WIDOPEDIA
Een blog over Frans-Vlaanderen, de Nederlanden en Europa
Wido Bourel

Meest recente berichten
Archieven
Kernwoorden

Dumolyn, Jan

Van Flamenpolitik tot het langste geheugen. Mijn antwoord aan prof. Jan Dumolyn

Om 1 mei waardig te vieren schreef prof. Jan Dumolyn in De Standaard (01/05) een artikel getiteld Een eeuw strijd tegen pseudowetenschappelijke rassentheoretici. Hij haalt daarvoor historicus Henri Pirenne uit de kast, pour les besoins de la cause.

Jan vond het “flauw” dat ik in mijn veelgelezen artikel Een klootsjesvolk in een apenland (3 mei) zijn denkoefening rond Henri Pirenne vermeldde. Meer bepaald zijn verwijzing naar Pirenne in het debat over racisme en over de aanwezigheid van een zogenoemde “rassenrealist” aan de Universiteit Gent.

Goed, ik verklaar me nader:

Over de ‘pensée unique’ aan de Vlaamse universiteiten zijn de meningen vrij. Als Frans-Vlaming wil ik even kwijt dat ik verschillen tussen mensen en volkeren niet zie als een probleem, maar als een rijkdom. De ene loopt sneller, de andere schaakt beter. Sommigen hebben talent voor taal, muziek of schilderkunst. Dat kan cultureel, deels aangeleerd of biologisch bepaald zijn. Dat idee alleen maakt mij niet bang. Wat mij meer zorgen baart, is de neiging om elk gesprek hierover meteen moreel te problematiseren.

Maar goed, terug naar Pirenne. Wat heeft een Belgische mediëvist uit de vorige eeuw eigenlijk met dit debat te maken, behalve zijn status als peetvader van de Gentse historische school?

Tijdens de Eerste Wereldoorlog verzette Pirenne zich tegen de Duitse Flamenpolitik en tegen de vernederlandsing van de Gentse universiteit onder Duitse controle. Hij viel ook de zogenaamde Duitse völkische geschiedschrijving aan, die volgens hem het Duitse nationalisme en imperialisme ondersteunde. Onder meer daarom werd hij door de Duitsers opgesloten tot het einde van de oorlog.

Vandaag wordt Pirenne precies opgevoerd als een vroege bestrijder van de “Duitse rassenleer”. Dat lijkt mij historisch toch wat geforceerd. Voor en tijdens de Eerste Wereldoorlog ging het eerder om Duits nationalisme, völkisch denken en imperialistische machtspolitiek dan om de latere, uitgewerkte raciale doctrines van het nationaalsocialisme.

Mijn punt is dus niet dat Pirenne gelijk of ongelijk had in zijn verzet tegen het Duitse imperialisme van zijn tijd. Wel dat men hem vandaag inzet als moreel uithangbord in een hedendaags debat, via begrippen en schema’s die niet helemaal passen binnen zijn historische context.

Feit blijft ook dat Pirenne zich na de oorlog bleef verzetten tegen een volledig Nederlandstalige universiteit in Gent. En daar wringt het toch een beetje. Want terwijl hij het Duitse superioriteitsdenken veroordeelde, bleef hij tegelijk vasthouden aan een Belgisch model waarin het Frans de verplichte taal van cultuur, bestuur en wetenschap was.

Dat was ook een vorm van superioriteitsdenken, zij het een vorm van cultureel elitisme die voor veel Vlamingen — toch de democratische meerderheid in dit land — aanvoelde als miskenning. Pirenne was een kind van zijn tijd: een briljant historicus, maar ook een vertegenwoordiger van het Franstalige establishment, met de blinde vlekken die daarbij hoorden.

Er zit trouwens iets merkwaardigs in het feit dat een marxistisch gevormd historicus als Dumolyn uitgerekend de liberaal-Belgicistische Pirenne als bondgenoot opvoert. Maar misschien is dat minder paradoxaal dan het lijkt. Belgicisten én bepaalde universalisten delen vaak hetzelfde wantrouwen tegenover sterke nationale of culturele identiteiten zodra die politieke betekenis krijgen. Liberalen en marxisten vinden zich broederlijk terug in de wereldwijd genivelleerde homo consumens versus de arbeidende mens.

Het punt is ook dat je vijfduizend jaar prehistorie tot heden niet kan reduceren tot amper een paar decennia nationaalsocialistische visie, ook niet om je punt te maken over vermeend racisme aan de Gentse universiteit. Archeologische vondsten, maar ook de architectuur van bewoningen en boerenerven, habitat, mensen en dieren, culturele en sociale gewoonten en tradities vertellen misschien meer over onze wortels en over de eigen aard van onze “volksaard” dan wat de mazen van de netten van het historisch materialisme doorlaten.

Mensen leven nu eenmaal niet alleen van economische belangen of abstracte theorieën. Ze leven ook van herinnering, taal, cultuur en verbondenheid. Misschien moeten marxisten nog eens Nietzsche lezen, die schreef: “De mens van de toekomst is degene met het langste geheugen.”

Gepubliceerd

07.05.2026

Kernwoorden
Reacties

Cultuur en etniciteit

Prof. Jan Dumolyn zegt: “natuurlijk zijn er culturen, maar dat zijn daarom geen etnische gegevens, dat is het enige punt Wido”

Mijn antwoord:

Cultuur en etniciteit zijn niet identiek, maar ze volledig van elkaar loskoppelen is conceptueel problematisch.

Etniciteit wordt in de sociale wetenschappen doorgaans begrepen als een vorm van groepsidentiteit die mede wordt opgebouwd via gedeelde culturele kenmerken zoals taal, religie, erfgoed, tradities en sociale praktijken. In die zin is cultuur geen extern of neutraal gegeven, maar een belangrijk onderdeel van hoe etnische identificatie tot stand komt en betekenis krijgt.

Dat betekent dat cultuur en etnische identificatie vaak nauw met elkaar verbonden zijn, maar niet noodzakelijk samenvallen. In elk geval wordt etniciteit in de praktijk zelden volledig los gedacht van culturele inhoud.

De strikte scheiding tussen cultuur en etniciteit doet daarom onvoldoende recht aan de manier waarop deze begrippen in de sociale wetenschappen worden gehanteerd.

Gepubliceerd

07.05.2026

Kernwoorden
Reacties