Op 22 mei 1907 werd in Etterbeek Hergé geboren, het pseudoniem van Georges Remi, gevormd door zijn initialen om te keren.
De man hoeft nauwelijks nog te worden voorgesteld. Hij is een van de grootste striptekenaars van de twintigste eeuw, meester van de klare lijn en schepper — naast vele andere stripverhalen — van de avonturen van Kuifje en zijn hond Bobbie. Kuifje was, net als Hergé, tegelijk een kind van het Brusselse katholieke milieu waarin hij opgroeide én een ontsnappingsroute uit diezelfde wereld: eerst via het scoutisme, later via de avonturen van een wijze, jonge reporter.
Kuifje is een nieuwsgierige, moedige en rechtvaardige journalist die samen met zijn trouwe hond Bobbie de wereld rondreist. In elk avontuur belandt hij in spannende en vaak gevaarlijke situaties, waarin hij mysteries oplost, misstanden blootlegt en internationale complotten verijdelt. De verhalen combineren actie, humor en vriendschap en laten hem telkens opnieuw kennismaken met nieuwe culturen, mensen en uitdagingen. Volgens de beroemde formule: voor lezers van 7 tot 77 jaar.
Uiteraard leefde Hergé, samen met Kuifje, in de tijd van toen. Dat was, wat mij betreft, zijn natuurlijke biotoop en tegelijk zijn beste periode. Maar het stond in de sterren geschreven dat zelfverklaarde cultuurrechters hem achteraf het avontuurlijke conservatisme van zijn hoofdpersonage zouden verwijten. De beschuldigingen aan het adres van Hergé klinken als een vroege voorbode van de hedendaagse ideologische herlezing van kunst en cultuur: anticommunisme, antisemitisme, racisme, kolonialisme, collaboratie. Ik las zelfs verwijzingen naar fascisme en nog andere “ismen”.
Het einde van de Tweede Wereldoorlog bood sommigen de gelegenheid om met dit geniale talent af te rekenen. Hergé had immers gewerkt voor de bezette krant Le Soir. Zelfs tekenen voor de jeugd werd in die context verdacht gemaakt. Hoewel hij na de oorlog werd onderzocht, volgde uiteindelijk geen veroordeling.
Na de oorlog zou het werk van Hergé nooit meer helemaal hetzelfde zijn. De kritiek, de veranderende tijdsgeest en de poging om Kuifje overeind te houden, maakten dat sommige albums en nieuwe personages universeler en introspectiever werden, maar soms ook minder spontaan avontuurlijk. Kuifje met het vredesteken op zijn motorhelm — u kent het beeld wel.
Hergé formuleerde het later zo: “Politiek interesseert me niet. Ik vind de ontwikkeling van de beschaving interessanter. Ik sta open voor alles wat er in de wereld gebeurt — en ik geef daar een persoonlijke interpretatie aan, die men vervolgens in Kuifje terugvindt.”
Hij schreef ook: “Elke vorm van dictatuur is verwerpelijk, of ze nu van links of van rechts komt.”
In de biografie Hergé. Levenslijnen (2008) van Philippe Goddin vond ik ook dit citaat van Carl Gustav Jung:
“Het is evident dat een artiest vanuit zijn kunst moet worden begrepen en verklaard, en dat niet zozeer naar de tekortkomingen van zijn karakter of naar zijn persoonlijke problemen moet worden gepeild; deze zijn vaak niet meer dan het betreurenswaardige gevolg van het feit dat hij een artiest is, dat wil zeggen een mens die door het lot is opgezadeld met een last die zwaarder is dan die van de gewone sterveling. Ongewone talenten verschaffen buitengewone krachten en vereisen buitengewoon veel energie; het is daarom onvermijdelijk dat een positieve balans op het ene vlak samenvalt met een negatieve balans op een ander vlak.”
22.05.2026