Op 9 maart 1975 overleed op het familiedomein Mussenborg in Edegem bij Antwerpen de Vlaamse maar Franstalige schrijfster Marie Gevers. Ze werd geboren op 30 december 1883 en werd 91 jaar.
Marie Gevers was bevriend met Emile Verhaeren en Max Elskamp, die haar aanmoedigden om te schrijven. Afkomstig uit een Vlaamse patriciërsfamilie schreef ze een elegant Frans dat volgens de Franse schrijver Octave Mirbeau “toch zo Vlaams klonk”.
Ze maakte naam met romans die het leven op het Vlaamse platteland en de verbondenheid met de natuur beschrijven. Bekende titels zijn onder meer La Comtesse des Digues (1931), in het Nederlands vertaald als De dijkgravin, en Madame Orpha ou la sérénade de mai (1933), vertaald als Madame Orpha. Ook Vie et mort d’un étang (1923) verscheen in het Nederlands als Leven en dood van een vijver.
DE DIJKGRAVIN
Haar roman La Comtesse des Digues (1931) betekende haar doorbraak in Frankrijk. Het boek vertelt het verhaal van Suzanne, een vrouw die in het Vlaamse polderlandschap langs de Schelde leeft en een sterke band heeft met de natuur. Ze wordt de “dijkgravin” genoemd omdat ze het land, de dijken en de seizoenen beter begrijpt dan de mensen om haar heen. Het verhaal toont een diepe verbondenheid met de natuur, het water en het ritme van het platteland.
Het personage uit deze roman werd in 1993 vereeuwigd met een standbeeld van beeldhouwster Mariette Coppens. Dit standbeeld staat langs de Scheldedijk in Hingene (gemeente Bornem), in het gebied waar het verhaal zich deels afspeelt en waar de rivier de Schelde een centrale rol speelt.
De Franse dichter en criticus Charles Vildrac schreef over Marie Gevers:
“Van alle Vlaamse dichters is zij degene die in de hoogste mate het gevoel voor de natuur en de liefde voor het land bezit.”
09.03.2026
Hans Cany stelt dat er al eeuwenlang Franstalige Vlamingen bestaan. Helaas wordt dit vaak vergeten, aangezien het label ‘Vlaming’ meestal wordt gekoppeld aan het spreken van het Nederlands. Hij voegt eraan toe: “Wat mij betreft, denk ik dat een inwoner van Rijsel, Atrecht of Dowaai niet minder Vlaming is dan een Duinkerkenaar, Bruggeling of Antwerpenaar.” Ik kan deze opmerking beamen, maar wil enkele nuances aanbrengen.
Leer alle Vlamingen kennen: Als geboren Frans-Vlaming weet ik dat de taal in Frans-Vlaanderen niet ‘gans het volk was’ . Maar daarmee is mijn verhaal nog niet ten einde. Vlaanderen strekt zich tegenwoordig uit over drie landen. Zeeuws-Vlaanderen, gelegen op Nederlands grondgebied, is het kleinste deel. Het ‘Belgisch’-Vlaanderen omvat vandaag de dag bovendien veel meer dan de gebieden van het oude graafschap Vlaanderen .En tenslotte Vlaanderen in Frankrijk. Een minimum aan kennis van de geschiedenis van elk deel is noodzakelijk om dit debat te voeren. Veel Vlamingen en Nederlanders weten weinig over Frans-Vlaanderen, en hetzelfde geldt voor veel Frans-Vlamingen, die vaak niet op de hoogte zijn van de geschiedenis van Belgisch-Vlaanderen en Nederland. Zelf heb ik jarenlang de geschiedenis van de Vlaamse Beweging en de Nederlandse gedachte bestudeerd en heb ik geleerd hoe sterk alles uit elkaar is gegroeid; dezelfde woorden, feiten en situaties worden vaak anders gepercipieerd.
Taal en identiteit: De gevleugelde woorden ‘De taal is gans het volk’ komen uit het gedicht ‘De Nederduitsche Tael’ van de Vlaamse dichter Prudens van Duyse (1804-1859) en zijn te begrijpen in de specifieke context van de ontluikende Vlaamse beweging en de strijd tegen de verfransing van Vlaanderen in België. Het is waar dat de strijd voor de taal, meer dan andere elementen, een belangrijke rol speelt in de emancipatie van de Vlaamse Beweging. Taal is een van de bepalende elementen van identiteit. Dit betekent echter niet dat Ieren minder Iers zijn omdat ze bijna allemaal Engels spreken, of dat Joden uit de diaspora die slecht of geen Hebreeuws spreken minder Joods zijn. Het is wel mijn overtuiging dat zij ‘anders Iers’ en ‘anders Joods’ zijn.
Toen het Frans nog niet bestond: Het standpunt dat het Frans altijd de dominante taal is geweest in Rijsel, Dowaai of Atrecht, gaat ervan uit dat de geschiedenis begint na het jaar 1000. Nochtans sprak men in Rijsels-Vlaanderen ooit Neder Frankisch, de taal die in directe lijn voorafgaat aan de Vlaamse streektalen en aan het Nederlands. Tot in de 19de eeuw was de volkstaal van Rijsels-Vlaanderen en Artesië het Picardisch, en het zou dus juister zijn om te spreken van Romaanssprekende Vlamingen. In Rijsels-Vlaanderen, tot aan de Zomme, sprak men in de tijd van de legendarische Liederik geen Frans, omdat deze taal toen nog niet bestond! De Frankische elite heeft zich geleidelijk aan geromaniseerd met de overgang naar het christendom.
Leer Nederlands: Tot slot een opmerking vanuit mijn persoonlijke ervaring: ik wil niemand kwetsen, maar ik schaam me voor het gebrek aan kennis van de Nederlandse taal onder de Vlaamsvoelende inwoners van Frans-Vlaanderen. Ik heb nooit kunnen begrijpen waarom mensen die zich in Frans-Vlaanderen Vlaming voelen, amper of geen moeite doen om de Nederlandse taal te leren. Frans-Vlaanderen vormt hierin een treurig unicum. Ik las dat bijvoorbeeld in de Elzas 90% van de jeugd een of andere opleiding Duits volgt. In Frans-Vlaanderen ligt dat percentage op 0,0001%. Het verhaal dat er Franstaligen in Vlaanderen zijn sinds de middeleeuwen wordt te vaak gebruikt als excuus voor degenen in Frans-Vlaanderen die de moeite niet willen nemen om de taal te leren.
02.03.2025