Op 31 maart 1887 wordt de schrijver, dichter en politiek essayist Charles Leconte de Lisle (1818–1894) opgenomen in de Franse Academie. Hij neemt de plaats in van Victor Hugo en wordt verwelkomd door diens zoon.
Leconte de Lisle geldt als een van de hoofdfiguren van de zogenoemde Parnassiens, een dichtersbeweging die zich afzette tegen de emotionaliteit van de romantiek en een meer afstandelijke, vormgerichte poëzie nastreefde. In de lijn van en geïnspireerd door Théophile Gautier ontwikkelde deze stroming een esthetiek waarin kunst om de kunst centraal stond. De naam van de beweging verwijst in de eerste plaats naar de Parnassus, de Oud-Griekse berg van de goden en de muzen, gewijd aan Apollo en symbool voor de poëzie. Eerder anekdotisch werd die naam later ook verbonden met Montparnasse in Parijs, de wijk waar verschillende dichters uit de kring zich vestigden.
Leconte de Lisle werd geboren op het eiland La Réunion, waar zijn vader plantage-eigenaar was. Via zijn vader had zijn familie echter Bretonse wortels. Toen hij naar Frankrijk kwam om te studeren, vormde Bretagne dan ook zijn eerste houvast.
Zijn sociale afkomst weerhield hem er niet van zich in zijn jonge jaren in te zetten voor republikeinse en sociale kwesties. Hij verzette zich tegen de slavernij en uitte scherpe kritiek op de geïndustrialiseerde wereld, evenals op de religieuze dogma’s en de bourgeoismentaliteit van zijn tijd. Later evolueerde zijn houding echter naar een meer afstandelijke en pessimistische visie op mens en maatschappij, wat ook in zijn poëzie doorklinkt.
Om de decadente moderniteit van de negentiende eeuw aan te klagen, schreef hij onder meer gedichten zoals dit Aux Modernes, dat opmerkelijk scherp en nog steeds herkenbaar is:
Aux modernes
Vous vivez lâchement, sans rêve, sans dessein,
Plus vieux, plus décrépits que la terre inféconde.
Châtrés dès le berceau par le siècle assassin
De toute passion vigoureuse et profonde.
Votre cervelle est vide autant que votre sein,
Et vous avez souillé ce misérable monde
D’un sang si corrompu, d’un souffle si malsain,
Que la mort germe seule en cette boue immonde.
Hommes, tueurs de dieux, les temps ne sont pas loin
Où, sur un grand tas d’or vautrés dans quelque coin,
Ayant rongé le sol nourricier jusqu’aux roches,
Ne sachant faire rien ni des jours ni des nuits,
Noyés dans le néant des suprêmes ennuis,
Vous mourrez bêtement en emplissant vos poches.
Charles Leconte de Lisle, Poèmes barbares, 1862 (Gallimard, « Collection Poésie », 1985)
En hier nog poging om deze tekst te vertalen in het Nederlands:
Aan de modernen
Jullie leven laf, zonder droom, zonder doel,
Ouder, meer afgeleefd dan onvruchtbare aarde.
Van bij de wieg gecastreerd door de moordende eeuw
Van elke krachtige en diepe hartstocht.
Jullie geest is even leeg als jullie borst,
En jullie hebben deze ellendige wereld bezoedeld
Met zo bedorven bloed, met zo’n slechte adem,
Dat enkel de dood kiemt in deze walgelijke modder.
Mensen, doders van goden, de tijd is nabij
Dat jullie, op een hoop goud liggend in een hoek,
De voedende grond tot op de rotsen hebben kaalgevreten,
Niet meer wetend wat te doen met dagen noch nachten,
Verdronken in het niets van het hoogste vervelen,
Dwaas zullen sterven, de zakken nog vullend.
31.03.2026