aantal Alnederlandse stichtingen. Voornamelijk Noord & Zuid en het Algemeen Nederlands Verbond.’

Kan je meer concreet zijn: hoeveel geld heeft Tweetalig Onderwijs nodig voor hoeveel leerlingen en leraars in Noord-Frankrijk?

‘In onze beste periode kregen meer dan 1.000 leerlingen een ludieke initiatie Nederlands door ons toedoen. Voor de motivatie en efficiëntie gebeurde dit in groepen van maximaal vijftien leerlingen. 1.000 leerlingen in het basisonderwijs, één uur per week: dat kostte al gauw zo’n 20 000 euro per jaar.’

Kreeg je dan geen steun van het Frans onderwijs?

‘Positief is dat dit ter ore kwam van de Algemene Inspectrice van het Basisonderwijs te Rijsel. Een jaar geleden nam ze de beslissing een tweede leerkracht Nederlands aan te werven. Maar ook hier: geen sprake meer van een derde leerkracht om deze evolutie verder te trekken. Terwijl herhalen onze eigen sponsors steeds luider dat hun hulp tijdelijk is en niet structureel. Zij dreigen zich dus totaal terug te trekken!’

Je plant nu initiatieven te nemen richting het volwassenonderwijs. Is er geen steun denkbaar vanuit de West-Vlaamse werkgeversorganisatie op zoek naar personeel?

‘Zeker als je denkt dat de jeugdwerkloosheid in Noord-Frankrijk hoog is. En dat vooral in Zuid-West-Vlaanderen bedrijven niet eens voldoende werkkrachten vinden. Ik zou zelfs meer zeggen: voor heel wat Noord-Franse bedrijven en handelaars geldt hetzelfde. Die weten maar al te goed dat Benelux hun eerste handelspartner is. Vandaar ons voornemen om vanaf nu ook deze groep te bespelen, in de hoop op deze wijze volwassen studenten en geldelijke middelen aan te trekken!’

Wat is de rol van de Taalunie in dit verhaal?

‘De Taalunie doet veel om de plaatselijke leerkrachten Nederlands te ondersteunen met een aanbod van navorming. Dat was ook het geval in de Duitse grensstreek en daar slaagde het project. Hier schreef zich geen enkele leerkracht individueel in. En weer om dezelfde reden: als de baas, het Rijselse Rectoraat, het niet oplegt en de bijkomende kosten niet betaalt, blijft de basis van de piramide rustig verder doen.’

Kan Europa geen duitje in het zakje doen? Kan men deze opleidingen niet helpen dragen in het kader van de grensoverschrijdende afspraken?

‘Er bestaan Erasmusuitwisselingen, de Rijselse Eurometropool. En er zijn Europese mini- en andere projecten lopende. Rechtstreekse subsidie voor het taalonderwijs is blijkbaar een moeilijkere zaak. Om een projectaanvraag ontvankelijk in te dienen, heb je al een specialist in deze materie nodig. Als puntje bij paaltje komt oordeelt een paritaire commissie hierover. Telkens wanneer we dit in het verleden probeerden, lagen schijnbaar bepaalde Franstaligen steeds weer dwars.’

Toch nog een positieve noot ter afsluiting?

‘Zeker. Steeds meer gemeentebesturen aan deze kant van de Schreve begrijpen sinds kort het nut van een initiatie Nederlands in het basisonderwijs. Het idee om vanaf dit kalenderjaar volwassenencursussen in te richten werd trouwens ingegeven door recente vragen vanwege Franse verenigingen of groeperingen. En dit zelfs in een tiental grotere steden die verder van Belgisch Vlaanderen liggen.’

‘Het is te hopen dat er zich werkelijk geïnteresseerden zullen inschrijven. De hamvraag lijkt me, na mijn ervaring met het Huis van het Nederlands in Belle: Noord-Fransen vinden dat dit gratis, of zo goed als, moet kunnen. Ter vergelijking: voor de avondcursussen Frans West-Vlaams heeft het Gewest Hauts de France en zijn voorzitter, Xavier Bertrand, al wel meer dan 400.000 euro subsidie verleend. De cursisten betalen dus voor een volledig jaar een symbolische som, tussen 5 en 20 euro. Maar hoe gaan we dat voor het zakelijk Nederlands waarmaken?’

Is dit een oproep aan alle voornoemde Vlaamse en Nederlandse instanties en bedrijven?

‘Alle financiële hulp is welkom, inderdaad.’

Gepubliceerd

15.01.2023

Kernwoorden
Reacties

Widopedia in een nieuw kleedje

Een nieuwe blog die mijn verouderde webstek vervangt: dat was een van mijn voornemens voor 2023. Zie hier, beste lezer, het resultaat. De conversie is nog niet volledig maar de nieuwe blog is reeds operationeel. De teksten zijn chronologisch gerangschikt. In de marge vind je verschillende sleutels om ze snel terug te vinden: recente berichten, archieven per maand en per jaar, en alfabetisch met de kernwoorden. Je kan uiteraard ook zoeken naar een woord, een naam, een datum, enz.

Onder elk artikel vind je de datum van verschijning. Ik ben benieuwd wat je vindt van mijn artikels: daarom is ook een vakje voorzien om te reageren.

Wie mijn boeken opzoekt vindt onder de foto een knopje dat leidt naar alle publicaties die nog beschikbaar zijn.

De conversie van mijn webstek tot een blog werd deskundig uitgevoerd door Steven Bellens. Dank Steven!

Veel leesplezier,

Wido

Gepubliceerd

08.01.2023

Kernwoorden
Reacties
Leo
17.01.2023 - 01:20

Laten we aub goed contact houden.
Veel succes in 2023 toegewenst
.
LEO_
.
leo.puissant @ iCloud. Com

Beantwoorden
Daniël Deblaere
17.01.2023 - 05:02

Succes verder!
ik geniet en leer veel bij van je interessante bijdragen.
Daniël

Beantwoorden
Daniël Deblaere
17.01.2023 - 05:03

Succes verder!
ik geniet en leer veel bij van je interessante bijdragen.
Daniël

ps als ik klik op kernwoorden gebeurt er niets….

Beantwoorden
Patrick Clabau
17.01.2023 - 22:47

Knappe dinges, super Blog

Beantwoorden