WIDOPEDIA
Een blog over Frans-Vlaanderen, de Nederlanden en Europa
Wido Bourel

Meest recente berichten
Archieven
Kernwoorden

Atrecht

Robespierre: terrorist voor de ene, held voor de andere

De komkommertijd in de Franse Nederlanden is niet overal synoniem met rust en vrede. Neem nu de viering, eind juli jl., in Atrecht van Maximilien de Robespierre (1758-1794), de man die verantwoordelijk was voor de grote jakobijnse terreur tijdens de Franse Revolutie. De leider van de jakobijnen werd geboren in de Artesische hoofdstad.* Zijn geboortehuis herbergt vandaag geen politiekantoor, zoals bij het geboortehuis van Hitler het geval is, maar een museum.

In juli jl. organiseerde de partij La France Insoumise een hommage ter ere van de organisator van de Terreur. Ieder zijn helden. Robespierre was hoofdverantwoordelijke voor de onthoofding van tienduizenden mensen en politieke tegenstanders. Hij was ook de inspirator van de grootschalige moordpartijen van 1793-1794 in de Vendée, in Bretagne en in grote steden zoals Lyon, met honderdduizenden slachtoffers. Robespierre geldt bovendien als een voorbeeld voor Stalin en Pol Pot, en dus ook voor de geestelijke erfgenamen van La France Insoumise.

Ik vroeg AI, voor de lol, wat meer informatie over het marxistische gehalte van deze partij. Tot mijn verwondering kreeg ik als ‘objectieve informatie’ te lezen dat LFI een “democratisch-socialistische” partij is. Zo noemt de partij zich blijkbaar liever. Ik lees verder: “LFI ziet Robespierre niet als de architect van de bloedige Terreur, maar als de verdediger van de armen, de man die stemrecht voor iedereen eiste en streed tegen de macht van de rijke elites en de monarchie.” En ten slotte: “De Franse linkerzijde heeft een lange traditie van het opeisen van het jakobijnse erfgoed.” Je weet wel: de centralisatie in Parijs, het verbieden van alle talen op het Franse grondgebied, enzovoort.

Zoals mijn lezers weten, denk ik vrij en vrank. Ik ben niet gebonden aan welke partij, in welk land dan ook. Toch roep ik al mijn vrienden en kennissen in Frans-Vlaanderen op om niet te stemmen voor de jakobijnen van La France Insoumise, en evenmin voor de partijen die zich met LFI verbinden. Maar wees gerust: ik ben ook voor sociale rechtvaardigheid, voor het stemrecht van iedereen en ik ben geen monarchist.

Gepubliceerd

06.08.2026

Kernwoorden
Reacties

Roberspierre uit Artesië: de wortels van de terreur

Op 6 mei 1758 wordt in de Artesische hoofdstad Atrecht de latere revolutionaire leider en Jacobijn Maximilien de Robespierre geboren. Zijn voornaam lijkt te wijzen op Habsburgse voorkeuren bij zijn ouders. De familie behoorde niet tot de adel, maar telde wel verschillende advocaten. Dat bevestigt dat de Franse Revolutie niet werd gedragen door proletariërs, maar door hoogopgeleide jongeren uit de gegoede burgerij. De naam Robespierre verwijst vermoedelijk naar het bekken van Leie en Schelde, waar het riviertje L’Espierre (de Spiere) stroomt.

Reeds tijdens zijn jaren in Atrecht, als beginnend advocaat, valt zijn lidmaatschap op van de Rosati, een in 1778 opgerichte vereniging die tot op vandaag bestaat en zich in een mondaine sfeer bezighoudt met literatuur en filosofie. De Rosati hebben bovendien een regionalistische inslag: veelzeggend is dat de naam “Rosati” een anagram vormt van “Artois”, oftewel Artesië.

Even opmerkelijk zijn enkele jeugdvrienden en relaties van Robespierre uit zijn Atrechtse periode:

  • Zijn jongere broer Augustin de Robespierre (1763–1794), eveneens advocaat en lid van de Hoge Raad van Artesië. Hij volgt zijn broer trouw naar Parijs, waar hij actief is bij de Jacobijnen en in de Nationale Vergadering. De broers zijn onafscheidelijk en eindigen op 28 juli 1794 samen onder de guillotine.
  • Lazare Carnot (1753–1823), een Bourgondiër in Artesië, die later belast wordt met de organisatie van het revolutionaire leger. Onder Napoleon Bonaparte wordt hij generaal. Opmerkelijk is dat Antwerpen hem eert met de Carnotstraat, ondanks zijn verantwoordelijkheid voor het platbranden van Kiel en Berchem.
  • Camille Desmoulins (1760–1794), berucht om zijn pamfletten en scherpe journalistieke stukken.
  • Philippe François Le Bas (1762–1794), afkomstig uit Frévent bij Atrecht en de beste vriend van Robespierre. Hij wordt een vooraanstaand revolutionair en volksvertegenwoordiger voor de Jacobijnen. Op dezelfde dag dat Robespierre en diens broer worden terechtgesteld, pleegt hij zelfmoord.
  • Tot slot Joseph Le Bon (1765–1795), een voormalige priester en vriend van Augustin Robespierre, die een waar schrikbewind voert in Artesië en Frans-Vlaanderen. Alleen al in Atrecht en Dowaai worden meer dan 550 mensen door zijn toedoen onthoofd.

7 MEI

Omdat ik uit mijn dagklapper citeer, wil ik de lezer ook niet onthouden wat ik noteerde bij de naam Robespierre op de daaropvolgende dag, 7 mei 1794. Toen verklaarde hij namens het Comité de Salut Public:

Eerst een staaltje van revolutionaire zelfoverschatting:
“Het Franse volk lijkt de rest van de mensheid tweeduizend jaar vooruit te zijn; men zou zelfs geneigd zijn het te beschouwen als een aparte soort.”

Daarna een vaak vergeten voorbeeld van revolutionaire radicaliteit: hij pleitte voor het afbreken van alle kerktorens,
“die door hun verhevenheid boven de andere gebouwen de beginselen van gelijkheid lijken tegen te spreken.”

SLOT

Artesië als broeinest van revolutionaire terreur: geen toeval, maar een historische samenloop van vriendschap, ambitie, ideeën en macht.

Gepubliceerd

06.05.2026

Kernwoorden
Reacties