WIDOPEDIA
Een blog over Frans-Vlaanderen, de Nederlanden en Europa
Wido Bourel

Meest recente berichten
Archieven
Kernwoorden

Pevelenberg

De Brugse belofte – een kaars die al 722 jaar brandt

Al 722 jaar trekt op 15 augustus, Maria-Hemelvaart, de Brugse Belofte door Brugge. Het is een van de oudste stoeten van de stad en tegelijk een stukje geschiedenis dat teruggaat tot de Slag op de Pevelenberg, op 18 augustus 1304, niet ver van Dowaai, in wat vandaag Frans-Vlaanderen is.

De belofte ontstond tijdens de strijd tegen de Fransen. Brugse vrouwen beloofden dat ze, als hun mannen en zonen heelhuids van het slagveld terugkeerden, elk jaar een kaars zouden offeren. Die belofte wordt sindsdien, al 722 jaar, nagekomen.

En daar komt vandaag nog altijd een bijzonder tafereel bij kijken: op Maria-Hemelvaart brengen twaalf meisjes een 36 pond zware kaars in stoet van Onze-Lieve-Vrouw van Blindekens naar Onze-Lieve-Vrouw ter Potterie. De kaars zal daar een jaar lang bij belangrijke gebeurtenissen in de kerk worden aangestoken.

Opvallend hierbij is dat de Slag op de Pevelenberg door de Bruggelingen als een Vlaamse overwinning wordt beschouwd. Om deze overwinning te herdenken liet graaf Robrecht de Béthune in 1305 in Brugge een gasthuis voor blinden, alsook een kapel bouwen. Vanuit deze Onze-Lieve-Vrouw-van-Blindekenskapel vertrekt de jaarlijkse stoet.

De Fransen, die slechte verliezers waren, zagen in de Slag op de Pevelenberg liefst geen Vlaamse overwinning. Franse geschiedschrijvers lanceerden daarom de gedachte dat de slag ‘onbeslist’ eindigde. De vrouwen van Brugge weten beter.

Het paradoxale? In Dowaai weten de meeste mensen vandaag waarschijnlijk niet eens meer dat de Fransen ooit de vijand waren.

En toch trekt in Brugge, 722 jaar later, de belofte nog altijd door de straten.

Een kaars. Twaalf meisjes. Een oude belofte. En een geschiedenis die we niet mogen vergeten.

Gepubliceerd

15.08.2026

Kernwoorden
Reacties

De ‘Vrede’ van Athis

Op 23 juni 1305 werd de Vrede van Athis, ook wel het Verdrag van Athis-sur-Orge genoemd, gesloten tussen de graaf van Vlaanderen, Robrecht III van Béthune, en de Franse koning Filips de Schone. Athis-sur-Orge, tegenwoordig Athis-Mons genoemd, is een gemeente nabij Parijs.

Deze onderhandelingen volgden op de Slag bij Pevelenberg (1304), waarvan de uitslag onbeslist bleef. De Vlamingen waren slecht voorbereid op de onderhandelingen en werden bovendien gechanteerd, omdat de graaf van Vlaanderen op dat moment gevangen zat in Frankrijk.

Filips de Schone beloofde zogenaamd een algemene amnestie. Dat zou betekenen dat alle Vlaamse gevangenen vrijgelaten zouden worden, dat Robrecht van Béthune opnieuw graaf van Vlaanderen mocht worden, en dat de privileges van de Vlaamse steden gerespecteerd zouden worden.

Het voorstel bracht echter ook zware straffen met zich mee. Voor de zogenaamde misdaden van de Vlamingen werden hoge boetes opgelegd. Vlaanderen moest een jaarlijkse oorlogsvergoeding betalen, bovenop een eenmalige boete van 400.000 pond. Bovendien moesten de Vlamingen, als de Franse koning het vroeg, Frankrijk bijstaan met 600 gewapende ruiters. Voor de inwoners van Brugge kwam nog een extra straf: als sanctie voor de Brugse Metten zouden 3.000 Bruggelingen verplicht op bedevaart worden gestuurd. Deze laatste twee bepalingen werden echter nooit uitgevoerd, vooral omdat de volgende Franse oorlogen steeds tegen Vlaanderen waren gericht.

Om er zeker van te zijn dat de afspraken zouden worden nageleefd, nam Filips de Schone de steden Rijsel, Dowaai, Orchies en Betun in onderpand bij de Franse kroon. In alle Vlaamse steden werden de vestingen ontmanteld.

Toen alles door Franse juristen was vastgelegd, verbrak de Franse koning zijn belofte van amnestie. De Dampierres bleven opgesloten in de gevangenis van Compiègne. Gwijde van Dampierre, de oude graaf, zou in 1305 in Franse gevangenschap overlijden.

Toen het verdrag in Vlaanderen bekend werd, was de bevolking woedend over de vele vernederingen. Het verdrag van Athis legde de basis voor alle volgende opstanden en conflicten tussen Vlaanderen en Frankrijk.

Gepubliceerd

23.06.2024

Kernwoorden
Reacties