Op 30 juni 1974 overleed de Frans-Vlaamse dichter, dramaturg, redenaar en kunstcriticus Emmanuel Looten in ‘zijn’ stad Sint-Winoksbergen. Tijdens een verblijf in Golfe-Juan werd hij getroffen door een hartinfarct. Volgens zijn biograaf en vertaler Willy Spillebeen liet Looten zich nog naar zijn geboortestad Sint-Winoksbergen overbrengen, een autorit van ruim 1.000 kilometer. Spillebeen vermeldt dit in zijn In memoriam, gepubliceerd in 1974 in het tijdschrift Ons Erfdeel. Korte tijd na zijn aankomst overleed Looten in zijn geboortehuis. Hij werd 65 jaar oud (°1908).
Weinig gebeurtenissen illustreren de diepe verbondenheid van Emmanuel Looten met zijn geboortestad en met het Vlaamse land beter dan zijn wens om er ook te sterven. Zijn leven en zijn poëzie vielen samen. Mijn Vlaanderen – Warm Hart was niet alleen de titel van een van zijn gedichten, maar ook de kern van zijn bestaan.
Zijn teksten klonken zoals hij zelf was. Fysiek was Looten een krachtpatser. In zijn jeugd liep hij de 100 meter in 11 seconden. Hij was ook een uitstekend kogelstoter en rugbyspeler. Tijdens de Tweede Wereldoorlog engageerde hij zich als vliegenier.
Zijn hele leven combineerde hij zijn schrijverschap met het leiden van het goed draaiende familiebedrijf in ijzerwaren, samen met zijn broer.
Zijn dichtbundels gaf hij meestal in eigen beheer uit, geïllustreerd met werk van bevriende kunstenaars. Zijn poëzie bezingt de oerkracht van Vlaanderen, de ruwheid van het landschap, de grijze Noordzee en de wind van het Noorden. Vlaanderen zag hij in zijn historische dimensie, zonder staatsgrenzen. De Noordzee beschouwde hij als de poort naar de wereld, zonder ooit zijn wortels te verloochenen.
Looten schreef in het Frans, maar in een geheel eigen, haast ‘Lootense’ taal: schurend, hard, ruw en tegelijk verrassend poëtisch, zoals de ijzerwaren die hij dagelijks verkocht. Zijn woorden waren Frans, maar zijn klanken waren Vlaams. Zijn poëzie is eigenlijk onvertaalbaar, al werden er verdienstelijke vertalingen gemaakt in onder meer het Nederlands, Italiaans, Arabisch, Perzisch en Japans.
Na de Tweede Wereldoorlog werd Looten in Vlaanderen geïntroduceerd door prof. Vital Celen. Zijn vertaler Willy Spillebeen publiceerde in 1963 een boeiende studie over hem in Bladen voor de Poëzie. Ook Bert Peleman vertaalde gedichten van Looten en gaf in 1970 het tweetalige album Harte-Vlaanderen – Flandre à cœur uit.
Dat album bevat een bloemlezing van zijn mooiste, diepgewortelde gedichten: Jij Vlaanderen (“Vleselijk Vlaanderen, begijn van de humus…”), Mijn land (“Reusachtig Vlaanderen dat ik doorschrijd…”), Harte-Vlaanderen (“Korte krachtstoot, Vlaanderen de Leeuw!”) en De Schelde (“Atletische stroom die zijn kokende krachten richt op de razende zee…”).
Emmanuel Looten was bovendien bevriend met tal van beeldende kunstenaars en schrijvers, onder wie Arthur Van Hecke, Georges Mathieu, Karel Appel, Salvador Dalí, Marguerite Yourcenar, Lucio Fontana, Hisao Domoto en Yukio Mishima. Voor Mishima, die in 1970 seppuku pleegde, schreef hij een afscheidsgedicht dat ook op de Japanse televisie werd voorgelezen.
Het museum van Sint-Winoksbergen inventariseert momenteel de nalatenschap van Emmanuel Looten. Die inventarisatie moet uitmonden in een catalogus en een tentoonstelling in 2028.
Wido
30.06.2026