WIDOPEDIA
Een blog over Frans-Vlaanderen, de Nederlanden en Europa
Wido Bourel

Meest recente berichten
Archieven
Kernwoorden

Frans nationale feestdag

14 Juli: De Marseillaise met een valse noot

Mijn herinneringen aan 14 juli? In mijn vroegste herinneringen draait alles rond het zingen – of toch proberen te zingen – van de Marseillaise.

Mijn grootvader vertelde me dat zijn ouders het Franse volkslied pas op latere leeftijd hadden geleerd. Rond 1870 was het in de Westhoek eerder uitzonderlijk dat iemand überhaupt in het Frans zong. Zelf had hij de Marseillaise geleerd in de scholen van de Franse Republiek. Sinds de invoering van de leerplicht behoorde het instuderen van de Franse hymne tot de kerntaken van het onderwijs. Een andere was leren schieten op de speelplaats. Volgens het Franse revanchisme zouden beide vaardigheden ooit nog van pas komen om het ‘verloren’ Elzas-Lotharingen terug te veroveren op de Duitse vijand.

In de jaren zestig speelde ik – en dat mag gerust letterlijk genomen worden – slecht klarinet in de plaatselijke fanfare van Kaaster. Een jaarlijkse, verplichte afspraak was de viering van 14 juli aan het monument voor de gesneuvelden, naast het oude gemeentehuis, dat intussen verdwenen is. Daarvoor oefenden we een heel jaar militaire marsen, met als onvermijdelijke apotheose: de Marseillaise.

Ondertussen liet Maurice Smet – die in werkelijkheid Ruckebusch heette – als fiere vlaggendrager van de fanfare, en met de overtuigingskracht van zijn 140 kilogram, de Franse driekleur waardig wapperen. Alleen al daarvoor verdiende hij een onderscheiding.

De laatste keer dat ik meespeelde, was de afgesproken datum van een eerste, bescheiden opstand. Mijn broer, beter bekend als Broere, gaf het startsein door op zijn klaroen een welgemikte valse noot te blazen. Leonard, de trommelaar, alias Snoek, verloor vervolgens langzaam maar onmiskenbaar de maat der dingen. En uit mijn klarinet ontsnapte een fluwelen versnelling die de verwarring alleen maar groter maakte.

De kakofonie die daarop volgde, was van een niveau dat zelfs de oud-strijders er wakker van schrokken. In het publiek twijfelde men nog even: speelde de fanfare nu gewoon verschrikkelijk vals, of zat er moedwil achter?

Onze goed gevulde burgemeester wist het antwoord vermoedelijk wel. Hij keek verontwaardigd om zich heen, trok plechtig zijn das recht, stopte zijn zorgvuldig voorbereide speech terug in zijn binnenzak en improviseerde een donderpreek over de morele plichten van de jeugd in deze woelige tijden. Over de heilige taak om de Franse driekleur door te geven aan de volgende generaties. En natuurlijk besloot hij dat we op zo’n schone dag, ter ere van alle gesneuvelden voor het ene en ondeelbare vaderland, toch nog samen de Marseillaise moesten zingen.

Broere en Snoek hebben toen uit volle borst ingezet:

“Allons infâmes de la platrie, le jour de foire est arrivé…”

Ik geloof niet dat de Marseillaise ooit met meer overtuiging verkeerd is gezongen.

Het was het begin van een jaarlijkse traditie: de verstoring van de Franse nationale feestdag.

Of Frankrijk dat uiteindelijk heeft overleefd, vertel ik jullie een volgende keer…

Gepubliceerd

14.07.2026

Kernwoorden
Reacties