Op 6 mei 1758 wordt in de Artesische hoofdstad Atrecht de latere revolutionaire leider en Jacobijn Maximilien de Robespierre geboren. Zijn voornaam lijkt te wijzen op Habsburgse voorkeuren bij zijn ouders. De familie behoorde niet tot de adel, maar telde wel verschillende advocaten. Dat bevestigt dat de Franse Revolutie niet werd gedragen door proletariërs, maar door hoogopgeleide jongeren uit de gegoede burgerij. De naam Robespierre verwijst vermoedelijk naar het bekken van Leie en Schelde, waar het riviertje L’Espierre (de Spiere) stroomt.
Reeds tijdens zijn jaren in Atrecht, als beginnend advocaat, valt zijn lidmaatschap op van de Rosati, een in 1778 opgerichte vereniging die tot op vandaag bestaat en zich in een mondaine sfeer bezighoudt met literatuur en filosofie. De Rosati hebben bovendien een regionalistische inslag: veelzeggend is dat de naam “Rosati” een anagram vormt van “Artois”, oftewel Artesië.
Even opmerkelijk zijn enkele jeugdvrienden en relaties van Robespierre uit zijn Atrechtse periode:
7 MEI
Omdat ik uit mijn dagklapper citeer, wil ik de lezer ook niet onthouden wat ik noteerde bij de naam Robespierre op de daaropvolgende dag, 7 mei 1794. Toen verklaarde hij namens het Comité de Salut Public:
Eerst een staaltje van revolutionaire zelfoverschatting:
“Het Franse volk lijkt de rest van de mensheid tweeduizend jaar vooruit te zijn; men zou zelfs geneigd zijn het te beschouwen als een aparte soort.”
Daarna een vaak vergeten voorbeeld van revolutionaire radicaliteit: hij pleitte voor het afbreken van alle kerktorens,
“die door hun verhevenheid boven de andere gebouwen de beginselen van gelijkheid lijken tegen te spreken.”
SLOT
Artesië als broeinest van revolutionaire terreur: geen toeval, maar een historische samenloop van vriendschap, ambitie, ideeën en macht.
06.05.2026