Als Frans-Vlaming doe ik noch in Vlaanderen, noch in Frankrijk aan partijpolitiek. Ik ben geen lid van een partij en ben dat ook niet van plan te worden. Vrij en vrank volg ik wel alles wat Vlaams en Nederlands beweegt, ook politiek, zonder cordon sanitaire en mét een mening. En met bijzondere aandacht kijk ik naar wat mijn niet altijd even dierbare vaderland in Brussel bekokstoofd heeft sinds de oprichting van la Belgique à papa.
Jordan Bardella van het Rassemblement National – president van Frankrijk in spe? – is naar Brussel gekomen op uitnodiging van Vlaams Belang. Op zich heb ik daar geen bezwaar tegen. Dat partijen in Europa met elkaar spreken en samenwerken, lijkt me vanzelfsprekend.
Een andere vraag is hoe het programma van RN inzake talen en culturen van minderheden in Frankrijk te rijmen valt met de visie van een Vlaams-nationale partij. Het begrip nationalisme heeft een brede rug. Het Franse nationalisme van RN opent de deur naar allerlei zaken die ik mijn leven lang heb bestreden en tot mijn laatste snik zal blijven bestrijden. Daarom definieer ik mezelf, met alle respect voor mijn Vlaams-nationalistische vrienden, liever niet als nationalist. Ik heb de Franse versie van het genre van dichtbij meegemaakt en ben er voorgoed tegen ingeënt.
Ik heb enkele vragen voor Bardella. Misschien kan Tom Van Grieken ze doorgeven:
Toegegeven: de andere partijen op het Franse schaakbord lijden grotendeels aan dezelfde kwaal, op enkele uitzonderingen na. Des te meer reden om zich daarvan te onderscheiden. Wie de klucht van het Jakobijnse Frankrijk eindelijk doorbreekt, links of rechts, krijgt misschien ooit mijn stem. Maar voorlopig weet ik al dat ik waarschijnlijk thuis zal blijven.
Ik vergat nog enkele vragen.
Heeft Jordan Bardella ooit gehoord van Frans-Vlaanderen? Misschien kan Tom Van Grieken hem ook vragen of zijn partij bereid is onze eis te steunen voor degelijk onderwijs in het Nederlands in Hauts-de-France: de taal van Vlamingen én Nederlanders, van onze buren dus.
Vragen staat vrij, Tom.
12.06.2026