Op 8 juni 1903 werd de Frans-Vlaamse romanschrijfster Marguerite Yourcenar in Brussel, Louisalaan 193,geboren. Haar moeder Fernande de Cartier de Marchienne, 31 jaar oud, overlijdt tien dagen na de geboorte van Marguerite. Tot in 1912 leeft Marguerite met haar vader Michel Cleenewerck de Crayencour op het domein van haar grootmoeder langs vaderskant, op de Zwartberg. De familie Cleenewerck behoorde tot de patriciërs van Kaaster en van het Belleambacht in de zestiende eeuw.
Twee citaten van Marguerite Yourcenar:
Het geheugen van de meeste mensen is een verlaten kerkhof, waar zonder eer doden liggen die ze niet meer liefhebben.
De ware geboorteplaats is die waar men voor het eerst een slimme blik op zichzelf heeft geworpen: mijn eerste thuis waren de boeken.
08.06.2025
In mei 1977 was schrijver André Demedts de eregast op het Meifeest, dat plaatsvond ten huize van Dr. Jozef Weyns en familie, Ter Speelbergen in Beerzel.
In zijn lenteboodschap schreef André:
“Als wij tot het door ons gekoesterde ideaal van een gelukkig, Verenigd Europa willen komen, zullen wij als bouwstenen van dat levende organisme de oercellen van onze gemeenschap moeten eerbiedigen en tot volle uitgroei laten komen: dat zijn de natuurlijke gemeenschappen, familie, woonbuurt, arbeidsgemeenschap, streek en volk. Dat zijn de blijvende dingen.”
De boodschap van André is niet eens vijftig jaar oud, maar klinkt alsof hij van een andere planeet komt. Dat komt doordat de EU-lobby van nu niets te maken heeft met de Europese droom van toen. De bouwstenen, de ‘blijvende dingen’ zijn niet verdwenen ook niet in tijden van decadentie, en komen terug, zoals de lente en de zon in mei.
01.05.2025
Op 27 Februari 1823 werd in het Bretoense Tréguier de filoloog, historicus, filosoof en schrijver Ernest Renan geboren. Hij overleed in 1892. In een boek over jeugdherinneringen vertelt Renan dat hij, volgens de familietraditie, langs vaderszijde afstamt van een Welshe clan die in de vijfde eeuw naar Bretagne migreerde.
Renan verwierf tijdens zijn leven beruchtheid door zijn boek “Leven van Jezus” (1863) en zijn stelling dat men over het leven van Jezus op dezelfde wijze zou moeten schrijven als over het leven elke andere mens. Voor dit boek noemde Paus Pius IX hem ‘de godslasteraar van Europa’
Ik wil het verder hebben over twee andere fundamentele geschriften van Ernest Renan:
1) ‘La réforme intellectuelle et morale’
In dit boek uit 1871, dat meer een manifest van zijn tijd is, schrijft hij:
“het middeleeuwse Frankrijk is een Germaanse constructie, opgericht door een Germaanse militaire aristocratie met enkele Gallo-romeinse elementen. Het was het werk van het eeuwige Frankrijk om alle resterende componenten van de Germaanse invasies te liquideren, tot aan de Franse Revolutie, die de laatste stuiptrekkingen van deze inspanningen vertegenwoordigt.”
2) Een natie wat is dat?
Boeiend voor het huidige debat over de natie is de voordracht die Renan in 1875 voor het eerst in het Nederlandse Leiden hield onder de titel “Een natie wat is dat?”
Hij definieert het Franse concept van de natie als volgt:
“Een natie is een ziel, een spiritueel principe. Twee elementen, die in werkelijkheid slechts één zijn, vormen deze ziel, dit spiritueel principe. Het ene bevindt zich in het verleden, het andere in het heden. Het verleden omvat een rijke erfenis aan herinneringen, terwijl het heden de wens vertegenwoordigt om deze erfenis onverdeeld te handhaven. In het verleden delen we een er ergernis van glorie en teleurstellingen; in de toekomst hebben we een gemeenschappelijk programma om uit te voeren. Samen geleden, genoten en gehoopt hebben, dat is meer dan douanebewaking; dat is wat men begrijpt ondanks de diversiteit aan rassen en talen. Een natie is daarom een grote solidariteit, gevormd door het besef van de offers die men heeft gebracht en bereid is te brengen. Uiteindelijk is het een voortdurende volksstemming.”
Deze definitie van Renan is de Franse definitie van de natie geworden, in tegenstelling tot de Duitse definitie die cultuur, taal, geschiedenis, religie, tradities, territorium en volk omvat. Deze Duitse definitie is schatplichtig aan Johann Gottlieb Fichte (1762-1814) met zijn “Reden an die Deutsche Nation”, maar ook aan Johann Gottfried von Herder (1744-1803), Friedrich Hölderlin (1770-1843 en Joseph Hörres (1776-1848).
Het is betreurenswaardig vast te stellen dat in Vlaanderen, en ook in bepaalde Vlaams-nationale rangen, men meer en meer verschoven is naar een Franse definitie van de natie.
27.02.2025
“Toen ik nog een kind was heb ik gepoogd de wind te vangen in mijn handen. Ik moest ondervinden dat dit onmogelijk was. Wel kon ik al vroeg ervaren welke kracht er van de wind kon uitgaan, hoe hij de windmolens liet draaien en hoe hij de zeilboten op de Leie vaart gaf.
Ik denk daar soms aan terug als ik lees hoe wetenschapslui de taalsituatie in Frans-Vlaanderen benaderen. Ze doen het ongetwijfeld objectief en hun oordeel en prognose zijn gesteund op feitelijke gegevens maar de geest die een beweging bezielt, stuwt en kracht geeft, die het vuur aanwakkert en die hinderpalen omver blaast, kunnen ze niet vangen.”
Dit schreef Luc Verbeke in 1975. De tijden veranderen en de huidige taalsituatie lijkt de wetenschappers van toen gelijk te geven. En toch is dit een prachtig citaat dat ik blijf koesteren.
20.02.2025