WIDOPEDIA
Een blog over Frans-Vlaanderen, de Nederlanden en Europa
Wido Bourel

Meest recente berichten
Archieven
Kernwoorden

Samain, Albert

‘O mijn land van Vlaanderen’

De dichter Albert Samain

Op 18 augustus 1900 overlijdt de Frans-Vlaamse symbolistische dichter Albert Samain.

Samain werd in 1858 geboren in hartje Rijsel. Hij was de zoon van wijnhandelaars. Later verhuisde hij voor zijn werk naar Parijs. Toch bleef hij sterk verbonden met zijn geboortestreek. Vlaanderen bleef voor hem een belangrijke bron van inspiratie.

Een van zijn bekendste gedichten is Mon enfance captive. Het is een van de weinige gedichten over Vlaanderen die ik rond mijn twaalfde leerde op school, in de Franse, ondeelbare Republiek.

Dat Samain het noorden van Frankrijk Vlaanderen noemde, maakte op de een of andere manier indruk op mij. Verhaeren kende ik toen ook, maar hij schreef niet over Frans-Vlaanderen.

Misschien is dat wel het bijzondere aan Samain. Hij moest Rijsel verlaten om te ontdekken hoe diep hij er geworteld was. Wat hij als kind wilde ontvluchten, werd later een deel van zijn innerlijke landschap.

Zijn Vlaanderen lag niet alleen buiten hem. Hij droeg het als de Heimat met zich mee. De Heimat is niet altijd idyllisch en paradijselijk: je kan ook verlangen naar een grijze straat, een fabriekspand in een mistig industrieel landschap, als dat voor jou de plaats van je jeugdherinneringen is.

Daarom geef ik hier zijn gedicht in de oorspronkelijke Franse versie:

Mon enfance captive a vécu dans des pierres,
Dans la ville où sans fin, vomissant le charbon,
L’usine en feu dévore un peuple moribond.
Et pour voir des jardins je fermais les paupières…


J’ai grandi ; j’ai rêvé d’Orient, de lumières,
De rivages de fleurs où l’air tiède sent bon,
De cités aux noms d’or, et, seigneur vagabond,
De pavés florentins où traîner des rapières.


Puis je pris en dégoût le carton du décor
Et maintenant, j’entends en moi l’âme du Nord
Qui chante, et chaque jour j’aime d’un cœur plus fort


Ton air de sainte femme, ô ma terre de Flandre,
Ton peuple grave et droit, ennemi de l’esclandre,
Ta douceur de misère où le cœur se sent prendre,


Tes marais, tes prés verts où rouissent les lins,
Tes bateaux, ton ciel gris où tournent les moulins,
Et cette veuve en noir avec ses orphelins…

Gepubliceerd

18.08.2026

Kernwoorden
Reacties