Op 30 januari 1972 vond in de Noord-Ierse stad Derry een vreedzame betoging plaats voor burgerrechten. Aan het einde van die betoging openden Britse soldaten het vuur op ongewapende demonstranten. Dertien mensen werden die dag doodgeschoten; een veertiende slachtoffer overleed enkele maanden later aan zijn verwondingen. In totaal werden minstens 26 mensen door kogels geraakt, velen van hen raakten zwaar gewond.
Onder de dodelijke slachtoffers bevonden zich vooral jonge mannen; de jongste was 17 jaar oud. Verschillende slachtoffers werden op laffe wijze in de rug of in het achterhoofd geschoten, sommigen terwijl zij probeerden weg te vluchten of anderen te helpen.
De soldaten behoorden tot het 1ste Bataljon van het Parachute Regiment, onder bevel van luitenant-kolonel Derek Wilford. De latere Saville Inquiry stelde vast dat alle slachtoffers ongewapend waren en dat het gebruik van dodelijk geweld volstrekt ongerechtvaardigd was. De schietpartij vormde een keerpunt en leidde tot een verdere bloedige escalatie van het conflict in Noord-Ierland.
Het duurde bijna veertig jaar voor de Britse autoriteiten hun verantwoordelijkheid erkenden. Pas in 2010 bood de Britse premier David Cameron, namens de Britse regering, officieel excuses aan voor de dood van veertien onschuldige mensen en voor het onrecht dat hun families was aangedaan.
Ik was toen zelf net geen zeventien jaar oud, dezelfde leeftijd als het jongste slachtoffer. Deze gebeurtenissen hebben een diepe indruk op mij nagelaten en mijn engagement in de strijd van de volkeren blijvend beïnvloed.
30.01.2026