Op 30 april 1878 werd in het Frans-Vlaamse dorp Noordpene de literatuurhistoricus, filosoof en essayist Paul Hazard geboren.
Zijn vader en grootvader waren dorpsonderwijzers in Noordpene. Zijn moeder, Marie-Eudonie Looten, was een zus van de bekende Frans-Vlaamse voorman Camille Looten. Het is dan ook niet verwonderlijk dat Hazard zich ontpopte tot een fervent pleitbezorger van het onderwijs van het Nederlands in Frans-Vlaanderen.
Hazard behaalde zijn ‘certificat d’études’ in Arneke en volgde vervolgens de klassieke humaniora in Armentiers. Het lyceum waar hij studeerde draagt tot op vandaag zijn naam.
Al vroeg moet zijn uitzonderlijk talent zijn opgevallen, want vanaf 1900 werd hij toegelaten tot de prestigieuze École Normale Supérieure in Parijs. In 1903 behaalde hij de aggregatie letteren. Hij zette zijn studies voort aan de Sorbonne, waar hij in 1910 doctoreerde met een proefschrift dat hem meteen bekendheid opleverde: La révolution française et les lettres italiennes.
Zijn academische loopbaan bracht hem eerst naar de universiteit van Lyon en vervolgens opnieuw naar de Sorbonne in Parijs. In 1925 werd hij benoemd tot titularis van de leerstoel vergelijkende literatuurwetenschap aan het befaamde Collège de France. In de jaren dertig doceerde hij bovendien als gastprofessor aan verschillende Amerikaanse universiteiten. In 1932 en 1940 gaf hij les aan de Columbia University in New York.
Opmerkelijk is dat hij in 1941, midden in de oorlog, besloot terug te keren naar Frankrijk om er te doceren. Datzelfde jaar werd hij voorgedragen als rector van de universiteit van Parijs, maar zijn kandidatuur werd afgewezen door de Duitse bezetter.
Zijn bekendste werk, La crise de la conscience européenne (1935), verscheen pas in 1990 in Nederlandse vertaling (bij Agon) onder de titel De crisis in het Europees denken. Europa op de drempel van de Verlichting 1680-1715.
De Spinoza-specialist Karel D’huyvetters noemde Hazard “zonder twijfel een van de coryfeeën van de beschavingsgeschiedenis” en voegde eraan toe: “Paul Hazard is een uitmuntende gids, eerlijk als goud, objectief als een deurwaarder, bloemrijk als een rederijker, diepzinnig als een mysticus, wijs als een grootvader en belezen als geen ander.”
In 1940, vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog, werd hij verkozen tot lid van de Académie française. Door de oorlog werd hij echter nooit officieel geïnstalleerd. Zijn vroegtijdige overlijden op 13 april 1944 in Parijs maakte zijn officiële opname onmogelijk.
Een citaat van Paul Hazard over Nederland in de 17de en 18de eeuw:
“Nederland is door haar universiteiten een land van bemiddelaars. Rond haar leerstoelen verzamelen zich studenten uit het oosten en het westen, uit het noorden en het zuiden, om te luisteren naar professoren die niet alleen Nederlands zijn, maar ook Frans en Duits. In Nederland hebben mensen, boeken en ideeën uit verschillende landen elkaar ontmoet; en er hebben geestelijke uitwisselingen plaatsgevonden zoals je die nergens anders in die tijd aantreft… Gedurende de hele zeventiende eeuw en een groot deel van de achttiende eeuw hebben Engelsen, Fransen, Schotten, Denen, Zweden, Polen en Hongaren gestudeerd in Leiden, Franeker, Groningen en Utrecht…”
30.04.2026
Op zaterdag 25 april vindt de 50ste Zwijgende Voettocht an de Pene in Noordpene plaats — een traditie die je niet wil missen.
De voettocht kwam er initieel op initiatief van de West-Vlaamse schrijver en heemkundige Raf Seys (1928-2012), die hiermee in 1977 de 300ste verjaardag van de militaire aanhechting door Frankrijk van dit deel van Vlaanderen en de Nederlanden wilde herdenken.
Volgens de wil van onze vriend Raf moest het een stille mars zijn, om op stijlvolle wijze de brutale annexatie van dit stukje Vlaanderen te blijven gedenken. Hierdoor is men dit Vlaams gebied Frans-Vlaanderen gaan noemen, waar het in feite gaat om Zuidwest-Vlaanderen of, in breder perspectief, om de Zuidelijkste Nederlanden.
Deze tocht door het land van de Pene staat sindsdien symbool voor het behoud van onze Vlaamse en Nederlandse identiteit. De mars wordt georganiseerd door de Michiel de Swaenkring.
EVEN PRAKTISCH
11:15 uur: Bloemneerlegging aan het graf van Raf Seys, die in Noordpene is begraven.
14:00 – 14 15 uur: Samenkomst op het dorpsplein van Noordpene en start van de stille mars. Enkel Leeuwenvlaggen en Prinsenvlaggen zijn toegelaten.
Na de wandeling: volksdansen met ‘Vlaanderen Danst’ en een optreden van drumband Kempenland in de plaatselijke Auberge de la Peene, met verbroedering tussen Frans-Vlamingen en Kempenaars — een mooi moment van ontmoeting en verbondenheid.
TIPS
Je kan op deze dag ook een bezoek brengen aan het museum van de Slag bij Noordpene. Op het plaatselijke kerkhof vind je ook de historische graven van de Vlaamse volksfiguur Jan-Baptist van Grevelynghe, alias Tisje-Tasje, en van de heel-Nederlandse Vlaamse voorman Lodewijk de Baecker.
Het graf van Lodewijk de Baecker liet ik enkele jaren geleden herstellen met de opbrengst van mijn boekje over hem. Er werd toen een gedenkplaat geplaatst met een tekst die zijn leven samenvat: “Trouw aan de Nederlandse gedachte.” Beslist een bezoekje waard voor je aan de mars deelneemt.
En om jullie de vraag te besparen: ik zal er zijn en hoop veel van mijn lezers te kunnen begroeten!
21.04.2026

Lees dit artikel ook op Doorbraak: https://doorbraak.be/noordpene-een-vlaamse-herinneringsplek-in-frankrijk/
In deze reeks over controversiële monumenten, brengt Wido Bourel u, na Bretagne, naar Frans-Vlaanderen.
Aan de voet van de Kasselberg, op de grens tussen Noordpene en het zusterdorpje Zuidpene, tref je een obelisk. Hij herinnert aan de Slag aan de Pene van 10 april 1677. Deze slag, ook slag bij Kassel genoemd, bleek beslissend voor de annexatie van Frans-Vlaanderen bij Frankrijk. Makkelijke wandelwegen leiden je door het landschap waar de strijd werd geleverd, met een mooi zicht op de Kasselberg. Een traditie: jaarlijks, in april, wordt de slag herdacht met een Zwijgende Voettocht door het slagveld.
De bescheiden obelisk werd in 1865 ingewijd. Een grote persoonlijkheid van toen, E. H. Dehaene, had in niet mis te verstane woorden protest aangetekend: ‘Is het aan ons om onze nederlaag te vieren? Moeten we onze voorouders vergeten? En deze, zouden zij geen reden hebben om verbaasd te zijn als ze ons zagen dansen op hun botten en hun schaamte bezingen’ Het werd dus meer als een herdenkings- dan als een overwinningsmonument bedoeld in de aanloop naar de 200-ste verjaardag van de slag.
Aanleiding tot de slag waren de Franse militaire voorbereidingen om de stad Sint-Omaars in te nemen. De stad werd sterk verdedigd door een Spaans-Nederlands garnizoen van 2.000 infanteriesoldaten, bijgestaan door een omvangrijke stedelijke militie. De omliggende moerassen rond Sint-Omaars alsook slechte weersomstandigheden deden de Franse aanvaller aanvankelijk twijfelen om de stad meteen aan te vallen.
Om de verdedigers van de stad te ontzetten, marcheerde een Nederlands coalitieleger, 40 bataljons en 20.000 infanteriesoldaten sterk, richting Sint-Omaars. Dit leger was samengesteld uit troepen uit de Spaanse Nederlanden en de Republiek der Verenigde Nederlanden, onder leiding van Willem III, Prins van Oranje.
Een foute inschatting
De Nederlanders schatten de aanwezige Franse troepen van Lodewijk XIV op 14.000 manschappen. Terwijl zij in werkelijkheid met 25.000 waren, 16.000 infanteristen en 9.000 ruiters. Een foute inschatting dus.
De twee kampen bestreden elkaar aan de Penebeek, op 15 km van Sint-Omaars. De slag was hevig en kon op bepaalde momenten alle kanten uit. Uiteindelijk verloor de Nederlandse coalitie de strijd, vooral door gebrek aan kennis van het terrein. Aan beide zijden vielen samen 4.200 doden en 7.000 gewonden. De verliezen waren het grootst aan de zijde van de Nederlandse coalitie.
Voor de plaatselijke bevolking betekenden deze gebeurtenissen een ware rampspoed. Vernielingen en ellende waren het lot van alle gemeenten tussen Noordpene en Sint-Omaars. In een document uit die tijd leest men dat het voor de inwoners ‘niet meer te beschrijven is wat ze verloren, aangezien ze gewoon alle bezittingen kwijt zijn. De meeste inwoners zijn gevlucht en wie bleef is overleden of ziek.’
Na de strijd trokken de Franse troepen naar het belegerde Sint-Omaars om er de aanvallers bij te staan. Op 20 april, tien dagen na de Slag aan de Pene, gaf het garnizoen van Sint-Omaars zich over. Het had tevergeefs op versterking van Willem van Oranje gewacht. Een eervolle aftocht werd hen gegund en alle manschappen verlieten ordentelijk de stad.
klaar om te schieten
De inwoners van Sint-Omaars waren berucht voor hun anti-Franse houding. Elk jaar, aan de vooravond van Sint-Andries (30 november), vierden zij de herovering van de stad op de Fransen in 1488. Telkens werden acht kanonsalvo’s afgevuurd in de richting van de vijand. In 1677 werd deze traditie meteen afgeschaft door de Franse bezetter. Het wantrouwen was blijkbaar zo groot dat de Fransen drie kanonnen voor het stadhuis plaatsten, klaar om te schieten. Deze kanonnen bleven ter plekke tot kort voor de Franse revolutie.
De gevolgen van deze nederlaag werden bezegeld tijdens de vredesgesprekken tussen de Fransen en de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden in Nijmegen. Ze vonden plaats tussen augustus 1678 en oktober 1679. Toen werd onder meer vastgelegd welke gebieden wij aan Frankrijk verloren. Een omvangrijke lijst. In alfabetische volgorde: Ariën-aan-de-Leie, Belle, Kamerijk, Ieper, Kassel, Menen, Poperinge, Sint-Omaars, Veurne, Waasten en Wervik. En bovendien de Henegouwse steden: Bavay, Bouchin, Condé, Maubeuge, St Ghislain.
Na de Vrede van Rijswijk in 1697 en die van Utrecht in 1713, zal Lodewijk XIV uiteindelijk een toontje lager moeten zingen. Alhoewel de Franse arrogantie bleef, samengevat met de woorden van de Franse onderhandelaar Melchior de Polignac, aan het adres van de Nederlanders: ‘Nous traiterons sur vous, chez vous, sans vous’. (We gaan onderhandelen over jullie, bij jullie, zonder jullie). De Vrede van Rijswijk ontnam Lodewijk zijn bloedige veroveringen sinds 1678. Met de Vrede van Utrecht moesten de Fransen Vlaams gebied teruggeven. Na 35 jaar kwamen de steden, Poperinge, Lo, Roeselare, Komen, Waasten, Wervik en Menen opnieuw bij de Zuidelijke Nederlanden. De overige Vlaamse gebieden blijven tot vandaag Franse grondgebied.
Wie meer wil weten over de Slag aan de Pene moet beslist het museum van de slag
een machtsspel tussen zusters en broers
in Noordpene bezoeken. Enkele dagen geleden opende daar een nieuwe tentoonstelling in een Versailles-aandoend decorum. Die kadert de Slag aan de Pene binnen de toenmalige Europese context. Op grote, genealogische borden lees men — in de twee talen – wie met wie verwant was. Het valt op dat de geschiedenis van de machtigen der aarde van toen ook een Europese familiegeschiedenis was. Nog meer valt het op dat deze oorlogen een machtsspel tussen zusters en broers, schoonzusters en zwagers, neven en nichten waren, ten koste van het volk.
Men kan er een maquette van de slag bewonderen en het boek kopen over de context, feiten en gevolgen. Een rondleiding in de eigen taal kan (op afspraak in deze coronatijden). Gids Philippe Ducourant ontvangt u graag in het Nederlands. Verantwoordelijke Jocelyne Willencourt gidst zelfs in het Frans-Vlaams van de streek. Op het aanpalende oude kerkhof zijn twee merkwaardige Frans-Vlamingen begraven: de Vlaamse volksverteller Jan-Baptist van Grevelynghe (1767-1842), bijgenaamd Tisje-Tasje, een emblematische figuur van het Vlaamse volksleven. Ook de voorman, schrijver en filoloog Lodewijk de Baecker (1814-1896) ligt er begraven. Op zijn graf lees je het opschrift: Trouw aan de Nederlandse Gedachte.
29.09.2020
Heel interessant opnieuw nog eens deze pijnlijke geschiedenis te kunnen opfrissen, door dit duidelijke artikel.
Dankjewel. Brugge 9 Juli 2025