WIDOPEDIA
Een blog over Frans-Vlaanderen, de Nederlanden en Europa
Wido Bourel

Meest recente berichten
Archieven
Kernwoorden

Van den Driessche, Jules E.

Een vergeten bruggenbouwer: Dr. Jules  E. Van Den Driessche

Op 10 juni 1966, vandaag zestig jaar geleden, overleed in Torkonje dr. Jules E. Van den Driessche. Tijdens zijn leven groeide hij uit tot een van de meest actieve Frans-Vlamingen binnen de regionalistische beweging in Frans-Vlaanderen.

Van den Driessche studeerde rechten en werd advocaat aan de balie van Rijsel. Daarnaast was hij algemeen secretaris van de Kamer van Koophandel en Nijverheid en conservator van het museum van Torkonje. Op 25-jarige leeftijd begon hij Nederlands te studeren aan de Katholieke Universiteit van Rijsel bij prof. Renaat Despicht. In zijn geboortestad richtte hij ook een “Nederlandse Club” op, waarvan hij voorzitter werd. De vereniging organiseerde onder meer cursussen Nederlands.

Zijn naam duikt al vroeg op bij de Jeunesses Régionalistes du Nord de la France, een vereniging die in februari 1922 werd opgericht door de Rijselse regionalisten Achille Glorieux en Henry-Louis Dubly. Mede dankzij de inzet van Van den Driessche ijverde de vereniging voor de heropening van het Museum voor Schone Kunsten van Rijsel na de Eerste Wereldoorlog. Daarnaast organiseerde zij geregeld uitstappen en lezingen over het bouwkundig en artistiek erfgoed van de regio Rijsel en over markante figuren uit de geschiedenis van Frans-Vlaanderen.

Ook in Vlaanderen was Van den Driessche een gewaardeerd spreker. Tijdens het interbellum nam hij deel aan de IJzerbedevaarten en was hij aanwezig op verschillende congressen in Gent.

Als auteur schreef hij over Vlaamse kunst, literatuur en geschiedenis. Vanuit zijn beroepsactiviteiten publiceerde hij bovendien over de lokale economie, in het bijzonder de textielnijverheid, en over de handelsbetrekkingen tussen de regio Rijsel, Vlaanderen, Nederland en Zuid-Afrika. Als kenner van de textielindustrie van de regio Rijsel-Torkonje verwierf hij bovendien een reputatie als deskundige op het vlak van economische ontwikkeling en grensoverschrijdende handelsrelaties. Zijn bijdragen verschenen in tal van tijdschriften en publicaties, waaronder die van het Vlaams Verbond van Frankrijk, de voornaamste Frans-Vlaamse culturele vereniging van die periode. Hij schreef eveneens over grote namen uit de Nederlandstalige literatuur, zoals Vondel, Gezelle, Rodenbach, Timmermans, Moens en Nahon.

Na de Tweede Wereldoorlog behoorde Van den Driessche tot de eerste Frans-Vlamingen die samenwerkten met het Comité voor Frans-Vlaanderen. Hij was betrokken bij de oprichting van het tijdschrift Notre Flandre en werkte mee aan de eerste jaargangen van Ons Erfdeel.

Mensen die hem goed hebben gekend, onder wie Luc Verbeke van het Comité voor Frans-Vlaanderen en Jozef Deleu van Ons Erfdeel, beschreven hem als een bescheiden man die liever op de achtergrond bleef. Tegelijk was hij een veelzijdig denker met belangstelling voor economische, sociale, historische en politieke vraagstukken. Alles werd echter samengehouden door één centrale overtuiging: de culturele verbondenheid van de Nederlanden. Voor Van den Driessche vormden Frans-Vlaanderen, Vlaanderen en Nederland geen afzonderlijke werelden, maar delen van eenzelfde Nederlandse cultuurruimte, verbonden door geschiedenis, taal en cultuur.

Voor zijn inzet werd hij in 1961 als eerste Frans-Vlaming benoemd tot Officier in de Orde van Oranje-Nassau.

Een blijvend monument van zijn werk is zijn omvangrijke Histoire de Tourcoing, gepubliceerd in 1928. Tot vandaag geldt dit werk als een van de belangrijkste boeken over de geschiedenis van Torkonje.

Zestig jaar na zijn overlijden blijft Jules E. Van den Driessche een inspirerend voorbeeld van een Frans-Vlaming die bruggen bouwde tussen Frans-Vlaanderen, Vlaanderen en Nederland, gedreven door kennis, cultuur en een diep besef van de verbondenheid van de Nederlanden.

Gepubliceerd

10.06.2026

Kernwoorden
Reacties