WIDOPEDIA
Een blog over Frans-Vlaanderen, de Nederlanden en Europa
Wido Bourel

Meest recente berichten
Archieven
Kernwoorden

Pruisen

Pruisen moest verdwijnen maar de Pruisische geest keerde terug

Met Wet nr. 46 van 25 februari 1945 hief de Geallieerde Controleraad de staat Pruisen formeel op. Daarmee werd een politieke macht ontbonden die eeuwenlang een beslissende rol had gespeeld in de Duitse en Europese geschiedenis. In geallieerde ogen gold Pruisen als de bakermat van het militarisme dat tot twee wereldoorlogen had geleid (zoals Winston Churchill het scherp formuleerde: “the root of the evil”).

Nog vóór deze officiële opheffing had Pruisen zijn oostelijke gebieden verloren. Silezië en Oost-Pruisen, met als historische hoofdstad Koningsbergen (het huidige Kaliningrad), kwamen na de vastlegging van de Oder-Neissegrens onder Pools en Sovjetbestuur. Het resterende grondgebied werd opgesplitst en geïntegreerd in verschillende nieuw gevormde Duitse deelstaten.

De ineenstorting van nazi-Duitsland ging in deze regio’s gepaard met grootschalig geweld tegen de Duitse burgerbevolking. Tijdens de opmars van het Rode Leger werden honderdduizenden burgers gedood, verkracht of naar het westen verdreven. Deze dramatische volksverhuizing voltrok zich in een klimaat van vergelding en chaos.

Ook het communistische regime van de Duitse Democratische Republiek probeerde aanvankelijk alle zichtbare herinneringen aan Pruisen uit te wissen. Monumenten verdwenen uit het straatbeeld en het Pruisische verleden werd officieel voorgesteld als reactionair en militaristisch erfgoed dat niet paste binnen de socialistische staat.

Toch voltrok zich in de jaren zeventig en tachtig een opmerkelijke wending. In beide Duitslanden ontstond een zogeheten ‘Preussenwelle’: een hernieuwde belangstelling voor het Pruisische verleden en een debat over de zogenoemde Pruisische deugden — bescheidenheid, discipline, plichtsgetrouwheid, zelfopoffering, tolerantie voor minderheden, sociale rechtvaardigheid, kwaliteitsvol onderwijs en een integere bureaucratie.

Aan de andere zijde van het IJzeren Gordijn liet ook Genosse partijvoorzitter Erich Honecker zich in Oost-Duitsland niet onbetuigd. Onder zijn bewind werd het ruiterstandbeeld van Frederik de Grote gerestaureerd en opnieuw geplaatst aan Unter den Linden in Oost-Berlijn.

Die opmerkelijke rehabilitatie werd ideologisch onderbouwd door wat men binnen het systeem formuleerde als een herwaardering van het “nationale erfgoed” (Socialistische Aneignung des nationales Erbes). In die geest klonk het dat “de geschiedenis van Pruisen tegenstrijdigheden bevat, maar ook progressieve elementen die deel uitmaken van het historische erfgoed van het Duitse volk.” Frederik werd daarbij voorgesteld als een progressieve vorst die de staat moderniseerde, het bestuur rationaliseerde en — selectief geïnterpreteerd — religieuze tolerantie bevorderde.

Zo werd Pruisen als staat in 1945 ontbonden, maar keerde de Pruisische geest decennia later, in aangepaste en ideologisch herschreven vorm, terug in het verdeelde Duitsland.

Gepubliceerd

25.02.2026

Kernwoorden
Reacties