Op 10 augustus 1539 vaardigde de Franse koning Frans I het beroemde Edict van Villers-Cotterêts uit.
In de Franse geschiedschrijving wordt dit edict graag voorgesteld als een belangrijk taalhistorisch keerpunt. Het Frans kwam in de plaats van het Latijn in juridische en officiële documenten. Daarmee zou de administratieve verfransing van Frankrijk zijn begonnen.
Mooi verhaal.
Alleen: de geschiedenis is meestal iets minder netjes dan haar samenvatting.
Eén: het edict maakte van Frankrijk bepaald geen eentalig land. Zelfs aan het einde van de achttiende eeuw sprak een groot deel van de bevolking geen Frans. Meer dan een derde van de Fransen kon de taal niet spreken. Nog eens ongeveer een derde kon het Frans wel verstaan, maar niet spreken.
Kortom: het Frans was de taal van de administratie, maar nog lang niet de taal van alle Fransen.
Twee: nog belangrijker is de chronologie.
Wanneer men het Edict van Villers-Cotterêts gebruikt als beginpunt van de verfransing van de Zuidelijke Nederlanden — en dus ook van het latere Frans-Vlaanderen — wordt het wel erg moeilijk om de kalender nog te volgen.
In 1539 behoorden die gebieden namelijk helemaal niet tot Frankrijk.
Integendeel.
Het zou nog ongeveer 140 jaar duren voordat Frankrijk deze gebieden militair annexeerde. Het Edict van Villers-Cotterêts was toen al bijna anderhalve eeuw oud.
Een edict uit 1539 gebruiken om de latere taalpolitiek in een gebied te verklaren dat toen nog buiten Frankrijk lag, is dus op zijn zachtst gezegd een merkwaardige historische omweg.
En toch gebeurt het.
Ook in Vlaanderen en Nederland.
De Nederlandse taalkundige Jan Pekelder doet dat bijvoorbeeld in zijn boek De taal in Frans-Vlaanderen. Hij haalt het Edict van Villers-Cotterêts aan in zijn beschrijving van de taalgeschiedenis van Frans-Vlaanderen.
Maar daar wringt de schoen.
Een taalkundige titel, een professorale status en een geleerd boek veranderen niets aan een eenvoudige historische vaststelling: in 1539 was Frans-Vlaanderen nog geen Frankrijk.
Men kan een Franse taalmaatregel uit 1539 natuurlijk bespreken. Men kan het edict zelfs uitvoerig bestuderen. Maar men kan het niet zonder meer voorstellen als een instrument van de verfransing van een gebied dat op dat ogenblik niet onder Franse soevereiniteit stond.
Daarvoor moet men de geschiedenis eerst een beetje naar zijn hand zetten.
En precies daar wordt het interessant.
Want wie achteraf de Franse grens terugschuift tot 1539, krijgt een keurige verklaring voor de latere verfransing van Frans-Vlaanderen. Alleen heeft die verklaring één klein probleem: de grens lag er toen niet.
Dat lijkt mij geen detail.
Het is de chronologie zelf.
Een academische titel maakt een chronologische fout niet minder fout.
Daarom blijft één eenvoudige vraag bijzonder nuttig:
Wat gebeurde er precies, waar gebeurde het en vooral: wanneer?
Want één ding staat vast:
1539 was 1539. Frans-Vlaanderen was toen nog geen Frankrijk.
En daar helpt geen professorstitel tegen.
10.08.2026