In mei 895 benoemde Arnulf van Karinthië, koning van Oost-Francië, zijn bastaardzoon Zwentibold tot koning van Lotharingen. Hij werd de tweede en laatste koning van Lotharingen.
Zwentibold, ook geschreven als Swentibold en Sanderhout (Latijn: Sanderboldus of Xhenderboldus), dankte zijn merkwaardige naam aan zijn peetoom Svatopluk, die over Moldavië heerste.
Lotharingen was een zelfstandige regio. Hieronder viel een deel van de Lage Landen en het stamgebied van de Karolingers, namelijk het stroomgebied van de Maas, de Moezel en de Rijn. In Nederland is hij daarom bekend als een lokale heilige. Het hertogdom Neder-Lotharingen zou later uit dit gebied ontstaan.
Het belang van Zwentibold wordt wel eens onderschat, maar dat is onterecht. Hij wordt daarom beschouwd als een symbool van de Lotharingse drang naar zelfbewustzijn.
Koning Zwentibold kwam in 900 op brute wijze om het leven in de buurt van de Maas. Sommige bronnen melden dat hij vermoord werd. Hij sneuvelde in de strijd tegen Gerard en Matfried, twee broers van wie hij de respectievelijke graafschappen had afgenomen en als raadgevers had ontslagen. Zwentibold werd begraven in Susteren, mogelijk in de abdijkerk aldaar.
In de laatste maand van zijn leven verbleef Zwentibold in de omgeving van Born, Sittard, Susteren en de Graetheide. De Limburgers noemden dit gebied het “land van Zwentibold”. De Vlaamse groep Clouseau, die ooit in de streek verbleef, bezong het land van Zwentibold als het ‘aardsparadijs’ in het bekende lied ‘Swentibold’ (1995).
In de stad Münstereifel is een plaatselijke fontein gewijd aan koning Zwentibold.
01.05.2025