Op 25 april 1794 dringen Franse revolutionaire troepen het dorpje Stavele binnen. Ze plunderen de plaats en voeren er een wreed schrikbewind langs de IJzer, dat aan tientallen onschuldigen het leven kost. De Franse troepen stonden onder bevel van generaal Jean‑Charles Pichegru, opperbevelhebber van het Armée du Nord.
De boerenzoon Carolus De Rache uit Stavele getuigt:
“Ik klom op een boom. Langs alle kanten zag ik niets anders dan vuur; heel Stavele stond in brand. De kerk, met haar zware eikenhouten gewelven en zolderingen, stond in laaiende vlammen. Het was een prachtig gebouw van middeleeuwse bouwtrant, met een schone beiaard, mooie klokken en allerlei kunstwerken. De ridderlijke geslachten van Stavele, vroeger verwant aan de hoogste adeldom, hadden het rijk begiftigd – niets ervan bleef gespaard! Alle hofsteden langs de IJzer en in de omgeving ondergingen hetzelfde lot. De akelige gloed werd steeds groter. Nu was het de beurt aan de abdij van Eversam en de wijk of landing van Elzendamme. Het was waarlijk een zee van vuur, wel twee uren breed. Die aanblik vervulde het hart van de arme vluchtelingen met radeloze schrik!”
Dit brute geweld liet diepe wonden na in de Westhoek. Dorpen, abdijen en hofsteden werden verwoest, en de herinnering aan die vreselijke dag leeft voort als een triest symbool van het schrikbewind van de Franse revolutionaire troepen.
25.04.2024