Op 12 februari 1999 overlijdt in Parijs de Vlaamse kunstenaar en schrijver Michel Seuphor. Hij werd op 20 maart 1901 in Borgerhout geboren als Ferdinand Berckelaers.
Tijdens zijn Antwerpse jaren richtte hij het tijdschrift Het Overzicht op, waarin hij uitdrukking gaf aan zijn strijdend Vlaams-nationalisme. In 1920 raakte hij aan het hoofd gewond door de sabel van een rijkswachter tijdens de Guldensporenviering van 1920, waarbij de jonge activist Herman Van den Reeck werd neergestoken en een dag later aan zijn verwondingen overleed.
Kort daarna verliet Seuphor Antwerpen voor Parijs, waar hij zich definitief vestigde. Zijn kunstenaarsnaam — een anagram van Orpheus — zou hij internationaal bekend maken.
In 1929 richtte hij samen met de Uruguayaanse kunstenaar Joaquín Torres-García de groep en het tijdschrift Cercle et Carré op, een belangrijk forum voor de internationale avant-garde van de abstracte kunst. Seuphor groeide uit tot een gezaghebbend kenner van die stroming. Zijn boek Histoire de l’art abstrait (1956) werd een standaardwerk over de ontwikkeling van de abstracte kunst. Naast schrijver en kunsthistoricus ontwikkelde hij ook een eigen oeuvre van sobere, lineaire abstracte tekeningen.
Seuphor stond bekend als een uitzonderlijk erudiet man: hij kende Sanskriet en correspondeerde met geleerden wereldwijd in het Latijn, Grieks en Hebreeuws — talen die hij verkoos boven het Engels.
Als bewonderaar van Guido Gezelle vertaalde hij diens poëzie in het Frans (1943), hoewel hij tegelijk stelde dat Gezelle eigenlijk onvertaalbaar was. Zelfs op hoge leeftijd, na meer dan een halve eeuw in Parijs, kon Seuphor nog Gezelle-gedichten uit het hoofd in het Nederlands declameren.
Hij was jarenlang bevriend met de Nederlandse schilder Piet Mondriaan. Hun vriendschap beschreef hij in Les évasions d’Olivier Trickmansholm, een roman met duidelijke autobiografische trekken.
Seuphor verwierp nooit zijn Vlaamse wortels. Hij zei ooit:
“Ik heb Antwerpen geruild voor Parijs. Maar Parijs heeft in mij nooit Gezelle gedoofd, noch Vondel, noch Paul van Ostaijen.”
En ook:
“Je suis toujours resté flamingant.” (“Ik ben altijd flamingant gebleven.”)
12.03.2026