WIDOPEDIA
Een blog over Frans-Vlaanderen, de Nederlanden en Europa
Wido Bourel

Meest recente berichten
Archieven
Kernwoorden

Nederlands in Frans-Vlaanderen

Waarom het Nederlands ook een regionale taal is in Frans-Vlaanderen

Onze betreurde vriend, de taalkundige en Frans-Vlaanderenkenner Cyriel Moeyaert, heeft het in zijn vele publicaties aangetoond: tot ver in de negentiende eeuw bestond in Frans-Vlaanderen een gevestigde Nederlandse schrijftaaltraditie, en niet een schrijftaal in het gesproken Frans-Vlaams.

Dat Nederlands werd uiteraard geschreven in de soms archaïsch aandoende spelling van die tijd. Hier en daar kwamen woorden en zinswendingen uit de streektaal voor. Sommige auteurs deden ook pogingen om de gesproken taal schriftelijk weer te geven. Maar dat was niet meer of minder dan in andere Vlaamse regio’s. De geschreven taal was Nederlands.

Dat verklaart bijvoorbeeld waarom Petrus Datheen uit Kassel Nederlandse psalmen kon schrijven toen hij naar Nederland vluchtte. Het verklaart ook waarom Plancius uit Dranouter zijn kaarten en astrologische annotaties in het Nederlands kon opstellen en waarom Simon Stevin uit Brugge de Nederlandse taal kon verrijken met wiskundige en natuurkundige terminologie.

Een eeuw later zien we hetzelfde in de gedichten van de Duinkerkse dichter Michiel de Swaen, in het voorschriftboek van de Casselaar Andries Steven en zelfs in de geschreven theaterstukken van de volkse figuur Tisje Tasje.

Niets nieuws onder de zon, maar het wordt tegenwoordig wel helemaal over het hoofd gezien.

In gebieden waar een Germaanse taal werd gesproken, was de gesproken taal eeuwenlang de streektaal van de gemeenschap, terwijl de geschreven taal de standaardtaal was. Dat de standaardtaal geleidelijk ook als gesproken taal aan belang won, had veel te maken met de groeiende contacten, verplaatsingen en verhuizingen buiten de eigen gemeente en regio.

De komst van de trein vanaf het midden van de negentiende eeuw versnelde die ontwikkeling: mensen konden grotere afstanden overbruggen en kwamen daardoor steeds vaker met andere taalvarianten in contact.

In Frans-Vlaanderen speelde daarnaast nog iets anders een belangrijke rol dat naar mijn mening door veel historici over het hoofd wordt gezien.

Na de annexatie door Frankrijk bleef Frans-Vlaanderen nog lange tijd tot het bisdom Ieper behoren. Om precies te zijn: officieel tot 1801, dus meer dan 130 jaar. In de Frans-Vlaamse katholieke schoolinstellingen die van het bisdom Ieper afhingen, werd tot aan de Franse Revolutie onderwijs gegeven met hetzelfde pedagogische materiaal als bijvoorbeeld in Ieper of Veurne.

De Nederlandstalige taal- en spraakkunstboeken waren daardoor aan beide kanten van de Schreve dezelfde.

Het ‘Nieuwen Nederlandschen Voorschriftboek’ van de Casselse onderwijzer Andries Steven (ca. 1678–1747) is daarvan een bijzonder duidelijk voorbeeld. Het werk verscheen in 1714, werd meermaals herdrukt en werd zowel in Frans-Vlaanderen als in West- en Oost-Vlaanderen veelvuldig gebruikt.

Dat betekent concreet dat leerlingen in Frans-Vlaanderen binnen deze Nederlandstalige schooltraditie Nederlands leerden lezen en schrijven. Op de speelplaats spraken zij hun Frans-Vlaamse streektaal; tijdens de lessen leerden zij Nederlands.

Toegegeven, slechts een beperkte groep kinderen ging toen naar school. Maar dat was aan de andere kant van de Schreve niet anders. Dat verandert dus niets aan het feit dat het Nederlands de geschreven taal was die zij op school leerden.

Veelzeggend is bovendien de titel van Stevens boek: ‘Nieuwen Nederlandschen Voorschriftboek’. Steven, afkomstig uit Kassel, plaatste zijn schoolboek daarmee duidelijk binnen de Nederlandse schrijftaaltraditie. Dat hij elders in hetzelfde werk ook over de ‘Vlaemsche Tael’ spreekt, doet daar niets aan af: voor hem sloten beide begrippen elkaar niet uit.

Cyriel Moeyaert stelde bovendien in het Jaarboek De Franse Nederlanden (1985) vast dat Stevens taal dichter bij het toenmalige algemeen Nederlands stond dan die van bepaalde uitgaven uit dezelfde periode aan de andere kant van de Schreve.

Wie de geschiedenis van Frans-Vlaanderen en zijn taal ernstig neemt, kan dus moeilijk volhouden dat het Nederlands daar altijd een vreemde taal is geweest.

Het zou de zelfverklaarde taalkundigen en andere académiciens van het Frans-Vlaams dan ook sieren zich wat meer te interesseren voor geschiedenis in het algemeen en voor taalgeschiedenis in het bijzonder.

En van stilaan te landen bij een eenvoudige historische vaststelling:

Het Nederlands is in Frans-Vlaanderen geen ‘vreemde’ taal. Het is eeuwenlang de geschreven taal van de streek geweest.

Precies daarom is de huidige eis van bepaalde Frans-Vlaamse groepen om naast het reeds erkende Frans-Vlaams ook het Nederlands als regionale taal te erkennen.

Het Frans-Vlaams en het Nederlands hebben in de geschiedenis van de streek immers een, elkaar aanvullende rol gespeeld: het Frans-Vlaams als gesproken streektaal, het Nederlands als geschreven taal.

Dat het ene vandaag erkenning geniet, nu het  zo goed als verdwenen is,  betekent niet dat het Nederlands mag worden weggeschreven. Integendeel.

Ook in de Elzas wordt het historische taalverhaal niet gereduceerd tot één taal: naast het Elzassisch bestaat er ook erkenning en bescherming van het Duits als historische taal van de regio.

Waarom zou wat daar mogelijk is, in Frans-Vlaanderen onmogelijk zijn?

Gepubliceerd

16.09.2026

Kernwoorden
Reacties