WIDOPEDIA
Een blog over Frans-Vlaanderen, de Nederlanden en Europa
Wido Bourel

Meest recente berichten
Archieven
Kernwoorden

Wereldoorlog I

Het vergeten front: Een nieuw boek over de eerste wereldoorlog in Frans-Vlaanderen

Historicus Jan Huijbrechts is bijzonder productief. Met een dertigtal boeken op zijn naam is hij een vaste waarde in de militaire geschiedenis. Zijn focus ligt al jaren op de Eerste Wereldoorlog. Ook in dit nieuwe boek blijft hij dat terrein trouw.

Hij richt zich op Frans-Vlaanderen, maar kijkt breder. Ook Artesië en het zuiden van de Nederlanden komen aan bod.

De titel Het Vergeten Front is goed gekozen. Veel auteurs blijven hangen bij de bekende, bijna mythische slagvelden. Denk aan de IJzer en Ieper. Of aan Verdun en de Somme. Huijbrechts kiest bewust een andere invalshoek.

Hij brengt minder bekende strijdtonelen in beeld. Maar daarom zijn ze niet minder belangrijk. Integendeel. Ze tonen hoe de Duitse pogingen om de Noordzeehavens te bereiken en de weg naar Parijs te openen, gepaard gingen met een reeks vaak zinloze, maar altijd bloedige confrontaties.

De auteur beschrijft die operaties met kennis van zaken. Hij noemt sommige gevechten zonder omwegen wat ze waren: regelrechte fiasco’s.

Ook de burgerbevolking krijgt aandacht. Talloze dorpen werden van de kaart geveegd. De tol was zwaar. Veel burgers kwamen om. De materiële schade was enorm. Toch blijft dat aspect vaak onderbelicht.

Het boek start met een brede historische schets. Frans-Vlaanderen en Artesië blijken al eeuwenlang een grensgebied onder druk. Van de middeleeuwse Franse koningen tot de negentiende eeuw: telkens opnieuw was deze regio inzet van machtspolitiek.

De auteur verwijst naar de Rijn-Alpen-Pyreneeën-doctrine. Die moest de Franse grens tot aan de Rijn verschuiven. Ook de ambities van Lodewijk XIV passen in dat plaatje.

Parijs speelde daarbij een sleutelrol. De stad ligt relatief noordelijk en is moeilijk te verdedigen. Dat verklaart mee waarom deze regio zo vaak het strijdtoneel werd. De verwoestingen in de Westhoek, Frans-Vlaanderen en Artesië waren vaak de prijs om Parijs te beschermen.

Toch had de inleiding, naar mijn gevoel, nog scherper gekund. Meer focus op het Frans-Duitse conflict en Elzas-Lotharingen had hier niet misstaan. Maar het bredere kader is begrijpelijk. Dit blijft nu eenmaal een grensregio met een lange geschiedenis.

STRIJDTONEEL

Daarna volgt het eigenlijke verhaal. Huijbrechts neemt de lezer mee langs een twintigtal strijdtonelen. Alles verloopt chronologisch.

Hij begint bij de ‘race naar de zee’ in het najaar van 1914. Dat is nog een bewegingsoorlog. Maar die loopt vrij snel vast. De oorlog verandert in een statische loopgravenoorlog.

Wat volgt, zijn tal van offensieven. Vaak zonder veel succes. Ze spelen zich af op de heuvelruggen tussen de mijnstreek en Artesië. Het verloop doet denken aan de processie van Echternach: moeizaam, traag en tegen een hoge prijs.

Het menselijke leed is enorm. De verliezen zijn dat ook.

Het verhaal eindigt in 1918. Met het Duitse lenteoffensief — de Kaiserslacht. En met het geallieerde eindoffensief in de laatste honderd dagen.

Huijbrechts heeft oog voor detail. Hij schrijft over soldaten en materiaal. Over strategie, maar ook over mensen. Hij doorspekt zijn verhaal met weetjes en anekdotes. Dat maakt het geheel levendig en goed leesbaar.

HANDIGE REISGIDS

Het boek is meer dan een historisch overzicht. Het wil ook een praktische gids zijn. Een gids langs monumenten en militaire begraafplaatsen.

Dat maakt het bijzonder bruikbaar. Zeker voor wie de streek zelf wil bezoeken.

De oorlog bracht hier ongewild de hele wereld samen. Dat zie je vandaag nog altijd.

Zo is er een Indisch monument en kerkhof in Neuve-Église. In Richebourg liggen Portugese militairen. Canadese begraafplaatsen vind je op meerdere plaatsen, onder meer in Festubert.

Er zijn ook minder bekende sites. In Neuville-Saint-Vaast ligt een Tsjecho-Slowaaks monument. In de buurt staat een Pools monument. In Atrecht worden Schotten en Zuid-Afrikanen herdacht bij het Memorial of the Missing.

Indrukwekkend is ook Notre-Dame-de-Lorette. Dat is een van de grootste militaire begraafplaatsen van Frankrijk. Meer dan 20.000 graven liggen er. Daarnaast zijn er nog massagraven met duizenden gesneuvelden.

Ook de Duitse verliezen zijn enorm. Op Frans grondgebied sneuvelden naar schatting 930.000 Duitse soldaten. Een van de grootste Duitse begraafplaatsen ligt in Neuville-Saint-Vaast. Daar liggen ongeveer 39.000 soldaten begraven. Daarnaast is er een massagraf met meer dan 8.000 doden.

De auteur heeft ook aandacht voor persoonlijke verhalen. Bekend en minder bekend.

Zo is er John (“Jack”), de zoon van Rudyard Kipling. Of Paul Mauk, mogelijk een van de jongste Duitse gesneuvelden. En in Hazebroek ligt second lieutenant Edwin Herman Benneth. Op zijn graf staat eenvoudig: “One of the Brave”.

AANRADER

Ik wil niet muggenziften: de auteur is niet altijd consequent in het gebruik van Nederlandstalige plaatsnamen. En zijn visie op een mogelijke heropleving van het Vlaams in de streek voelt wat optimistisch.

Maar dat zijn details.

Dit boek biedt vooral een rijk en toegankelijk overzicht van minder bekende slagvelden en plaatsen van herinnering. En het is tegelijk een praktische gids voor wie deze plaatsen zelf wil bezoeken.

Een aanrader dus. Voor wie Frans-Vlaanderen en de Franse Nederlanden beter wil begrijpen. En voor wie de vele herdenkingsplaatsen zelf wil ontdekken.

“Het Vergeten Front. De Eerste Wereldoorlog in Frans-Vlaanderen” van Jan Huijbrechts is uitgegeven bij Polemos en verkrijgbaar in de boekhandel.

Gepubliceerd

14.04.2026

Kernwoorden
Reacties

Duitse lentefoffensief: apocalyps in de Westhoek

Het Duitse lenteoffensief van april 1918 in de Westhoek maakt deel uit van de Kaiserschlacht, de laatste grote poging van Duitsland om de oorlog in het westen te winnen vóórdat Amerikaanse troepen massaal arriveerden. Het doel was meer bepaald de havens van Duinkerke en Kales in handen te nemen.

Op 11 april 1918 kwam de Duitse keizer Wilhelm II persoonlijk naar het front. Hij moest onverwacht halt houden in het grensstadje Wervik: er waren een eindje verder vliegtuigbommen gemeld en de weg was dus niet veilig verklaard.

Twee dagen later, op 13 april, werd de verplichte evacuatie bevolen voor de inwoners van het dorp Dranouter. Voor de mensen uit Loker, Westouter en Reningelst was het vertrek nog niet verplicht, maar wel sterk aanbevolen.

Op dezelfde dag begint de zogenaamde Slag van Hazebroek, lokaal zo genoemd en te situeren als een episode binnen de Slag aan de Leie: de Duitsers slagen erin een bres te slaan in de Britse verdedigingslinies. Het duurt nog een paar lange dagen om de Duitse troepen uiteindelijk en met moeite tot staan te brengen.

Maar de Duitsers tegenhouden lukt niet overal: op 14 april worden de Britten door Duitse troepen verjaagd uit Nieuwkerke. De gevechten zijn fel: men telt ongeveer 140 doden aan beide zijden samen.

Op 16 april begint de slag om de Kemmelberg, voorheen een idyllische, beboste plek bezaaid met prachtige lentebloemen; na dagen van strijd wordt ze omgewoeld tot een apocalyptisch landschap van versplinterde boomstammen en vervuilde lucht, waar duizenden de dood vinden. De heuvel wordt uiteindelijk op 25 april door de Duitsers ingenomen.

Het is in die periode dat, in alle gemeenten tussen Armentiers en Kaaster waar het front zich moeizaam verplaatst, plaatsen als Belle en Meteren voor meer dan 98% van de kaart worden geveegd—een verwoesting die vandaag nog zichtbaar is in het straatbeeld, waar vrijwel alle huizen en gebouwen dateren van na de oorlog. Andere gemeenten, zoals Vleteren en Kaaster, ondergaan zware beschadigingen door de met zwaar geschut bewapende antagonisten.

En de Duitse keizer? Op 18 april meldt Stijn Streuvels in zijn dagboek dat hij in Adegem wordt gesignaleerd, samen met zijn staf, geleid door de generaals Erich Ludendorff en Paul von Hindenburg. Daar zou hij zijn blijde intrede in de  totaal verwoeste stad Ieper hebben voorbereid—een intrede die nooit heeft plaatsgevonden.

Gepubliceerd

11.04.2026

Kernwoorden
Reacties

De slag bij Neuve Chapelle: een  tactisch succes maar een strategische mislukking

Op 10 maart 1915, tijdens de Eerste Wereldoorlog, lanceren Britse troepen hun eerste grote offensief aan het Westfront bij het dorp Neuve-Chapelle in Frans-Vlaanderen (tussen de steden Armentières en La Bassée), ten zuiden van de Ieperboog. Het doel van de Britse bevelhebber Douglas Haig is ambitieus: een doorbraak forceren in de Duitse linies en oprukken richting de hoger gelegen Aubers Ridge, om zo de weg naar de belangrijke stad Rijsel te bedreigen.

De aanval is het resultaat van een zeer zorgvuldige voorbereiding met nieuwe methodes: concentratie van het artillerievuur op één punt en daarna op een volgend doelwit, alles met chronometerprecisie. Er wordt ook voor het eerst op grote schaal gebruikgemaakt van gedetailleerde kaarten waarop de te veroveren objectieven zijn aangeduid.

De aanval begint met een korte maar bijzonder hevige artilleriebeschieting. In amper 35 minuten vuren 530 Britse kanonnen een enorme hoeveelheid granaten af op de Duitse stellingen. Verslagen maken later melding van gemiddeld 400 schoten per kanon, goed voor meer dan 216.000 granaten in totaal. Daarna stormen Britse en vooral Indiase troepen vooruit. Het verrassingseffect werkt: het dorp Neuve-Chapelle wordt al na enkele uren ingenomen en de Britten boeken een terreinwinst van ongeveer twee vierkante kilometer.

Onder de aanvallers bevinden zich ook eenheden van het Brits-Indische leger. Soldaten van de Garhwal Rifles vechten zich met bajonet en handgranaten door de Duitse loopgraven, vaak in man-tegen-mangevechten. Hun aanval draagt bij tot de snelle inname van het dorp, maar ook zij betalen daarvoor een zware prijs.

Het succes blijkt echter van korte duur. Slechte communicatie, een tekort aan munitie en snelle Duitse versterkingen maken het onmogelijk om de doorbraak uit te buiten. Bovendien worden tijdens de aanval veel telefoonlijnen door het artillerievuur vernield, waardoor bevelen en informatie het front vaak niet meer bereiken. Dat leidt tot verwarring en vertraagt de Britse opmars op een cruciaal moment.

De slag duurt uiteindelijk tot 13 maart en kost meer dan 13.000 Britse slachtoffers, waaronder meer dan 5.000 Indiase soldaten. Het kleine stukje veroverde terrein staat in schril contrast met het enorme menselijke verlies.

Neuve-Chapelle wordt zo een vroeg voorbeeld van het beulenwerk van de loopgravenoorlog: frontale aanvallen die soms lokaal succes opleveren, maar strategisch weinig veranderen en duizenden levens kosten.

In het nabije Richebourg, op ongeveer 20 km ten zuidwesten van Rijsel, eert een monument de 4.847 Indiase soldaten die hun leven lieten in Frankrijk en die geen gekend graf kregen. Het monument werd in 1927 ingehuldigd en is één van de belangrijkste gedenkplaatsen voor Indiase soldaten die aan het Westfront vochten.

Gepubliceerd

10.03.2026

Kernwoorden
Reacties

Een Schotse  verpleegster brutaal verminkt?

Op 16 september 1914 verscheen in de Britse pers een sensationeel bericht over een gruweldaad die zich in het Belgische Vilvoorde zou hebben afgespeeld. Volgens het verhaal was Grace Hume, een Schotse verpleegster, op afschuwelijke wijze vermoord door Duitse soldaten.

De pers meldde dat haar borsten waren afgesneden door ‘wilde’ Duitse militairen, waarna ze doodbloedde op de vloer van het ziekenhuis waar ze als frontverpleegster werkzaam zou zijn geweest. In de dagen die volgden, doken steeds meer gruwelijke details op, onder meer met vermeende ooggetuigenverslagen.

Even later bleek echter dat het hele verhaal verzonnen was. Grace Hume was nooit in Vilvoorde geweest en verkeerde in uitstekende gezondheid. Op 28 december 1914 verscheen haar zeventienjarige zus, Kate Hume, voor het Hooggerechtshof in Edinburgh. Ze werd aangeklaagd voor het publiceren van twee vervalste brieven in een lokale krant.

De eerste brief, zogenaamd geschreven door Grace zelf, was een afscheidsbrief vanop haar sterfbed. De tweede kwam ogenschijnlijk van haar fictieve collega Mullard en beschreef in detail hoe Grace aan haar vreselijke einde was gekomen.

Er is weinig veranderd onder de zon: zowel toen als nu blijken feiten vaak niet te kloppen en ondergeschikt te zijn aan de sensatie van het moment.

Gepubliceerd

16.09.2025

Kernwoorden
Reacties

Mijn artikel in’ Schapnel’: de schrijver Celine in de Westhoek

Het driemaandelijkse tijdschrift Schrapnel, gespecialiseerd in de Eerste Wereldoorlog, publiceert in haar jongste nummer (derde kwartaal 2025) mijn artikel over de beroemde en omstreden Franse auteur Ferdinand Céline.

Enkele jaren geleden werden omvangrijke, verloren gewaande manuscripten van Céline opnieuw ontdekt. De Franse uitgeverij Gallimard vond deze teksten interessant genoeg om ze opnieuw en met succes uit te geven.

Mijn artikel gaat over het eerste deel, dat onder de titel “Guerre” verscheen en zich afspeelt in de Westhoek. Het verhaal van Céline is gebaseerd op zijn ervaringen als soldaat aan het front, tijdens de slag bij Ieper. Hij raakte zwaar gewond tijdens gevechten in Passendale en werd verzorgd achter het front, in het Frans-Vlaamse stadje Hazebroek. Daar werd hij zelfs even verliefd op een verpleegster.

Schrapnel wordt uitgegeven door de vereniging ‘Western Front Association’. In dit nummer lees je naast artikelen over de Eerste Wereldoorlog ook teksten over de Italiaanse futuristen tijdens de oorlog, over Charles Maurras, de Armeense genocide, en meer.

De tekst die in Schrapnel is verschenen, kun je ook volledig lezen op https://www.widopedia.eu/?s=CELINE&submit=Zoeken

Gepubliceerd

09.09.2025

Kernwoorden
Reacties

Gas als oorlogswapen: wie gebruikte het als eerste?

Op 23 augustus 1914 gebruikten de Fransen voor het eerst gasgranaten als wapen in een oorlogsconflict. De beslissing om gas als wapen in te zetten, werd genomen door de Franse generaal, later Maarschalk Joseph Joffre. Gas werd ook effectief ingezet tijdens de tweede slag om de stad Mülhausen (Mulhouse) in de Elzas. Reeds in 1905 was een Franse geheime commissie opgericht om te bepalen welke chemische stoffen geschikt waren voor gebruik in een militair kader.

De Duitsers waren verrast door deze aanval. Als reactie gaven ze de Duitse-Joodse chemicus Fritz Haber de opdracht om gifgas te ontwikkelen. Haber ontwikkelde eerst chloorgas, dat al in april 1915 in Ieper werd ingezet. Volgens de fel overdreven cijfers van de geallieerde propaganda stierven bij die eerste gasaanval 5.000 soldaten onmiddellijk, en nog eens 10.000 werden getroffen door het chloorgas. Tegenwoordig worden deze cijfers door onderzoekers genuanceerder weergegeven: ongeveer 1.000 tot 1.200 doden en 2.500 tot 3.000 gewonden. Hoe dan ook, het waren duizenden doden en gewonden te veel.

Haber was ook verantwoordelijk voor de productie van mosterdgas (Yperiet), dat vanaf 1917 in de Westhoek werd ingezet. Hij werd door de geallieerden als oorlogsmisdadiger beschouwd, volgens de afspraken tijdens de Vredesconferentie van Den Haag. Haber vluchtte tijdelijk naar Zwitserland, maar werd verder nooit vervolgd.

Opmerkelijk is dat zijn oorlogsactiviteiten geen obstakel vormden om in 1918 de Nobelprijs voor chemie voor zijn onderzoek rond de synthese van ammoniak in ontvangst te nemen. Haber overleed in 1934.

Joffre, de pionier van de inzet van gas aan het front, werd uiteraard nooit als potentiële oorlogsmisdadiger genoemd, maar beschouwd als een held van de Franse geschiedenis. Hij overleed in 1931. ‘De geschiedenis wordt geschreven door de overwinnaars’ is volgens sommigen een bekende uitspraak van Georges Orwell, terwijl anderen die toeschrijven aan Winston Churchill.

Gepubliceerd

23.08.2025

Kernwoorden
Reacties

De zwarte hand, Frankrijk en Wereldoorlog één.

29 juni 1914. We zijn één dag na de moord op Aartshertog Franz Ferdinand en zijn vrouw Sophie Chotek in Sarajevo. Hun moordenaar Gravilo Princip verklaart dat hij geen enkele medeplichtige had. Hij voegde er aan toe dat zijn daad niet was uitgevoerd op vraag, of met medeweten van de Servische autoriteiten.

Toch was de gekozen datum voor de aanslag geen toeval. Op 28 juni vieren de Serviërs een belangrijke feestdag, Vidovdan. Dat is de feestdag van Sveti Vit, een orthodoxe heilige die liever de marteldood stierf dan aan zijn geloof te verzaken.

In zijn boek ‘Over die oorlog’ heeft germanist en historicus Luc Vanacker het verder over ‘het puzzelstukje dat in de meeste ontstaansgeschiedenissen van de Eerste Wereldoorlog ontbreekt’. Reeds in januari 1914 vergaderden leden van Jong-Bosnië, ‘Mlada Bosna’ in het Servisch, in de Franse stad Toulouse. De aanslag op de Oostenrijkse-Hongaarse kroonprins werd dus in Zuid-Frankrijk besproken en voorbereid. ‘Dan al werd de naam Princip naar voor geschoven”, aldus Vanacker.

Gavrilo Princip (1894-1918), was lid van de geheime Bosnische-Servische nationalistische beweging de Zwarte Hand ( Servisch: ‘Crba Ruka’). Deze samenzwerende groepering, in Toulouse aangeduid om de klus te klaren, was in Servië niet toevallig gekend als ‘zij die Frans spreken’. Haar doel was alle Serven onder één land te verenigen.

De nauwe banden tussen Servië en Frankrijk dateren uit de negentiende eeuw. Duizenden Franse studenten studeerden voor Wereldoorlog I in Belgrado. Ik laat Luc Vanacker nogmaals aan het woord: ‘sinds 1911 bestond er een Franse ‘Office central des nationalités’ dat via vrijmetselaarsloges contact hield met de radicalen in Servië’. ‘Servië was het meest francofiele land ter wereld’ bevestigt de Servische historicus en diplomaat D. T. Batakovic.

75 jaar later, tijdens de Bosnische oorlog in 1992-1995, zullen sommige Fransen nog nadrukkelijk de Servische kant kiezen.

Gepubliceerd

29.06.2025

Kernwoorden
Reacties

Miljoenen en nog miljoenen soldaten

Begin juni 1914, geen twee maanden voor het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog, verscheen in de Britse krant The Times een overzicht van de troepensterkte van de verschillende Europese landen.

Het Duitse leger voorzag dat het tegen 1915 over ongeveer 5,4 miljoen soldaten zou beschikken. Frankrijk had de driejarige dienstplicht ingevoerd en telde 3,5 miljoen manschappen. Parijs geloofde nog steeds in negentiende-eeuwse verdedigingstechnieken en versterkte de grenzen met Duitsland. Dat de Duitsers ook via België zouden kunnen en willen binnenvallen was bij de Franse militaire leiding geen optie.

Rusland kon in 1914 ‘maar’ 1,7 miljoen eenheden mobiliseren, maar het maakte zich sterk dat dit snel kon groeien tot ongeveer 6,5 miljoen manschappen. Oostenrijk-Hongarije en Italië waren bezig met het versterken van hun militaire vloot. Zweden, Nederland, België en de Balkanlanden gaven meer geld uit aan militaire zaken.

De redacteur van The Times was vooral bezorgd omdat Groot-Brittannië zelf geen bijkomende initiatieven nam en de Britse landmacht aan de kant bleef staan. De Britten genoten blijkbaar van de voordelen van de Entente met grote militaire mogendheden, maar waren (nog) niet van plan extra inspanningen te leveren. Het was nog allemaal in de beginfase.

Elke gelijkenis met de huidige situatie in Europa is geen louter toeval.

Gepubliceerd

02.06.2025

Kernwoorden
Reacties

Wie is verantwoordelijk voor de Eerste Wereldoorlog?

Frankrijk, een puzzelstuk dat ontbrak

Lees het artikel ook op Doorbraak: https://doorbraak.be/recensies/wie-is-verantwoordelijk-voor-de-eerste-wereldoorlog/

‘De tijd van de grote debatten over de oorzaak van de Eerste Wereldoorlog is voorbij,’ schreef de Duitse historicus Oliver Janz in 2013. Niets is minder waar, antwoordt Luc Vanacker, germanist en historicus gespecialiseerd in de Eerste Wereldoorlog. In het boekje Over die oorlog dat onopgemerkt voorbijging tussen het luidruchtig klaroengeschal van de vele publicaties over het eind van de Eerste Wereldoorlog, stelt Vanacker de stoute vraag: is Duitsland alleen verantwoordelijk voor, en schuldig aan Wereldoorlog I?

De Zwarte Hand

Luc Vanacker vertelt ons over wat hij noemt het ‘puzzelstukje dat in de meeste ontstaansgeschiedenissen van de Eerste Wereldoorlog ontbreekt’. In januari 1914 vergaderen leden van Jong-Bosnië, Mlada Bosna in het Servisch, in de Occitaanse stad Toulouse. De aanslag op de Oostenrijks-Hongaarse kroonprins Frans Ferdinand werd dus in Zuid-Frankrijk besproken en voorbereid. ‘Dan al werd de naam Princip naar voor geschoven,’ voegt Vanacker er nog aan toe.

‘doel was alle Serven onder één land te verenigen’

Gavrilo Princip (1894-1918), die de aanslag zou plegen, was lid van de geheime Bosnisch-Servische nationalistische beweging de Zwarte Hand (Servisch: Crna Ruka). Deze samenzwerende groepering, in Toulouse aangeduid om de klus te klaren, was in Servië gekend als ‘zij die Frans spreken’. Haar doel was alle Serven onder één land te verenigen. Zes maanden voor de aanslag in Sarajevo op 28 juni 1914 was de zaak al grondig voorbereid. De Russen zouden voor Belgische wapens zorgen.

Ook de gekozen datum was geen toeval. Op 28 juni vieren de Serviërs een belangrijke feestdag, Vidovdan. Dat is de feestdag van Sveti Vit, een orthodoxe heilige die liever de marteldood stierf dan aan zijn geloof te verzaken.

De band met Frankrijk

De nauwe banden tussen Servië en Frankrijk dateren uit de 19de eeuw. Duizenden Franse studenten studeerden voor Wereldoorlog I in Belgrado. ‘Sinds 1911 bestond er een Franse Office central des nationalités dat via de vrijmetselaarsloges contact hield met de radicalen in Servië,’ aldus Luc Vanacker. ‘Servië was het meest francofiele land ter wereld,’ bevestigt de Servische historicus en diplomaat D.T. Batakovic. 75 jaar later, tijdens de Bosnische oorlog in 1992-1995, zullen sommige Fransen nog nadrukkelijk de Servische kant kiezen.

‘Het enige land dat op executie had aangedrongen, was… Frankrijk’

Na de aanslag wilde men af van de laatste getuigen van de Zwarte Hand. In 1917 werd een proces in Thessaloniki gevoerd tegen hun leider, Dragutin T. Dimitrijevic, bijgenaamd Apis. In ruil voor de vrijspraak moest hij de volle verantwoordelijkheid van de aanslag op zich te nemen. Hij deed dat, maar werd alsnog geëxecuteerd. Het enige land dat op executie had aangedrongen, was… Frankrijk. ‘Hebben wij hier te maken met een opdrachtgever die zijn belangrijke uitvoerders het zwijgen wil opleggen,’ vraagt Vanacker.

Een wereldoorlog voor Elzas-Lotharingen?

Luc Vanacker vervolgt: ‘Wie kon het beter weten dan de Serviërs die na de oorlog Poincaré als de aanstichter van de oorlog bestempelden?’ Raymond Poincaré (1860-1934), was de president van de Franse Republiek ten tijde van de Eerste Wereldoorlog. Hij was geboren te Bar-le-Duc in Lotharingen.  Samen met de Elzas was Lotharingen door de Duitsers op Frankrijk teruggenomen na de Frans-Duitse oorlog van 1870-71. De haat tegen Duitsland voor het verlies van Elzas en Lotharingen en de revanchegedachte zou Poincaré heel zijn politieke leven kenmerken. Een anekdote die veel zegt over de gevoelens van de man: de hond van Poincaré heette ‘Bismarck’.

Nu Elzas en Lotharingen de beschaving hadden moeten achterlaten voor de barbarij was de hele Franse politiek tussen 1871 en 1918 er op gericht om de herinnering aan het verloren gebied levendig te houden. In alle scholen hing een kaart van Frankrijk, met een blinde vlek voor Elzas-Lotharingen. Alle Franse leerlingen leerden het liedje:

Vous n’aurez pas l’Alsace et la Lorraine,
Et malgré vous nous resterons Français.

Het revanchisme en de herovering van Elzas-Lotharingen was voor elke jonge Fransman een schoolvak op zich. Elke morgen deed de Franse schoolgaande jeugd schietoefeningen op de speelplaats.

De mening van de Britse premier

Om Elzas-Lotharingen terug te nemen met eigen kracht was Frankrijk te zwak. Poincaré werkte daarom ijverig aan de alliantie met Rusland, traditionele bondgenoot van de Serviërs. Groot-Brittannië, de andere bondgenoot, geloofde in 1914 nog in een defensieve houding van Frankrijk. Enkele decennia later klonk David Lloyd Georges, de Britse premier van toen, helemaal anders. Volgens hem subsidieerde Poincaré de bewapening van Polen en Tsjechoslowakije, moedigde de opstand aan in het Saarland en bestreed elke poging tot versoepeling van de maatregelen tegen Duitsland. Luc Vanacker citeert Lloyd Georges in 1938: ‘Hij (Poincaré) is de ware schepper van het moderne Duitsland met zijn groeiende bewapening en als dit op een nieuw conflict zou uitlopen, dan zal de ramp te wijten zijn aan Poincaré’.

‘leugens en desinformatie van de zomer 1914’

Artikel 231 van het verdrag van Versailles stelt Duitsland alleen verantwoordelijk en dus schuldig voor alle schade wegens het op gang brengen van de oorlog. We weten vandaag de dag dat dit flagrant onjuist is. In een boek dat in 2003 verscheen* heeft de Franse historicus en verzetsstrijder Léon Schirmann het over ‘de leugens en desinformatie van de zomer 1914‘. Niet Oostenrijk-Hongarije, bondgenoot van Duitsland nam het initiatief van de oorlog.  Maar wel Rusland, opgehitst door de Franse regering en door een bezoek van Poincaré die Duitsland op twee fronten wilde aanvallen. Luc Vanacker stelt terecht dat het voor Frankrijk in juli 1914 niet meer ging ‘om “defensief patriottisme”, maar om “offensief nationalisme”‘.

De gevolgen

De revanchistische politiek van Frankrijk zal heel Europa definitief destabiliseren. Duitsland wordt als grootmacht vernederd, Oostenrijk-Hongarije verdwijnt van de kaart als draaischijf van Europa, en het Ottomaanse rijk wordt ontmanteld. Deze periode ziet ook de overwinning van het communisme, de opkomst van het nazisme, en van Amerika als grootmacht.

De conclusie laat Luc Vanacker aan de non-conformistische Franse schrijver Alfred Fabre Luce (1899-1983): ‘Duitsland en Oostenrijk-Hongarije hebben daden gesteld die de oorlog mogelijk maakten, de Triple Entente heeft die gesteld die hen zeker maakten’. Dat is dan zeer diplomatisch uitgedrukt. Het boek Over die oorlog van Luc Vanacker toont aan dat een ontbrekend stuk van de puzzel Frankrijk heet.

*Léon Schirmann/ Eté 1914: Mensonges et désinformation. Comment on « vend » une guerre/ Italiques, 2003

Gepubliceerd

28.06.2020

Kernwoorden
Reacties
Axel Collee
28.04.2024 - 16:06

En voor de tweede wereldoorlog hetzelfde liedje !

Beantwoorden